Onderzoek met bronnen
Excuses, maar geen geld
of Lees het onderzoek bij De Groene Amsterdammer
Ruim tien jaar na het bombardement op Hawija negeert het ministerie van Defensie bewijslast voor compensatie van burgerslachtoffers en weigert hen individueel te compenseren voor de schade.
De krater is dichtgegooid met beton, maar dat is het dan ook. Overal om ons heen liggen hoopjes puin, stof en gruis. ‘Het gat was 40 meter diep, je kon het grondwater omhoog zien komen’, zegt Saadoun Al-Jubouri. Zijn zwarte maatpak en strakke snor steken af tegen de verwoesting om ons heen. Al-Jubouri is burgemeester van de Noord-Iraakse provinciestad Hawija en loopt over een industrieterrein aan de oostkant van de stad. ‘Ik was hier de dag na het bombardement’, zegt hij. ‘Buiten de krater lag alles door elkaar. Honderden auto’s, landbouwmachines, allemaal onder het puin.’
Hij wijst naar een gebouw dat er niet meer staat: ‘Het was vroeger een kantoor van het ministerie van Landbouw. Toen IS hier de baas was, gebruikten ze het om bommen te maken.’ Een Nederlandse F-16 bombardeerde de fabriek in 2015, en het hele industrieterrein, en de woonwijk ernaast, gingen in rook op.
Ruim tien jaar later is de plek van het bombardement nog steeds een open wond in de stad. De gebouwen die nog overeind staan zijn veelal skeletten van afgebrokkeld baksteen en verroest metaal. Auto’s staan klaar om gerepareerd te worden in halfopen betonnen garages. Een lichtgeel gebouw met een rood dak lijkt als enige recentelijk nog een lik verf te hebben gehad. ‘Een meelfabriek’, zegt Al-Jubouri. ‘De eigenaar heeft zelf betaald om hem te herbouwen, zonder Nederlandse hulp. Hiernaast stond een ijsfabriek, maar de eigenaar kan het niet betalen om die opnieuw te bouwen.
Terwijl we rondlopen, worden we omringd door een steeds grotere groep mensen. Twee meisjes houden een spandoek omhoog met foto’s van kleine kinderen erop. Een vrouw vertelt in tranen hoe ze die dag haar dochter verloor. ‘Mijn dochter lag een jaar in coma, en overleed daarna’, zegt iemand anders. Mensen wapperen met mapjes papieren. ‘Er zijn ook veel mensen die je hier niet zult zien, sommige families zijn helemaal verdwenen’, zegt Al-Jubouri. ‘Deze mensen moeten gecompenseerd worden, dat heb ik ook tegen jullie minister gezegd.’
Niet geïnformeerd
In de nacht van twee op drie juni 2015 ontploft de bommenfabriek in Hawija, een knal die de levens van zeker 85 Iraakse burgers eist.1 Dat maakt de aanval - volgens cijfers van het Amerikaanse leger - de op een na dodelijkste van de internationale missie tegen IS in Irak en Syrië.2
Lang blijft het stil, tot NRC en NOS in 2019 onthullen dat het bombardement werd uitgevoerd door een Nederlands gevechtsvliegtuig.3 Later blijkt dat toenmalig Defensieminister Hennis op de hoogte was van mogelijke burgerslachtoffers in Hawija, maar naliet de Tweede Kamer daarover te informeren.4
Opeenvolgende ministers houden vol dat Nederland de slachtoffers niet hoeft te compenseren: de bommenfabriek was een legitiem doel, dus Nederland is niet aansprakelijk.5 Wel trekt Defensie ruim 4 miljoen euro uit voor ‘vrijwillige vergoeding’ van de ‘gemeenschap’ in Hawija. Met dit geld moet het elektriciteitsnetwerk en de infrastructuur worden opgelapt.
In januari 2025 presenteert een onderzoekscommissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager een vernietigend rapport over het bombardement.6 Nederland heeft met de aanval door gebrekkige inlichtingen een bewust risico genomen, waardoor burgerslachtoffers vielen. Bovendien heeft het kabinet voor en na de aanval in Hawija de Tweede Kamer ‘keer op keer’ onvolledig en onjuist geïnformeerd. Ten slotte stelt de commissie dat de slachtoffers in Irak te laat en te weinig hulp aangeboden kregen. Toch kunnen de slachtoffers nog steeds niet op geld rekenen. Toenmalig minister Brekelmans stelt vorig jaar ineens dat het onmogelijk zou zijn om te achterhalen wie er allemaal slachtoffer van het bombardement is.7
Defensie heeft alleen nooit moeite gedaan om hierachter te komen. Bij eerdere oorlogsmissies werd vaak ter plekke een betaling gedaan aan burgerslachtoffers en nabestaanden. Maar in het geval van Hawija negeert Nederland de zorgvuldig verzamelde dossiers van slachtoffers, zo blijkt uit onderzoek van Investico in samenwerking met BOOS en De Groene Amsterdammer.
Wij bezochten Hawija, en vonden dat het verre van onmogelijk is om te achterhalen wie er slachtoffer is.8 We troffen verschillende organisaties die in kaart brengen wie precies getroffen is door welk bombardement of dossiers verzamelen van mensen om compensatie aan te vragen. Eén ding konden ze ons allemaal vertellen: de Nederlandse staat is nog nooit langsgeweest.
‘We willen het vergeten’
‘Waarom komen jullie pas na tien jaar? Wat hebben we eraan om dit allemaal weer op te rakelen?’ Adnan Ahmed Saleh zit op de grond in zijn woonkamer, die behalve wat kussens om op te leunen geen meubilair bevat. Op de grond liggen vier lagen rood-wit Perzisch tapijt. Saleh draagt een rood-witte keffiyeh op zijn hoofd en houdt zijn wollen bruine jas aan tijdens het gesprek - naar Iraakse maatstaven is het koud buiten. Hij laat gebedskralen door zijn vingers glijden terwijl hij praat. Hij woont hier met zijn vrouw en zijn zoon, die kleine glaasjes zoete thee uitdeelt aan het bezoek. ‘We huren dit huis’, zegt Saleh. ‘Mijn eigen huis is verwoest tijdens het Nederlandse bombardement.’
‘Mijn moeder en broer waren in een ander huis van mijn familie net buiten de industriële zone.’ Het was heet die dagen, vertelt hij, en net als veel andere mensen sliepen ze op het dakterras van het huis. Toen viel de bom en was er overal licht, vertelde zijn moeder hem. Stukken staal en steen worden weggeslingerd en maken slachtoffers in straten ver van de inslag.
Het is een paar minuten rijden naar het huis waar zijn broer overleden is. Het beige huis is net als de rest van de huizen in deze wijk één verdieping hoog, met een dakterras achter een laag muurtje. Saleh gaat ons voor over een smal trapje naar het dak. Bovenaan moeten we over een uitstulping in de muur heen stappen. ‘Hier sloeg dat bomfragment in, het ging dwars door de muur heen.’
Tegen die muur lagen ze, wijst hij als we op het dakterras staan. ‘Mijn broer stond op om te kijken wat er aan de hand was en werd in zijn zij geraakt door een stuk staal.’ Hij viel over zijn moeder heen, die zich afvroeg wat de warme vloeistof was die ze voelde, zegt Saleh. ‘Ze zat onder het bloed. De hele linkerzij van mijn broer was weg.’
Zijn broer Khairallah overlijdt die nacht in het overvolle ziekenhuis van Hawija.9 Zijn moeder raakt ook gewond en overlijdt een paar weken later. ‘Tien jaar later lijden we nog steeds. We hebben geen geld om ons verwoeste huis te herbouwen en moeten ons huis huren. Geld zal mijn moeder en broer niet terugbrengen, maar help ons tenminste hiermee.’ Hij lacht minzaam als het gaat over de Nederlandse overheid, en schudt zijn hoofd: ‘Pssh. Jullie minister kwam hierheen om zijn excuses te maken, maar nam nauwelijks tijd voor de slachtoffers. We accepteren zijn excuses niet.’
Saleh kan niet langer kijken naar de plek waar hij zijn familieleden verloor. Hij wendt zich af, bedekt zijn ogen met zijn hand, zijn schouders schokken terwijl hij geluidloos huilt. ‘We willen hier niet meer over praten’, zegt hij. ‘We willen het vergeten, maar het lukt niet.’
Brekelmans is niet overtuigd
‘Hier zat jullie minister’, zegt de directeur van de Technische Universiteit van Hawija, terwijl hij ons voorgaat in een collegezaal. Op zijn telefoon laat hij video’s zien van de excuses van Brekelmans. Zulke video’s zijn de enige bewegende beelden van de minister in Hawija: in Irak was zijn bezoek zorgvuldig gepland, maar in Nederland maakte Defensie van tevoren niets bekend.10 Er waren dan ook geen Nederlandse media aanwezig, alleen een fotograaf van het ministerie.
‘Vredeszaal’, staat in gouden letters op de muur achter het podium waar Brekelmans zat. ‘Iedereen die familie, een vriend of een geliefde is verloren, wil ik condoleren’, zegt hij in de video.11 De zaal zit vol, en het is onrustig: er gaan telefoons af, de elektriciteit valt even uit en er klinkt geroezemoes. ‘Ik weet dat mijn excuses de pijn of het verlies dat jullie hebben geleden niet goedmaken’.
Brekelmans heeft wat tijd vrijgemaakt om verhalen aan te horen van slachtoffers van het bombardement.12 ‘Er waren mensen die zeiden dat ze gewond zijn geraakt, dat ze mensen hebben verloren’, zei hij na zijn bezoek tegen De Volkskrant. Maar hij is niet van alle verhalen even overtuigd: er zouden ook mensen tegen hem hebben gezegd dat ze een hoge bloeddruk hadden gekregen na de aanval.
Na de excuses rijdt de Nederlandse delegatie met de burgemeester van Hawija naar de industriële zone, waar de fabriek ontplofte. Hij kijkt hier onder andere naar projecten waar de Nederlandse overheid wél compensatiegeld voor wilde uittrekken. Nederland wilde tot nu toe alleen maar bijdragen met ‘vrijwillige compensatie’ voor de ‘gemeenschap’ in Hawija.13 In 2021 maakte Defensie ruim vier miljoen euro over naar de VN-organisaties IOM en UNDP, om bijvoorbeeld het elektriciteitsnetwerk te herstellen, en winkels opnieuw te bouwen.14 In 2023 werden de projecten afgerond, volgens Defensie met succes.
Het is moeilijk na te gaan hoeveel geld waaraan is besteed: de eindrapporten van IOM en UNDP bevatten weinig tot geen financiële informatie.15 Het ministerie van Defensie zei in 2023 tegen NRC dat zij wel beschikte over een meer nauwkeurige uitsplitsing, maar die niet mocht delen vanwege ‘interne regelgeving’ van IOM. In Hawija is vrijwel niemand die we spreken enthousiast over de projecten. ‘Zulke grote ngo’s hebben zoveel andere kosten. Er komt uiteindelijk maar weinig van het geld hier op de grond’, zegt burgemeester Al-Jubouri.
Daarnaast is er kritiek dat deze compensatie niet bij de mensen terecht komt die het het hardst nodig hebben. Families die de kostwinner zijn verloren, of hoge medische kosten hebben, hebben er weinig aan dat er nu weer licht brandt in het industriegebied van Hawija. Dat geldt al helemaal voor gezinnen die de afgelopen tien jaar uit Hawija zijn vertrokken.16 ‘Natuurlijk moet het elektriciteitsnetwerk worden hersteld’, horen we meermaals. ‘Maar dat is een taak van de Iraakse overheid, dat is geen compensatie.’
Toch beloofde minister Brekelmans na de publicatie van het Sorgdrager-rapport nog eens 10 miljoen euro aan compensatie voor de ‘gemeenschap’ in Hawija. Het is nog onduidelijk aan welke organisaties deze gelden zullen worden uitgekeerd.17
Rechtszaak tegen de overheid
De vraag of slachtoffers ook individueel op compensatie konden rekenen, komt meteen op in de Tweede Kamer als in 2019 duidelijk wordt dat Nederland verantwoordelijk was voor het bombardement.18 Nederland is niet verplicht om een schadevergoeding te betalen, zegt toenmalig minister van Defensie Bijleveld.19 Haar opvolgers Kamp en Ollongren herhalen dat: de bommenfabriek van IS was een legitiem doelwit, en Defensie had niet kunnen weten hoeveel explosief materiaal er lag.20 ‘Elk burgerslachtoffer is er een te veel’, in de woorden van Bijleveld, maar Nederland is niet aansprakelijk voor de gevolgen. ‘We zijn verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk’, wordt het mantra.21
Die redenering staat al jaren centraal in een rechtszaak die advocaat Liesbeth Zegveld namens 25 slachtoffers uit Hawija voert tegen de Nederlandse overheid.22 ‘Die bommenfabriek was legitiem militair doelwit, Nederland had alleen geen idee wat erin lag’, zegt ze. ‘Maar het was wel bekend hoeveel mensen eromheen woonden en werkten. Als je zo’n risico aanvaardt, dan zit je wat mij betreft buiten de regels van het oorlogsrecht.’ Zegveld verwacht dat de rechter begin volgend jaar uitspraak zal doen.
Terwijl de rechtszaak loopt, gebeurt er in mei 2025 in de Tweede Kamer iets opvallends. In een debat over de conclusies van de commissie Sorgdrager slaat minister Brekelmans ineens een hele andere weg in dan zijn voorgangers. Als hij vragen over compensatie beantwoordt, begint hij niet over hoe legitiem de aanval al dan niet was: het woord ‘aansprakelijkheid’ komt in zijn antwoorden niet eens voor.23
In plaats daarvan haalt hij allerlei praktische argumenten aan om de slachtoffers niet individueel te hoeven compenseren: ‘We weten immers niet per persoon in hoeverre mensen schade hebben ondervonden door wat er tien jaar geleden is gebeurd.’ Brekelmans werpt allerlei vragen op, die volgens hem onmogelijk kunnen worden beantwoord. Wie woonde er wel en niet in Hawija tijdens het bombardement? Waren dat toevallig IS-strijders of niet? ‘Als het om een bedrijfje gaat’, gaat hij verder, ‘krijg je allerlei vragen als: hoeveel inkomsten zijn er de afgelopen tien jaar misgelopen door die aanval? Geen idee.’ Iedere keer heeft de minister hetzelfde antwoord: ‘Dat kunnen wij vanuit Nederland tien jaar na dato onmogelijk vaststellen.’24
De informatie is beschikbaar
‘Wij hebben een database vol met slachtoffers’, zegt Mohammed al-Bayati. Hij is directeur van Ashor, een Iraakse stichting die mensen helpt die slachtoffer zijn geworden van de vele gewapende conflicten in Irak. Al-Bayati zet zich al jaren in voor de slachtoffers in Hawija. Hij deed in 2021, toen hij nog voor de Iraakse organisatie Al-Gad werkte, samen met de Universiteit Utrecht en de Nederlandse ngo PAX onderzoek naar de slachtoffers van het bombardement.25 Met een team van veldwerkers die het lokale dialect in Hawija goed spreken, zocht hij zoveel mogelijk slachtoffers op. ‘We spraken met meer dan 100 getroffen burgers’, zegt Al-Bayati. Mensen in Hawija weten hem sindsdien te vinden: ‘We zijn gegevens van slachtoffers blijven verzamelen.’
Zo staat de overlijdensakte van de broer van meneer Saleh, die op het dak van zijn huis werd geraakt, in de database. We zien een gewaarmerkte kopie van het document, waarin een rechter verklaart dat Khairallah Saleh op 3 juni 2015 overleed, met stempels van verschillende rechtbanken in provinciehoofdstad Kirkuk. Al-Bayati geeft ons inzage in meer dossiers, bijvoorbeeld een medisch verslag, waarin we lezen over brandwonden en andere verwondingen die het gevolg zijn van een explosie. Of eigendomspapieren van een katoenfabriek die op het industriegebied stond en verwoest werd bij het bombardement.26 ‘We hebben gegevens over meer dan 300 slachtoffers’, zegt Al-Bayati. ‘Mensen die familieleden zijn verloren, gewond zijn geraakt, of hun bezit zijn kwijtgeraakt.’
Al-Bayati heeft meermaals aan de Nederlandse overheid aangeboden om de database te delen, zegt hij: ‘Vorig jaar bijvoorbeeld aan de ambassadeur.’ Maar aan dat aanbod werd nooit vervolg gegeven. Ook de onderzoekers van PAX zeggen dat ze hun rapport wel in Den Haag hebben gepresenteerd, maar dat Defensie nooit om meer informatie heeft gevraagd.27
We vroegen het ministerie waarom het zo onmogelijk zou zijn om uit te vinden wie in Hawija slachtoffer is, terwijl er zoveel informatie beschikbaar is. Zonder ooit navraag naar deze informatie te hebben gedaan, stelt Defensie dat de informatie van PAX en Ashor niet voldoet aan ‘de juridische lat.’ Vervolgvragen over wat die juridische lat precies behelst, en of die wel bestaat, laat Defensie herhaaldelijk onbeantwoord.28
‘Wat komen jullie hier eigenlijk doen?’
‘Jullie hebben wel veel vragen over compensatie zeg.’ Generaal Safar, een norse man in een groen legeruniform - drie sterren en de Iraakse adelaar op zijn schouder - zit aan een grote houten tafel omringd door grote stapels papier in plastic mapjes. Safar werkt voor het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken, om hem heen zitten functionarissen van allerlei andere Iraakse overheidsorganen aan tafel.
Hier, in het compensatiekantoor van de provincie Kirkuk, behandelen zij de claims van Iraakse burgers die schade hebben geleden door terreur of militaire vergissingen. Irak heeft zelf namelijk ook een systeem om burgers te compenseren.29 Het maakt daarbij niet uit of iemand slachtoffer was van een aanslag van een terreurorganisatie, of van een luchtaanval door een Westers leger, zegt Safar. Terwijl hij wacht tot zijn antwoord vertaald wordt, bladert hij door de documenten voor zich, en zet hier en daar een krabbel. ‘Als iemand bewijs kan aanleveren, dan behandelen we de claim.’ Ook onderzoekt de commissie of iemand geen IS-aanhanger is geweest, zegt generaal hij: ‘IS’ers krijgen niks.’
In de hal van het gebouw wachten mensen met mapjes documenten in hun handen op een afspraak. Ook uit Hawija komen hier aanvragen binnen, maar hoeveel claims er lopen als gevolg van wat hier ‘de Nederlandse luchtaanval’ wordt genoemd, kunnen de medewerkers niet zo snel uit de systemen halen. Het kan lang duren voordat een dossier is afgesloten, zegt Safar. ‘Dit gaat over een zaak uit 2017’, zegt hij over het dossier dat hij in zijn handen heeft. En dit is nog maar een klein deel: in de andere kantoortjes in het gebouw zien we kast na kast vol met dossiers.30
Slachtoffers uit Hawija hebben niet alleen last van de lange doorlooptijden: ze lopen hier in Kirkuk ook tegen een muur van argwaan op. Het soennitische Hawija ligt in een achtergestelde regio waar IS makkelijk voet aan de grond kreeg. Het was bovendien de laatste Iraakse stad die van de terreurorganisatie werd bevrijd, en ook in Irak heerst grote angst om voormalig IS’ers te compenseren. ‘We hebben wel documenten ingediend, maar nooit meer wat terug gehoord’, horen we van slachtoffers in Hawija. Meneer Saleh kreeg bijvoorbeeld te horen dat hij het maar in Nederland moest proberen, zegt hij.
‘Maar wat komen jullie hier eigenlijk doen?’, zegt generaal Safar terwijl hij geïrriteerd opkijkt van een ander mapje dat hij aan het ondertekenen was. ‘Zijn jullie van de overheid ofzo? Waarom hebben jullie zoveel vragen over de cijfers?’
Als we uitleggen dat we journalisten zijn, die juist onderzoeken waarom het volgens Nederlandse overheid zo moeilijk zou zijn om slachtoffers in Hawija te compenseren, verplaatst de boosheid van de generaal zich: ‘Als ze iets met compensatie zouden willen, dan moeten ze hierheen komen. Wij hebben alle informatie. Maar we hebben nog nooit contact gehad met de Nederlandse overheid. Niet toen jullie minister laatst op bezoek was, niet met de ambassade, niet met het consulaat. Jullie zijn de eerste Nederlanders die hier ooit zijn.’
Als Nederland echt geïnteresseerd zou zijn in het compenseren van burgers, in de manier hoe je kunt vaststellen of iemand slachtoffer is, en of iemand misschien IS-aanhanger was, dan zou dit kantoor een goed begin kunnen vormen. Maar minister Brekelmans zei afgelopen jaar tegen de Tweede Kamer dat ‘er geen overheidssystemen zijn waarin destijds is vastgelegd’ wie welke schade heeft ondervonden: ‘We kunnen niet zeggen: die partij of die lokale autoriteit beschikt wel over de benodigde informatie.’31
We vroegen Defensie waarom nooit contact is opgenomen met het compensatiekantoor in Kirkuk. Het ministerie zegt bekend te zijn met het bestaan van het kantoor maar gaat niet in op vragen waarom nooit contact is gelegd.32
Excuses niet geaccepteerd
In het kantoor van de burgemeester van Hawija houden twee jongens een spandoek omhoog, de jongste moet op een stoel staan om het doek op te houden. De zon schijnt door de rolgordijnen naar binnen en werpt strepen op de tegelvloer. Op het doek staan in het Engels en Arabisch de woorden: ‘We eisen dat de Nederlandse overheid ons financieel compenseert voor de slachtoffers van het Nederlandse bombardement op 2 juni 2015.’ Boven de tekst staan twee gevechtsvliegtuigen die een raket afvuren. Eronder staan zeven pasfoto’s met namen erbij: Sajda, Khamisa, Imama, Rashid, Mahmoud, Ibrahim, Amal.
Het zijn de vrouw, nicht en vijf kinderen van Abdallah Rashid die op een stoel voor het doek zit. Hij heeft zijn verhaal al vaker verteld. Vorige maand nog, toen minister Brekelmans zijn excuses kwam maken, en zijn zoons ook het spandoek omhoog hielden in de collegezaal. Toch is hij deze ochtend vanuit Tikrit twee uur naar Hawija gereden om zijn ervaringen nog een keer te delen.
Rashid belandde in 2015 met zijn gezin in Hawija omdat IS de regio Salah-ad-Din, waar hij woonde, had overgenomen. Zijn plan was om richting Kirkuk te vluchten, waar de terreurbeweging niet aan de macht was, maar werd gearresteerd door IS toen hij zijn familie Hawija uit probeerde te smokkelen: ‘De volgende keer dat je dit probeert, executeren we je’, vertellen ze hem. Dus blijven ze en huurt hij een huis vlakbij de industriële zone, hij vindt een baan als koelkastmonteur. Ze wonen pas een maand in Hawija als de bom valt. Zijn kinderen, vrouw en nichtje sliepen die nacht op het dak. Hij is op dat moment samen met zijn zoontje beneden.
‘Ik ging knock-out en werd wakker met een bittere lucht in mijn neus, overal was geel en wit poeder te zien. Ik zat vast onder het puin en kon niet opstaan’, Rashid praat vlak, hij lijkt afgestompt. Als hij vertelt over zijn dochter, wiens bovenlijf en onderlijf in twee stukken lagen, begint hij te huilen. ‘De hersenen van mijn zoontje lagen over de vloer’, gaat hij verder. ‘Mijn andere kinderen riepen om hulp, maar ik kon me niet bewegen onder het puin.’ Hij riep zelf ook om hulp, maar er was niemand om hem te horen: zijn buren waren er niet meer. ‘Ik wist niet welke van mijn kinderen ik eerst moest redden.’
Het is even stil in het kantoor. Gedurende het hele gesprek houden zijn zoons het spandoek omhoog, ze beginnen steeds meer te trillen en te zweten en wisselen van hand naar hand. Hoe het nu met hem gaat? ‘Als je in mijn schoenen zou staan, hoe zou je dit verwerken?’ Hij is ziek. Hij heeft lymfeklierkanker en laat rapporten zien van de hematoloog. De overlijdensaktes van zijn vrouw, nicht en vijf overleden kinderen zijn onderdeel van de database van Ashor. De excuses van Brekelmans? Die accepteert hij niet. ‘Als je een fout maakt, moet je daarvoor boete doen’.
Burgerslachtoffers wel gecompenseerd
Lange tijd deed Defensie precies dat, als er iets misging. In eerdere oorlogen werden burgerslachtoffers wél gecompenseerd, doorgaans via zogenoemde ‘ex gratia-betalingen’. Nederland keert dan wel een (beperkte) schadevergoeding uit, maar erkent geen aansprakelijkheid33.
Tijdens de Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Uruzgan tussen 2006 en 2010 werden zulke betalingen vaak gedaan, blijkt uit lijsten die het ministerie van Defensie in 2009 vrijgaf. Vaak gaat dit om materiële schade, zoals een betaling van 500 dollar voor een ‘gebombardeerde quala’, een benaming voor een huis met bijgebouwen die in Uruzgan veel voorkomt. Of betalingen voor ‘schade aan moskee’ (100 dollar), of ‘met Bushmaster over vijf ezels heengecruised’ (500 dollar). Maar we zien ook betalingen voor ‘vrouw dood en 2 schapen gedood’ (500 dollar) en ‘schade aan quala en 2 kinderen dood’ (2000 dollar). In totaal gaf het Nederlandse leger in de eerste drie jaar in Uruzgan ruim 350 duizend euro uit aan zulke betalingen34. Defensie gebruikte toen formulieren om de schadevergoeding bij te houden, een summiere beschrijving van de schade was genoeg bewijs voor uitbetaling35.
En ook in Irak keerde Nederland al eerder geld uit zonder daarbij schuld te erkennen. In 2020 betaalde de Nederlandse overheid bijvoorbeeld een schadevergoeding aan een Irakese man die vier familieleden verloor bij een Nederlands bombardement36. Wat Defensie dacht dat een IS-hoofdkwartier in Mosul was, bleek de woning van een gezin. Het ministerie hield vol dat ‘er geen sprake van onrechtmatig geweldsgebruik is’, maar keerde toch een schadevergoeding uit.
En vorige maand maakte minister Yesilgöz van Defensie nog haar ‘oprechte excuses’ voor een andere vergisbom op Mosul, uit 201637. Zeven onschuldige burgers kwamen hierbij om het leven. Defensie zegt contact op te nemen met advocate Liesbeth Zegveld, die de slachtoffers bijstaat, voor een schadevergoeding. ‘Het is heel goed dat Defensie hier onderzoek doet, excuses maakt en een schadevergoeding uit wil keren’, zegt Zegveld. ‘Maar in principe is er geen verschil tussen deze zaak en Hawija. In Hawija gaat het alleen om veel meer mensen.’
Het is dus voor Defensie wél mogelijk om mensen vrijwillig en individueel te compenseren zonder aansprakelijk te zijn voor de schade. ‘Maar die betalingen dienden destijds ook een militair belang’, zegt Lauren Gould. Zij is conflictwetenschapper aan de Universiteit Utrecht en gaf leiding aan het onderzoek met PAX en Al-Ghad naar het burgerleed in Hawija. ‘Tijdens de eerdere oorlogen in Afghanistan en Irak had Nederland ook troepen op de grond’, legt Gould uit. ‘Toen was de gedachte om de hearts and minds van de burgers te veroveren: het sentiment ten aanzien van de coalitie moest zo positief mogelijk blijven. En als er dan wat misgaat, dan betaal je dus.’
De afgelopen tien jaar is het Westen niet gestopt met oorlog voeren, zegt Gould, maar de manier van oorlogvoeren is wel veranderd. ‘We bombarderen nu vooral vanuit de lucht. Dat zag je in Irak, Syrië, Libië, en nu weer in Iran. Dan heb je veel minder risico voor je eigen soldaten.’ Toen de VS en Europese landen hun grondtroepen teruggetrokken uit Afghanistan en Irak, investeerden ze ook minder in teams die burgerslachtoffers in kaart brachten, en verdwenen de betalingen grotendeels, zegt Gould. ‘Dan concludeer ik dat die betalingen vooral vanuit een militair-strategisch oogpunt werden gedaan, en niet vanuit een inzicht dat je mensen tegemoet wil komen.’
Westerse overheden verkopen zulke luchtaanvallen aan het thuisfront als een ‘schone oorlog’, met slimme bommen die alleen de juiste doelwitten raken, vertelt Gould. ‘Maar er is niet zoiets als een schone oorlog: oorlog gaat altijd over dood en verwoesting. We zien eigenlijk een wereld vol Hawija’s, of het nu in Gaza, Libanon of Iran is.’
Deze publicatie kwam mede tot stand met steun van het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited en het Vfonds.
Investico werkt altijd samen met andere media. Zo versterken we de onderzoeksjournalistiek in Nederland.
Reactie Defensie
In een reactie op onze bevindingen, stelt Defensie dat het ‘waarde hecht aan het voorkomen van burgerslachtoffers’, maar dat het ‘haast onmogelijk is te achterhalen wie in Hawija welke schade heeft ondervonden door de secundaire explosie.’ Het ministerie gaat niet in op vragen over manieren om meer uit te vinden over slachtoffers, zoals de database van Ashor, of het compensatiekantoor in Kirkuk. Alle vragen over de manier waarop Defensie heeft gepoogd om meer uit te vinden over de slachtoffers, doet het ministerie af met de boodschap dat het onmogelijk zou zijn.
Een van de adviezen van de commissie Sorgdrager aan Defensie was om beleid te maken zodat het in de toekomst duidelijk is hoe burgerslachtoffers gecompenseerd worden. Dat beleid komt er niet. Defensie laat in een reactie weten dat het ‘per geval kijkt wat we richting nabestaanden kunnen doen, als er onverhoopt burgerslachtoffers gemaakt worden. Hoewel de uitkomst hetzelfde lijkt, is elke casus vaak heel anders’. De volledige vragenlijst en reactie van Defensie is te lezen bij de verantwoordingsdocumenten boven dit stuk.
-
Er worden verschillende aantallen burgerslachtoffers gehanteerd. Meteen na de aanval schatte het Amerikaanse leger, mede op basis van schattingen in Hawija zelf, dat er 70 burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. Het Rode Kruis sprak in communicatie met de Nederlandse overheid zelfs over 170 burgerdoden, hoewel onduidelijk blijft waar dit aantal op gebaseerd is. Merk op dat beide getallen al bij Defensie bekend waren, ver voordat media in 2019 onthulden dat het Nederland hiervoor verantwoordelijk was, en dus ook ver voordat de minister de Kamer informeerde. PAX (samen met de Universiteit Utrecht en Al-Ghad) en Airwars deden in Hawija onderzoek, en concludeerden dat er minimaal 85 burgerslachtoffers geïdentificeerd konden worden. Dat getal houden wij hier aan.
Het is belangrijk om te benadrukken dat dit een ondergrens is: op het moment van het bombardement waren er veel binnenlandse vluchtelingen uit Irak in Hawija. Veel van hen verbleven op het gebombardeerde industrieterrein. Omdat zij minder bekend waren in de lokale gemeenschap, is de kans groot dat veel van hen niet zijn meegenomen in de tellingen. ↩
-
In 2021 maakte de New York Time honderden documenten van het Pentagon openbaar onder de noemer Civilian Casualty Files. De 70 burgerdoden in Hawija op 2 juni 2015 worden alleen overtroffen door 105 burgerdoden bij een aanval op Mosul op 17 maart 2017. ↩
-
Lees het eerste NOS-artikel hier en het eerste NRC-artikel hier. Beiden werden gepubliceerd op 18 oktober 2019. ↩
-
Lees er bijvoorbeeld over in dit artikel van de NOS. De Commissie Sorgdrager concludeert dat Hennis kort na de aanval in 2015 medegedeeld kreeg dat er ‘waarschijnlijk’ burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. Ze zou dit niet tegen de Kamer hebben gezegd omdat ze zekerheid wilde, maar toen ze die zekerheid had, informeerde ze ook de Kamer niet. ↩
-
Toenmalig minister Bijleveld nam die positie meteen in 2019 in nadat bekend werd dat Nederland verantwoordelijk was, en kwam in 2020 met de ‘vrijwillige compensatie’ voor de ‘gemeenschap’ in Hawija. Haar opvolgers Kamp en Ollongren hielden dit vol, bijvoorbeeld in dit antwoord op Kamervragen uit 2023: ‘In 2020 is door het kabinet besloten tot een vorm van vrijwillige compensatie gericht op de gemeenschap in Hawija in plaats van een vorm van individuele compensatie. De argumentatie om op deze manier als Nederland verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van onze wapeninzet is met de Kamer gedeeld.’ ↩
-
Lees hier meer over het rapport Sorgdrager. Alle hierna aangehaalde citaten komen uit de conclusie van het rapport. ↩
-
Lees het debat hier terug. Brekelmans zegt: ‘Als het gaat om individuele compensatie, is al gezegd dat dit, als we het al zouden willen doen, praktisch heel moeilijk is, maar het is eigenlijk gewoon onmogelijk.’ Zoals later in het stuk ook wordt uitgelegd komt het hele legitimiteitsargument niet ter sprake. ↩
-
Samen met BOOS reisden we tussen 7 en 13 februari 2026 naar Irak. We brachten drie dagen in Hawija door, en één in Kirkuk. We spraken uitgebreid met vijf families die slachtoffer zijn van het bombardement, en kort met een grote groep anderen. Daarnaast spraken we met bestuurders in zowel Hawija als Kirkuk, en met verschillende organisaties die zich inzetten voor de slachtoffers. ↩
-
Veel slachtoffers werden na het bombardement naar het ziekenhuis gebracht, maar konden daar niet terecht. Het ziekenhuis werd door IS bestuurd, en wilde in principe alleen gewonde IS’ers behandelen. Verschillende slachtoffers die we spraken, vertelden dat ze naar Mosul werden gestuurd, ruim 3 uur rijden vanaf Hawija. ↩
-
Er verscheen alleen dit persbericht na de komst van Hawija. ↩
-
Investico en BOOS kregen meerdere video’s van aanwezigen van de bijeenkomst. ↩
-
Brekelmans sprak in drie verschillende sessies met mensen in Hawija. Eentje met officials als de burgemeester en de gouverneur van Kirkuk, eentje met mensen uit de ‘gemeenschap’ waar een beetje onduidelijk blijft wie dit precies waren, en een derde met slachtoffers, waaronder Abdallah Rashid, die later in het stuk staat. Aanwezigen zeggen dat hij tussen een halfuur en een uur nam voor die laatste sessie. ↩
-
Minister Bijleveld gaf in 2021 de opdracht voor deze projecten. Lees er hier op de website van Defensie meer over. ↩
-
Het United Nations Development Programme (UNDP) kreeg 1,7 miljoen euro om het elektriciteitsnetwerk te herstellen, onder andere door een nieuw substation te plaatsen. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) had de meer diffuse taak om de ‘infrastructuur’ te herstellen. Dat deden ze door puin te ruimen (hoewel de puinruimer nooit voorbij de douane kwam), te onderzoeken hoe de landbouw hersteld kon worden, en winkels te herbouwen die zijn verwoest. ↩
-
NRC zette in dit verhaal goed uiteen hoe vaag deze rapporten zijn. Naast het gebrek aan financiële informatie blijft het ook onduidelijk hoeveel winkels er nu zijn hersteld (of alleen maar geïdentificeerd om te herstellen). ↩
-
Vredesorganisatie PAX schreef hier meer over in het rapport ‘Compensatie in Hawija: onvoldoende en ineffectief’. ↩
-
Defensie schrijft in haar reactie aan ons: ‘Er zijn meerdere overleggen, online en fysiek, geweest met community leaders in Hawija. […] Het is nog niet bekend wanneer dit proces is afgerond.’ ↩
-
In het eerste debat over de aanval, op 5 november 2019, vraagt toenmalig GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks bijvoorbeeld waarom minister Bijleveld niet over wil gaan tot compensatie. Als Bijleveld wijst op ontwikkelingssamenwerking zegt Diks dat die compensatie echt verder moet gaan dan ‘wat ontwikkelingsspiegeltjes en -kralen’ ↩
-
‘Er is geen onrechtmatige daad gepleegd en er is dus geen sprake van een juridische verplichting tot schadevergoeding’, zei Bijleveld in hetzelfde debat. ↩
-
In 2020 maakte Defensie de ‘Collateral Damage Estimate’ openbaar, dit is de procedure die het Amerikaanse leger doorloopt om het risico op burgerslachtoffers in te schatten. Lees er hier bijvoorbeeld over in NRC. Later maakte het Amerikaanse ministerie van Defensie ook stukken openbaar over het onderzoek naar burgerslachtoffers in Hawija. In die stukken leggen Amerikaanse legerofficiers met militaire afstandelijkheid uit dat de wens om burgerslachtoffers te minimaliseren vaak tegenover de ‘kinetische effecten’ van een bombardement staan: het is simpelweg ingewikkeld om een gebouw tot op de grond te bombarderen zonder burgerslachtoffers. In deze stukken staat ook expliciet dat er niet kon worden ingeschat hoeveel bommen er in de bommenfabriek lagen, maar dat de ‘Chief of Targets’ daarom ook twijfels had bij het bombardement, wat toch doorging. ↩
-
‘Wij zijn verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk. Dat is het ingewikkelde verschil’, zei Bijleveld meteen in het debat in 2019 al. ↩
-
Zegveld voert de zaak namens 11 families, die in totaal dus uit 25 slachtoffers bestaan. Mocht de rechter in haar voordeel besluiten en een schadevergoeding toewijzen, dan verwacht ze dat er vervolgens meer mensen zich zullen melden. ↩
-
Brekelmans zei dit in het debat op 15 mei 2025 in de Kamer. ‘Als het gaat om individuele compensatie, is al gezegd dat dit, als we het al zouden willen doen, praktisch heel moeilijk is, maar het is eigenlijk gewoon onmogelijk. We weten immers niet per persoon in hoeverre mensen schade hebben ondervonden door wat er tien jaar geleden is gebeurd.’ ↩
-
Al zijn redeneringen zijn terug te lezen in het verslag van het debat van 15 mei 2025. ↩
-
Het resultaat van het onderzoek is het rapport After the strike. Lees het hier terug. ↩
-
Al deze stukken zijn in het bezit van Investico en BOOS. Om privacy-redenen kunnen we die hier niet delen. ↩
-
Zowel PAX-auteur Erin Bijl, als Lauren Gould van de Universiteit Utrecht benadrukken dit. Daarnaast zeggen ze dat het nooit het doel van het rapport is geweest om een ‘juridische lat’ te halen: ze tekenden simpelweg de ervaringen op van mensen in Hawija. Maar Defensie heeft nooit om het achterliggende materiaal gevraagd. ↩
-
Defensie citeert in hun reactie minister Brekelmans, die in de Kamer zei: ‘[…] dat als je nagaat aan welke juridische lat het zou moeten voldoen, kunnen we ook niet zeggen: die partij of die lokale autoriteit beschikt wel over de benodigde informatie.’ En later: ‘Zonder afbreuk te doen aan de moeite die is gestoken in [het rapport van PAX, UU en Al-Ghad], voldoet de informatie over wie slachtoffer zou zijn en welke schade er sprake zou zijn, naar het oordeel van Defensie niet aan de benodigde juridische zekerheid omtrent causaliteit.’ ↩
-
Deze kantoren zijn ingesteld onder Wet nummer 20 uit 2009 van de Iraakse overheid. Lees er hier meer over. ↩
-
Tijdens ons bezoek lagen er in een hele rij kantoortjes overal stapels papier in kasten. ↩
-
Brekelmans zei ook dit in het debat op 15 mei in 2025, over de conclusies van de commissie Sorgdrager. ↩
-
Zie hier voor de volledige reactie van Defensie. ↩
-
‘We zien echter dat staten steeds vaker toch overgaan tot vrijwillige compensatie, zogenaamde ex-gratia betalingen. Hierbij erkent de staat geen juridische aansprakelijkheid, maar wordt de schade wel vergoed’, blijkt uit dit document. ↩
-
Blijkt uit een Wob-verzoek van RTL uit 2009 waarin Defensie gevraagd werd over ‘de uitgekeerde vergoedingen, compensaties of anderszins genoemde betalingen vanwege materiële of immateriële schade aan Afghaanse slachtoffers of nabestaanden van Nederlands handelen in Afghanistan’. Hierop werden lijsten gepubliceerd van alle ex gratia betalingen tijdens de missie. Op 18 december 2009 werden de documenten openbaar gemaakt. De lijst met betalingen staat bovenaan dit stuk bij de verantwoordingsdocumenten. ↩
-
Bijgevoegd aan deze rechtszaak zaten formulieren die door Defensie werden gebruikt om betalingen te kunnen doen aan slachtoffers in Chora, Afghanistan. ↩
-
Blijkt onder meer uit dit bericht van het AD van 4 november 2019 over Bassim Razzo, de man die door Defensie gecompenseerd werd voor het vergissingsbombardement op zijn huis. ↩
-
Blijkt onder meer uit dit bericht van NOS, ↩
Wilt u onafhankelijke onderzoeksjournalistiek ondersteunen? Word Vriend van Investico