Verpleeghuizen wilde testen maar werden geweigerd

Wildgroei commerciële laboratoria ondermijnt testbeleid

Beeld door: Illustratie: Steffie Padmos

Nieuws

Verpleeghuizen wilden testen maar werden geweigerd

Verpleeghuizen hebben vanaf begin maart geprobeerd hun personeel te laten testen op corona, maar werden geweigerd door laboratoria hoewel die soms voldoende testcapaciteit in huis hadden. Zelfs toen vanaf half maart bezoek aan verpleeghuizen verboden werd en de urgentie opliep, konden zij nog steeds nergens terecht omdat laboratoria star vasthielden aan de richtlijnen van het RIVM.

Dat blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor Trouw, Argos en De Groene Amsterdammer. ‘De maand maart was cruciaal. We wilden personeel laten testen, maar we mochten niet’, zegt directeur Peter Hoppener van zorgorganisatie Vivent uit Den Bosch. ‘Terwijl nu blijkt dat personeel ongewild voor een flink deel van de besmettingen heeft gezorgd.’ 

Blijf op de hoogte van onze onderzoeken. Meld je aan voor de nieuwsbrief

De weigering was mede het gevolg van het ontbreken van een landelijk overzicht van beschikbare capaciteit. Marktwerking leidde de afgelopen tien jaar tot een wildgroei aan laboratoria. Waar voorheen één of twee labs per regio waren, zijn er nu landelijk ruim honderd . Volgens GGD’ers en arts-microbiologen is het overzicht daardoor nu zoek. Testcapaciteit kan lastiger verdeeld worden. Bovendien wordt het voor GGD’s en arts-microbiologen steeds moeilijker om nieuwe uitbraken van infectieziekten op te sporen. 

Overzicht testcapaciteit ontbrak

Zorgorganisatie Vivent werd begin maart de deur gewezen toen het probeerde zijn medewerkers te laten testen. Volgens het RIVM moesten verpleeghuismedewerkers met klachten ongetest thuisblijven. Onmogelijk, zegt Hoppener. ‘We hebben de mensen hard nodig. Je kan niet een afdeling met twintig mensen met psychogeriatrische problemen zeggen: vandaag even geen personeel.’ 

Star-shl, het grootste laboratorium van Nederland, had naar eigen zeggen wel capaciteit, maar weigerde aanvankelijk verpleeghuizen omdat het RIVM dit voorschreef. ‘Er kwamen verpleeghuizen die wilden testen, maar wij zeiden: “we testen alleen huisartsen en verloskundigen. Dat is wat we volgens de richtlijnen mogen doen.” Pas gaandeweg hebben we verpleeghuizen erbij genomen.’ Andere laboratoria, zoals het Jeroen Bosch ziekenhuis, zeggen dat ze in maart te weinig capaciteit hadden. 

In de eerste maand van de corona-crisis bestond geen landelijk overzicht van capaciteit of tekorten. In een Kamerbrief van 31 maart noemt minister De Jonge de zogenaamde ‘huisartsenlabs’, die gezamenlijk duizenden tests per dag kunnen doen, zelfs helemaal niet. Wanneer ‘coronagezant’ Feike Sijbesma eind maart wordt aangesteld, moet hij dan nog beginnen met het maken van een overzicht van de testcapaciteit.

Vraag en aanbod vinden elkaar niet

Als begin april de RIVM-richtlijnen worden versoepeld en ook verpleeghuispersoneel getest mag worden, lukt het in Brabant nog steeds niet. ‘Er was onduidelijkheid, we kregen geen formeel bericht over waar we moesten testen’, zegt Hoppener. ‘In het ziekenhuis konden we niet terecht, dat was allemaal onduidelijk.’

Bij Star-shl bleek inmiddels wel voldoende capaciteit te zijn. ‘Ik was helemaal verbouwereerd’, zegt Hoppener. ‘Waarom zitten wij dan te wachten?’ ‘De vraag weet het aanbod kennelijk niet goed te vinden’, zegt Jeroen Bos van Star-shl. ‘We hebben contact gelegd met huisartsen en overlegorganen in verschillende regio’s, maar het komt toch weinig door.’

Wanneer Hoppener vanaf 15 april de eerste testen laat uitvoeren zijn die in het begin bij de helft van alle personeel met klachten positief. ‘Nu zitten we op het landelijk gemiddelde van ongeveer dertig procent.’ Inmiddels zijn in veertig procent van alle Nederlandse verpleeghuizen coronabesmettingen geconstateerd.

Vroegtijdig signaleren

Het gebrek aan overzicht is niet alleen problematisch voor het verdelen van de testcapaciteit, maar ook voor het vroegtijdig signaleren van nieuwe uitbraken van infectieziekten. Laboratoria hebben van oudsher een belangrijke functie in het opsporen van nieuwe virus- of bacterieuitbraken. Zij moeten GGD’s en RIVM waarschuwen als ze vermoeden dat in hun regio een infectieziekte is uitgebroken.

Maar door de wildgroei aan laboratoria hebben de traditionele streeklabs hun positie deels verloren. Bloedmonsters uit bijvoorbeeld Friesland worden nu verstuurd naar laboratoria in Roosendaal, Delft en zelfs Duitsland. Het overzicht raakt hiermee zoek. ‘Wij hebben nauwe banden met de streeklabs hier uit de buurt’, zegt GGD-arts Machiel Vonk uit Groningen. ‘Maar als tests buiten de regio worden gedaan dan is het heel ingewikkeld om een goed beeld te krijgen. Daardoor kunnen we te laat in actie komen.’

Reactie RIVM

Het RIVM laat in een reactie weten dat de richtlijn voor het testen van verpleeghuispersoneel niet dwingend is, maar richtinggevend. ‘Uiteraard kunnen zorgprofessionals eigen afwegingen maken’, zegt een woordvoerder. Het RIVM ontkent dat er een gebrek aan overzicht was. ‘Er staat een lijst met laboratoria op onze website’, zegt de woordvoerder. ‘De capaciteit zal ongetwijfeld ook bekend zijn.’

Versnippering van laboratoriumdiagnostiek in Noord-Brabant. De kaart toont de prikposten van de verschillende laboratoria die microbiologische analyses doen voor patiënten in de provincie. Tevens toont de kaart met welke laboratoria de GGD’s en justitiële inrichtingen samenwerken.

Verantwoording

Investico is radicaal transparant. In verantwoordingsdocumenten maken wij onze onderzoeksmethodes en resultaten openbaar zodat publiek en andere onderzoekers ons werk kunnen controleren en erop kunnen voortbouwen. In de longread van het onderzoek hieronder verwijzen noten naar het bronmateriaal. Wilt u meer weten over onze missie en methode? Lees meer

Onderzoek met bronnen

Marktwerking leidde tot wildgroei aan laboratoria

Beeld door: Illustratie: Steffie Padmos

Door de wildgroei aan commerciële laboratoria ontbrak het in maart aan een landelijk overzicht van beschikbare testcapaciteit. Personeel van verpleeghuizen werd daarom niet op corona getest.

Op een woensdagmiddag begin april vliegen traumahelikopters weg bij het Bernhoven ziekenhuis in Uden. Ze brengen patiënten uit de brandhaard van de coronauitbraak over naar andere ziekenhuizen. 

Enkele weken eerder kon niemand nog geloven dat het zo ernstig zou worden, zegt arts-microbioloog Peter Schneeberger, die ondanks de drukte tijd maakt voor een interview, op een bankje in de zon naast zijn laboratorium. Hij was degene die als eerste door had dat corona was uitgebroken in de regio rondom Uden. Begin maart ontdekt hij de eerste coronagevallen in monsters van ziekenhuispatiënten in zijn lab. ‘De eerste paar dagen was het af en toe een patiënt per dag, toen af en toe twee, toen werden het er vijf. Als je die lijn doortrekt worden het er al snel heel veel. Ik zag dat ze allemaal uit hetzelfde dorp kwamen en wist: “dit gaat niet goed.”’ 

Schneeberger stapt met een simpel staatje naar de ziekenhuisdirectie en overtuigt hen dat het menens is. Snel daarna besluit het bestuur om het Bernhoven te gaan klaarmaken voor corona.

Arts-microbiologen zijn sleutelfiguren in de coronacrisis. In de eerste weken van de uitbraak zaten ze vrijwel dagelijks bij het crisisoverleg in hun ziekenhuizen. Ze helpen IC-artsen om patiënten zo goed mogelijk te behandelen, adviseren het Outbreak Management Team, schuiven aan bij talkshows en doen ondertussen ook nog onderzoek naar hoe het virus zich ontwikkelt. Maar hun positie staat onder druk. 

Word nu Vriend van Investico en versterk de onderzoeksjournalistiek in Nederland

Steun ons

Opeenvolgende kabinetten werken al tien jaar aan steeds verdergaande marktwerking in de laboratoriumdiagnostiek. Het moest goedkoper. Er kwamen nieuwe prijsvechters op de markt die gingen concurreren met de traditionele streek- en ziekenhuislaboratoria. Waar er vroeger één lab per regio was, gaat het bloed uit één provincie nu soms naar wel vijf verschillende laboratoria. Arts-microbiologen die willen onderzoeken hoe een virus zich door hun regio verspreidt, tasten in het duister.

En dat is een probleem. Laboratoria hebben van oudsher een belangrijke functie in het signaleren van nieuwe virus- of bacterieuitbraken. De ‘streeklaboratoria voor de volksgezondheid’ werden na de Tweede Wereldoorlog opgericht om uitbraken van besmettelijke bacteriën zoals tuberculose, tyfus, difterie en syfilis te bestrijden.1 Laboratoria moeten GGD’s en RIVM waarschuwen als ze vermoeden dat in hun regio een infectieziekte is uitgebroken. Maar nu bloedbuisjes uit Friesland naar laboratoria in Roosendaal, Delft en zelfs Duitsland worden gestuurd, en coronatests van verpleeghuizen uit Oost-Brabant in Rotterdam worden onderzocht, raakt het overzicht zoek. En lopen we grote risico’s dat een nieuwe infectieziekte te laat zal worden opgespoord. 

Dat blijkt uit de reconstructie die Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico maakt van de rol van de laboratoria tijdens de uitbraak van een epidemie. In de begindagen van de coronacrisis brak de warboel aan laboratoria zich op. In de eerste maand was er geen landelijk overzicht van wie testcapaciteit of tekorten had. In een Kamerbrief van 31 maart noemt minister De Jonge de zogenoemde ‘huisartsenlabs’, die gezamenlijk duizenden tests per dag kunnen doen, zelfs helemaal niet.2 Wanneer ‘coronagezant’ Feike Sijbesma eind maart wordt aangesteld, moet hij op dat moment nog beginnen met het maken een overzicht van de testcapaciteit.3

Vanwege dezelfde versnippering zijn verpleeghuizen onnodig testen geweigerd, blijkt uit het onderzoek. De richtlijn van het RIVM die uitging van schaarste, werd strak gevolgd omdat niemand de laboratoria groen licht durfde te geven. Het grootste laboratorium van Nederland, Star-shl, weigerde om medewerkers van verpleeghuizen te testen terwijl het daar naar eigen zeggen wel de capaciteit voor had. ‘Er kwamen verpleeghuizen die wilden testen maar wij zeiden: “we testen alleen huisartsen en verloskundigen. Dat is wat we volgens de richtlijnen mogen doen”, zegt bestuursvoorzitter Jeroen Bos. ‘Pas gaandeweg hebben we verpleeghuizen erbij genomen.’ Daar bleek corona flink rond te waren. ‘Sindsdien zien we een enorme toename van het aantal positieve uitslagen.’

De jarenlange focus op de laagste prijs per test heeft ervoor gezorgd dat laboratoria die voor bestrijding van infectieziekten moeten samenwerken, elkaars concurrenten zijn geworden. Het overzicht is zoek en de onderlinge samenwerking verloopt moeizaam. Ondertussen is de cruciale taak van laboratoria en arts-microbiologen voor de volksgezondheid uit het oog verloren. 

GGD weet niet van uitbraken

Arts-microbioloog Alewijn Ott schrikt wanneer hij in 2018 een ziekenhuispatiënt treft met een MRSA-bacterie in een wond. Dit soort infecties kunnen gevaarlijk zijn, omdat ze moeilijk behandeld kunnen worden met antibiotica. ‘We begrepen niet waar de patiënt deze bacterie had opgelopen’, zegt Ott, die werkt bij Certe, een streeklaboratorium in Noord-Nederland. Kort daarna vindt hij in een kweek van een tweede patiënt diezelfde bacterie. ‘Het bleek om precies dezelfde stam te gaan die we nog niet eerder hadden gezien.’ Ott staat voor een raadsel. ‘De enige overeenkomst was dat de twee patiënten thuiszorg kregen van dezelfde organisatie.’

Ott ontdekt dat een aantal thuiszorgmedewerkers besmet waren geweest met de resistente bacterie. Hun neus- en keelslijm was gekweekt in een laboratorium buiten de regio, en dat lab had de GGD niet op de hoogte gesteld. ‘Als wij in ons lab de bacterie hadden gevonden, hadden we meteen contactonderzoek gedaan en een goede behandeling kunnen starten’, zegt Ott. Samen met de GGD had hij de uitbraak sneller kunnen stoppen. Maar nu wist de GGD van niets en werd de uitbraak pas bekend toen meerdere ouderen met een infectie in het ziekenhuis belandden.

‘Ik weet dat daar grote risico’s liggen’, zegt Machiel Vonk, arts infectieziekten bij de GGD Groningen, die al jaren samenwerkt met het lab van Ott. ‘Wij hebben nauwe banden met de streeklabs hier uit de buurt. Maar als tests buiten de regio worden gedaan dan is het heel ingewikkeld om een goed beeld te krijgen. Daardoor kunnen we te laat in actie komen.’ Hoewel laboratoria een aantal gevaarlijke ziekten moeten melden aan de GGD en het RIVM, geldt deze meldingsplicht niet voor een enkel MRSA-geval in één lab.4 ‘Een verzameling van MRSA-infecties is wel meldingsplichtig’, zegt Vonk. ‘Maar die herken je niet als kweken over meer laboratoria verdeeld worden.’ Om nog maar te zwijgen over nieuwe, onbekende ziekten, waarvoor helemaal geen meldplicht geldt.

Vonk vindt het dan ook cruciaal dat alle testen, zoals  bloed- en urinetests, bij laboratoria in de buurt worden gedaan. ‘Als zij een gevaarlijke bacterie of een virus ontdekken, bellen ze ons. Dan overleggen we meteen: waar ligt de patiënt? Wat weten we van zijn ziektebeeld? Hoe wordt de patiënt behandeld? Zijn er al andere mensen in de omgeving getest?’

Bij commerciële labs is dat contact er niet. ‘De informatie die we van hen krijgen is minimaal’, zegt Vonk. ‘Vaak alleen een mailtje. Dan weten we niet waar de patiënt ligt, om welke virusstam het gaat, of er nog meer mensen getest moeten worden. Dit soort laboratoria hebben soms zelfs geen arts-microbioloog in dienst, dus er ís niet eens iemand met wie we kunnen overleggen.’ Geregeld ontdekt Vonk pas achteraf dat huisartsen met een ander lab in zee zijn gegaan. ‘Dan ben je plots een stuk van je huisartsenpopulatie kwijt.’ 

Tsunami in slow-motion

De warboel is een onbedoeld gevolg van kabinetsbeleid om de prijzen te drukken. De afgelopen tien jaar hebben opeenvolgende ministers gepoogd om tests voor huisartsen niet langer door ziekenhuizen te laten doen, om zo kosten te besparen.5 Er kwamen nieuwe prijsvechters op de markt die zich speciaal huisartsen richtten. Het resultaat was een wildgroei aan laboratoria. ‘De marktwerking heeft niet tot een optimale situatie geleid’, zegt Johan van Zeelst, inkoopmanager bij verzekeraar VGZ.

Om een indruk te krijgen van hoe die versnippering er nu uitziet, maakte Investico een analyse van alle prikposten in één provincie, te weten Noord-Brabant. Vanuit één Brabantse prikkamer gaan de buisjes bloed naar twee of soms zelfs drie verschillende laboratoria, zo blijkt uit ons onderzoek. Bloedmonsters van inwoners van Breda kunnen in het lokale lab worden getest, maar worden ook naar Rotterdam of Eindhoven gestuurd, afhankelijk van de voorkeur van de huisarts.6 De GGD in Breda laat zijn tests in Rotterdam doen, GGD Tilburg stuurt zijn bloedtests naar Den Bosch, en de GGD Eindhoven doet zijn tests in Tilburg.7

Jan Kluytmans, arts-microbioloog in het Amphia ziekenhuis in Breda, ergert zich dat bloedmonsters uit zijn regio in labs tientallen kilometers verderop terecht komen. Zelfs in zijn eigen Amphia ziekenhuis zit een prikkamer van concurrent Star-shl uit Rotterdam. ‘Als ik alle tests bij elkaar heb kan ik direct verbanden leggen. Maar Star-shl is voor mij een black box. Het is echt verstorend als er meerdere partijen in één regio zijn.’

De opkomst van nieuwe laboratoria is niet alleen een probleem in de opsporing van infectieziekten, maar ook in het voorkomen van nieuwe uitbraken van resistente bacteriën. Thijs Tersmette, arts-microbioloog in het Sint Antonius Ziekenhuis en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, zag de afgelopen twintig jaar dat bacteriën steeds slechter met antibiotica te behandelen zijn. ‘Een tsunami in slow motion’.

Zijn vakgroep pleit er daarom voor om zware antibiotica zo lang mogelijk te laten staan.8 Want hoe meer sterke middelen een arts gebruikt, hoe sneller een bacterie zich kan aanpassen en resistent kan worden. 

Maar dat is een lastige boodschap. ‘Voor artsen is het soms vervelend om een moeilijkere aanpak te kiezen die voor de patiënt niet direct wat oplevert’, zegt hij. ‘Maar als je iedere urineweginfectie behandelt met een kuurtje, dan heb je vijf of zes kuren later een multiresistente bacterie.’

Daarom heeft Tersmette de afgelopen twintig jaar binnen zijn ziekenhuis hard gewerkt om nauw contact met alle specialisten op te bouwen en hen te overtuigen om bewuster met antibiotica om te gaan. ‘We zitten bij patiëntoverleggen, we adviseren welk antibioticum artsen moeten gebruiken, op de IC zijn we zelfs medebehandelaar.’ Volgens Tersmette is het contact cruciaal. ‘Collega-artsen moeten mij durven vertrouwen. Als ik zeg: “het lijkt wel ernstig, maar je hoeft het echt niet te behandelen”, dan durven ze dat van mij aan te nemen.’ De aanpak van Tersmette en andere arts-microbiologen loont: in Nederlandse ziekenhuizen is de antibioticaresistentie in ziekenhuizen een van de laagste van heel Europa.9

Investico werkt altijd samen met andere media. Zo versterken we de onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Lees meer over ons

Toch zagen sommige ziekenhuizen zich door bezuinigingen de afgelopen jaren gedwongen hun laboratorium te sluiten. Zij zijn nu aangewezen op een extern lab, en hebben geen eigen arts-microbioloog meer in het ziekenhuis. De inspectie stelt dat dit soort ziekenhuizen zeer kwetsbaar zijn voor uitbraken van infectieziekten.10 

Maar infecties laten zich niet tegenhouden door ziekenhuismuren. ‘Bacteriën bewegen mee met patiënten’, zegt Tersmette. ‘Daarom is het belangrijk om als ziekenhuis goede contacten te hebben met huisartsen en verpleeghuizen, want huisartsen schrijven ongeveer tachtig procent van alle antibiotica voor.’

Maar dat contact blijkt in de praktijk lastig. Ruim driekwart van alle huisartsen in Utrecht en Nieuwegein laten hun tests doen bij Saltro, een laboratorium dat begin dit jaar is overgenomen door de Zwitserse gigant Unilabs.11 Contact tussen het ziekenhuislab en de huisartsen is er daardoor nauwelijks, terwijl die regionale samenwerking wel belangrijk is, vindt ook het kabinet.12 ‘Het is het lot van de arts-microbioloog om discussie te moeten voeren over wat wij opleveren’, zegt Tersmette. ‘Want als je íets makkelijk kan vaststellen dan is het de kostprijs van een test. Onze bijdrage aan een goede behandeling van patiënten en aan de volksgezondheid is veel moeilijker te meten.’

Detectivewerk

Arts-microbiologen omschrijven hun vak wel eens als detectivewerk: in hun lab speuren zij naar de oorzaak van iemands ziekte. ‘Wij willen begrijpen waarom iemand ziek is’, zegt Peter Schneeberger van het Bernhoven ziekenhuis in brandhaard Uden. ‘Soms moet je daarom wat meer tests doen dan waar de arts in eerste instantie aan denkt. Commerciële laboratoria hebben een ander doel, die draaien alleen wat er gevraagd wordt.’

In 2007 spoorde Schneeberger op deze manier Q-koorts op. Het ziekenhuis had in die periode veel patiënten met longontsteking, zonder dat de oorzaak duidelijk was. Schneeberger ging monsters testen en ontdekte de Q-koorts-bacterie, een bacterie die in Nederland nog nooit eerder bij zoveel mensen was aangetroffen. Toen later bleek dat ook een huisarts veel patiënten met longklachten hadden, konden deze twee ontdekkingen aan elkaar worden geknoopt en wisten ze dat er een uitbraak was.

Ook bij de corona-uitbraak ging Schneeberger op onderzoek uit. Eind februari lagen er veel patiënten met griepverschijnselen in zijn ziekenhuis, die ook wel eens corona onder de leden zouden kunnen hebben, dacht hij. En dus ging hij meer testen dan het RIVM adviseerde. Volgens het RIVM hoefden in die eerste weken alleen mensen die in Italië of China waren geweest te worden onderzocht.13 ‘Van onze eerste vijftien coronapatiënten was niemand in China of Italië geweest’, zegt Schneeberger. ‘Als we ons aan de regels van het RIVM hadden gehouden, hadden we die patiënten nooit gevonden.’ Doordat Schneeberger de eerste patiënten snel in het vizier had, wist hij al voordat de eerste Nederlandse coronapatiënt overleed dat Uden een brandhaard was.

Ook de GGD Groningen besloot in overleg met de arts-microbiologen veel meer te testen dan het RIVM voorschreef.14 De GGD liet vanaf half maart alle zorgmedewerkers testen, ook personeel in verpleeghuizen en mantelzorgers. ‘Dat heeft eraan bijgedragen dat de verspreiding redelijk beperkt is gebleven’, zegt GGD-arts Vonk.

Prijsvechters

Een kleine lopende band slingert al zoemend en tikkend door een grote hal. In de machine, die iets weg heeft van een sushibar, staan kleine buisjes bloed, urine en ontlasting geklemd. Elk buisje dat hier binnenkomt krijgt een unieke barcode die vertelt welke test moet worden gedaan, zodat het volautomatisch naar de juiste testmachine wordt vervoerd. ‘Dit laboratorium is spiksplinternieuw, het meest modern van West-Europa’, zegt Jeroen Bos, bestuursvoorzitter van Star-shl, de grootste laboratoriumorganisatie van het land.

Een beeld van hoe corona zich in de regio verspreidt heeft Jeroen Bos niet. ‘Nee, we zijn geen onderzoeksinstelling.’ Star-shl heeft dan ook een heel ander doel dan de traditionele streek- en ziekenhuislabs. Het laboratorium werpt zich op als prijsvechter die goedkoop en snel uitslagen wil leveren, vooral voor huisartsen. ‘Een huisarts ziet niet veel van het proces, maar hij ziet wel hoe snel de uitkomsten terugkomen’, zegt Bos.

Huisarts Guus Jaspar uit Terneuzen beaamt dat. Voor hem is de service die een laboratorium biedt het allerbelangrijkst. Hij wil snel een uitslag om verder te kunnen, kwaliteit is voor hem vanzelfsprekend. ‘Alle labs zijn gecertificeerd. Het is net als met auto’s, er zijn geen slechte auto’s meer. Maar ik kies wel graag voor een auto die mij het rijden makkelijk maakt, en daarom dus ook voor een laboratorium dat is ingesteld op hoe de huisartsenpraktijk werkt.’

Ook voor verzekeraars is Star-shl een ideale partner. Zij gaven zelfs een lening van anderhalf miljoen euro om het spiksplinternieuwe lab op te zetten.15 ‘Ze wilden graag investeren vanuit de gedachte dat zo de efficiëntie zou toenemen,’ zegt directeur Bos van Star-shl. In ruil daarvoor beloofde het bedrijf om in de jaren daarna de prijzen geleidelijk te zullen verlagen. 

Een echte prijsvechter is U-diagnostics in Baarn, dat zijn tests laat uitvoeren in een megalab in Duitsland. Directeur Maarten Cuppen vindt het niet nodig om in Nederland een arts-microbioloog in dienst te hebben. ‘Kijk naar de Covid-test, die heeft maar twee uitslagen: rood of groen. Punt. Dat vergt geen nadere uitleg.’ Wanneer een arts toch nog een vraag heeft moet die naar Duitsland bellen voor uitleg. ‘Dan moet ‘ie de vraag in het Duits of Engels stellen.’ Cuppen ergert zich aan de kritiek van de arts-microbiologen op de werkwijze van zijn bedrijf. ‘Het is gênant hoe arts-microbiologen hun eigen hachje aan het redden zijn. Wij zijn gewoon veel goedkoper.’

Maar laboratoria zoals Star-shl en U-Diagnostics brengen de traditionele labs in een lastig parket. Ziekenhuis- en streeklaboratoria zijn duurder omdat ze verschillende arts-microbiologen in dienst hebben en meer onderzoek doen. Om hun contract met de verzekeraar te behouden, hebben meerdere ziekenhuis- en streeklabs onder de kostprijs moeten bieden, en wordt het voor hen steeds moeilijker om arts-microbiologen te blijven betalen. 

Na tien jaar bezuinigingen is er een situatie ontstaan waar niemand blij mee is. GGD-artsen raken het overzicht kwijt, de positie van de arts-microbioloog in het ziekenhuis staat onder druk en we zijn steeds slechter in staat uitbraken van infectieziekten op te sporen. 

Ondertussen wordt de dreiging van resistente bacteriën alsmaar groter. Arts-microbioloog Thijs Tersmette uit Utrecht maakt zich zorgen. ‘In Italië, Griekenland en Turkije is veertig procent van de e coli-bacterie al ongevoelig voor vrijwel alle antibiotica. Dan ben je echt uitgepraat.’ Hoewel Nederland deze bacterie buiten de deur probeert te houden, is Tersmette er niet gerust op. Door de focus op de prijs per stuk is het zicht op de volksgezondheid verloren gegaan. ‘Misschien zijn we per lab wel iets duurder, maar onze bijdrage aan de gezondheidszorg is zoveel groter dat je het dik terugverdient.’


  1. Zie hier 

  2. Zie Kamerbrief van 31 maart 2020 

  3. Zie interview met Feike Sijbesma in de Volkskrant van 17 april 2020 

  4. Zie website van het RIVM 

  5. Zie bijvoorbeeld Kamerbrief diagnostiek eerstelijns zorg van 11 maart 2013 

  6. Zie onderstaande kaart. Bloedmonsters uit Breda worden ook bij Star-shl in Rotterdam geanalyseerd. De monsters van de lokale justitiële inrichting worden in Eindhoven geanalyseerd, door Diagnostiek voor U 

  7. Aanbestedingsprocedures van de GGD’s. GGD Brabant Zuid-Oost (Eindhoven) gunde aan Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg, GGD West-Brabant (Breda) aan Star-shl, en GGD Hart voor Brabant (Tilburg) aan Jeroen Bosch Ziekenhuis (‘s-Hertogenbosch) 

  8. Zie bijvoorbeeld hier 

  9. Zie Surveillance Atlas of Infectious Diseases (selecteer op antimicrobial resistance) 

  10. Quote: De inspectie heeft in een aantal gevallen geconstateerd dat de afdeling infectiepreventie ook zelf niet optimaal georganiseerd was: De aansturing van de afdeling door een arts-microbioloog vanuit een extern laboratorium zorgde soms voor onduidelijkheid in de samenwerking tussen de arts-microbioloog en de deskundigen infectiepreventie. De inspectie beveelt aan om Na te denken over de consequenties van microbiologische laboratoria buiten het ziekenhuis en de borging van een goede aansturing van de afdeling infectiepreventie. Zie hier 

  11. Zie hier 

  12. Zie bijvoorbeeld de Kamerbrief van minister Bruins van 26 april 2018. Quote: Zorgaanbieders - ziekenhuizen, verpleeghuizen, revalidatieklinieken, andere zorginstellingen waar kwetsbare cliënten langdurig verblijven, GGD’en, huisartsen, apotheken en thuiszorg - moeten daarom binnen de regio samenwerken om verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen. Het uitwisselen van informatie over de aanwezigheid en de verspreiding van BRMO en het delen van best practices op het terrein van infectiepreventie- en beheersmaatregelen zijn randvoorwaarden om antibioticaresistentie binnen de zorg te beheersen. Die samenwerking en informatiedeling vindt plaats in regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie. Zie hier 

  13. Op 12 maart werd de casusdefinitie aangepast en werd de epidemiologische link met een bevestigde patiënt of terugkeer uit een regio met wijdverspreide transmissie is losgelaten. Zie hier 

  14. Op 3 april verruimde het RIVM de richtlijn voor het testen van personeel van verpleeghuizen, zie hier en hier 

  15. Interview Jeroen Bos en zie jaarverslag Star-shl 2018. Quote: Het bestemmingsfonds is gevormd als gevolg van de aankoop van het pand Vlambloem 21/61. De representerende zorgverzekeraars hebben in een schrijven van 29 juni 2011 toegestaan dat Star-MDC € 1.500.000 via een bestemmingsfonds mag toevoegen aan de algemene reserve. Over een periode van 10 jaar vindt in jaarlijkse gelijke bedragen vrijval plaats ten gunste van de algemene reserve

Wilt u onafhankelijke onderzoeksjournalistiek ondersteunen? Word Vriend van Investico

U las de longread van dit onderzoek. Heeft u naar aanleiding hiervan een tip? Neem contact met ons op

Diepgravende onderzoeksjournalistiek is onmisbaar. Word nu Vriend van Investico en versterk de onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Word vriend