Nieuws

Amerikaanse tabaksindustrie blijkt grote speler in Nederlands wietexperiment

Tabaksproducent Philip Morris, tegenwoordig Altria, is in het Nederlandse wietexperiment gestapt door deels eigenaar te worden van de grootste deelnemende teler. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, De Groene Amsterdammer en NU.nl. Experts vrezen dat de agressieve verkooptactieken van de tabaksindustrie terugkomen in de Nederlandse cannabismarkt.

Het Hellevoetsluise bedrijf CanAdelaar is de grootste teler uit het wietexperiment en produceert zo’n 20.000 kilo cannabis per jaar. Met het ongeveer vijf jaar durende experiment wil het kabinet in tien gemeenten de legalisering van wiet uitproberen. CanAdelaar levert sinds vorig jaar aan alle tientallen coffeeshops in de deelnemende gemeenten.

Altria, producent van de beroemde Marlboro-sigaret, kocht in 2019 bijna de helft van de aandelen van het Canadese cannabisbedrijf Cronos. Bij dit grote aandelenpakket hoort ook invloed op de koers van het bedrijf. Vier van de zeven directieleden van Cronos werken of werkten ook bij Altria. En Cronos kondigde op zijn beurt afgelopen december aan het Nederlandse CanAdelaar te kopen voor 57,5 miljoen euro.

‘Cannabis is onderdeel van de diversificatiestrategie van de tabaksindustrie’, zegt onderzoeker Rachel Barry van de universiteit van Bath. ‘Uit interne bedrijfsdocumenten blijkt dat ze het al in de jaren zeventig zagen als potentieel lucratief product.’ Maar nu de legalisering van cannabis in veel landen dichterbij lijkt te komen of al heeft plaatsgevonden, is er momentum. Sigaretten liggen onder vuur en worden strenger gereguleerd. De tabaksindustrie zoekt dus naar andere opties en vindt die in vapes, maar ook in cannabis.

De overname van de legale wietteler is niet verboden, maar onderzoekers en verslavingsexperts zijn wel bezorgd over mogelijke gevolgen. We weten hoe de tabaksindustrie opereert’, zegt Marc Willemsen, hoofd van de tabaksafdeling van kennisinstituut Trimbos. ‘Dit is niet zomaar een soort goededoelenorganisatie die denkt: ‘we gaan de overheid helpen om te voorkomen dat mensen langdurig cannabis gebruiken’.’

Twijfel zaaien
De tabaksbranche is bekend en berucht om haar lobby- en PR-strategieën, zegt Benoît Gomis van de universiteit van Toronto en de universiteit van Bath. ‘Big Tobacco’ financierde eerder onder andere misleidende campagnes en pseudowetenschappelijke studies, en huurde consultants en andere zogenaamd onafhankelijke ‘front groups’ in die twijfel zaaiden over de negatieve effecten van tabak.

Dit ‘lobby-playbook’ lijkt nu opnieuw te worden gebruikt voor het verspreiden van positieve informatie over cannabis, zegt Gomis. Dat sluit aan bij het gezondheidsimago dat de industrie wil uitdragen: bedrijven profileren zich graag als gezondheidsbevorderaars met bijvoorbeeld nicotinevervangers, ‘inhalatietherapieën’ en medicinale cannabis.

Uit onderzoek van Investico, De Groene Amsterdammer en NU.nl blijkt dat wetenschappers die betaald werden door het bedrijf Aspeya de afgelopen twee jaar ten minste vier artikelen over cannabis publiceerden in wetenschappelijke tijdschriften. Aspeya is een dochterbedrijf van Philip Morris International (ooit afgesplitst van Philip Morris, oftewel Altria) en betaalde negen van de elf auteurs die in wisselende samenstelling over potentiële voordelen van cannabis publiceerden. Zij waren in dienst van het bedrijf of werden ingehuurd als ‘wetenschappelijk adviseur’.

In relatief onbekende wetenschappelijke tijdschriften met namen als Journal of Clinical Medicine en Current Research in Complementary & Alternative Medicine doen ze onderzoek naar het ‘therapeutische potentieel’ van verschillende cannabisstofjes voor het behandelen van angststoornissen en andere medische aandoeningen. Dat terwijl verslavingsdeskundigen juist waarschuwen voor mogelijke risico’s op psychoses en andere mentale klachten na cannabisgebruik.

Sprake van een spin
Bij zulke door de tabaksbranche gefinancierde onderzoeken is ‘significant vaak sprake van spin’, zegt Kevin Jenniskens. Hij is staflid bij Cochrane Nederland, een instituut dat onder meer wetenschappelijke publicaties beoordeelt op kwaliteit. ‘Dan is er geen sprake van keiharde fraude met resultaten, maar worden die resultaten wel op een positievere manier uitgelegd.’

Hij boog zich over de papers en hoewel je nooit met zekerheid kunt zeggen dat de betaling door Aspeya de conclusies heeft beïnvloed, ziet hij red flags. ‘Het zijn geen nieuwe onderzoeken, maar beschrijvende, niet-systematisch uitgevoerde literatuurstudies. Dat laat meer ruimte voor interpretatie. En de auteurs benadrukken dat ze alleen studies hebben geselecteerd die ze zelf relevant vonden. Daardoor ligt cherrypicking op de loer.’

Nederlandse coffeeshops en de tien telers uit het wietexperiment moeten zich aan strenge eisen houden: geen reclame maken en niet verkopen aan minderjarigen bijvoorbeeld. Toch zijn alle zeven verslavings- en tabakexperts die we raadpleegden voor dit artikel bezorgd dat de tabaksindustrie met haar enorme marketingbudgetten, lobby en juridische afdelingen toch wel geitenpaadjes vindt om haar nieuwe waar aan de man te brengen.

‘De vraag is nu: hoe gaan ze nieuwe doelgroepen aanboren om de investeringen terug te verdienen?’ vraagt preventiedeskundige Tom Bart van verslavingsinstituut Jellinek zich af. ‘Bij vapes zagen we al hoe de tabaksindustrie daarvoor influencers, social media en dochterbedrijven inzette.’

Kor Spoelstra, directeur bij Verslavingszorg Noord-Nederland: ‘Mocht Nederland gaan legaliseren, laten we dan tenminste de commerciële belangen inperken. En deze industrie niet zomaar op haar blauwe ogen geloven dat ze het beste met ons voorheeft.’
Komende zomer evalueert de Nederlandse overheid het verloop van het wietexperiment.

Lees het onderzoek

Verdedig de rechtsstaat. Steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Word vriend