Nederland is niet voorbereid op een nieuwe uitbraak van ziektes die vanuit de intensieve veehouderij overspringen op mensen. Dat zegt landbouweconoom Gert van Dijk, voorzitter van de commissie die in opdracht van het kabinet de uitbraak van Q-koorts heeft geëvalueerd. In de bestrijding van zulke ziekten – zoönosen – gaan landbouwbelangen tot dusver voor die van de volksgezondheid, concluderen meerdere experts in een onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico.

Europa maakte tot dusver maar twee grote uitbraken mee van ziektes die vanuit de intensieve veehouderij oversprongen op mensen. Beide gebeurden de afgelopen twintig jaar en beide in Nederland. In 2003 raakten duizend mensen besmet met vogelgriep en kwam een dierenarts te overlijden. Tussen 2007 en 2010 veroorzaakte intensieve geitenhouderij uitbraken van Q-koorts met honderdduizend besmettingen; duizenden chronisch zieken en bijna honderd doden als gevolg.

LNV heeft weinig macht om in te grijpen

Het ministerie van Volksgezondheid zou eindverantwoordelijkheid moeten hebben bij een uitbraak en bijvoorbeeld moeten kunnen besluiten om dieren te ruimen, vindt Van Dijk. Die macht heeft het ministerie echter niet. ‘We hebben geluk dat er sinds Q-koorts geen grote uitbraak meer geweest is. Corona laat zien: als het eenmaal komt, is iedereen te laat. Je moet voorbereid zijn. Dat zijn we niet.’

‘Corona laat zien: als het eenmaal komt, is iedereen te laat. Je moet voorbereid zijn. Dat zijn we niet.’

Gert van Dijk, voorzitter evaluatiecommissie Q-koortsTweet dit

Zijn uitspraken worden ondersteund door Roel Coutinho, toenmalig directeur van het Centrum voor Bestrijding van Infectieziekten (CIb) van het RIVM en huisarts Alfons Olde Loohuis van de stichting Q-support, die de belangen van Q-koortspatiënten behartigt. Bij de bestrijding van Q-koorts heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit effectieve bestrijdingsmaatregelen zelfs lang tegengewerkt, zeggen zij.

Landbouwlobby

‘Het heeft meer dan een half jaar geduurd voordat er een meldplicht kwam voor geitenboeren met een besmetting in hun stal’, zegt Coutinho. Tot op het hoogtepunt van de epidemie wist niemand welke bedrijven in Nederland besmet waren. De Gezondheidsdienst voor Dieren, wier verantwoordelijkheid het is om dierziekten te monitoren, wist dat wel, maar was in 2000 geprivatiseerd – en wilde de gegevens van hun ‘klanten’ niet delen.
 
‘Volgens Landbouw kon het bovendien niet aan de geitenmest liggen’, zegt Olde Loohuis, ‘want die werd ook over akkers in Zeeland uitgereden en daar was geen Q-koorts. Later bleek dat ze die mest alleen in de winter naar Zeeland reden, dan zijn er natuurlijk geen geboortes en komt Q-koorts sowieso niet voor. Ik ben toen gestopt met alles te geloven wat de landbouw zegt.’

‘Ik ben gestopt alles te geloven wat de landbouw zegt’

Alfons Olde Loohuis, huisarts en belangenbehartiger Q-koorts-patiëntenTweet dit

Historicus Floor Haalboom promoveerde op de Nederlandse bestrijding van zoönosen. ‘De argumenten van de sterk georganiseerde boerenlobby vonden telkens veel meer weerklank in de politiek dan die van volksgezondheid’, concludeert ze. ‘Die onderliggende machtsverhoudingen moet je veranderen als je een veranderde aanpak wil.’

Het gehele onderzoek verscheen in De Groene Amsterdammer. Lees hier een versie van dit onderzoek met annotaties. 

Auteurs

210506-Investico – Portret Thomas_RT-01 klein

Thomas Muntz

Hoofdredacteur

Thomas is filosoof en politicoloog en doceert in de masterclass onderzoeksjournalistiek. Hij is tevens docent politieke filosofie en …
Profiel-pagina

Felix Voogt

Felix studeerde productie aan de Nederlandse Filmacademie en werkte op de afdeling Internationaal van het Nederlands Filmfonds. Voor …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700785

Emiel Woutersen

Emiel studeerde Theoretische Natuurkunde in Amsterdam en Cambridge en werkt ook als docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Profiel-pagina