Onderzoek met bronnen
‘Dit soort dingen gebeuren hier niet’
of Lees het onderzoek bij De Groene Amsterdammer
De sancties tegen het Internationaal Strafhof zijn de zoveelste aanval van een jarenlange Amerikaans-Israëlische intimidatiecampagne.
Navi Pillay zit afgelopen oktober in courtroom 600 in Neurenberg1 – de rechtszaal waar het proces tegen de nazikopstukken is gevoerd2 – als ze hoort dat ze dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede heeft gewonnen. De Zuid-Afrikaanse rechter wint de prijs onder meer voor haar werk bij het Internationaal Strafhof.3 De jury roemt haar enorme moed om daders van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid te vervolgen.4
Diezelfde dag, een paar uur later, kondigt de Amerikaanse president Donald Trump nieuwe, zware sancties aan: hij gaat het Internationaal Strafhof op een lijst zetten met terroristen en corrupte regimes waar Amerikaanse burgers, bedrijven en organisaties niet mee mogen samenwerken.5 Trump zette eerder al dertien rechters en aanklagers van het Strafhof op die lijst6, met deze laatste sancties hoopt Washington de genadeklap uit te delen. De Amerikaanse buitenlandminister Marco Rubio roept bondgenoten op om ‘het schurkenhof aan banden te leggen’, want anders zullen de Verenigde Staten het Strafhof ‘steen voor steen ontmantelen’.7
Premier Rob Jetten reageert sussend. Hij heeft als hoofd van het gastland van het Strafhof een belangrijke rol in het conflict. Het duurt nog zes maanden voor de sancties ingaan, benadrukt Jetten. Hij ziet ruimte voor ‘open gesprekken’ en wil dit diplomatiek oplossen. De vraag is of deze houding ook past bij de wereld waarin het Strafhof zich nu staande probeert te houden.8
De tijd waarin het Strafhof werd gesticht ‘was écht heel anders’, zegt iedereen die erop terugblikt9. Het was een waanzinnige tijd, waarin Rusland zwaar verzwakt uit de Koude Oorlog kwam, China zich openstelde naar de rest van de wereld, en aan de Europese oostgrens voormalige Sovjet-staten zich als soevereine democratieën konden ontvouwen. In die tijd werden ook twee tijdelijke tribunalen opgericht voor oorlogsmisdadigers uit Joegoslavië en Rwanda.10 De tijd leek rijp voor een veel radicaler voorstel.
De woorden ‘Den Haag’
Het is hoogzomer in 1998, en in een vergaderzaal in Rome steekt Herman von Hebel – een Nederlander van in de dertig, met een piepklein rond brilletje op zijn neus – zijn vinger in de lucht. Er wordt druk onderhandeld over een nieuwe, wereldwijde en permanente rechtbank, die wordt gesticht op basis van een verdrag, het Statuut van Rome. Alsof het enkel een administratieve handeling is, doet hij een voorstel: of de woorden ‘Den Haag’ kunnen worden toegevoegd aan artikel 3?
De Nederlander, jurist op het ministerie van Buitenlandse Zaken, is met zijn collega’s met een duidelijke missie naar Rome gestuurd. Zij moeten ervoor zorgen dat het Internationaal Strafhof, zoals het zal komen te heten, zich in Den Haag vestigt. Von Hebel is zich bewust van zijn competitie. Neurenberg wordt rond gefluisterd als passende plek, weet hij, en het gerucht gaat dat Rome er ook oren naar heeft. Von Hebels idee is om Den Haag te presenteren als een voldongen feit en ‘gewoon logisch’ – als vanzelfsprekend om de hoek van het Joegoslaviëtribunaal, en het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis.
Nadat Von Hebel heeft gesproken valt er een stilte. De Italiaanse vertegenwoordiging steekt haar hand op. Zouden ze toch willen? Loos alarm, ze steunen het voorstel. Gek genoeg bindt verder niemand de strijd aan om het nieuwe tribunaal te werven. Euforisch belt Von Hebel met Nederland, missie geslaagd: het Internationaal Strafhof komt naar Den Haag. De gemeente Den Haag zou haar marketingslogan ‘Den Haag bruist’ later vervangen door ‘Internationale stad van vrede en recht’.11
Niet iedereen sloot zich aan bij het Strafhof. China, Rusland, en met name Israël en de Verenigde Staten zagen gevaren voor hun eigen burgers: stel je voor dat zij voor zo’n tribunaal worden gedaagd.12 De weerstand van de grootmachten kon dat niet voorkomen. De 120 landen die in Rome het Strafhof stichtten, kwamen overeen dat het rechtsmacht zou krijgen over misdaden gepleegd op het grondgebied van verdragspartijen.13 Een Amerikaan in Afghanistan, of een Israëliër in Palestina, kan nog steeds worden vervolgd – mits Afghanistan en Palestina lid zijn van het Strafhof.
In Rome viel destijds ook een ander belangrijk besluit, waar de Nederlandse delegatie destijds misschien minder aandacht voor had: het gastland is verplicht het Strafhof en zijn personeel tegen ‘inmenging van welke aard dan ook’ te beschermen.14 Het ministerie van Buitenlandse Zaken dacht vooral aan de ‘positieve uitstralingseffecten’, constateert een evaluatie in 2008 van Nederlands gastlandbeleid, zoals ‘status, en diplomatieke of culturele baten’.15
Toen Von Hebel zijn vinger in de lucht stak en de woorden ‘Den Haag’ zwart op wit kreeg, was er enkel trots en euforie. Werd er over de schaduwzijde van zo’n internationale rechtbank in Den Haag wel gesproken, of überhaupt nagedacht? ‘Nee, nooit’, zegt Von Hebel nu.
Drie jaar na Rome en daags voor zijn aftreden tekende de Amerikaanse president Bill Clinton het verdrag van het Strafhof.16 De Verenigde Staten wilden de deur openhouden voor een ‘invloedspositie’ binnen het nieuwe instituut.17 Maar die deur gooide zijn opvolger George W. Bush in 2002 meteen weer dicht. Hij schrapte de Amerikaanse handtekening en voerde The Hague Invasion Act in, waarmee de VS zichzelf het recht toekenden binnen te vallen als Amerikanen vastgehouden zouden worden.18
Die invasiewet zorgde destijds voor ophef in de Tweede Kamer. Toenmalig buitenlandminister Jozias van Aartsen beloofde om de Amerikanen ervan te doordringen dat de nieuwe wet ‘niet goed’ en ‘contraproductief’ was. Maar toen hij er in Washington met Congresleden over sprak, werd hij hooguit ‘beleefd aangehoord’, vertelt hij in een telefoongesprek. In Den Haag, op het buitenlandministerie, was het sowieso geen reden tot zorg. Het vooruitzicht van een Amerikaanse invasie werd weggelachen: zo ver zou het toch zeker niet komen.
De eerste acht werknemers gaan datzelfde jaar bij het Strafhof aan de slag, dan nog vanuit het oude KPN-kantoor op een Haags industrieterrein, met uitzicht op de snelweg, niet ver van de Scheveningse kust.19 Daar, op het strand, patrouilleerde destijds ook het Volksfront van Hogerhand, een soort burgermilitie, opgericht door een groep Nederlanders als reactie op de Amerikaanse invasiewet.
Die wet werd afgedaan als een symbolisch gebaar, volgens de groep. Maar de ‘diepere symbolische betekenis’ werd daarmee onderschat. ‘Dit is een ernstige vergissing’, stond te lezen op de website.20 De Volksfrontleden kochten met hun laatste spaargeld zandzakken om een kilometerslang fort te bouwen, van Kijkduin tot aan Den Helder, met daarachter levensgrote houten soldaten die ‘de wacht hielden’. Hun blikken waren gericht op de Noordzee. Daar zouden de Amerikanen vandaan komen.
Maar de aanval kwam niet via zee, noch waren het Amerikaanse parachutisten die in de duinen landden. De grootste aanval op het Strafhof zou niet alleen uit Washington maar ook uit Tel Aviv komen, en bovendien zo goed als onzichtbaar zijn: via spionnen in de straten van Den Haag, met hackers die de Nederlandse politie te slim af zijn, via ontraceerbare doodsbedreigingen aan advocaten en aanklagers.
Half het geld van de Efteling
Het Strafhof is een uitzonderlijke rechtbank: het richt zich op politieke en militaire machthebbers en de zwaarste schendingen van het recht, zoals oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide.21 Door de jaren heen zijn meerdere militaire leiders veroordeeld, voornamelijk uit Afrikaanse landen, voor bijvoorbeeld marteling en het ronselen van kindsoldaten.22 Oud-president van de Filippijnen Rodrigo Duterte wacht op dit moment in de Scheveningse gevangenis zijn proces af.23 Daarnaast zijn er nog de Russische president Vladimir Poetin en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu voor wie het Strafhof arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd.24
Het hof kan hen niet zelf arresteren: het heeft geen politiemacht, en is daarvoor afhankelijk van de aangesloten landen.25 Daar komt bij dat het Strafhof het moet doen met een begroting van slechts 196 miljoen euro.26 De Efteling heeft bijna tweemaal zoveel te besteden per jaar.27 Het Nederlandse Openbaar Ministerie ruim vijf keer zoveel.28 De rechercheurs van het Strafhof krijgen bovendien vaak moeilijk toegang tot conflictgebieden.29
Ze maken daarom dankbaar gebruik van hulp van buitenaf. Honderden mensenrechtenorganisaties dienen als oren en ogen van het hof: zij stellen bewijsdossiers op, verzamelen getuigenissen en delen hun lokale expertise.30 De aanklagers moeten zulk aangeleverd bewijs nog wel controleren als ze het willen gebruiken, maar besparen hier een hoop voorwerk mee.
Nederland is verantwoordelijk voor het functioneren van dit hele instituut, en daar hoort ook het netwerk van mensenrechtenorganisaties bij. Dit betekent ook dat Nederland niet dit ene instituut naar Den Haag heeft gehaald. Het staat zelfs in het zetelverdrag dat Nederland ondertekende: het gastland is verplicht om ‘doeltreffende en adequate maatregelen’ te nemen om personen die essentieel zijn voor de goede werking van het Strafhof te beschermen tegen ‘inmenging van welke aard dan ook’.31
Amerikaans-Israëlische intimidatiecampagne
Al ruim tien jaar voeren de Verenigde Staten en Israël, twee van de belangrijkste niet-Europese bondgenoten van Nederland, een intimidatiecampagne tegen het hof. Die gaat veel verder dan sancties: het hele ecosysteem van mensenrechtenorganisaties wordt stap voor stap aangevallen en afgebroken.
Wat begon met doodsbedreigingen aan medewerkers en plunderingen van hun kantoren, is uitgegroeid tot een geraffineerde strategie om sponsors te dwingen geen geld meer te geven aan organisaties die samenwerken met het hof.
Terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken hard in de weer is om gesanctioneerde rechters en aanklagers te helpen met hun bank en zorgverzekeraar, valt het vrijwel onzichtbare netwerk van cruciale ngo’s buiten de boot.
Uit onderzoek van Investico, De Groene Amsterdammer en de Süddeutsche Zeitung blijkt dat zo’n twintig mensenrechtenorganisaties hun samenwerking met het Strafhof inmiddels hebben verbroken, of het contact drastisch hebben teruggeschroefd.32 Uit een rondgang langs meer dan honderd mensenrechtenorganisaties, negen oud- en zittend topfunctionarissen bij het Strafhof en meerdere voormalige buitenlandministers blijkt dat de Nederlandse hoogmoed ons nu in de problemen brengt: de regering is niet in staat om in de veranderende wereldorde het Strafhof adequaat te beschermen.
Verdachte bloemen en telefoontjes
Het begint in 2016 met een paar verdachte telefoontjes, een dreigende brief en een boeket bloemen zonder afzender. Ze worden bezorgd op het thuisadres van Nada Kiswanson, een jurist in Den Haag. Zij werkt voor de Palestijnse ngo Al-Haq. Naast het hoofdkwartier op de Westoever heeft de organisatie een klein kantoor in Den Haag, waar alleen Kiswanson werkt, geheel gericht op het Strafhof.33
De bloemen arriveren een jaar nadat het hof een verkennend onderzoek heeft aankondigd naar misdrijven gepleegd op Palestijns grondgebied.34 Jarenlang is er gesteggeld over de vraag of Palestina genoeg een staat is om zich bij het Strafhof te mogen aansluiten, totdat de Verenigde Naties in 2015 besluiten dat het wel kan. Daarmee vallen ook Gaza en de Westoever onder de rechtsmacht van het hof.35 Verschillende Palestijnse mensenrechtenorganisaties helpen om zoveel mogelijk informatie te verzamelen, gezien rechercheurs geen onderzoek ter plekke kunnen doen. Israël heeft het Strafhof nooit erkend, en houdt de grenzen van de Palestijnse gebieden dicht voor onderzoekers.36
Na het boeket bloemen stapt Kiswanson naar de politie, maar die wuift haar zorgen weg. Wanhopig belt ze het hoofd van het Amnesty-kantoor in Den Haag. Kan hij haar helpen zodat de autoriteiten haar wél serieus nemen?
Vrijwel niemand weet op dat moment van zijn betrokkenheid, vertelt hij. Des te vreemder dat hij een week later melding krijgt van een hackpoging, op zijn privé-mailaccount dat nergens online te vinden is.
In de melding staat ook de locatie waar de hack vandaan komt, zegt hij. Het zijn de coördinaten van het huis van een familielid van Kiswanson, in het buitenland. ‘Dat was een duidelijke boodschap: we’re watching you, we know what you’re doing’, zegt hij erover, uit veiligheidsoverwegingen wil hij anoniem blijven.
‘Natuurlijk gingen de alarmbellen af’, zegt Von Hebel, bij wie de twee destijds aanklopten. De jurist die in 1998 in Rome zijn vinger opstak en zo het Strafhof naar Nederland haalde, was intussen griffier geworden bij het instituut. ‘Al-Haq is Palestijns en dan weet je dat je scherp moet zijn, want Israël heeft de beste veiligheidsdienst van de hele wereld.’ Kiswanson blijft sms’jes en telefoontjes met bedreigingen ontvangen, en wordt meermaals gehackt. Een paar maanden na de eerste dreigingen schiet het Openbaar Ministerie in actie en doet onderzoek.
‘De politie vond niets’, herinnert Tahseen Elayyan zich, die al meer dan tien jaar als onderzoeker bij Al-Haq werkt. ‘Ze konden niet achterhalen met welke bankkaart het afgeleverde boeket bloemen was betaald of wie er achter de dreigende telefoontjes zat. Ik herinner mij dat ze concludeerden dat de intimidatie zo geraffineerd was, dat alleen een staat met geavanceerde middelen dit zou kunnen uitvoeren.’
De politie gaf de jurist vervolgens een alarmknop en beveiliging.37 En verder, zo zegt het Openbaar Ministerie, heeft het ‘naar aanleiding van deze zaak geen nieuwe algemene maatregelen ter bescherming van mensenrechtenverdedigers’ genomen.38
Bij de autoriteiten heerste bovendien het idee dat dit geen gecoördineerde acties kónden zijn, dat hier geen strategie achter zat, vertelt Von Hebel. ‘Ik heb deze dreigingen destijds altijd meer als incidenten gezien.’
Geplunderd tot de keukenspullen aan toe
Op het hoofdkantoor van Al-Haq op de Westoever komt eind 2015 een bezorgd bericht binnen, gericht aan meerdere medewerkers. De afzender doet zich voor als een oud-werknemer van Al-Haq. ‘Hij waarschuwde voor corruptie, gebrek aan transparantie, dat soort dingen’, herinnert Elayyan zich. ‘Hij noemde zichzelf Fadi.’ Vlak daarna dient zich een tweede, bezorgde klokkenluider aan, ‘Kathy’. Opnieuw met hetzelfde bericht: pas op, Al-Haq fraudeert en valt niet te vertrouwen. Al deze aantijgingen blijken ongegrond en ‘Fadi’ en ‘Kathy’ verdwijnen nadat de Israëlische krant Haaretz hierover publiceert.39
‘Op een bepaald moment stopten de e-mails en telefoontjes’, vertelt Elayyan. Maar dat betekent niet dat de intimidatie ophoudt. ‘Ze gingen meer onder de tafel werken.’ Al-Haq wordt niet direct benaderd, maar partners, donateurs en financiers krijgen mails en telefoontjes. ‘Onze partners kregen nepmails die van de Palestijnse Autoriteit leken te komen, met de boodschap: geef geen geld aan hen, want ze worden onderzocht vanwege corruptie.’
Nadat Palestina ‘lid’ van het Strafhof is geworden, merken meerdere Palestijnse ngo’s die het Strafhof helpen dat hun financiers worden bespeeld, blijkt uit de rondgang van Investico. Bijvoorbeeld geldschieters van Defence for Children Palestine, een vooraanstaande bron van documentatie van het verminken, martelen of vermoorden van Palestijnse kinderen.40 Een grote Duitse financier wordt herhaaldelijk benaderd door NGO Monitor, een organisatie die probeert om mensenrechtenorganisaties in Palestina en Israël - en hun donoren – in kwaad daglicht te stellen. Deze lobbygroep is een ‘instrument van de Israëlische overheid’ volgens recent onderzoek van NRC.41
‘We waren zoveel tijd aan die lobbygroep kwijt dat we op een gegeven moment een no contact policy met hen instelden’, laat een medewerker van de Duitse organisatie weten. Daarna pakt de Israëlische lobby-organisatie NGO Monitor het anders aan, vertelt de medewerker: ‘Toen kregen we vragen van politici en Duitse lobbygroepen, duidelijk ingegeven door NGO Monitor en hun informatie.’
Wanneer het niet lukt om een wig te drijven tussen Europese geldschieters en Palestijnse ngo’s, richten NGO Monitor en andere pro-Israëlische organisaties zich simpelweg op het financiële stelsel. Ze schrijven brieven aan banken en betalingsdienstverleners met een waarschuwing dat Al-Haq en Defence for Children banden zouden hebben met terreurorganisaties. In 2018 sluiten Mastercard, Visa en meerdere banken daarop rekeningen en blokkeren donaties.42
In 2021 plaatst de Israëlische regering deze Palestijnse organisaties, met nog eens vier andere, op de Israëlische terreurlijst.43 De vraag is wat dit betekent voor de steun die ze dan nog krijgen vanuit Europese landen. Omdat Israël geen bewijs levert, spreekt Nederland tien maanden later samen met andere Europese landen hun steun aan deze organisaties uit: ‘Gezien het gebrek aan bewijs, zetten wij onze samenwerking en steun aan het maatschappelijke middenveld in de bezette Palestijnse gebieden voort’.44
‘Een maand later viel het Israëlische leger, in dezelfde nacht, bij ons allemaal binnen’, zegt Sahar Francis, destijds directeur van een op de terreurlijst gezette organisatie, die eveneens het Strafhof hielp met bewijsstukken. ‘Wij brachten het er nog goed vanaf. De soldaten hadden bij ons alleen de voordeur dichtgelast.’ De rest had minder geluk. ‘Bij Defence for Children hebben ze computers en dossiers meegenomen. Bij twee andere hebben ze álles meegenomen. Stoelen, tafels, zelfs tot waterkokers en keukenspullen aan toe.’45
In al die jaren woedt de intimidatiecampagne net zo goed door in Den Haag. ‘Op een dag stonden twee mensen mij op te wachten voor ons huis’, voormalig hoofdaanklager Fatou Bensouda herinnert het zich goed. Het is 2015 en Bensouda heeft een verkennend onderzoek naar misdrijven op Palestijns grondgebied aangekondigd.46
‘Ik kende hen niet, maar ze zeiden mij namens iemand te willen bedanken voor mijn werk, en gaven een envelop met vijfhonderd euro.’ Bensouda spreekt afgemeten en rustig, ze kiest haar woorden zorgvuldig. ‘Had me dan een serieuzer bedrag gegeven’, grapt ze erover. ‘Ze kwamen natuurlijk niet om mij om te kopen, maar om te zeggen: we weten waar je woont.’ Ook daarna staan meermaals mensen foto’s te nemen van Bensouda’s huis, vertelt ze. Elk incident meldt ze bij de griffier van het Strafhof. Hij informeert het ministerie van Buitenlandse Zaken, en de politie wordt erbij betrokken.
‘Uit de politieonderzoeken kwam niks. Ze konden niet achterhalen wie de twee mensen aan mijn deur waren’, herinnert Bensouda zich. ‘Mijn chauffeur had een foto van het nummerbord genomen, de auto zou op de dag zelf gehuurd zijn op Schiphol.’ Meerdere betrokkenen bevestigen dat het OM niet kon achterhalen wie de auto had gehuurd, het OM gaat niet in op vragen over het onderzoek. Net als na de andere dreigementen gericht aan de ngo-medewerker, toen de recherche evenmin in staat was om de berichten, telefoontjes en pakketjes te traceren.
In die periode vraagt Bensouda een gesprek aan met toenmalig buitenlandminister Bert Koenders. ‘Ik heb hem alle dreigingen uitgelegd waar ik, en mijn familie, mee te maken had. Mijn verhaal werd ontvangen, mij werd beloofd dat ze er iets mee zouden doen. Maar daar heb ik nooit iets van gemerkt.’ Koenders laat Investico weten dat het Strafhof hem ‘aan het hart’ gaat, maar reageert niet op herhaaldelijke interviewverzoeken.
‘Ik voelde me niet gesteund’, zegt Bensouda, die dit jaar voor het eerst vertelt over hoe deze periode voor haar is geweest. De maatregelen die wel werden getroffen, zoals beveiligingscamera’s en een paniekknop, werden geregeld door het Strafhof zelf. De voormalig hoofdaanklager heeft alles gedaan wat ze kon doen om hulp te vragen, zegt ze. ‘Maar er kwam geen hulp. Niks. Misschien vanwege politieke redenen’, zegt ze. ‘Hoe dan ook, ik geloof dat de Nederlandse regering veel meer had kunnen doen om mijn veiligheid te waarborgen.’
Dat de dreiging vanuit Israël komt, wordt pas in 2024 openbaar. The Guardian onthult dat Bensouda jarenlang persoonlijk is geïntimideerd en bedreigd door Yossi Cohen, het toenmalige hoofd van de Israëlische inlichtingendienst.47 De inlichtingenchef duikt zelfs onverwacht op in een hotelkamer waar ze een afspraak heeft. Maar Bensouda laat zich niet intimideren: in 2021, kort voordat ze het stokje doorgeeft aan haar opvolger, opent ze formeel een strafrechtelijk onderzoek naar misdrijven gepleegd op Palestijns grondgebied.48 Die opvolger, Karim Khan, zal uiteindelijk voor het einde van zijn termijn worden weggestuurd vanwege aantijgingen van seksueel wangedrag. Khan ontkent alle aantijgingen.49
In 2024 vaardigt het Strafhof arrestatiebevelen uit tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, de voormalige Defensieminister Yoav Gallant en voormalig Hamasleider Mohammed Deif, die later al bleek te zijn omgekomen.50 In dat jaar lijkt de intimidatiecampagne weer in een stroomversnelling te komen. De Britse topadvocaat Andrew Cayley die bij het Strafhof aan het Israël-Palestinadossier werkt, krijgt dat voorjaar bezoek van de AIVD. ‘Ze zeiden dat ik gevaar liep, maar niets over hoe ze het wisten, of uit welke hoek het kwam. De politie kwam ook langs en zei dat ik een alarm op al mijn ramen en tralies voor het dakraam moest zetten, een gepantserde voordeur moest installeren, en een alarmknop bij me dragen.’ Cayley kiest alleen voor dat laatste. ‘Ik dacht: als ze me willen pakken, doen ze dat wel op straat.’
Maanden later, wanneer de arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd, krijgt Cayley een dreigend telefoontje, dat duidelijk met zijn werk te maken heeft. ‘Ik meldde dit bij het Strafhof, dat de politie erover informeerde. Die moest bij me langskomen, maar hebben dat nooit gedaan.’
De Brit, die in 2025 het Strafhof verliet, is zeer teleurgesteld. ‘Met dit soort dingen hebben de autoriteiten geen ervaring, denk ik. Nederland is een vredig land waar alles van dag tot dag op een vast ritme voortbeweegt. Serieuze bedreigingen, zoals het terrorisme dat we bij ons in Groot-Britannië hebben meegemaakt, hebben jullie hier al vijftig jaar niet gezien. Het spijt me om te zeggen, maar wanneer er iets écht serieus gebeurt, zijn ze er hier niet klaar voor.’
Steen voor steen
Het is februari 2025 en de Amerikaanse president Donald Trump laat er geen gras over groeien. Hij is net twee weken aan de macht en opent gelijk de aanval op het Strafhof. Hij sanctioneert de hoofdaanklager, en verbiedt meteen ook alle steun aan het hof bij het vervolgen van Amerikanen of staatsburgers van bevriende staten – waarmee hij Israël bedoelt.51 Afgelopen oktober doet Trump daar nog een schep bovenop met een algehele institutionele sanctie tegen het Strafhof.52 Een schending van deze maatregel kan voor Amerikaanse burgers een celstraf van twintig jaar en een boete van een miljoen dollar betekenen.53
Afgelopen zomer legde de Amerikaanse buitenlandminister Rubio op een persconferentie de sancties uit als beschermingsmaatregel. Trump viel hem in de rede. ‘Er is trouwens geen informatie dat ze achter mij aan zitten, hoor’, zei hij, en wees vervolgens naar Rubio. ‘Hij probeert hiermee Bibi (Netanyahu, red.) en een paar anderen te beschermen.’54
Al eerder waren dertien (oud-)medewerkers van het Strafhof gesanctioneerd. Hun lot is breed uitgemeten in de pers: ze zijn hun creditcards verloren, Spotify-playlists kwijtgeraakt, en moesten toekijken hoe een geboekte hotelkamer toch werd geannuleerd.55
Minder bekend zijn de Palestijnse mensenrechtenorganisaties die Trump ook heeft aangevallen vanwege hun steun aan het Strafhof. De directeuren van de drie ngo’s – allen mannen rond de zestig, zeventig, met meerdere Europese onderscheidingen op zak – reisden afgelopen voorjaar af naar Den Haag om Nederlandse hulp te vragen. In de drukke ontbijtzaal van hun hotel doppen ze een eitje en leggen uit hoe hun organisaties op de Amerikaanse sanctielijst zijn gezet en daarmee, nu volledig, uit het financiële stelsel zijn gesloten.56
‘Sinds eind vorig jaar hebben we geen enkel salaris kunnen betalen’, zegt directeur Issam Younis. ‘Al ons personeel, en wij allemaal’, en hij wijst naar zichzelf en de twee tegenover hem, ‘werken sindsdien op vrijwillige basis’. De drie organisaties worden al jaren door Europese overheden gefinancierd voor hun mensenrechtenwerk, maar voelen zich nu, na de Amerikaanse sancties, in de steek gelaten. ‘Als ons werk zo belangrijk is, waarom worden we dan niet beschermd door de EU?’
De allerzwaarste klappen van de Amerikaans-Israëlische intimidatiecampagne vallen in de marges en halen zelden het nieuws. De hoofdonderzoeker van Defence for Children Palestine klinkt terneergeslagen wanneer hij afgelopen voorjaar de telefoon opneemt. ‘Ik denk niet dat we het nog lang volhouden’, zegt hij. Zijn organisatie had, nadat die door Israël op de terreurlijst was gezet in 2021, al veel moeite met de bank, die volgens hem voor alle transacties alsmaar meer documentatie en informatie vroeg. Maar na de Amerikaanse sancties loopt het echt uit de hand, vertelt hij.
Enkele dagen na het telefoongesprek heft de organisatie zichzelf op. Met een wrange ‘voorwaarts’ eindigt het beknopte persbericht.57 Defence for Children stond op geen enkele Amerikaanse sanctielijst, maar banken nemen het zekere voor het onzekere, en zetten de kinderrechtenorganisatie buiten de deur.
De schade van de sancties reikt veel verder dan tot dusver bekend en gaat lang niet alleen om Palestijnse ngo’s. Uit een rondgang van Investico en Süddeutsche Zeitung langs meer dan honderd mensenrechtenorganisaties wordt duidelijk dat het wereldwijde ecosysteem dat het Strafhof al decennia ondersteunt — met bewijsdossiers, getuigenverklaringen, technische hulp en juridisch advies — aan het instorten is.
Neem het Berkeley Human Rights Center, dat al sinds de oprichting bij het Strafhof betrokken is. Het zette een technologische adviesraad op dat het hof hielp met digitaal bewijs en nieuwe onderzoeksmethoden.58 De organisatie diende ook meerdere, gedetailleerde bewijsdossiers in. De meest recente, in januari van 2025, ging over misdrijven gepleegd in Mali door Wagner, het voormalige Russische huurlingenleger. ‘Informatie uit Telegramkanalen, beeldmateriaal, datasets, juridische analyses, dat soort dingen’, zegt Lindsay Freeman, voormalig directeur van de onderzoekstak van het Human Rights Center.
‘Toen Trump weer president werd, hebben we alles wat we nog hadden onmiddellijk ingediend, met de boodschap: hopelijk kunnen jullie hier iets mee.’ Sindsdien heeft haar team niet meer met het Strafhof kunnen werken. Met het gevolg dat de onderzoekers een uitgebreid dossier over misdrijven tegen journalisten en mensenrechtenorganisaties in Mexico niet konden indienen. Afgelopen september publiceerden ze het dossier toch online in de hoop dat het zo van nut zou kunnen zijn voor internationale vervolging, zoals door het Strafhof – maar wel met enkele cruciale, vertrouwelijke delen weggelaten.59
Uit de rondgang van Investico blijkt dat zeker twintig organisaties hun samenwerking met het Strafhof hebben verbroken of beperkt.60 Zelfs grote organisaties als Human Rights Watch hebben hun samenwerking gestaakt. Een klein aantal organisaties – waaronder ook Nederlandse – zet het werk in het geheim voort. Enkele organisaties weigeren deel te nemen aan evenementen of campagnes waar personeel van het Strafhof of de gesanctioneerde Palestijnse organisaties bij betrokken zijn. In sommige gevallen zetten zij hun financiering aan deze organisaties helemaal stop. ‘Het risico om zelf gesanctioneerd te worden, en dat daarmee al ons andere werk in gevaar komt, kunnen we niet accepteren’, laat een Duitse ngo weten.
De meeste organisaties willen anoniem blijven. Mensenrechtenorganisaties zijn zelden open over hun samenwerking met het Strafhof: het merendeel vermeldt het niet op hun website, en weigert er on the record over te vertellen.
‘Een week na Trumps aankondiging van de sancties kregen we nieuwe contracten toegestuurd van een grote Amerikaanse donor’, zegt de directeur van een vooraanstaande Israëlische ngo, ‘met daarin een clausule die contact met het Strafhof verbiedt.’ Meerdere ngo’s laten weten soortgelijke contracten te hebben ontvangen – soms nota bene bedoeld ter financiering van een project dat niets met Israël of de VS te maken heeft, die de sancties zouden moeten ‘beschermen’.
Ook in Nederland worstelen ngo’s met de sancties. Door Amerikaanse financiers of vanwege een afdeling in de VS kunnen ngo’s alsnog kwetsbaar zijn voor de sancties.61 ‘We hebben nauw samengewerkt met het Strafhof op het gebied kinderrechten, maar we hebben er nu moeite mee hoe we dat kunnen invullen’, laat Pim Kraan, directeur van Save the Children Nederland, weten.
Dat mensenrechtenorganisaties het Strafhof nu mijden is weer een nieuw stadium. ‘Ze zijn een erg belangrijk deel van ons werk’, zegt voormalig hoofdaanklager Bensouda. ‘Ze onderzoeken niet voor ons, maar voorzien ons wel van tips. Ze zijn als eerste ter plekke en kunnen ons op mogelijke getuigen wijzen, waardoor we manieren kunnen vinden om bewijs te staven.’
Buiten het zicht van de wereld hielpen mensenrechtenorganisaties zo jarenlang het Strafhof. En nu, evengoed buiten het zicht, is dat ecosysteem aan het instorten en staat het Strafhof er steeds meer alleen voor.
All nice words
Nederland is van dit alles goed op de hoogte. Al in de zomer van 2025 blijkt uit Kamervragen dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zich bewust is van het risico dat ngo’s uit angst het Strafhof mijden.62 De drie gesanctioneerde Palestijnse organisaties doen meermaals een verzoek aan de Nederlandse overheid om hulp en bescherming tegen de sancties, maar dat blijft uit. Net zo goed is de overheid al jaren op de hoogte van de gevaren die Strafhofmedewerkers en mensenrechtenadvocaten lopen: Bensouda’s bedreigingen werden in 2015 gemeld, net als de intimidatie en bedreiging van ngo-medewerkers.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaat op geen van de specifiek genoemde incidenten in. Wel zegt het dat Nederland een ‘inspanningsverplichting’ heeft om het Strafhof te ‘faciliteren in de uitoefening van zijn werkzaamheden’, inclusief het beschermen van aan het hof gelieerde ngo’s, maar dat het ook aan Nederland is om zelf te bepalen hoe het invulling geeft aan die verplichting.
Het ministerie benadrukt ‘veelal achter de schermen’ druk bezig te zijn om de gevolgen van de sancties te beperken. In 2024, naar aanleiding van de onthullingen van The Guardian over Bensouda, zei toenmalig buitenlandminister Hanke Bruins Slot dat onderzoek naar de aantijgen zou worden gedaan.63 Op de uitkomsten van dat onderzoek weigert het ministerie in te gaan. Mocht er sprake zijn van ‘oneigenlijke buitenlandse beïnvloeding’ dan zal de overheid maatregelen nemen, stelt het ministerie.
‘Trump zegt heel letterlijk het wereldwijde rechtssysteem te vernielen, en wat wordt er tegen gedaan? Waar is Europa, met zijn gedeelde waarden?’, zegt Raji Sourani, directeur van een van de gesanctioneerde Palestijnse organisaties. ‘Achter de schermen zeggen ze “all nice words”, vertellen ze ons dat ze vastberaden zijn ons en het hof te beschermen, maar publiekelijk zeggen ze niks. Ze zeggen dit ook gewoon recht in ons gezicht: het spijt ons ontzettend, maar we mogen niet meer met jullie werken.’
Het past bij de algehele houding van de overheid: we werken hard, maar doen dat liever achter de schermen. Uit publieke bronnen en navraag bij het ministerie blijkt dat Nederland in de afgelopen jaren meermaals de Amerikaanse overheid heeft aangesproken op het Strafhof-dossier, en één keer de Israëlische ambassadeur in Den Haag heeft ontboden.64
In een schriftelijke reactie aan Investico laat de Israëlische ambassade weten dat ‘Israël zich niet in de zaken van het Strafhof mengt; integendeel, het Strafhof mengt zich in Israëls zaken.’ Buitenlandse Zaken weigert verzoeken tot een interview of achtergrondgesprek, en behandelt al veertien maanden een Woo-verzoek van Investico over het Strafhof. Ook de politie in Den Haag, het OM, de NCTV en het Strafhof zelf gaan niet in op gespreksverzoeken.
Tegelijkertijd is er weinig wat Nederland kán doen. Nederland heeft in Brussel gepleit om de zogeheten antiboycotverordening ‘klaar te zetten’, die Europese bedrijven verbiedt gehoor te geven aan Amerikaanse sancties. Meerdere aangenomen moties hebben al opgeroepen tot het inzetten van de verordening, maar het kabinet maande tot geduld en voorzichtigheid: het middel zou pas moeten worden ingezet als de VS sancties op het hele hof instellen.65 Nu die er zijn, draalt Nederland wéér.
In de hoogmoed van de jaren negentig heeft Nederland het hoogste orgaan van het internationaal strafrecht op onze bodem uitgenodigd, maar als klein land raakt het nu in verdrukking tussen het Strafhof en losgeslagen bondgenoten. Meerdere voormalige topambtenaren en buitenlandministers – die enkel op achtergrond over het Strafhof wilden spreken – zeggen er hetzelfde over: er is áltijd iets dat dringender en belangrijker is om met de VS of Israël uit te onderhandelen dan het Strafhof. In Washington draait het nu om de NAVO en importheffingen, in Israël om wapenhandel en inlichtingen. ‘En zo is er altijd wel wat’, zegt een voormalig minister. Een ander voegt toe: ‘Ga je in deze wereld de VS aanspreken op het Strafhof, terwijl we ook nog Oekraïne hebben? Dat is buitengewoon wrang, maar wel de realiteit.’
Realistische amibitie?
Premier Rob Jetten schudt afgelopen zomer trots de hand van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ze hebben net ‘een belangrijke stap’ besproken, zo schrijft de premier bij de foto op Instagram. Het is weer tijd voor euforie: Nederland heeft zich aangeboden als het gastland van een tribunaal dat Russische misdrijven in Oekraïne moet vervolgen. ‘De ministerraad heeft vandaag besloten dat Nederland onder voorwaarden gastland wil zijn, ook van de operationele fase van dit speciale tribunaal’, schrijft Jetten bij de foto.66
Of dat wel een realistische ambitie is? Natuurlijk zitten er voorwaarden aan volgens minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen. ‘De beveiliging kost een hoop geld, de huisvesting ook.’67 Zolang andere landen maar genoeg bijdragen aan het project, dan is het goed. Daarbij neemt het kabinet het risico dat Nederland wéér het toneel wordt van een jarenlange inlichtingenoperatie. Een intimidatiecampagne die hoort bij een nieuwe wereldorde, eentje die we ons nu nog niet kunnen voorstellen.
Deze publicatie werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
-
Nuremberg Academy Congratulates Dr Navi Pillay on 2026 Nobel Peace Prize - nurembergacadamy.org ↩
-
Courtroom 600 in Nuremberg ↩
-
Navi Pillay Factsheet - nobelprize.org ↩
-
Announcement of 2026 Nobel Peace Prize - youtube.com ↩
-
Imposing Sanctions on the International Criminal Court - 9 oktober 2026 - state.gov.
Volledige sanctielijst op de OFAC-website ↩
-
Gocha Lordkipanidze, Erdenebalsuren Damdin, Solomy Bossa, Luiz del Carmen Ibanez Carranza, Reine Adelaide Alapini Gansou, Beti Hohler, Kimberly Prost, Nicolas Guillou, Nazhat Shameem Khan, Mame Mandiaye Niang, Tomoko Akane, Abdoulaye Seye, Karim Khan - zie aankondigingen hier, hier, hier, hier en hier
bijvoorbeeld dit nieuwsbericht ↩
-
In deze speech noemde Marco Rubio het Strafhof een ‘rogue court’, en in deze speeh gebruikt hij de woorden brick by brick ↩
-
Zie hier de volledige persconferentie, en hier een NRC-verslag van de dag zelf. ↩
-
Blijkt uit gesprekken met oud-topdiplomaten, medewerkers van mensenrechtenorganisaties en oud-strafhofmedewerkers. ↩
-
Zie hier en hier voor informatie over de oprichting van het Joegoslavië- en Rwanda-tribunaal. ↩
-
Zie Trouw-artikel uit 1999 en ander Trouw-artikel uit 2006. ↩
-
Zie o.a. dit verslag van de Rome Conferentie, en dit artikel over de Russische houding tegenover het Strafhof. ↩
-
Zie dit VN-bericht over hoe landen stemden en hun standpunten over het verdrag. ↩
-
Zie zetelverdrag, artikel 40 en 43. ↩
-
Zie rapport ‘Be Our Guest’. ↩
-
Zie presidentieel archief. ↩
-
Zie dit artikel. ↩
-
Zie deze tijdlijn van Human Rights Watch en wetstekst hier. ↩
-
Zie gearchiveerde website. ↩
-
Zie bijvoorbeeld beleidsdocument van het Strafhof, en hier het Statuut van Rome. ↩
-
Zie bijvoorbeeld de ICC-pagina’s over Thomas Lubanga en Al Hassan Ag Abdoul Aziz. ↩
-
Zie ICC-pagina over Rodrigo Duterte. ↩
-
Zie de ICC-pagina’s over Vladimir Poetin en Benjamin Netanyahu. ↩
-
Zie jaarverslag Efteling. ↩
-
Zie begroting van Ministerie van Justitie en Veiligheid over 2020, p. 59. ↩
-
Gebaseerd op verklaringen van (voormalige) Strafhof-functionarissen, en zie voorbeelden over Libië en Venezuela. ↩
-
Referentie voor aantallen is het ledenbestand van Coalition for the ICC, zie hier voor informatie ↩
-
Zie bijvoorbeeld artikel 2 en 43 van zetelverdrag, tevens bevestigd door Buitenlandse Zaken na vragen van Investico ↩
-
De namen van deze organisaties zijn bij de hoofdredactie bekend. Zij weigerden met naam in het stuk te worden opgevoerd. ↩
-
Zie NRC-artikel uit 2016 voor de eerste verslaggeving over Nada Kiswanson. ↩
-
Zie dit rapport voor historische en politieke context over Palestina en het Strafhof. ↩
-
Blijkt uit gesprekken met betrokken (oud-)functionarissen van het Strafhof. ↩
-
Bespreking van Kiswansons veiligheidsmaatregelen komt in de beantwoording van deze kamervragen aan bod. ↩
-
Zie dit NRC-artikel met de reactie van het OM destijds, die in een telefoongesprek door het OM op 27 oktober 2026 is bevestigd. ↩
-
Zie Haaretz-artikel over de zaak. ↩
-
Blijkt uit gesprekken met betrokkenen, zie ook artikel van Human Rights Watch. ↩
-
Zie NRC-artikel over NGO Monitor, in het bijzonder dit document uit een hack-database waaruit blijkt dat een ambtenaar van het Israelische ministerie van Justitie een rapport van NGO Monitor in het geheim herschreef. ↩
-
Zie pagina van mensenrechtenorganisatie FIDH over het Israelische besluit. ↩
-
Zie statement op website van Duitse buitenlandministerie - het bericht is op Nederlandse overheidswebsites niet meer te vinden. ↩
-
Voor aanvullende berichtgeving over de invallen, zie website VN en Al-Haq. ↩
-
Zie aankondiging van Strafhof. ↩
-
Zie nieuwsbericht van de VN en artikel in The Guardian. ↩
-
Zie persbericht van Strafhof over Benjaming Netanyahu en Yoav Gallant, en de profielpagina van Mohammed Deif. ↩
-
Zie de Executive Order (presidentieel decreet) van Trump ↩
-
Zie de aankondiging van het Amerikaanse buitenlandministerie over de aanvullende sancties. ↩
-
Zie persconferentie op YouTube, vanaf 21m30s. ↩
-
Zie bijvoorbeeld artikel in The Guardian, artikel in Trouw, artikel in NRC. ↩
-
Zie persbericht van Amerikaanse buitenlandministerie. ↩
-
E-mail aan Investico, maar ook statement op X, en artikel van Human Rights Watch. ↩
-
Zie rapport van Berkeley Human Rights Center voor voorbeelden. ↩
-
Zie pagina van Human Rights Center voor het rapport over Mexico. ↩
-
De meeste organisaties willen niet dat bekend is dat zij met het Strafhof samenwerken, of dat zij hun samenwerking hebben stopgezet of ingeperkt, daarom willen zij niet met hun naam in de media. ↩
-
Zie bijvoorbeeld deze Kamervragen en uitspraken van defensieminister Ruben Brekelmans in dit debat. ↩
-
Zie dit overzicht van documenten opgevraagd onder de Woo, met daarin enkele contactmomenten tussen Nederland en Israël genoemd. ↩
-
Zie deze en deze motie, en hier de uitspraak over dat Nederland wil wachten met het inzetten van de maatregel. ↩
-
Zie Instagram-post en toelichting bij persconferentie ↩
- Lees meer over
- Internationaal Strafhof
Wilt u onafhankelijke onderzoeksjournalistiek ondersteunen? Word Vriend van Investico