Steunmaatregelen fossiele bedrijven

Nederland steunt fossiele sector fors

Kamelen met olieraffinaderij op de achtergrond, Koeweit 2019 Beeld door: EPA/Noufal Ibrahim

Nieuws

Nederland blijft miljoenen pompen in fossiele sector

Europese lidstaten subsidiëren de fossiele sector met zeker 137 miljard euro per jaar, ondanks hun belofte aan de Europese Commissie uit 2013 om de steun aan kolen-, gas- en oliemaatschappijen af te bouwen. Voorlopig blijft dat ook zo, blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en het onderzoekscollectief Investigate Europe

Geen enkel land heeft een concreet plan gemaakt voor het afbouwen van fossiele steun, blijkt uit het onderzoek. In Nederland gaat het ondermeer om staatsgaranties voor de bouw van olie-installaties in het Midden-Oosten waarbij Nederlandse bedrijven betrokken zijn.

Minister Wiebes kan elk moment een inventarisatie naar de Kamer sturen met de fiscale maatregelen die de fossiele industrie en het gebruik van fossiele brandstoffen ten goede komen. Daarmee wordt voor het eerst toegegeven dat de fossiele sector met belastingvoordelen wordt gesteund. Tot vorig jaar werd dat formeel ontkend. Bekende voorbeelden zijn de vrijstelling van accijns op kerosine in lucht- en scheepvaart en belastingvoordelen voor de fossiele industrie en de glastuinbouw.

Uit het Investico-onderzoek komen ook minder bekende steunmaatregelen naar voren, zoals de Nederlandse garantstelling voor ruim 500 miljoen euro voor de bouw van een olieraffinaderij in Koeweit via staatsverzekeraar Atradius Dutch State Business. Ook de investering van 250 miljoen voor een nieuwe bulkterminal voor olie in Oman wordt door Nederland gegarandeerd, net als die van bijna 200 miljoen voor de installatie van olieplatforms in Mexico.

Verantwoording

Investico is radicaal transparant. In verantwoordingsdocumenten maken wij onze onderzoeksmethodes en resultaten openbaar zodat publiek en andere onderzoekers ons werk kunnen controleren en erop kunnen voortbouwen. In de longread van het onderzoek hieronder verwijzen noten naar het bronmateriaal. Wilt u meer weten over onze missie en methode? Lees meer

Onderzoek met bronnen

Nederland steunt fossiele sector fors

Kamelen met olieraffinaderij op de achtergrond, Koeweit 2019 Beeld door: EPA/Noufal Ibrahim

EU-landen steunen de fossiele sector met 137 miljard per jaar.

Henk Kamp weet het zeker. ‘Fossiele brandstoffen worden in Nederland niet gesubsidieerd, ook niet via fiscale maatregelen, liet de voormalig minister van Economische Zaken vijf jaar geleden weten aan de Kamer. Aanleiding was een rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waaruit bleek dat wereldwijd 5.300 miljard dollar1 gemoeid is met fossiele subsidies. Nederland niet, vond hij. Ook Kamps voorganger ontkende altijd dat zulke subsidies bestaan en zijn opvolger Eric Wiebes2 zei het in de zomer van 2017 al even duidelijk: ‘Er is geen beleid om de fossiele sector in het bijzonder te ondersteunen’.

Geen enkel kabinet heeft het bestaan van fossiele subsidies tot dusver erkend3 terwijl de Europese Commissie,4 de Wereldhandelsorganisatie, onderzoeksbureau CE Delft5 en vele NGO’s al jaren optelsommen maken van subsidies voor de winning en verkoop van fossiele brandstoffen. De schattingen lopen uiteen van 2,5 miljard euro per jaar (de Europese Commissie) tot 7,6 miljard (de NGO’s Overseas Development Institute en Climate Action Network), afhankelijk van de definitie van ‘fossiele subsidies’. Maar over een ding is iedereen het eens: Nederland heeft een ratjetoe aan fiscale maatregelen dat de fossiele sector bevoordeelt. 

Word nu Vriend van Investico en versterk de onderzoeksjournalistiek in Nederland

Steun ons

Sommige daarvan lijken zo vanzelfsprekend dat de regering ze niet eens meer herkent. Zo is de vrijstelling van belasting op kerosine in de lucht- en scheepvaart goed voor zo’n 3,5 miljard subsidie6 per jaar. Daarnaast zijn er belastingvoordelen voor energiegebruik in de glastuinbouw en hoeven grootverbruikers zoals de fossiele industrie zelf minder energiebelasting te betalen dan huishoudens. Minder bekend is dat de Nederlandse overheid verzekeringen verstrekt waarmee nota bene olieraffinaderijen worden aangelegd in Koeweit en Oman. 

Dat is moeilijk te rijmen met de duurzame ambities van dezelfde overheid, die miljarden investeert in hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Niet voor niets beloofde Nederland samen met de andere Europese landen in 2013 aan Brussel dat de subsidies voor ‘fossiel’ zouden worden afgebouwd.7 Als het aan Brussel lag zou geen enkele lidstaat fossiel nog voordelen geven vanaf 2020.

Dat is nergens in Europa gelukt, blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico samen met het Europees onderzoekscollectief Investigate Europe. We brachten de subsidies en fiscale voordelen voor de fossiele sector in 29 Europese landen in kaart en analyseerden de nationale energie- en klimaatplannen die de lidstaten bij de Europese Commissie moesten inleveren. Geen enkel land heeft een concreet stappenplan voor het afbouwen van de subsidies voor fossiel gepresenteerd, ontdekten we, en tot vorig jaar ontkende Nederland dus zelfs het bestaan daarvan.8

Dat probleem is structureel. Terwijl Europa met de ambitieuze Green Deal met honderden miljarden probeert een energietransitie te bewerkstelligen, houden álle Europese lidstaten met fiscale regelingen en belastingvoordelen tevens hun fossiele sector in stand. Polen blijft geld pompen in de steenkolenmijnen; in Italië tellen de belastingvoordelen voor het gebruik van diesel op tot meer dan vijf miljard euro, en de Griekse overheid betaalt de fossiele sector om scheepsladingen vol olie en diesel van het vasteland naar de toeristische eilanden te brengen zodat daar genoeg stroom is . Als je kijkt naar de belastingvrijstellingen voor de fossiele sector, investeringen in fossiele infrastructuur en de gratis certificaten die bedrijven van de overheid krijgen om Co2 uit te stoten, subsidiëren Europese landen de fossiele sector met meer dan 137 miljard euro per jaar, blijkt uit onze berekeningen. En voorlopig blijft dat ook zo.

Politieke discussie moet nog beginnen

‘Het is frustrerend’, zegt Tom van der Lee. Hij voert als Kamerlid voor Groenlinks al jaren een inmiddels voorspelbaar debat met de opeenvolgende ministers van Economische Zaken over de ‘vermeende’ subsidies. ‘Want begrotingstechnisch klopt het dat er geen subsidie wordt gegeven’, legt hij uit. ‘Subsidie is een overheidsuitgave en fiscale maatregelen leiden juist meestal tot minder inkomsten. Maar in feite duik je daarmee weg voor de discussie.’

Daar lijkt nu eindelijk een einde aan te komen. Gedwongen door een motie in januari 2018 schakelde Eric Wiebes de OESO en het Internationaal Energieagentschap in om een inventarisatie te maken.9 Met de publicatie van het rapport, dat elk moment wordt verwacht, lijkt Nederland voor het eerst inzicht te geven in de maatregelen.

Het is een grote stap, hoewel de inhoud waarschijnlijk niet al te veel afwijkt van eerdere rapportages. Maar pas als je weet waar die fossiele subsidies precies uit bestaan, kun je een debat gaan voeren over de afschaffing ervan, zegt Van der Lee. Een deel van die maatregelen, zoals de vrijstelling voor de lucht- en scheepvaart, is gebaseerd op internationale afspraken. ‘Nederland kan die dus niet in z’n eentje afschaffen. Maar er zijn ook nationale keuzes, en juist die kun je anders maken.’

Door het uitblijven van een inventarisatie is Nederland nog niet eens begonnen met het maken van het benodigde plan om ze af te bouwen. De politieke discussie moet nog beginnen, zegt het Kamerlid. En dat wekt weerstand op, want terwijl de Kamer wacht op de inventarisatie wordt ondertussen de steun voor fossiel verder uitgebreid. Zo heeft Wiebes nu een wetsvoorstel klaarliggen waarmee hij de investeringsaftrek voor de winning van gas op de Noordzee wil uitbreiden en verhogen, van 25 naar 40 procent.10 Nederland moet zo weer kunnen concurreren met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen die de verhoging al eerder doorvoerde.

De gassector staat te springen. Door de lage gasprijzen lopen de investeringen in de Nederlandse Noordzee al jaren terug, terwijl er volgens onderzoeksbureau TNO nog tot zeker 200 miljard kuub gas in de bodem zit. Wiebes schat dat met de uitbreiding van de investeringsaftrek daarvan zo’n 37 miljard kuub gewonnen kan worden; toch nog goed voor zeker een jaar gasgebruik in Nederland en zo’n 180 tot 526 miljoen euro extra in de schatkist.11 Een welkome bijdrage, vooral nu de gaskraan in Groningen wordt dichtgedraaid. Maar is het ook duurzaam?

‘We hebben het gas voorlopig nog nodig als transitiebrandstof’, stelt gasspecialist van TNO Rene Peters. ‘Dus dan moet je jezelf de vraag stellen: wat is het alternatief als je het niet in Nederland wint. Dan komt het gas uit Rusland of de Verenigde Staten waar tijdens de gaswinning meer methaan lekt dan in Nederland.’ Zou stoppen met Nederlands gas niet een extra prikkel zijn om te zoeken naar duurzame alternatieven? ‘Nee. Gas is er genoeg en wordt op de vrije markt verkocht en verhandeld. Dus als Nederland geen gas meer levert, haalt de industrie het gewoon ergens ander vandaan en loopt Nederland de inkomsten mis’

Energiespecialist Stephan Slingerland snapt de argumenten van TNO. ‘Deze uitbreiding laat precies zien waarom het zo moeilijk is om uit fossiel te stappen’, zegt hij. ‘Ik kan de motieven op korte termijn goed begrijpen: het is beter voor de economie en het milieu om het gas hier te winnen dan uit Rusland te laten komen. Maar ondertussen blijft het aantrekkelijk om door te gaan met oppompen van die spaarpot die in de grond zit. Iemand moet die vicieuze cirkel doorbreken.’ Slingerland ziet hier een rol weggelegd voor Nederland. ‘We kunnen bijvoorbeeld met Engeland en Noorwegen om tafel gaan om afspraken te maken over het afschaffen van hun fossiele subsidies op nieuwe gasboringen in de Noordzee.’

Ook Kamerlid Van der Lee is kritisch: ‘Het is een race to the bottom’, zegt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen hebben al allerlei fiscale trucjes uitgehaald en nu moet Nederland ook omdat anders de bedrijven vertrekken.’ Hij zegt niet zonder meer in te stemmen met het wetsvoorstel. ‘Als er een geloofwaardig afbouwplan voor fossiel wordt gemaakt, kunnen we praten over individuele regelingen. Maar tot die tijd wil ik geen extra maatregelen steunen die de fossiele sector ten goede komen als aan de andere kant te weinig gebeurt.’

Steun in Koeweit en Mexico

En waarom wil Nederland meehelpen aan de oliewinning in Koeweit? Het oasestadje Al-Ahmadi is omgeven door zand. De rechte straten kruisen elkaar in een rasterpatroon, in de jaren veertig en vijftig werden ze aangelegd naar Amerikaans model. Volgens de Lonely Planet is er tussen de stoffige arbeiderswoningen en kantoorpanden maar weinig te beleven. Afgezien van de kamelenraceclub zijn de enige twee hidden gems de musea van de Kuwait Oil Company, de staatsoliemaatschappij van Koeweit, dat haar hoofdkantoor hier heeft gevestigd. Want hoe slaperig ook, dit stadje verbindt oliepijpleidingen uit het hele land met twee van de grootste raffinaderijen van het land, de Mina Al-Ahmadi en Mina Abdullah-raffinaderij, gelegen aan de Perzische Golf. Vanuit hier vertrekken schepen vol olie naar afnemers wereldwijd, waaronder de Nederlandse klanten van tankstations Q8 en Tango.

Ook de raffinaderijen stammen uit de naoorlogse periode, maar Koeweit doet er alles aan om bij de tijd te blijven. Zo wordt sinds 2014 gewerkt aan het zogeheten Clean Fuels Project waarin de bestaande installaties efficiënter worden gemaakt en met nieuwe installaties de oliewinning wordt opgeschroefd van 736.000 naar 800.00012 vaten per dag. Dankzij een verzekering van de Nederlandse overheid is de Nederlandse tak van het Amerikaanse ingenieursbedrijf Chicago Bridge & Iron (CB&I) ingehuurd13 voor een deel van de ‘ombouw en uitbreiding’. Het verzekeringsbedrijf van het Rijk, Atradius Dutch State Business, staat garant voor bijna een half miljard euro.14

De toekomst van de Nederlandse tak van CB&I is onzekerder geworden, sinds het Amerikaanse moederbedrijf in januari faillissement15 aanvroeg. Momenteel is het zich aan het herstructureren om in leven te blijven. Zolang het Koeweitse staatsbedrijf de opdracht aan het Nederlandse dochterbedrijf door laat gaan, hoeft Atradius echter geen schade uit te keren. Zo niet, dan betaalt de Nederlandse staat hier daadwerkelijk aan mee.

‘Terwijl Nederland zegt zich wereldwijd in te zetten tegen klimaatverandering, halen deze verzekeringen dat voornemen onderuit,’ zegt Niels Hazekamp, beleidsadviseur bij milieu- en mensenrechtenorganisatie Both ENDS. Wanneer de markt de activiteiten van een Nederlands bedrijf in het buitenland te risicovol vindt, kunnen de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken een exportkredietverzekering aanbieden via Atradius Dutch State Business. Hoewel dit geen directe subsidiëring is – het geld wordt alleen uitgekeerd bij schade of wanneer een project geannuleerd wordt – ondersteunt de Nederlandse overheid zo dus wel degelijk de fossiele industrie in het buitenland.

Naast de activiteiten in Koeweit, steunt Nederland onder meer de installatie van olieplatforms voor het Mexicaanse staatsoliebedrijf PEMEX met bijna 200 miljoen euro, en staat voor ruim 250 miljoen garant voor de aanleg van een nieuwe bulkterminal voor olie aan de kust van Oman,16 in een natuurgebied met beschermde diersoorten waaronder vier verschillende soorten zeeschildpadden en de Arabische bultrug.17

Het legt de fossiele sector geen windeieren. Tussen 2012 en 2018 ging gemiddeld 1.5 miljard euro aan verzekeringen naar fossiele projecten, becijferde Both ENDS.18 Zestig procent van al het verzekeringsgeld voor die periode kwam zo ten goede aan de fossiele sector. Van alle energieprojecten ging 98 procent van het geld naar fossiel en maar twee naar hernieuwbaar.19 Hoewel Atradius en het ministerie van Financiën met een conservatievere schatting kwamen, berekenden ook zij dat zeker een derde20 van het totaalbedrag aan garanties naar ‘olie- en gas’ gaat.

Waarom verzekert de Nederlandse overheid de fossiele industrie in landen als Oman en activiteiten voor staatsbedrijven in Koeweit en Mexico? ‘Het gaat om het steunen van de BV Nederland, ook in gebieden of met overheden waar bedrijven economische risico’s lopen,’ zegt professor Leen Paape, voorzitter van het Governance Instituut van Nyenrode. ‘En dat je zaken doet met een overheid, is niet altijd een garantie dat je ook wordt betaald.’

Groot aantal banen in sector

In Den Haag zijn de exportkredietverzekeringen voor de fossiele industrie een heikel onderwerp. Hoewel buitenlandminister Sigrid Kaag begin vorig jaar aankondigde dat haar ministerie vanaf 2020 de ‘publieke financiële steun aan steenkolenprojecten en aan de exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas in het buitenland’ zou uitfaseren, maakte ze een uitzondering voor de exportkredietverzekeringen.21

Dat past niet in de klimaatdoelstelling van ‘Parijs’, stelde de Adviesraad Internationale Vraagstukken, het onafhankelijke adviesorgaan voor regering en parlement omtrent internationale kwesties, al in juli vorig jaar.22 De raad benadrukt dat ‘subsidies, exportkredieten en belastinggeld momenteel gebruikt worden voor internationale handel en investeringen in fossiele brandstoffen’ en adviseert daarom ‘de snelle uitfasering van publieke financiële steun aan de exploratie van fossiele brandstoffen en gerelateerde internationale investeringen in infrastructuur in ontwikkelings- en ontwikkelde landen’.

Het ministerie van Financiën weigert exportkredietverzekeringen voor fossiel af te bouwen. Vanwege ‘het level playing field’ en het ‘grote aantal banen dat samenhangt met de ekv-transacties aan de olie- en gassector’, legde staatssecretaris Vijlbrief23 uit. Stoppen ‘gaat een brug te ver’, schrijft hij24 maart 2020 aan de kamer, en zou überhaupt ‘niet effectief zijn, omdat elk ander buitenlands bedrijf wel exportkredietverzekering kan krijgen voor fossiele projecten.’ In de toekomst zal het ‘wellicht lukken’ om multilaterale afspraken te maken voor het afbouwen van garanties voor fossiel, zoals voor steenkolen al is gebeurd.

Maar terwijl Nederland zich treuzelend beroept op de internationale concurrentiepositie, hebben Zweden en Frankrijk al wel beloofd hun steun voor fossiel via exportkredietverzekeringen zelf in te perken.25 Ondertussen geeft Nederland met 1.5 miljard euro per jaar meer steun aan de fossiele industrie via de exportkredietverzekeringen dan Frankrijk, Duitsland en Rusland.26

Lees onder de kaart verder

Ook Nyenrode-professor Paape zou liever zien dat Nederland een paar aanpassingen doet. ‘Je kunt verzekeringen voor de fossiele industrie minder aantrekkelijker maken, bijvoorbeeld door hogere premies te vragen voor fossiele projecten en lagere voor duurzame activiteiten.’ De geldkraan voor fossiel kan niet van vandaag op morgen dicht, vindt hij, maar je kunt wel duidelijke stappen nemen om steeds minder in fossiel te investeren. ‘Ook verzekeraar Atradius kan daar verantwoordelijkheid in nemen.’

In een reactie maakt Atradius korte metten met die droom. ‘Het beleid ten aanzien van het verzekeren van transacties die gerelateerd zijn aan fossiele brandstoffen is niet gewijzigd’, laat het bedrijf weten. Wel zet de Rijks-verzekeraar in op ‘het vergroten van het aandeel van groene transacties in de portefeuille’, zoals een offshore windpark voor de kust van Taiwan.27

Subsidies hinderen transitie

Europese landen zijn nog niet begonnen met het afbouwen van hun fossiele subsidies. Bovendien dreigen nu, vanwege de corona-crisis, de verduurzamingsplannen van het kabinet ook nog eens te stagneren. Zo maakte de Nederlandse overheid de Co2-heffing voor de industrie, die vanaf 2021 zou ingaan, onlangs zo laag dat die nauwelijks meer iets voorstelt. Barbara Baarsma, directievoorzitter bij Rabobank Amsterdam en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, waarschuwt daarom voor ‘uitstelgedrag’. ‘We moeten nu beginnen met het afbouwen van de fossiele subsidies die in Nederland nog steeds bestaan,’ zegt ze. ‘Niet plotsklaps, maar met een stip op de horizon en een en duidelijk afbouwregime.’ Het is een ‘no regret-maatregel’, ook nu, tijdens de corona-crisis en de economische crisis die erop zal volgen.28

De subsidies maken het economische speelveld ongelijk en zitten daarmee de energietransitie in de weg. Nederland zou volgens Baarsma het voortouw moeten nemen en voor een internationale of Europese kerosine-belasting moeten lobbyen. Aangezien de energiebelasting voor de industrie in Nederland vergeleken met andere Europese landen relatief laag is, kan deze wel degelijk omhoog. Ook pleit ze voor een uitgebreidere Co2-heffing voor vervuilende activiteiten, inclusief projecten die veel Co2 uitstoten en mogelijk gemaakt worden door exportkredietverzekeringen. ‘En de prijzen voor fossiele energie zijn momenteel ontzettend laag, wat het afschaffen van subsidies relatief makkelijk maakt voor de politiek’.

(donatie: over)

Klimaatdoelen uit zicht

De bal ligt nu bij de nationale overheden, want Brussel kan niet veel meer dan toekijken. Vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans belooft honderden miljarden bij elkaar te halen voor zijn Green Deal, maar ieder land blijft tot dusver een eigen koers varen met de fossiele subsidies. In een poging de groene ambities aan te jagen, wil de Europese Commissie wel afdwingen dat lidstaten de huidige corona-crisis benutten voor een groene omwenteling. Wanneer de landen een beroep willen doen op de honderden extra miljarden die de Commissie eind mei beschikbaar stelde in een corona-steunpakket, moeten zij groene plannen prioriteit geven. ‘Zo niet,’ zegt Timmermans, ‘dan krijgen ze geen geld uit dit steunfonds.’

Invloed op de al bestaande fiscale maatregelen van lidstaten, zoals belastingvoordelen voor de fossiele industrie, heeft Europa echter nauwelijks. De poging om de Europese richtlijn voor energiebelasting te herzien, dreigt bij voorbaat te mislukken. Landen willen hun zeggenschap over hun nationale belastingstructuur niet uit handen geven.

Zonder het afbouwen van de subsidies gaan we de klimaatdoelen niet halen, beaamt Timmermans. De grootste uitdaging, zegt hij, is voorkomen dat landen uit angst voor de economische recessie en de huidige crisis blijven investeren in gedateerde fossiele sectoren die voorlopig nog banen garanderen. ‘Hoe zorgen we ervoor dat ze het geld dat ze nu besteden ook op een goede manier inzetten?’ De Europese Commissie heeft een routebeschrijving uitgetekend voor een groene transitie en doet er met potten geld en stevige argumenten alles aan om de lidstaten mee te krijgen. ‘Maar zoals je weet hebben we geen Europees leger dat we op hen af kunnen sturen als ze dat niet doen.’

Lees dit onderzoek ook in De Groene Amsterdammer. Hier staan de hoofdpunten van het onderzoek.


  1. Antwoorden van minister Henk Kamp op 17 juni 2015 op vragen van Kamerlid Smaling (SP) over het rapport van het IMF 

  2. Antwoorden van Staatssecreatris Eric Wiebes op 13 juli 2017 op vragen van Kamerleden Beckerman,Hijink, Ouwehand en Van Raan 

  3. Minister Wiebes liet de Kamer afgelopen oktober weten dat een eenduidig beeld ontbreekt. Citaat: Indien uit onderzoek blijkt dat in Nederland fossiele subsidies bestaan die de energietransitie daadwerkelijk belemmeren, zal het kabinet de mogelijkheden bezien om dergelijke maatregelen uit te faseren 

  4. Zie ook antwoorden van minister Wiebes op 21 oktober 2019 op vragen het Kamerliet Sienot 

  5. Zie ook dit rapport van CE Delft uit 2011 

  6. Zie het rapport en de dataset Phase-out 2020: monitoring Europe’s fossil fuel subsidies Netherlands, van ngos Overseas Development Institute en Climate Action Network, september 2017 

  7. Zie de beslissing van Europees Parlement en Europese Commissie, 20 november 2013 

  8. In november 2018 ontkende Nederland het bestaan van fossiele subsidies nog, zie Concept Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan. In de uiteindelijke versie, uit november 2019, erkent Nederland wel dat het ‘indirecte’ fossiele subsidies verstrekt 

  9. Zie ook de toelichting van minister Wiebes 

  10. Zie memorie van toelichting die Wiebes op 19 mei 2020 naar de Kamer stuurde 

  11. Zie memorie van toelichting die Wiebes op 19 mei 2020 naar de Kamer stuurde 

  12. Zie voor meer informatie bijvoorbeeld de website van de Kuwait National Petroleum Company 

  13. Zie de afgegeven polissen van Atradius Dutch State Business voor 2018, hier te downloaden 

  14. Zie de afgegeven polissen van Atradius Dutch State Business voor 2018, hier te downloaden 

  15. Zie bijvoorbeeld de Amerikaanse aanvraag tot faillissement 

  16. Zie de afgegeven polissen van Atradius Dutch State Business voor 2018, hier te downloaden 

  17. Zie ook een artikel over dit project op de website van Atradius Dutch State Business 

  18. Zie het rapport The Fossil Elephant in the Room, door Both ENDS, gepubliceerd in november 2019 

  19. Zie het rapport The Fossil Elephant in the Room, door Both ENDS, gepubliceerd in november 2019 

  20. In de Monitor Exportkredietverzekeringen 2018 stelt het Ministerie van Financiën dat eind 2018 olie en gas 31 procent van al het verzekeringsgeld betrof. In het Jaarverslag 2018 van Atradius Dutch State Business stelt het dat eind 2018 23 procent van al het verzekeringsgeld naar olie- en gasinfrastructuur ging 

  21. Zie de Kamerbrief internationaal financieren in perspectief - kansen pakken, resultaten boeken, p. 10, gepubliceerd op 14 februari 2019 

  22. Zie de Advisory Letter 33: International Climate Policy van de Adviesraad Internationale Betrekkingen, gepubliceerd op 5 juli 2019, p. 7 

  23. Dit staat in de Monitor Exportkredietverzekeringen 2018 

  24. Zie de Kamerbrief met antwoorden op Kamervragen over (voornamelijk) het beleid rond de exportkredietverzekering in relatie tot de fossiele industrie, gepubliceerd op 5 maart 2020 

  25. Afgelopen november zei de Franse President Macron bij de Verenigde Naties dat dit soort financiën voor export incoherent en onverantwoordelijk zijn. Ook werd eind vorig jaar een wet aangenomen waarmee een eind wordt gemaakt aan steun via exportkredietverzekeringen voor de meest vervuilende activiteiten, zoals steenkool, schaliegas en routine flaring van gas, zie hier en hier. In de Sustainability Policy van de Zweedse exportkredietverzekeraar EKN staat: Sweden’s Trade and Investment Strategy states that Swedish export credits to investments in the exploration and extraction of fossil fuels shall stop at the latest 2022, pagina 7, gepubliceerd op 29 september 2019 

  26. Zie het rapport Still Digging: G20 Governments Continue to Finance the Climate Crisis van Oil Change International, p. 18, gepubliceerd in mei 2020 

  27. In een e-mail met reacties op vragen, ontvangen op 19 juni 2020 

  28. Voor een uitgebreidere analyse, zie ook de bijdrage van Baarsma in de Reader effecten coronacrisis op de energietransitie, gepubliceerd op 25 mei 2020, hier te downloaden 

Wilt u onafhankelijke onderzoeksjournalistiek ondersteunen? Word Vriend van Investico

U las de longread van dit onderzoek. Heeft u naar aanleiding hiervan een tip? Neem contact met ons op

Diepgravende onderzoeksjournalistiek is onmisbaar. Word nu Vriend van Investico en versterk de onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Word vriend