Nieuws
‘Zo raken kinderen kwijt en vogelvrij’
Door wachtlijsten in de jeugdbescherming hebben ruim 200 kinderen in Nederland geen vaste voogd. Dat blijkt uit cijfers die Investico en Trouw opvroegen bij de organisaties voor jeugdbescherming. Het gaat om kinderen waarover de ouders geen gezag meer hebben. Zonder vaste voogd ontbreekt een persoon die de veiligheid van het kind in de gaten houdt en belangrijke beslissingen neemt, bijvoorbeeld over medische ingrepen of schoolkeuze.
“Dit kan absoluut niet”, zegt hoogleraar Mariëlle Bruning. “Er moet altijd iemand zijn die zicht houdt op het kind en de verantwoordelijkheid neemt. Dat is iets dat Nederland als beschaafd land moet bieden.” Jurist Joost Huijer noemt het ‘een heel ongewenste situatie’ dat kinderen zonder vaste voogd zitten. “Het gaat om wezenlijke beslissingen, die de voogd moet nemen. Iemand moet een handtekening zetten als het gaat om medische dingen, schoolkeuze, inzet jeugdhulp, paspoorten. Nu moet een medewerker van de jeugdbescherming dat doen zonder uitgebreide dossierkennis, en waarschijnlijk zonder het kind goed te kennen”, zo zegt de onderzoeker aan de Universiteit Utrecht.
Voogdij toewijzen
De veertien Nederlandse jeugdbeschermingsorganisaties zijn samen verantwoordelijk voor de voogdij over zo’n 7.500 kinderen. Zij hebben vaak een geschiedenis in de jeugdzorg achter zich. Meestal zijn ze eerst bij hun ouders weggehaald omdat volgens de rechter de situatie thuis niet veilig was, of hun ontwikkeling ernstig werd bedreigd. Zo’n uithuisplaatsing is in principe tijdelijk. Een kind komt dan in een pleeggezin, gezinshuis of jeugdzorginstelling terecht.
Als duidelijk wordt dat kinderen niet terug naar huis kunnen, beslist de rechter om het gezag van ouders te beëindigen. De rechter kan de voogdij toewijzen aan de pleegouders, bijvoorbeeld als een kind al langer in een pleeggezin woont. Maar in de meeste gevallen neemt een jeugdbeschermingsorganisatie de voogdij op zich. Zij moet dan een jeugdbeschermer aanwijzen als vaste voogd. Deze voogd onderhoudt ‘veelvuldig’ persoonlijk contact met het kind, houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg, en regelt dat het ouders en andere familieleden kan blijven zien, voor zover mogelijk, zo staat in afspraken tussen de jeugdbescherming en de overheid.
Ook houdt de voogd de veiligheid van het kind in de gaten, vertelt Bruning. “In een instelling is het risico op geweld twee keer zo groot als in een gezin. In pleeggezinnen is het risico even groot als in gewone gezinnen. Maar kinderen in pleeggezinnen zijn extra kwetsbaar en mogelijk minder mondig. Dus het is heel belangrijk dat er een voogd is die één-op-één met een kind spreekt.”
Landelijk tekort
De jeugdbeschermingsorganisaties zeggen dat ze niet anders kunnen dan kinderen op de wachtlijst plaatsen voor een voogd, omdat er landelijk een tekort is aan jeugdbeschermers. Ook vallen medewerkers weg door ziekte of vertrek. De kinderen op de wachtlijst komen onder de hoede van teams van medewerkers, soms met een vast contactpersoon, maar die draagt niet de verantwoordelijkheid van een vaste voogd.
Pleegouders en ouders geven aan dat dit noodverband tekortschiet. Zo is er, mede door het ontbreken van een vaste voogd, vaak jarenlang geen contact tussen ouders en kind. Ook vinden pleegouders het lastig dat steeds andere mensen belangrijke beslissingen moeten nemen over het kind, bijvoorbeeld bij medische behandeling.
Tijdelijke medewerkers kunnen een vaste voogd niet vervangen, vindt ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, omdat er geen sprake is van ‘betekenisvol contact’ met het kind. Bruning onderschrijft dat. “De voogd moet ook beslissingen nemen over school, over een sportclub. Daarvoor moet je elkaar kennen”, zegt Bruning.
Lees hier meer over ons onderzoek bij dagblad Trouw.
Wij blijven onderzoek doen naar de kinderbescherming in Nederland. Wilt u met ons in contact komen? Dat kan via redactie@platform-investico.nl.