Onderzoek met bronnen
Opgebrand, of kun je nog even door?
of Lees het onderzoek bij De Groene Amsterdammer
Nieuwe opvangplekken moeten dakloze arbeidsmigranten aan werk helpen. De overheid noemt het een succes, maar hulpverleners zien dezelfde mensen terugkeren nadat ze opnieuw hun baan en bed verliezen.
‘I don’t care what work, I work so hard. But not black, I don’t work black.’ Paul (52), een Roemeense man, zit met twee vrienden in de kantine van de Stadsbrug, de daklozenopvang in Utrecht. Het is de tweede keer in een half jaar dat ze hier een slaapplek krijgen. Ze proberen het gezellig te maken in de vochtige, drukke eetzaal. Op tafel ligt een gedroogd worstje, over de brie schenken ze wat honing. Paul laat een foto zien waarop hij in werkkleding in een veld met roze en oranje tulpenbollen staat: ‘Mooi, maar zo zwaar.’
Paul komt af en aan naar Nederland voor werk. Vijf jaar geleden solliciteerde hij samen met zijn vriend naast hem in een fabriek waar ze metaal scheiden. Ze draaien lange dagen, maar hebben onderdak, inkomen en een contract. Tijdelijk, dat wel, maar elke maand wordt het verlengd. Tot ze na twee jaar ineens de limiet bereiken. ‘Zonder waarschuwing werden we eruit gegooid.’
Ze komen in de molen van het uitzendwerk terecht. Een week werk in een fabriek, dan weer een week als chauffeur, tussen de klussen door overnachten ze soms op straat, soms in de opvang. Daar melden ze zich voor bij Barka, een Poolse stichting die sinds 2012 kwetsbare en dakloze EU-burgers in Nederland begeleidt, en helpt bij het zoeken van werk.
‘Alles om niet dakloos te worden’, zegt Paul. Na begeleiding van Barka neemt hij een klus aan in de tulpenbollenteelt. Maar Paul wil een contract, iets waarmee hij rechten opbouwt in Nederland. ‘We wachtten een dag, dat werd een week, en steeds maar weer vertelden ze dat het contract er echt aankwam.’ In de tussentijd werken ze in de stromende regen, lange winterdagen in de bollenvelden. ‘Elke schoen weegt vijf kilo van het water waar je in staat. Na een dag werk krijg je cash waarop je huur is ingehouden en waarmee je acht kilometer naar de dichtstbijzijnde bakker kunt lopen voor een brood. En dan kan je daar alleen met pin betalen.’ Hij zucht. ‘Het is een geïsoleerd leven.’
De mannen houden voet bij stuk, ze hebben recht op een contract en dus zet de werkgever hen na een maand op straat. Weer kloppen ze aan bij Barka en de opvang. Daar mogen ze overnachten, op voorwaarde dat ze opnieuw solliciteren: ze krijgen een lijst van uitzenders waar ze het opnieuw mogen proberen.
Verdriedubbeling dakloze arbeidsmigranten
Het aantal dakloze arbeidsmigranten nam de afgelopen jaren sterk toe. Naar schatting is zo’n zeventig procent van de mensen die op straat slapen een oud-arbeidsmigrant. Vorig jaar schatte het Leger des Heils dat het om tienduizend mensen gaat1, een verdriedubbeling sinds 2021. In 2023 overleden er zelfs vijftien dakloze EU-arbeidsmigranten op straat, schat de instantie.2
Zes gemeenten3 besluiten daarom in 2023 om tijdelijke opvanglocaties te openen voor dakloze arbeidsmigranten ‘met motivatie en perspectief’. Vanuit de opvang worden zij zo snel mogelijk terug begeleid naar nieuw werk met huisvesting of terug naar het land van herkomst. Rijk en gemeenten achten de aanpak succesvol, vorige maand werd bekend dat nog eens acht gemeenten zo’n opvanglocatie krijgen. Het budget gaat omhoog van zeven naar dertien miljoen euro per jaar.4
De laatste jaren was er vooral veel aandacht voor arbeidsmigranten die terug naar huis moesten. Een grotere groep wordt echter vanuit de opvangcentra terug begeleid naar werk. Om te zien hoe die ‘arbeidsactivering’ van dakloze EU-migranten eruitziet, bezocht Investico opvanglocaties door het hele land, en spraken we met tientallen arbeidsmigranten, hulpverleners, juristen en uitzendbureaus.
Uit ons onderzoek blijkt dat arbeidsmigranten vanuit de opvang linea recta teruggeleid worden naar werk in sectoren waar al jaren sprake is van uitbuiting en slechte arbeidsomstandigheden. Ze werden dakloos door tijdelijke contracten, psychische problemen, verslaving of omdat ze het zware werk niet meer aan konden. Met hun baan verloren ze ook hun woning. Toch krijgen ze in de opvang alleen hulp als ze weer dat kwetsbare systeem in gaan. Hulpverleners zien regelmatig arbeidsmigranten opnieuw aankloppen bij de opvang, omdat ze wederom hun baan en huis verliezen. Sommige hulpverleners vragen zich hardop af of deze draaimolen wel zinvol is. ‘Je weet dat iemand niet meer mentaal en fysiek sterk is. Toch stuur je iemand terug naar heel hard, saai, repetitief werk.’
Een gevoelskwestie
‘Ze moeten vooral nog iets willen en dat aan ons laten zien.’ Vanachter een glazen wand kijkt Miriam Cremers van het Leger des Heils uit over de woonkamer van de opvang voor dakloze arbeidsmigranten in Eindhoven. Het is een witte ‘paviljoen’-tent op een braakliggend terrein naast de A2. Op hetzelfde terrein staat een opvang voor vluchtelingen. De verwarming in de tent loeit hard. Carla, een vrouw van eind veertig, prikt aan de eettafel in haar magnetronmaaltijd. Gisteren zette haar voormalig werkgever haar af voor de deur, vertelt Cremers.
Samen met haar collega Carola Stal houdt ze alles goed in de gaten in de opvang. Wie ‘s ochtends op tijd opstaat en gaat solliciteren, en wie lang in bed blijft liggen en na het ontbijt de deur uit gaat. ‘Meestal een slecht teken’, zegt Cremers. Ze maakt een gebaar alsof ze een fles drank achterover slaat. Als ze zien dat de motivatie inzakt, gaan ze in gesprek.
De opvang in Eindhoven opende eind 2023 als een van de zes pilots voor gemotiveerde arbeidsmigranten. Beoordelen wie precies gemotiveerd is, is volgens Cremers vooral een gevoelskwestie. Als iemand binnenloopt, hoeven Cremers en Stal elkaar vaak alleen maar aan te kijken. ‘Dan zien we vaak al of het iets wordt.’
Eenmaal binnen hebben de arbeidsmigranten ongeveer een week de tijd om nieuw werk te vinden. Daarvoor zijn de zogenaamde ‘werkstations’ in de opvang. Drie computers met daarnaast lijsten met uitzendbureaus om bij te solliciteren. ‘Toen we begonnen mochten mensen hier drie weken blijven’, vertelt Cremers. ‘Maar dan zag je dat ze de eerste twee weken in de pauzestand terechtkwamen. Toen dachten we: dat kan actiever.’ Nu blijven mensen er gemiddeld acht dagen.
Dakloze arbeidsmigranten worden al jarenlang geweigerd in de reguliere daklozenopvang omdat gemeenten er vaak van uitgaan dat zij daar geen recht op hebben. Experts wijzen erop dat deze handelswijze juridisch geen stand houdt. Volgens de wet moet iedere EU-burger die drie maanden of langer in Nederland heeft gewerkt of gewoond, tot op zekere hoogte net zo behandeld worden als een Nederlandse burger.5 Dat betekent een gelijk recht op opvang, zorg, bijstand en soms zelfs een sociale huurwoning. Maar volgens experts willen gemeenten nauwelijks controleren of dakloze arbeidsmigranten deze rechten hebben opgebouwd.
Volgens een evaluatie uit 2024 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is de pilotopvang dan ook niet gericht ‘op het bepalen of iemand recht heeft op toegang tot sociale voorzieningen’, maar ‘op snel perspectief bieden middels werk of terugkeer’.6
Krenten uit de pap
‘We willen geen valse verwachtingen creëren’, zegt Larisa Melinceanu, adjunct-directeur bij Stichting Barka die de dakloze arbeidsmigranten begeleidt. ‘Niemand wordt langdurig aan de hand genomen.’ De pilot werkt daarom volgens een principe dat Melinceanu ‘de energie van de crisis’ noemt: het moment waarop iemand net zijn slaapplek of baan kwijt is, is ook het moment waarop hij het meest ontvankelijk is voor hulp. Wie al maanden op straat leeft, is ‘veel moeilijker te bereiken’. Zo worden bij de opvang de krenten uit de pap gevist.
Het is volgens Melinceanu onmogelijk om ‘ingewikkelde casussen’ toe te laten. Zij hebben langdurige zorg nodig, wat Barka niet voor elkaar kan krijgen. ‘Dus moeten we realistische verwachtingen creëren. Iedereen kan zeggen dat hij nog wil werken, maar als je niet fit genoeg bent, fysiek dan wel mentaal, houdt je dit werk niet vol.’
Dat blijkt ook uit de hoeveelheid terugkerende arbeidsmigranten naar de opvang. In Eindhoven meldden zeventig mensen zich opnieuw sinds de start van de pilot in 2024. Ook op andere plekken vertellen hulpverleners dat veel arbeidsmigranten vaker dan één keer aankloppen. Na een lange tijd varkens slachten of ‘elke drie seconden een kip ophangen’ in een abattoir kunnen mensen het werk niet meer opbrengen, of zijn ze getraumatiseerd.
Hoewel overheden met fors meer opvanglocaties gaan starten zijn dit officieel nog steeds ‘pilots’. Gemeenten mogen zelf experimenteren hoe lang ze iemand willen opvangen en welke regels er in de opvang gelden. Zo kon Eindhoven ervoor kiezen om de termijn van drie weken los te laten en mensen voortaan zo kort mogelijk op te vangen. Ondertussen mag je in Venlo twee weken blijven en is er in Utrecht enkel een nachtopvang waar je pas om 18.00 uur naar binnen mag.
Op alle plekken geldt dat je gemotiveerd moet zijn om te mogen blijven, maar hulpverleners kunnen zelf beslissen hoe ze dat beoordelen. In Rotterdam vertellen ze dat ze motivatie proberen aan te wakkeren door arbeidsmigranten te belonen met punten als ze schoonmaken, solliciteren of andere klusjes doen. Met deze punten kunnen ze sigaretten of een VVV cadeaukaart krijgen. In Venlo tonen arbeidsmigranten bijvoorbeeld pas aan dat ze gemotiveerd genoeg zijn voor een bed als ze vijf keer op tijd komen op een afspraak met een hulpverlener van Barka. Tot die tijd moeten ze op straat blijven.
‘Mooi stukje dagbesteding’
Waar arbeidsmigranten in de meeste pilots meteen op zoek moeten naar nieuw werk, zit daar in Arnhem nog een stap tussen. De gemeente wil eerst weten of iemand nog wel ‘werkfit’ is. Als voorwaarde voor opvang volgen arbeidsmigranten daarom drie maanden een arbeidsactiveringstraject. Pas daarna mogen ze solliciteren op een nieuwe baan bij een uitzendbureau.
Vier dagen per week worden arbeidsmigranten om acht uur ‘s ochtends in een busje van de opvang in Arnhem naar een loods van sociale werkplaats EN-werkt gereden. Tot drie uur ‘s middags werken ze daar in de recycling.
Door de loods galmt deze ochtend Poolse radio. Drie mannen gaan met een zaag trolleywieltjes te lijf en verdelen ijzeren staven en kunststof over twee bakken. Verderop zijn twee vrouwen bezig met het lostrekken van synthetische kevlar-draden uit autobanden. Een man knipt met een tang ijzeren haakjes van kleerhangers los. Weer een ander stapelt met een heftruck pallets gerecycled materiaal op elkaar.
‘Stappen in het productieproces, die bedrijven niet willen doen omdat ze te kostbaar zijn, zijn zo een mooi stukje dagbesteding voor de arbeidsmigranten in het traject’, vertelt Djuan Khalil, projectleider bij EN-werkt. De organisatie helpt al langer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk. Tot voor kort waren dat Nederlanders uit instellingen voor psychische en verslavingszorg. Maar sinds vorig jaar kwamen arbeidsmigranten daarbij.
Er lopen begeleiders rond die in de gaten houden of arbeidsmigranten goed gedrag laten zien, of ze verzorgd zijn en of ze bijvoorbeeld niet te veel op hun telefoon zitten. Wie vaak niet komt opdagen of loopt te lummelen, moet op gesprek. Na drie waarschuwingen stopt het traject.
Wat de arbeidsmigranten krijgen voor een week werk in de loods van EN-werkt? Veertig euro. Of vier pakjes shag die goedkoop worden ingekocht over de grens in Duitsland. Ze mogen kiezen.
‘Sinds de arbeidsmigranten er zijn is het werk veel leuker geworden’, vindt Mo, een van de begeleiders. ‘Ze zijn heel handig en ze werken hard. Ze pakken dingen ook sneller op dan de mensen van de zorginstellingen.’ De arbeidsmigranten zijn zelfs zo handig, dat ze naast recyclen zijn begonnen met het bouwen van een tiny house. Marius, een Roemeense man, bouwde het houten huisje bijna helemaal zelf in de drie maanden dat hij in het traject zit. Vandaag legt hij er de laatste hand aan. Als het huisje af is, wil EN-werkt het aan de gemeente geven om het te gebruiken voor de opvang van een dakloze uit de reguliere opvang.
Marius vindt het wel prima, maar begrijpt het doel van het traject niet goed. Hij is naar Nederland gekomen om te werken, waarom moet hij dan opnieuw bewijzen dat hij werkfit is? Bovendien stoort het hem en anderen dat de mensen uit de zorginstelling veel minder doen en dezelfde vergoeding krijgen. ‘Wij werken keihard terwijl zij buiten in de zon niets zitten te doen’, zegt hij. Voor de loods zit inderdaad een groep mensen te rummikubben aan een picknicktafel. Iets verderop laat een vrouw haar fret uit op een grasveld.
Maar het grootste pijnpunt voor arbeidsmigranten is de onbetaalde arbeid die ze drie maanden moeten verrichten voordat ze door mogen. ‘Het slaat nergens op’, vertelt Marcin, een Poolse man. ‘Ik werkte hiervoor normaal wel tien uur per dag. Dit werk is zinloos en ik krijg niet eens betaald.’ Volgens projectleider Djuan Khalil was het in het begin voor veel mensen die al waren gestart niet duidelijk dat ze niet betaald zouden krijgen’, zegt hij. ‘Dat proberen we nu beter uit te leggen.’ Verder probeert hij arbeidsmigranten die willen stoppen het doel ervan te laten inzien. ‘Dan zeg ik: je werkt hier niet voor je geld, maar voor je toekomst.’
‘Vernederend of stigmatiserend’
‘Uit geen enkel onderzoek blijkt dat deze trajecten helpen om mensen weer aan het werk te krijgen’, zegt hoogleraar precair werk en armoede Anja Eleveld van de Vrije Universiteit (VU). Ze deed lang onderzoek naar dit soort activeringstrajecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. ‘De trajecten werken soms zelfs vernederend of stigmatiserend.’ Het stoort Eleveld dat zo’n traject nu ook voor arbeidsmigranten in de tijdelijke opvang wordt ingezet. ‘Dat je er bij arbeidsmigranten vanuit gaat dat ze niet werkfit zijn, terwijl ze tot voor kort juist heel actief waren. Misschien werkten ze wel het hardst van ons allemaal.’
Volgens Eleveld maskeren pilots en activeringstrajecten het werkelijke probleem, namelijk dat dakloze EU-migranten niet terecht kunnen in de reguliere opvang. ‘De oplossing lijkt nu te worden gevonden in mensen gratis te laten werken.’
Daarnaast is het ook wonderlijk dat dakloze arbeidsmigranten gedwongen worden om te solliciteren binnen een systeem waarvan al jaren lang en breed wordt erkend dat dit systeem in zijn geheel dysfunctioneel is. Al in 2020 waarschuwde de commissie-Roemer in het rapport Geen tweederangsburgers dat arbeidsmigranten te afhankelijk waren van werkgevers en uitzendbureaus.7 Roemer adviseerde daarom om werk en wonen los te koppelen, uitzendbureaus strenger te reguleren en arbeidsmigranten beter toegang te geven tot zorg en recht. Het advies werd breed omarmd: kabinet, Tweede Kamer, vakbonden en werkgevers onderschreven dat de aanbevelingen van Roemer moesten worden uitgevoerd.
Vijf jaar later concludeerde Emile Roemer zelf dat er weinig is gebeurd. De wet die uitzendbureaus strenger moet toelaten, is meermaals vertraagd en nog steeds niet in werking. En hoewel werkgevers inmiddels een apart woon- en werkcontract moeten aanbieden, houdt een deel zich daar niet aan. 8
Bovendien gaat de opvangpilot die nu verder wordt uitgebreid rechtstreeks in tegen het advies van Roemer om werk en wonen los te koppelen. Het is zelfs een voorwaarde dat arbeidsmigranten in de opvang alleen op werk mét huisvesting solliciteren. Zolang de opvang een pilot blijft en dus geen officieel beleid is, kunnen de arbeidsmigranten die binnen zitten of aan de deur worden geweigerd zich nergens op beroepen.
Wetenschapper aan de VU Dion Kramer schreef zijn proefschrift over de ongelijke toegang van arbeidsmigranten tot voorzieningen. Ook hij is kritisch op de pilot en de aanname dat arbeidsmigranten geen recht hebben op meer hulp dan alleen het vinden van nieuw werk. ‘De term ‘niet-rechthebbende arbeidsmigranten’ heeft jarenlang gefunctioneerd om die hele groep buiten spel te zetten’, vertelt hij. ‘De enige manier waarop we nu een woning zoeken voor arbeidsmigranten is door ze terug te leveren aan het systeem.’
Soms vragen collega’s uit de reguliere zorg adjunct-directeur Melinceanu van Barka waarom de stichting ‘niet meer vecht voor hun mensen’. ‘Dan denk ik, vechten voor wat? Het is beter dan niets. Het is heel somber, maar op dit moment zijn de pilots gewoon prikkels om door te gaan tot er iets beters komt. Als Nederland op een gegeven moment zegt, ‘we gaan deze werknemers als gelijken behandelen, dan zijn wij er.’
Terug de grens over
In de opvang in Venlo is het op een maandag in april vrijwel uitgestorven. Een grote groep is die ochtend op een nieuwe plek aan het werk gegaan. Een Pools stel is vrijdag daadwerkelijk dakloos geworden en mag de opvang in, zegt Barka-medewerker Mateusz Domagalski. ‘De afspraak is dat ik de auto vol tank en dat ze morgen terugkeren naar Polen. Als ze weer terugkomen naar Nederland, kunnen ze niets van me krijgen.’
Kascha en Rafael, beiden boven de vijftig, kwamen jaren geleden voor het eerst naar Nederland en zijn hier nu zo’n drie jaar opnieuw aan het werk. De snelle roulatie van banen, het nachtwerk, de lange diensten: Domagalski ziet dat ze op zijn. ‘Als ik dat zie, denk ik, wanneer is iemand hier niet meer welkom? Blijkbaar op het moment dat iemand versleten is. Dan gooien we hem terug de grens over.’
Kascha en Rafael werden ziek. De knobbel op Rafael’s pols is een aandenken aan de duizend preistelen die hij schoonmaakte, een beweging die zijn lijf uiteindelijk weigert. Beiden worden ontslagen. ‘Fatsoenlijk werk vinden dat niet te zwaar is, is moeilijk’, zegt Kascha. Wat ze meenemen naar huis? ‘Dat we oud zijn. Nederland heeft ons oud gemaakt.’
-
https://www.cnv.nl/nieuws/groeiende-dakloosheid-arbeidsmigranten-moet-stoppen/ ↩
-
https://www.legerdesheils.nl/artikel/eu-arbeidsmigranten-sterven-opvang-zorg ↩
-
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/05/08/in-meer-steden-komt-een-daklozenopvang-voor-arbeidsmigranten ↩
-
https://www.arbeidsmigratieingoedebanen.nl/actueel/nieuws/2026/05/29/meer-steden-bieden-hulp-en-opvang-aan-dakloze-eu-burgers ↩
-
https://www.arbeidsmigratieingoedebanen.nl/onderwerpen/zorg-en-welzijn/checklist-gelijke-behandeling-eu-burgers ↩
-
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2024/06/14/evaluatie-kortdurende-opvang-dakloze-eu-burgers ↩
-
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2020/10/30/tweede-advies-aanjaagteam-bescherming-arbeidsmigranten ↩
-
https://www.volkskrant.nl/economie/vijf-jaar-na-roemer-is-uitbuiting-van-arbeidsmigranten-nog-dagelijkse-kost-en-hier-wonen-nog-eens-vierhonderd-man~bd78f1c8/ ↩
- Lees meer over
- dakloosheid
- gemeenten
Wilt u onafhankelijke onderzoeksjournalistiek ondersteunen? Word Vriend van Investico