Ruim de helft van de arbeidsmigranten schrijft zich niet in bij een gemeente terwijl ze dat wel zouden moeten doen. Die inschrijving is wettelijk verplicht als ze langer dan vier maanden in Nederland werken. Arbeidsmigranten kennen die verplichting vaak niet en gemeenten ontmoedigen die inschrijving soms ook. De overheid tast daardoor in het duister over het aantal, vaak Oost-Europese werkers dat in Nederland actief is.

Zo werkten bij Otto Workforce, het grootste uitzendbureau voor arbeidsmigranten, tussen half 2019 en eind 2020 bijna 15.000 werknemers langer dan de vier maanden. Dat blijkt uit huisvestingsdata van het uitzendbureau, die in handen zijn van Platform voor Onderzoeksjournalistiek Investico, Trouw, De Groene Amsterdammer en onderzoeksprogramma Pointer. Het is voor het eerst dat via zo’n database gedetailleerde gegevens kunnen worden geanalyseerd over de vestiging en verhuizingen van arbeidsmigranten in Nederland.

Die 15.000 Otto-werknemers zouden wettelijk gezien ingeschreven moeten zijn bij de gemeente, maar een groot deel daarvan is dat vrijwel zeker niet. De cijfers komen overeen met een eerder onderzoek van burgercollectief 1Overheid op basis van gegevens van het UWV. Daaruit bleek dat het merendeel van de niet-ingeschreven arbeidsmigranten wel langer dan 4 maanden in Nederland werkte. Voor heel Nederland zou dat gaan om bijna 250 duizend onterecht niet-geregistreerde arbeidsmigranten, meer dan de helft van het totaal.

Geen auto en geen vaccin

Zonder inschrijving in de Basisregistratie Personen verliezen arbeidsmigranten als ze hun werk kwijtraken vaak ook hun woning en zorgverzekering. Ze hebben dan nauwelijks toegang tot de bijstand en kunnen niet terecht bij de daklozenopvang en voedselbank. Ook komen bijvoorbeeld hun kinderen niet in aanmerking voor extra taallessen op school. Verder kunnen ze geen Nederlandse auto kopen en zich niet inschrijven als woningzoekende. Momenteel ontstaat bovendien het probleem dat niet-ingeschreven arbeidsmigranten geen corona-vaccinatie krijgen omdat niet bekend is waar ze verblijven.

Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, een commissie onder leiding van oud-SP-leider Emile Roemer, noemde vorig najaar de gebrekkig registratie van arbeidsmigranten al als een van de belangrijkste problemen. ‘Er zijn honderdduizenden arbeidsmigranten in Nederland van wie de overheid geen idee heeft waar ze wonen’, zegt Roemer daarover. Uitzendbureaus houden zelf wel nauwkeurig bij wie zich waar bevindt, omdat zij voor hun personeel vaak ook de huisvesting regelen. Ook het UWV weet hoe lang mensen in Nederland werken, maar die gegevens worden niet gebruikt om te controleren wie zich zou moeten inschrijven, blijkt uit het onderzoek.

Navraag bij de grootste gemeenten die personeel van Otto Workforce huisvesten, leert dat zij inderdaad daar vaak niet staan geregistreerd. Op de meest bezochte woonlocatie – in het Limburgse Sevenum (gemeente Horst aan de Maas) – schreven slechts 30 mensen zich in 2019 en 2020 in, terwijl dat er volgens de database ruim negenhonderd hadden moeten zijn. Ook op grote locaties in Waalwijk en Boskoop stonden veel minder arbeidsmigranten ingeschreven dan in de database voorkomen. De gemeenten Venray en Beuningen konden überhaupt niet achterhalen hoeveel inwoners er op de betreffende locaties wonen.

Afhankelijk

‘Het niet-registreren houdt mensen kwetsbaar en afhankelijk’, zegt Imke van Gardingen, juridisch beleidsadviseur bij vakbond FNV. Betere registratie lost niet meteen alle problemen rondom de inzet van arbeidsmigranten op, zegt ze, maar het is een eerste stap die helpt tegen uitbuiting.

De gelekte data van Otto Workforce bevat informatie over werkgevers en woonlocaties van 24.000 werknemers die tussen half 2019 en eind 2020 voor het uitzendbureau werkzaam waren. Voor het onderzoek zijn de gegevens geanonimiseerd. Zeven op de tien arbeidsmigranten verbleef langer dan vier maanden in Nederland, bijna 20 procent verbleef hier alleen al tijdens deze periode langer dan een jaar.

Lees dit hele onderzoek ook in Trouw, De Groene Amsterdammer en bij Pointer. Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Auteurs

180618-5N9A8312Sylvana-klein

Sylvana van den Braak

Sylvana studeerde Media, Informatie & Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam en Journalistiek aan de Vrije Universiteit van …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700785

Emiel Woutersen

Emiel studeerde Theoretische Natuurkunde in Amsterdam en Cambridge en werkt ook als docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Profiel-pagina