Het aantal slachtoffers dat een verkrachting meldt bij de politie steeg de afgelopen zeven jaar met zestig procent. Dat heeft echter niet geleid tot een even grote toename in aangiften en ook het aantal rechtszaken en veroordelingen van daders van verkrachtingen bleef vrijwel gelijk, zo blijkt uit cijfers die Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico heeft onderzocht voor Trouw en De Groene Amsterdammer.

Slachtoffers die een verkrachting melden bij de politie, worden soms ontmoedigd om daadwerkelijk aangifte te doen, zeggen slachtofferadvocaten en blijkt mede uit onderzoek van de Inspectie van Justitie en Veiligheid. Daardoor blijft het aantal justitiële onderzoeken en veroordelingen achter bij de toegenomen meldingsbereidheid.

Sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 worden cijfers centraal bijgehouden. Waar in 2013 nog 1.245 slachtoffers naar de politie stapten met een melding over verkrachting, was dat in 2019 gestaag gestegen naar 2.000, aldus het Centraal Bureau voor Statistiek. Een toename van zestig procent. Die kan worden verklaard door verbeterde hulpverlening en een veranderende seksuele moraal, denkt het Centrum Seksueel Geweld, een organisatie voor hulpverlening. Zo heeft de #MeToo-beweging een taboe doorbroken voor slachtoffers van een ongewenste seksuele ervaring om van zich te laten horen.

Gat tussen melding en aangifte groeit

Een melding bij de politie is nog geen aangifte. Na een melding volgt eerst een informatief gesprek met een zedenrechercheur. Die legt uit wat een slachtoffer kan verwachten als zij of hij aangifte doet, en vraagt naar details en feiten om erachter te komen of datgene wat er is gebeurd ook strafbaar is.

Het gat tussen meldingen en aangiftes groeit, blijkt uit de cijfers. De politie verschafte alleen gegevens van de afgelopen vijf jaar, waaruit blijkt dat in 2015 nog 49 procent van de meldingen uitmondde in een aangifte. Vorig jaar was dat gedaald naar 38 procent. Onbewuste ontmoediging kan hierin een rol spelen, concludeerde de Inspectie Justitie en Veiligheid onlangs. Ook al is de intentie van zedenrechercheurs goed, slachtoffers kunnen zich volgens hen gestuurd voelen om geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat tijdens het gesprek impliciet of expliciet over de slagingskans van een zaak wordt gesproken.

Volgens de korpsleiding van de politie is er een andere mogelijke verklaring voor het gat tussen meldingen en aangiftes: “Mensen worden mondiger en melden zich eerder bij de politie om aangifte te doen. Maar misschien constateren we dat er geen strafbaar feit is gepleegd of dat daarvoor te weinig bewijs bestaat”, aldus een woordvoerder.

Ook één stap verderop, bij het Openbaar Ministerie, stranden veel zaken. Bijna zestig procent van de verkrachtingsdossiers die op het bureau van de officier van justitie belanden, wordt niet verder in behandeling genomen (een sepot), vaak vanwege gebrek aan bewijs. Dat percentage is al jaren nagenoeg gelijk. Dat geldt ook voor het aantal verkrachtingszaken dat het OM en rechters daadwerkelijk behandelen. De aantallen schommelen, zo gaat het bij de rechtbanken jaarlijks om grofweg tussen de 130 en 180 zaken.Uiteindelijk leidt ongeveer een op de vijf aangiftes tot een veroordeling bij de rechter. Ook dat is al jaren vrijwel hetzelfde.

Nieuwe wet zedenzaken

Justitieminister Ferd Grapperhaus kondigde eerder al aan dat hij slachtoffers van zedenmisdrijven beter wil beschermen. Voor verkrachting moet onder de huidige wet worden bewezen dat er sprake was van dwang. Hij kwam met een wetsvoorstel waarin nu ook ‘seks tegen de wil’ strafbaar wordt gesteld. Dat is voor de gevallen waarin de dader weet of had moeten weten dat het slachtoffer geen seks wil, maar waarin dwang niet bewezen kan worden. 

Volgens de minister kunnen door de wetswijziging straks meer slachtoffers aangifte doen. Maar of het ook tot meer veroordelingen leidt, daarover is de Raad voor de rechtspraak sceptisch. In een wetgevingsadvies sprak de raad over een ‘winstwaarschuwing’ naar de samenleving, omdat de minister veel te optimistisch is dat seksuele misdrijven straks makkelijker bewezen kunnen worden. Dat terwijl de nieuwe wet het punt waar de meeste zaken op vastlopen niet verandert, aldus de rechters: veel seksuele misdrijven vinden plaats in een een-op-een-situatie en er is onvoldoende ondersteunend bewijs.

Lees dit nieuws bij De Groene Amsterdammer en in Trouw of zie de geannoteerde versie van het hele onderzoek.

 

 

Auteurs

Jolanda van de Beld

Jolanda van de Beld studeerde Nederlands, politicologie en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt ook als freelance …
Profiel-pagina

Anouk Kootstra

Anouk is gepromoveerd in de politicologie aan de Universiteit van Manchester. Ze werkt ook als docent aan de Universiteit van Amsterdam. …
Profiel-pagina