Hij was een superheld die de boodschap van liefde en compassie naar het Westen kwam brengen: Sogyal Rinpoche, telg uit een Tibetaanse zakenfamilie, persoonlijk vriend van de Dalai Lama en stichter van het wereldwijde boeddhistische onderwijsimperium Rigpa. Ook in Nederland. Zijn organisatie groeide tot 130 vestigingen in 30 landen en sterren als John Cleese en Carla Bruni liepen met hem weg. Maar deze zomer stierf Sogyal als de ‘Harvey Weinstein van het Tibetaans boeddhisme1’.

In 2017 deden acht (ex-)volgelingen een boekje open over seksueel misbruik en emotionele en lichamelijke mishandeling2. Sogyal dwong jonge vrouwen tot seksuele handelingen. Giften aan Rigpa zouden in plaats van naar het verspreiden van de boeddhistische leer, naar zijn ‘verkwistende, vraatzuchtige’ levensstijl gaan. Een onafhankelijk onderzoek bevestigde de beschuldigingen3. Na publicatie stapten drie Rigpa-bestuurders op, de Dalai Lama nam openlijk afstand4 van Sogyal.

In Nederland geldt Sogyals imperium Rigpa nog steeds als een Algemeen Nut Beogende Instelling5 (ANBI). Daarmee profiteert de stichting van flinke fiscale voordelen, en kunnen donateurs hun giften aan Rigpa aftrekken van de belasting. De misdragingen en het financieel wanbeheer van de voormalig leider veranderen daar niets aan.

In Nederland hebben ruim 43 duizend stichtingen de ANBI-status6. Zo’n status heeft veel voordelen: ANBI’s betalen geen erf- en schenkbelasting; over (grote) geldbedragen uit schenkingen of erfenissen hoeven ze niets af te dragen aan de fiscus7 – normaal gesproken kan de heffing over een schenking oplopen tot 40 procent8. Sommige ANBI’s kunnen een deel van de energiebelasting terug krijgen9. 

ANBI’s voldoen niet aan voorwaarden

De belastingvoordelen kosten de gemeenschap inmiddels bijna 600 miljoen euro per jaar – geld dat anders naar de schatkist zou gaan10. In ruil daarvoor moeten ANBI’s voldoen aan een aantal voorwaarden. Ze zijn verplicht hun financiële gegevens online te publiceren, mogen in principe geen winstoogmerk hebben, en de inkomsten niet onnodig ‘oppotten’. Een bestuurder mag niet in z’n eentje beslissen over het geld. En de belangrijkste voorwaarde: 90 procent van alle uitgaven moet ten goede komen van de doelstelling van de organisatie en dus het ‘algemeen nut’ dienen11. 

Een groot deel van deze instellingen voldoet echter niet aan één of meerdere van deze voorwaarden, blijkt uit onderzoek dat Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en datajournalistiek platform Pointer samen deden voor De Groene Amsterdammer, Reporter Radio en Trouw. Uit een representatieve steekproef (zie kader) die we deden blijkt dat bijna de helft van de instellingen niet voldoet aan de publicatieplicht. 48 procent van de onderzochte instellingen had de cijfers over 2018 in september – ruim twee maanden na de deadline – nog niet gepubliceerd. Bijna een derde had ook voor 2017 nog geen cijfers gepubliceerd. Van meer dan vijftienhonderd stichtingen kan de Belastingdienst de publicatieplicht überhaupt niet controleren, omdat de opgegeven website die niet bereikbaar was – bijvoorbeeld omdat de link onvindbaar bleek of de domeinnaam niet meer bestond. 

Voor het toezicht is slechts beperkte mankracht beschikbaar: het ANBI-team van de Belastingdienst telt 45 medewerkers12. Daarom leunt de dienst op andere instanties voor controle: toezicht op de kerkelijke instellingen met een ANBI-status is uitbesteed aan de kerken via de koepelorganisatie CIO13. Voor goede doelen is er samenwerking met toezichthouder CBF, die betrouwbare organisaties van een CBF-erkenning voorziet14. Die organisatie blijkt in praktijk strenger dan de Belastingdienst zelf: organisaties waarvan de erkenning werd ingetrokken, houden soms desondanks hun ANBI-status15. 

De belangrijkste voorwaarde voor een ANBI-status blijkt voor de Belastingdienst zelfs nauwelijks te controleren. Het ‘algemeen nut’ is in de wet nauwelijks gedefinieerd16. Zo kon bijvoorbeeld de boeddhistische organisatie van Sogyal Rinpoche jarenlang profiteren van belastingvoordelen, ondanks het wangedrag van de leider. Zolang aan de publicatieplicht is voldaan, de statuten niet in strijd zijn met de wet, of de (inmiddels overleden) leider niet door de rechter is veroordeeld, is het moeilijk de status te weigeren.

Virtueel rariteitenkabinet

Het ANBI-register van de Belastingdienst is een virtueel rariteitenkabinet van de Nederlandse filantropie: honderden hulporganisaties voor straatkinderen, tienermoeders of boeren in ontwikkelingslanden. Van heel concrete hulp – Sinterklaascadeaus voor arme kinderen – tot heel breed; initiatieven ter bevordering van integratie en een ‘harmonieuze’ samenleving. Stichtingen voor behoud van monumentale kerkorgels, stichtingen voor restauratie van historische boeken, stichtingen voor antroposofische kinderartsen, klassieke zangavonden en Indiase dans. Lokale politieke partijen, vrijmetselaars, evangelisatieclubs en vooral veel, heel veel kerken17.

Bestuurders met een opvallend riant salaris, een stichting die forse winsten draait of over een ontzagwekkend vermogen beschikt – het zijn aanwijzingen voor de Belastingdienst om eens dieper in de boeken te duiken: is er wel echt sprake van een goed doel, of wordt hier belasting ontweken? Zo’n onderzoek begint bij de gepubliceerde financiële gegevens – sinds 2014 verplicht voor ANBI’s, om misbruik te voorkomen18. Waar ze die gegevens publiceren, maakt niet uit – zolang het maar online is. Een Facebookpagina volstaat.

Dat lijkt heel transparant, maar de controle op die publicatieplicht is marginaal. Eind 2016 constateerde de Belastingdienst zelf al in een evaluatie dat het toezicht hierop te wensen over laat. In dat jaar waren 3.090 instellingen hierop bekeken, waarbij van zo’n 200 de status werd ingetrokken naar aanleiding van die toetsing19. Vorig jaar zomer nog zei staatssecretaris Snel dat in praktijk zelden een ANBI-status wordt ingetrokken op basis van het niet nakomen van de publicatieplicht. Intrekken gebeurt als op herhaaldelijk verzoek de vereiste informatie niet wordt gepubliceerd, maar dat komt volgens Snel ‘in de praktijk zelden voor, omdat uiteindelijk veel ANBI’s dus toch kunnen voldoen20.’

Het contrast met onze steekproef (zie kader) is groot: van de 381 ANBI’s hadden er 181 geen jaarverslag van 2018 gepubliceerd. Bijna een derde had zelfs geen recenter jaarverslag dan 2016 – en soms dus nog ouder, of helemaal niks. Dit kostte onze vier onderzoekers elk zo’n twee uur om uit te zoeken – ofwel, 75 seconden per ANBI-controle. Zo berekend zou 910 uur voldoende zijn om álle ANBI’s jaarlijks te controleren op publicatieplicht – grofweg een halve fte per jaar. De Belastingdienst laat in reactie op de bevindingen weten dat ‘het constateren van een onzorgvuldigheid’ als deze slechts het begin is van uitgebreider onderzoek, dat veel meer tijd kost21. 

6 miljard euro in filantropische sector

Sinds 1984 geeft de stichting Family Help Programme (FHP) hulp aan mensen in Sri Lanka; ze helpen dakloze ouderen en families met lage inkomens, bouwen scholen en bijna 500 woningen. FHP heeft in Nederland de ANBI-status. Jarenlang is de samenwerking tussen de stichting in Nederland en partnerorganisatie in Sri Lanka succesvol. Tot 2016. ‘We ontdekten corruptie in de organisatie in Sri Lanka’, zegt Fons Catau, voorzitter van FHP. ‘Het was een soort familiebedrijf geworden. Onze steun diende vooral voor het in stand houden van werk voor mensen rond de stichting.’

FHP heeft naast een ANBI-status ook een CBF-Erkenning, het stempel van welbevinden als goededoelenorganisatie. Catau informeert het CBF over de corruptie, waarop het CBF de stichting onder verscherpt toezicht stelt. In oktober 2017 trekt het CBF de Erkenning in, omdat verbeteringen uitblijven. FHP waarschuwt de donateurs: ze kunnen niet langer met eerlijkheid zeggen dat hun geld goed terechtkomt. Ze stoppen de samenwerking met de organisatie in Sri Lanka.

Maar voor de ANBI-status werkt het anders. Catau: ‘Het geld was gewoon keurig netjes naar organisatie in Sri Lanka gegaan, wat dat betreft hielden we ons aan de regels.’ Dat het geld in Sri Lanka vervolgens niet goed werd besteed bleek voor de ANBI-status geen probleem. ‘Als ik geen goedgekeurd jaarverslag meer had gehad, ja, dan had de Belastingdienst misschien wél bovenop ons gezeten22.’

Het is opmerkelijk: de Belastingdienst werkt sinds juli 2017 samen met het CBF23. Voor ANBI-instellingen die ook een CBF-Erkenning hebben, is de kans op controle door de Belastingdienst kleiner24. Maar het CBF stelt strengere eisen dan de Belastingdienst en trekt daarom soms andere conclusies over de kwaliteit en betrouwbaarheid van goede doelen25. Van de 112 goede doelen die het CBF in de afgelopen drie jaar niet erkende, of waarvan ze de erkenning introk, hebben 27 tot op heden volgens het register van de Belastingdienst nog wel een ANBI-status26.

Volgens het rapport ‘Geven in Nederland’ uit 201727 gaat er in de filantropische sector in Nederland in totaal 6 miljard euro om, 4 miljard daarvan wordt opgehaald door de ruim 600 goededoelenorganisaties28 die een CBF-Erkenning hebben29.

As Soennah-moskee

De vrouwelijke lust beteugel je met meisjesbesnijdenis, en bij overspel door getrouwde mensen past de dood door steniging. Als in het voorjaar van 2018 bekend wordt wat in de Haagse As Soennah moskee wordt gepredikt, is de ophef groot. Het gebedshuis blijkt bovendien al langer op de radar van de inlichtingendienst te staan; As Soennah zou financiering krijgen van een Koeweitse instelling die met terrorisme in verband wordt gebracht. De stichting achter de moskee blijkt dan al jarenlang belastingvoordeel te genieten: sinds 2008 is As Soennah officieel erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling30.

De zaak leidt onmiddellijk tot Kamervragen. ‘Deelt u de mening dat deze zaken evident in strijd zijn met het algemeen belang?’, werpt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt staatssecretaris Snel van Financiën voor de voeten31. Die mening deel ik volledig, antwoordt Snel. Maar, voegt hij er meteen aan toe: dat is niet ‘op voorhand vanzelfsprekend’ voldoende reden de ANBI-status in te trekken32.

Het illustreert het grootste dilemma in de controle van ANBI’s: de eis dat ze het ‘algemeen nut’ beogen, ligt in de naam besloten. De voorwaarde dat 90 procent van de uitgaven daaraan ten goede moet komen, is volgens zowel de Belastingdienst als de staatssecretaris het belangrijkste criterium33. Maar het antwoord op de vraag wat algemeen nut is, heeft het kabinet bewust open gelaten. De Belastingdienst moet het doen met een reeks categorieën: van cultuur tot onderwijs en van dierenwelzijn tot religie, levensbeschouwing en spiritualiteit34. De statuten en activiteiten moeten duidelijk maken in welke categorie de instelling past.

Daarmee is ‘Algemeen Nut Beogende Instelling’ in praktijk een heel ruim begrip, getuige het ANBI-register. Wat te denken van een stichting die voorlichting geeft over ‘zedenleer op rooms-katholieke grondslag’? Of vereniging Lot to.kg die zich, zo suggereert althans de website, als politieke groepering verzet tegen de ‘überGoldMorg’? En waarom heeft een in China gevestigde organisatie voor onderzoek naar en ontwikkeling van machines voor de verwerking van minerale gesteenten een ANBI-status in Nederland35?

Dient een stichting die keurig in een van de hokjes past ook automatisch het algemeen belang? Die vraag levert voortdurend discussie op. Cruciaal is het onderscheid met het particulier belang. Een breiclub puur om te breien dient een privébelang. Maar haal je met de breiclub mensen uit hun isolement, dan dient het een maatschappelijk doel en komt het wel voor een ANBI-status in aanmerking.

Soms moet de rechter de discussie beslechten, bijvoorbeeld als een stichting na afwijzing van een status in beroep gaat – zo’n enkele tientallen keren per jaar. Een belangrijke zaak is de uitspraak van de Hoge Raad in 2012 dat een woningbouwstichting aanspraak kon maken op de ANBI-status36. De Belastingdienst had dat in eerste instantie afgewezen – een woonruimte is een particulier belang. Dat klopt, zei de Hoge Raad, maar dat is slechts een zij-effect van het werk van woningbouwverenigingen. Het doel is algemeen nuttig; volkshuisvesting.

De Belastingdienst kan een ANBI-status intrekken als sprake is van activiteiten of doelen die in strijd zijn met de Grondwet. Maar discutabele doelstellingen vind je doorgaans niet in de statuten. Voor intrekking is een strafrechtelijke veroordeling nodig van de bestuurders of invloedrijke personen in de instelling. ‘Het is soms makkelijker als iemand niet gepubliceerd heeft en we dat kunnen constateren’, erkent de staatssecretaris37. Niet voldoen aan de publicatieplicht is een reden met meer ‘juridisch houvast’ dan de vraag naar haatzaaien of oproepen tot geweld.

Wat de Belastingdienst wel kan: bij een vermoeden van foute intenties, waarbij een afwijzingsgrond ontbreekt, in het systeem een markering plaatsen bij de ANBI, zodat twee jaar later de activiteiten nog eens worden beoordeeld38. Daarmee houd je dubieuze organisaties niet tegen, maar de keerzijde is: zonder bewijzen een status intrekken op basis van de verdenking van haatzaaien of andere zaken in strijd met de Grondwet, zou willekeur in de hand werken.

Merendeel ANBI’s is houtje-touwtje

In een strak gewitte vergaderkamer bij Allen & Overy wijst Sigrid Hemels op een piramide. Naast haar werk bij het advocatenkantoor is Hemels hoogleraar Belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Kijk, dit zijn de ANBI’s. De onderste helft van de piramide, het grootste deel, wil het echt goed doen. Maar ze maken soms foutjes – snappen het niet, of vergeten iets te publiceren. Het middelste deel zou graag frauderen als je ze de kans geeft, maar zien ervan af als ze weten dat fraude hard wordt aangepakt. En de top, die fraudeert hoe dan ook.’

Slim toezicht houden betekent de piramide respecteren, zegt Hemels: ‘Maar een heel klein percentage van die 43 duizend ANBI’s is professioneel. Het merendeel is houtje-touwtje, ’s avonds in de achterkamer. Dus waarom zou je zo ingewikkeld doen en elke ANBI alle gegevens op een eigen website laten publiceren?’ Ze bepleit een portaal waar alle ANBI’s hun gegevens moeten invullen, zoals in het Verenigd Koninkrijk al jarenlang gebeurt. Minder gedoe voor organisaties zelf, overzichtelijk voor donateurs en bovendien: de Belastingdienst kan de schaarse menskracht inzetten voor de top, waar het echt wat oplevert. ‘Als je een echte fraudeur bent, heb je een picobello website. Je zou gek zijn je zo makkelijk te laten vangen39.’

Zo mogelijk nog ongemakkelijker is de rol van de Belastingdienst in het bepalen van de belangrijkste voorwaarde: ‘minimaal 90 procent van de uitgaven wordt besteed aan het algemeen nut’. Door de open norm kijkt de dienst nu vooral naar die 90 procent op de balans, en nauwelijks naar het algemeen nut.

Hemels begrijpt wel hoe dat kan. ‘De laatste vijftien, twintig jaar wordt belastingwetgeving in noodgang door het parlement gejaagd.’ Dat zag je ook bij de Geefwet uit 2012, waarin de meest recente ANBI-regels zijn uitgewerkt. ‘Daardoor is er wel discussie geweest over het nut van fanfares, omdat een Kamerlid daar toevallig aan dacht. Maar er is geen fundamenteel debat gevoerd over wat wij als samenleving algemeen nuttig vinden.’

Het algemeen belang is niet: daar waar iedereen in Nederland het mee eens is, benadrukt Hemels. ‘Algemeen belang is per definitie een beperkt belang, dat heeft de Hoge Raad al in 1926 vastgesteld. Anders blijven alleen de dijken over als algemeen nuttig.’ Lachend: ‘Hoewel zelfs dat te betwisten is, getuige de Hedwigepolder.’ In Engeland heeft men jaren gediscussieerd voordat soortgelijke wetgeving in de Charity wet werd ingevoerd40.

Hemels is nadrukkelijk geen voorstander van afschaffing van de ANBI-regeling. De fiscale voordelen voor goede doelen én als stimulans om te geven, zijn een groot goed. Goed voor de gever, maar ook voor het ontvangende goede doel – het belastingvoordeel zou de ‘geefbereidheid’ stimuleren. Maar de politiek zou meer moeten debatteren over wie ervoor in aanmerking komt. ‘Als ik in het buitenland vertel dat amateursport hier niet als algemeen nuttig geldt, kijken ze me met verbazing aan. Dat wordt nog erger als ik zeg dat politieke partijen dat per definitie wél zijn.’

‘We moeten het niet tot achter de komma vastleggen’, zegt VVD-Kamerlid Helma Lodders. ‘Maar het zou goed zijn als we hier eens heel grondig debat over gaan voeren als begin volgend jaar het wetsvoorstel voor verbeteringen van de ANBI-regeling voorligt. Dat sport bijvoorbeeld nu niet maatschappelijk nuttig is, lijkt me iets om opnieuw te bediscussiëren41.’

De As Soennah Moskee in Den Haag die vrouwenbesnijdenis promootte, verloor uiteindelijk de ANBI-status, enkele maanden na de onthullingen. De Belastingdienst wilde niet ingaan op de reden voor intrekking; ze doet geen uitspraken over specifieke gevallen. Wel verwees een woordvoerder naar de voorwaarden die de dienst stelt aan een ANBI-status – als de instelling daaraan ook na ‘herhaaldelijk aandringen’ niet voldoet, ‘is ingrijpen noodzakelijk’. Behalve de omstreden prediking bleek As Soennah ook de publicatieplicht niet te hebben voldaan; de vereiste financiële gegevens waren niet online gepubliceerd42.

Voor dit onderzoek deden we in samenwerking met KRO-NCRV’s dataprogramma Pointer een representatieve steekproef onder 381 instellingen met een ANBI-status. De steekproef is getrokken uit de lijst van op 3 september 2019 bij de Belastingdienst als ANBI geregistreerde instellingen – 43.268 in totaal, en de instellingen zijn onderzocht op 12 september 2019, ruim twee maanden na de publicatiedeadline. Voor de steekproef hebben we een marge van 5 procent genomen bij een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent. Met andere woorden: we zijn er 95 procent zeker van dat tussen de 43 en 53 procent van álle ANBI’s in Nederland geen jaarverslag van 2018 online hebben staan. De lijst met ANBI’s is openbaar en te raadplegen via de website van de Belastingdienst.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten – fondsbjp.nl

  1. Mary Finnigan en Rob Hogendoorn: Sex and Violence in Tibetan Buddhism – The Rise and Fall of Sogyal Rinpoche. Jorvik Press. Zie ook dit bericht in De Volkskrant. ↩︎
  2. Letter to Sogyal Lakar ↩︎
  3. Zie onderzoeksrapport Lewis Silkin en dit bericht van de NOS ↩︎
  4. Zie onder andere dit bericht in Trouw ↩︎
  5. Register Belastingdienst ↩︎
  6. 43.268 ANBI’s in totaal bij de start van dit onderzoek, via de open data op de website van de Belastingdienst, geraadpleegd op 3 september 2019. Zie de website van de belastingdienst voor de meest recente lijst ↩︎
  7. Zie dit bericht op de website van de Belastingdienst ↩︎
  8. Zie deze publicatie op de website van de Belastingdienst ↩︎
  9. Zie deze publicatie op de website van de Belastingdienst ↩︎
  10. Meest recente cijfers volgens de Belastingdienst zoals op verzoek gedeeld door de Belastingdienst, per mail op 18 november 2019. Oorspronkelijke bron: Miljoenennota 2018. ↩︎
  11. Zie deze publicatie van de Belastingdienst ↩︎
  12. Volgens de Belastingdienst bestaat het ANBI-team uit 45 fte ↩︎
  13. Zie dit convenant van Belastingdienst en CIO ↩︎
  14. Zie dit convenant van Belastingdienst met het CBF ↩︎
  15. Bleek uit een vergelijking van het openbare CBF-register en het ANBI-register in december 2019 ↩︎
  16. Zie Algemene wet inzake rijksbelastingen: Geefwet, artikel VII, 5b via deze link ↩︎
  17. Alle genoemde stichtingen zijn afkomstig uit de steekproef van 381 organisaties. ↩︎
  18. Zie dit bericht van de Belastingdienst ↩︎
  19. Zie pagina 25 van dit evaluatierapport ↩︎
  20. Algemeen overleg vaste Kamercommissie voor financiën met toenmalig staatssecretaris Snel op 20 juni 2018, verslag ↩︎
  21. Volledige reactie Belastingdienst, per email op 13 december 2019: <quote>Het is niet goed als een stichting in juli van dit jaar nog geen jaarverslag over 2018 heeft gepubliceerd. Het is overigens een keuze van de Belastingdienst om de publicatieplicht integraal te beoordelen. Niet alleen de tijdige publicatie van de financiële stukken maar ook de actualiteit en de hoofdlijnen van het beleidsplan, het beloningsbeleid, het verslag van de uitgevoerde activiteiten, de actuele bestuurssamenstelling en de contactgegevens worden beoordeeld. Als één of meerdere criteria niet voldoen, nemen we contact op met deze instelling, geven we aan wat er is geconstateerd en verzoeken wij ze om de omissie te herstellen. Het constateren van omissies kan ook aanleiding zijn voor een uitgebreider onderzoek waaruit zou kunnen blijken dat de ANBI-status niet per direct maar met terugwerkende kracht ingetrokken moet worden. Kortom: de constatering van een onzorgvuldigheid is het begin van een uitgebreider en arbeidsintensiever traject dan hier wordt geschetst.<unquote> ↩︎

  22. Informatie uit telefonisch gesprek met Fons Catau, december 2019 ↩︎
  23. Zie dit convenant ↩︎
  24. Informatie uit gesprek met CBF, oktober 2019 ↩︎
  25. Zie CBF-normen ↩︎
  26. Informatie uit vergelijking tussen openbaar CBF-register en ANBI-register van de Belastingdienst. De Belastingdienst reageerde op 13 december 2019 per mail als volgt (quote-unquote):

    Het convenant met het CBF is afgesloten met onder meer het gebruikersgemak van de goede doelen zelf in het achterhoofd. Zij moesten voorheen voor zowel het keurmerk als de fiscale ANBI-status eigenlijk dezelfde informatie aanleveren aan te leveren. Dat proces is gestroomlijnd. In het convenant met het CBF van 29 juni 2018 is ook de uitwisseling van informatie tussen CBF en de Belastingdienst geregeld. Als naar aanleiding van toezicht door het CBF van een ANBI de erkenning wordt ingetrokken, wordt de Belastingdienst daarover geïnformeerd. De Belastingdienst (her)beoordeelt dan de ANBI-status van deze instellingen. De intrekking van de erkenningsregeling betekent overigens niet dat automatisch de ANBI-status wordt ingetrokken. Het is een signaal voor de Belastingdienst om de instelling in controle te nemen. Overigens gaat het CBF ook informatie delen met de Belastingdienst over instellingen die het keurmerk aanvragen maar die daarvoor worden afgewezen. ↩︎

  27. Zie dit rapport ↩︎
  28. Aantal organisaties met CBF-Erkenning sinds 1 november 2019, zie dit bericht ↩︎
  29. Informatie uit gesprek met CBF ↩︎
  30. Onderzoek van NRC Handelsblad en Nieuwsuur, zie o.a. dit bericht NRC Handelsblad 27 april 2018 ↩︎
  31. Zie dit verslag ↩︎
  32. Zie hier de Kamervragen en antwoorden van de staatssecretaris ↩︎
  33. Toenmalig staatssecretaris Snel stelde in het debat op 20 juni 2018 (quote-unquote): De belangrijkste inhoudelijke voorwaarde om een anbi te kunnen zijn, is dat meer dan 90% van de gelden aan het algemeen nut besteed worden ↩︎
  34. Zie voor de categorieën artikel VII, 5b-3 ↩︎
  35. Alle genoemde stichtingen zijn afkomstig uit de steekproef van 381 organisaties ↩︎
  36. Zie dit bericht ↩︎
  37. In Algemeen Overleg op 20 juni 2018 ↩︎
  38. Bron o.a. Uitvoerings- en toezichtsplan 2019, Expertisecentrum ANBI, concept 0.9, p.6, verkregen via een beroep op de Wob (Wet openbaarheid bestuur) en te raadplegen via de website van de Rijksoverheid ↩︎
  39. Interview Sigrid Hemels, Belastingrechtexpert, 4 december 2019 ↩︎
  40. Interview Sigrid Hemels, Belastingrechtexpert, 4 december 2019 ↩︎
  41. Telefonisch interview, 6 december 2019 ↩︎
  42. Zie onder andere berichten op Nu.nl en AD Haagse Courant. De rekenhulp van de Belastingdienst toont dat de ANBI-status per 2 juli 2018 ingetrokken werd ↩︎

Auteurs

Jolanda van de Beld

Jolanda van de Beld studeerde Nederlands, politicologie...

Jolanda van de Beld studeerde Nederlands, politicologie en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt ook als freelance …
Profiel-pagina

Eline Huisman

Eline Huisman studeerde Internationale Betrekkingen...

Eline Huisman studeerde Internationale Betrekkingen aan de universiteiten van Nijmegen en Aix-en-Provence. Ze schrijft graag over macht, …
Profiel-pagina