Nieuws

Defensie weigert dossiers van burgerslachtoffers Hawija te onderzoeken

Ruim tien jaar nadat een Nederlands bombardement een enorme verwoesting aanrichtte in de Iraakse stad Hawija, negeert het ministerie van Defensie nog steeds de bewijsstukken van Irakese burgerslachtoffers. Het ministerie zegt simpelweg dat het onmogelijk is om uit te vinden wie schade heeft ondervonden, zonder onderzoek te hebben gedaan naar de overlijdensaktes, medische dossiers en eigendomspapieren die slachtoffers kunnen overleggen. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, BOOS en De Groene Amsterdammer in Irak.

Op 3 juni 2015 bombardeerde een Nederlandse F-16 een gebouw dat door terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) werd gebruikt om autobommen te maken. Bij de ontploffing die volgt vallen zeker 85 Iraakse burgerslachtoffers. Sinds 2019 houdt Defensie vol dat het ministerie niet aansprakelijk is voor de burgerslachtoffers in Hawija én dat het onmogelijk is om vast te stellen welke individuen werkelijk slachtoffer zijn geworden van het bombardement. Tot nu toe ging Defensie alleen over tot ‘vrijwillige compensatie’ voor de ‘gemeenschap’ in Hawija, bijvoorbeeld om de infrastructuur te verbeteren, maar getroffen burgers krijgen niets.

‘We hebben de informatie niet om per persoon vast te stellen wie welke schade precies heeft ondervonden van een aanval tien jaar geleden,’ stelde toenmalig minister van Defensie Brekelmans, nadat hij Hawija had bezocht om namens de Nederlandse staat officieel excuses te maken. Volgens de minister was er bovendien geen ‘lokale autoriteit’ in Irak die beschikt over de ‘benodigde informatie’.

Informatie en expertise gevonden

Investico en BOOS vonden in Irak het tegenovergestelde. Zo is er in Kirkuk, de hoofdstad van de provincie waarin Hawija ligt, een compensatiekantoor, waar Iraakse burgers om compensatie kunnen vragen. Daar bekijkt een commissie het bewijs dat slachtoffers aandragen, en onderzoekt ze of diegene geen lid of aanhanger was van IS. Hier ligt veel informatie over slachtoffers in Hawija en is veel expertise voor het controleren van hun documentatie. Maar de Nederlandse overheid nam nooit contact op met dit kantoor. ‘Jullie zijn de eerste Nederlanders die hier ooit zijn’, zegt commissielid Safar.

Daarnaast verzamelde de Iraakse ngo Ashor de afgelopen jaren een database met daarin dossiers van de slachtoffers. ‘We hebben in totaal gegevens van meer dan 300 slachtoffers’, zegt directeur Mohammed Al-Bayati. ‘Mensen die familieleden zijn verloren, gewond zijn geraakt, of hun bezit zijn kwijtgeraakt.’ Al-Bayati heeft meermaals aan de Nederlandse overheid aangeboden om de database te delen, zegt hij, maar aan dat aanbod werd nooit vervolg gegeven.

Al-Bayati deed in 2021, toen hij nog voor de Iraakse organisatie Al-Ghad werkte, samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht (UU) en de Nederlandse ngo PAX ook onderzoek naar de slachtoffers. De onderzoekers van de UU en PAX zeggen dat ze hun rapport wel in Den Haag hebben gepresenteerd, maar dat Defensie nooit om verdere informatie heeft gevraagd.

Geen uitleg van minister

Tijdens eerdere missies was het voor Defensie wél mogelijk om schadevergoeding uit te keren zonder dat het ministerie schuld erkende. In bijvoorbeeld Afghanistan werden dergelijke ex gratia-betalingen veelvuldig gemaakt, blijkt uit door Defensie geopenbaarde documenten. En ook in Irak compenseerde Defensie verschillende keren burgers die na Nederlandse bombardement hun familieleden verloren, zonder daarbij schuld te erkennen.

Minister Dilan Yesilgöz van Defensie stelt in een reactie dat het ‘de vrijheid van de Staat’ is om zelf te kiezen hoe slachtoffers worden gecompenseerd, maar geeft geen verdere uitleg waarom er dan gekozen wordt om slachtoffers niet individueel te compenseren. Op vragen van Investico en BOOS over het rapport van PAX, de UU en Al-Ghad stelt Defensie dat dit niet voldoet aan ‘de juridische lat’: ‘de juridische zekerheid omtrent causaliteit’ zou ontbreken. Vragen over wat die juridische lat precies is, laat het ministerie herhaaldelijk onbeantwoord. Defensie blijft volhouden dat het te ingewikkeld is om slachtoffers te identificeren, maar geeft geen antwoord op vragen over manieren om juist meer uit te vinden over de slachtoffers.

Lees het onderzoek

Laat de feiten regeren. Steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Word vriend