Driekwart van de agenten voelt zich machteloos bij de aanpak van mensen met psychische problematiek

‘Niet gek genoeg’

Een opvangkamer op de afdeling Opvang Verwarde Personen op het hoofdbureau van de Politie in Den Haag. Beeld door: Bart Maat / ANP

Nieuws

Agenten voelen zich gedwongen tot geweld tegen mensen in psychische nood

Driekwart van de agenten voelt zich regelmatig machteloos bij de aanpak van mensen die mede door psychische problematiek overlast veroorzaken of een gevaar zijn voor zichzelf. De machteloosheid gaat geregeld samen met gebruik van geweld, blijkt uit een enquête onder ruim duizend agenten door heel Nederland door Investico voor dagblad Trouw en De Groene Amsterdammer. 

In de enquête werd expliciet gevraagd naar de omgang met mensen met verward gedrag bij wie de politie ook psychische problematiek vermoedt. 65 procent van de agenten voelt zich onvoldoende toegerust om met deze mensen om te gaan, zeggen zij in de enquête, die via de Nederlandse Politiebond in september is gehouden. Volgens de politiemensen is er te weinig aandacht voor psychische problematiek in de opleiding. Velen missen ook het stroomstootwapen (taser) als optie tussen de pepperspray en het vuurwapen. ‘De huidige geweldsmiddelen en trainingen bieden niet voldoende houvast om het hoofd te bieden aan wat er nu speelt’, schrijft een teamchef uit Amsterdam. ‘Hierdoor lopen steeds meer collega’s fysiek en mentaal klappen op.’

Blijf op de hoogte van onze onderzoeken. Meld je aan voor de nieuwsbrief

Driekwart van de agenten die op straat werkzaam zijn, heeft één of meerdere keren meegemaakt dat ze de situatie niet meer onder controle hadden, blijkt uit de enquête. Ze werden aangevallen door een persoon met verward gedrag, of die persoon bracht zichzelf ernstige schade toe. ‘Eén persoon stak zichzelf neer op het moment dat hij ons zag. Sommigen willen “graag” vechten en staan je op te wachten’, geeft een beginnend agent in Den Haag als toelichting.

Politiegeweld

Ruim 85 procent van de agenten geeft aan dat de psychisch verwarde personen die zij  tegenkomen ‘soms’ of ‘vaak’ agressief tegen hen zijn. Agenten worden bespuugd, gebeten, geslagen en bedreigd met messen en andere wapens. Meer dan de helft van de agenten ziet zich ‘soms’ genoodzaakt geweld te gebruiken tegen personen met verward gedrag. Ruim tien procent zegt zelfs dit ‘vaak’ te moeten doen. ‘Wij knokken vaak met mensen die gewoon ziek in hun hoofd zijn’, zegt een brigadier uit Limburg. ‘Echt triest dat het zover is gekomen.’

Politiegeweld in zulke situaties heeft al geleid tot ernstig gewonden en sterfgevallen. Zo overleed in maart de 40-jarige Zwollenaar Tomy Holten na een gewelddadige arrestatie volgend op verward en overlastgevend gedrag in een supermarkt. Controle Alt Delete, een actiegroep tegen politiegeweld, becijferde eind vorig jaar dat ‘personen met verward gedrag’ de helft vormden van de drieëndertig mensen die tussen 2016 en 2019 overleden onder verantwoordelijkheid van de politie. Bij dat cijfer moet er rekening mee worden gehouden dat ook zelfdoding meetelt. 

‘Dat we kwetsbare mensen zo behandelen, daarvan zeggen alle agenten: dit kan niet,’ reageert Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond. ‘Samen met mensen uit de ggz zijn we bezig om in de opleiding meer aandacht te besteden aan wat agenten kunnen doen bij deze groep zodat we geweld kunnen voorkomen.’ Tegelijkertijd vindt Struijs dat de politie is opgezadeld met een maatschappelijk probleem dat niet bij hen thuishoort. ‘De mate waarin wij dit tegenkomen past niet binnen een democratische beschaving.’

Politie neemt taken ggz over

Uit de enquête blijkt ook dat agenten zich nog altijd genoodzaakt voelen werk van de ggz op zich te nemen, ondanks een nieuwe wet die de taakverdeling tussen ggz en politie beter had moeten regelen . Ruim zestig procent van de agenten heeft dit jaar al minstens twee maal iemand in psychische verwarring vervoerd. Het politievervoer vindt plaats door heel Nederland, ook op plekken waar een speciale ambulance rijdt. Eveneens zestig procent van de agenten zegt dit jaar nog iemand in psychische verwarring in de cel te hebben gezet, ondanks afspraken om dit niet meer te doen.

Zowel vervoer als opsluiting komt met name voort uit de aanrijtijden van de crisisdienst. Het wachten op die hulpdiensten van de zorg duurt simpelweg te lang, zeggen de agenten. ‘We mogen ze na drie uur wachten niet op straat zetten en moeten door naar prio[riteit] meldingen,’ geeft een agent uit Oost-Brabant als verklaring waarom zijn team dit jaar nog mensen in psychische verwarring die geen strafbaar feit hebben gepleegd heeft opgesloten. 

Door heel Nederland geeft ruim 80 procent van de agenten aan gemiddeld langer dan een uur te moeten wachten op de crisisdienst. Alleen in Amsterdam, waar al jaren hard wordt gezocht naar oplossingen voor deze groep en strikte afspraken zijn gemaakt over vervoer, is de aanrijtijd korter, maar ook daar moet de helft van de agenten nog geregeld langer dan een uur wachten. Tijdens dat wachten raakt de persoon in kwestie volgens de agenten vaak verder in paniek, wat de situatie onhoudbaar maakt. 

Verantwoording

Investico is radicaal transparant. In verantwoordingsdocumenten maken wij onze onderzoeksmethodes en resultaten openbaar zodat publiek en andere onderzoekers ons werk kunnen controleren en erop kunnen voortbouwen. In de longread van het onderzoek hieronder verwijzen noten naar het bronmateriaal. Wilt u meer weten over onze missie en methode? Lees meer

Onderzoek met bronnen

‘Niet gek genoeg’

Een opvangkamer op de afdeling Opvang Verwarde Personen op het hoofdbureau van de Politie in Den Haag. Beeld door: Bart Maat / ANP

Crisisdiensten zijn niet altijd toegerust om mensen met psychische problemen op te vangen. Daar zijn ze immers niet voor opgeleid. ‘Steeds meer collega’s lopen fysiek en mentaal klappen op.’

‘Je gaat bij de politie om boeven te vangen, maar we zijn vooral patiënten aan het vangen.’ Michael Meijer kan het weten. Als agent die ook jarenlange ervaring heeft als persoonlijk begeleider in de ggz, herkent hij psychische problemen als hij ze ziet. En als wijkagent op Amsterdam Centraal, ziet hij ze vaak. Op deze frisse dag in juni maakt hij zijn vertrouwde ronde door het station. Vanwege zijn zorgportefeuille let hij niet alleen op crimineel gedrag, maar speurt hij ook naar tekenen van psychische verwarring. Dat is vooral haveloosheid. ‘Ik kijk naar kleding en bagage, naar de manier waarop mensen zitten, en hoe lang en hoe vaak ze er zitten.’

Als iemand nieuw is – zoals vandaag een Oost-Europese jongen met een kapotte slaapzak om zich heen gewikkeld – registreert hij de identiteitsgegevens. Maar de meesten kent hij al; bij hen houdt hij een vinger aan de pols. Vlak buiten het station ziet hij meneer H.1 staan, een man van Surinaamse afkomst met een verwilderde baard en een jas waar de vulling uitpuilt. Meneer H. heeft een stationsverbod gekregen. Met treurige blik knikt hij in de richting van een stenen bankje achter het glas. ‘Dat bankje staat op mijn naam, kijk maar in de Kamer van Koophandel.’ Meijer peilt of meneer H naar de opvang wil, maar die wil niets, behalve naar zijn bankje. Hij keert zich af om naar het water te staren. ‘Dit gaat weer jaren duren, vrees ik,’ zegt Meijer.2 ‘Hij is te rustig. Het moet eerst echt uit de klauwen lopen, met schreeuwen en veel overlast, dan zijn er weer mogelijkheden, dan kunnen we een psychiater laten beoordelen of er een stoornis is.’

Word nu Vriend van Investico en versterk de onderzoeksjournalistiek in Nederland

Steun ons

Michael Meijer komt vrijwel dagelijks in aanraking met een groep waar veel agenten wanhopig van worden: mensen die mede door psychische problematiek steeds verder afglijden. ‘Personen met verward of onbegrepen gedrag’ zijn al jaren in het nieuws.3 In de afgelopen paar jaar is er door het ministerie van VWS 76 miljoen beschikbaar gesteld voor lokale pilots.4 Toch blijven de politiemeldingen over overlast door deze groep stijgen.5 Dit jaar was de hoop van de politie gevestigd op de invoering van de Wet Verplichte GGZ; de nieuwe wet die gedwongen behandeling regelt voor mensen die door een psychische stoornis een gevaar vormen voor zichzelf of anderen.6 Agenten hadden het minder druk moeten krijgen door duidelijker afspraken over waar hun verantwoordelijkheid ophoudt.7

De praktijk is anders, blijkt uit onderzoek dat platform voor onderzoeksjournalistiek Investico de afgelopen maanden deed, waaronder een enquête onder leden van de Politiebond. Ook dit jaar zijn agenten weer meer tijd kwijt aan mensen in psychische verwarring, zeggen ze zelf.8 Uit onmacht sluiten ze deze mensen nog geregeld op in de cel en gebruiken ze geweld tegen hen.9 Meer samenwerking tussen gemeente, ggz en politie om crisissen te voorkomen lijkt de sleutel te zijn – maar die samenwerking staat onder druk.

Het moet altijd nog erger

Afgelopen juli kreeg Laura plots een bericht op Facebook van een onbekende vrouw: ‘Wij worden helemaal gek van hem. Hij staat elke avond te schreeuwen, hij slaat in zijn huis de boel kort en klein.’ Het ging over Laura’s 27-jarige zoon Tom. ‘Dat bericht bleek afkomstig van zijn buurvrouw,’ vertelt Laura,10 die anoniem wil blijven om haar zoon te beschermen. ‘Ze moet me op Facebook hebben opgezocht. Ze wist waarschijnlijk ook niet meer wat ze met de situatie aan moest.’

Vier jaar geleden kreeg Tom de diagnose schizofrenie, waarvoor hij het afgelopen jaar drie keer werd opgenomen in een ggz-instelling. ‘Het lastige is dat hij, net als de meeste mensen met schizofrenie, geen inzicht heeft in z’n eigen ziektebeeld,’ vertelt zijn moeder. ‘Hij wil best af en toe een therapiesessie te doen, maar al snel vindt hij het niet meer nodig.’ Tijdens de lockdown besloot hij met zijn medicijnen te stoppen. ‘Dan wéét je dat het misgaat.’ 

Voor haar ogen zag Laura haar zoon achteruit gaan. Bijna dagelijks belde ze het ambulante ggz-team dat Tom begeleidde. ‘Ik vertelde dat hij z’n medicijnen niet nam; ik stuurde foto’s van mijn zoon: hij ging in korte tijd van ruim 100 kilo naar 65 omdat hij niet meer at. Jongens, dit gaat mis, doe iets!’ Maar het ambulante team kreeg geen contact meer met Tom. Hij liet hen niet binnen en weigerde hulp. Het ggz-team vroeg via de Officier van Justitie een zogenoemde zorgmachtiging aan: toestemming voor langdurige onvrijwillige behandeling voor mensen die zichzelf of anderen mogelijk ernstige schade berokkenen, maar waarbij geen acuut gevaar11 dreigt. Die procedure zou op papier in zes weken geregeld kunnen zijn. In praktijk is dat dikwijls meerdere maanden, vanwege waarborgen van patiëntenrechten, maar ook vanwege achterstanden bij het OM en een stroperige bureaucratie, zoals we in een eerder onderzoek over de Wet Verplichte GGZ lieten zien.12

Ondertussen werd Tom geplaagd door stemmen in zijn hoofd die hem opdrachten gaven. Geregeld moest de politie voor hem komen. ‘Hij viel mensen op straat lastig, werd een café uitgegooid omdat hij het personeel daar amoureuze voorstellen deed, de woningbouwvereniging plukte hem naakt van straat,’ somt zijn moeder op. Zelf belde ze herhaaldelijk de crisisdienst, de ggz-afdeling voor psychische noodtoestanden. ‘Hij was een keer totaal in paniek omdat hij dacht dat zijn ogen eruit rotten, schreeuwend liep hij over straat. Maar de crisisdienst zei steeds opnieuw: “Zorgelijk, maar niet gevaarlijk genoeg.” Je denkt dat het erg is, maar het moet altijd nog erger.’ 

Meer dan eens kreeg Laura van de crisisdienst het advies dan maar de politie te bellen. Ze lacht schamper. ‘Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik weet zelf maar al te goed dat de politie er helemaal niks mee kan.’ Laura is namelijk niet alleen moeder, maar ook politieagent in Noord-Holland. ‘Mijn zoon is slechts één van de vele schrijnende voorbeelden,’ weet ze. 

‘Niet gek genoeg’

Door heel Nederland zitten agenten met de handen in het haar vanwege ‘personen met verward gedrag’. Dit blijkt ook uit de enquête van Investico onder ruim duizend agenten.13 Driekwart van hen zegt zich regelmatig ‘machteloos’ te voelen en maar liefst 87 procent ziet steeds dezelfde mensen met psychische problemen overlast veroorzaken. Hoewel de meerderheid de omgang met psychisch verwarde personen ziet als onderdeel van het politiewerk, voelen velen zich hierbij tekort schieten. 65 procent geeft aan zich niet voldoende toegerust te voelen om met psychisch verwarde personen om te gaan. Daar is volgens de agenten te weinig aandacht voor in de opleiding.14 Bovendien missen ze het stroomstootwapen (ook wel: taser) als optie tussen pepperspray en vuurwapen. ‘De huidige geweldsmiddelen en trainingen bieden niet voldoende houvast om het hoofd te bieden aan wat er nu speelt’, schrijft een teamchef uit Amsterdam. ‘Hierdoor lopen steeds meer collega’s fysiek en mentaal klappen op.’

Driekwart van de agenten die op straat werkzaam is, heeft één of meerdere situaties meegemaakt waarin ze de controle verloor. Ze werden aangevallen door iemand met verward gedrag en zagen zich genoodzaakt diegene te fixeren of zelfs neer te schieten.15 Of het lukte niet om te voorkomen dat iemand zichzelf ernstige schade toebracht. De afspraak is tegenwoordig om mensen in psychische verwarring niet meer in de cel te zetten. Toch zegt bijna zestig procent van de agenten dat dit jaar toch te hebben gedaan – in afwachting van de crisisdienst of om iemand van de straat te halen. Dat ‘de zorg’ niet altijd in actie komt, leidt tot frustratie. 69 procent meent dat de beoordelaar van de ggz-crisisdienst vaak niet ziet hoe ernstig de situatie is. 

Laura herkent dit al te goed: ‘We hebben een vaste club verwarde mensen voor wie we een aantal keer per week moeten komen. We treffen dan iemand met wie het helemaal niet goed gaat, we nemen hem mee om te laten beoordelen door de crisisdienst en een paar uur later staat die persoon weer op straat: “niet gek genoeg”.’ Vroeg of laat wordt de politie opnieuw gebeld. ‘Dan gaan we er gewoon weer heen.’

Na tweeënhalve maand kwam het bij Laura’s zoon tot een zogenoemde crisismaatregel, een spoed-dwangopname, van toepassing bij acuut gevaar. ‘Hij zag een onbekende vrouw haar kind in de auto zetten en wilde zelf ook instappen. Vrouw in paniek, omstanders in paniek. De politie nam hem mee naar het bureau, en stopte hem in de cel in afwachting van de crisisdienst die hem moest beoordelen. In de cel heeft hij ook nog een klap uitgedeeld. Dat gaf de doorslag. Hij kreeg een prik, werd in de ambulance geladen, en is naar de kliniek gebracht. Daar heeft hij veertien dagen in de isoleercel gezeten omdat hij zo agressief was dat er geen land mee te bezeilen was. Waarom kon hij dan niet eerder worden opgenomen?’ 

Dwangzorg is ‘laatste redmiddel’

Laura had gehoopt dat de nieuwe wet verandering16 zou brengen. In plaats van ‘ernstig gevaar’ zoals beschreven in de oude wet, moet de patiënt nu als gevolg van de psychische stoornis een ‘ernstig nadeel’ vormen voor zichzelf of anderen. ‘Ik hechtte erg aan dat woordje “nadeel”. Ik hoopte dat het de ggz de ruimte gaf eerder in te grijpen, zodat je minder escalaties met de politie erbij hebt. Als mijn zoon schreeuwend over straat gaat, is dat niet gevaarlijk, maar wel heel nadelig. Stel je voor, een paar weken later komt hij weer terug naar huis in dezelfde wijk waar hij zo gek heeft lopen doen. Daar zien ze hem dan nog steeds als een gek. De schaamte is dan zo groot. Is dat niet genoeg nadeel?’

Het is de prangende vraag van zowel agenten als familieleden: waarom laat de ggz mensen zo snel weer los? Deels vanwege fundamentele mensenrechten, is het antwoord.17 Iemand die niets strafbaars heeft gedaan, kun je niet zomaar beroven van het recht op vrijheid. ‘Dwangopnames zijn soms nodig, maar ze zijn ook heel schadelijk,’ verduidelijkt Jeroen Zoeteman,18 directeur van de Spoedeisende Psychiatrie in Amsterdam. ‘Geregeld komen er ex-patiënten vragen of ze hier nog eens op de afdeling mogen kijken, omdat de beelden van hun crisisopname maar blijven spoken in hun nachtmerries. Dan besef je hoe traumatisch het kan zijn.’ De ggz oordeelt dan ook geregeld dat het gevaar niet ernstig genoeg, niet acuut genoeg, of niet behandelbaar19 is.

Dwangzorg is bedoeld als laatste ‘redmiddel’, als al het andere al geprobeerd is en niet heeft gewerkt. De nieuwe wetgeving heeft daaraan niets veranderd. Integendeel: de bedoeling van de wet was juist om de patiëntenrechten beter te beschermen en dwang vaker af te wenden.20 Nederland moest af van de ongelukkige eer om binnen Europa een van de landen te zijn met de meeste gedwongen opnames.21 In de toelichtingstekst van de wet staat dan ook dat ‘ernstig nadeel’ niet is bedoeld om de mogelijkheden voor dwang te verruimen.22 Dat blijkt gemakkelijker op papier dan in realiteit: zowel onze gesprekken met ggz-professionals als cijfers van de Raad voor de Rechtspraak suggereren dat dit jaar nog geen sprake is van beduidend minder dwang dan in voorgaande jaren.23 De rechterlijke procedures rondom gedwongen zorg blijven schommelen tussen de 2000 en 3000 per maand.24 

Complexe gevallen

‘Ieder jaar hebben we wel één of twee complexe gevallen waar geen einde aan lijkt te komen,’ vertelt Marloes Waaijenberg,25 adviseur bij de gemeente Renkum, waar haar functie speciaal in het leven is geroepen om zorg en veiligheid dichter bij elkaar te brengen. ‘Zo hadden we een man voor wie soms wel vier politiemeldingen per dag binnenkwamen. Hij gooide dingen uit het raam, hij bedreigde buren. De politie bracht hem naar de ggz, maar daar zeiden ze dat een opname geen zin had als hij niet eerst afkickte. Bij verslavingszorg zeiden ze dat ze de verslaving niet konden behandelen vanwege de psychose. Helaas hoorden wij als gemeente pas na twee maanden over alle politiemeldingen. De gemeente heeft toen druk gezet om toch een opname voor elkaar te krijgen. Niet omdat we mensen die ‘lastig’ zijn per se willen opsluiten, maar omdat het voor hemzelf ook het beste was. Inmiddels hadden bovendien drie buren tijdelijk ander onderdak gezocht, zo bang waren ze.’ 

Uiteindelijk is er met alle betrokkenen een ‘mooi plan’ voor deze meneer opgesteld, zegt Waaijenberg. ‘Eerst de ggz-crisisafdeling met extra beveiliging, daarna de dubbeldiagnosekliniek, waar ze gespecialiseerd zijn in de combinatie verslaving en psychiatrie. Over drie weken wordt hij waarschijnlijk ontslagen. Wij hebben in de tussentijd een andere woning voor hem gevonden, in een rustiger buurt waar hij minder overprikkeld wordt. In de huurvoorwaarden van het tijdelijke wooncontract staat dat hij zijn zorgbegeleiding moet accepteren, omdat hij anders zijn huis kan kwijtraken. Ook blijft de komende zes maanden een zorgmachtiging gelden, zodat dwangzorg is toegestaan wanneer het opnieuw misloopt.’ De aanloop verdient geen schoonheidsprijs, erkent Waaijenberg, maar de afloop is een voorbeeld van hoe de gemeente door samenwerking tussen partners als ggz, politie en woningbouw probeert oplossingen te vinden. 

Zulke samenwerking is cruciaal voor de groep waar de politie mee te maken krijgt. Doorgaans spelen bij hen meerdere problemen tegelijk: combinaties26 van psychische problemen, dakloosheid, verslaving, criminaliteit en een verstandelijke beperking. ‘Multiproblematiek’, in hulpverlenersjargon, die de ggz niet in haar eentje kan oplossen. De nieuwe Wet Verplichte GGZ schrijft daarom voor dat alle betrokken partijen – OM, burgemeesters, ggz, GGD en politie – eens in de drie maanden overleggen om niet alleen de dwangzorg te bespreken, maar ook het voorkomen27 daarvan. 

Tegelijkertijd hebben de nieuwe regels de samenwerking ook onder spanning gezet. Vóor 1 januari viel iedereen die een acuut gevaar vormt voor zichzelf of anderen nog onder dezelfde wet, en kwam bij de crisisafdeling van de ggz terecht.28 Tegenwoordig zijn de patiënten opgedeeld in categorieën: voor de psychiatrische stoornissen is er de Wet Verplichte GGZ, mensen met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische problemen vallen onder de Wet Zorg en Dwang. Gevolg: ggz-crisisafdelingen nemen mensen met dementie of een laag IQ niet meer op, want die vallen onder de ‘verkeerde’ wet.29 

De opsplitsing vinden de meeste zorgexperts volkomen kunstmatig.30 ‘Als dokter kan ik zelden met 100 procent zekerheid zeggen of de verstandelijke beperking of de psychiatrie voorliggend is,’ zegt Michiel Vermaak,31 die naast arts voor verstandelijk gehandicapten ook straatdokter is in Rotterdam. ‘Aan de uiteinden van het spectrum is het duidelijk, maar het is een continuüm, met een heel grote groep, van 30 of 40 procent, die kunnen dwalen tussen beide.’ 

Arts Channa de Winter32 zit er met haar werkgebied middenin: zij werkt bij Trajectum met patiënten die zowel kampen met psychiatrische problemen als met lichte verstandelijke beperkingen. ‘Er was altijd al een tekort aan crisisplekken voor verstandelijk gehandicapten, maar door de splitsing van de wet is dit op scherp gezet,’ zegt de Winter. ‘Bij een crisis zit nu iedereen elkaar aan te kijken: wie gaat deze persoon opnemen? Als de patiënt in crisis een laag IQ heeft, verwijst de ggz naar de verstandelijk-gehandicaptensector: hij valt niet onder onze wet, deze is voor jullie. “Maar wij hebben geen crisisopvang, dus hij moet toch naar jullie,” zeggen wij dan.’ Dat naar elkaar wijzen maakt De Winter maandelijks mee. ‘We hebben het tot nu toe steeds met veel kunst- en vliegwerk weten op te lossen, door iemand op een reguliere afdeling te plaatsen. Maar dat kan eigenlijk niet, want dan neemt die persoon de plek in van een ander die weliswaar geen crisis heeft, maar wel al lang op de wachtlijst stond.’ Waarop die mensen voor wie geen plek is weer verder kunnen afzakken, zoals andere experts op het kruisvlak van zorg en veiligheid bevestigen. Carolien Weda,33 die in Friesland ‘procesregisseur’ is voor mensen met multiproblematiek: ‘We blijven er tegenaan lopen dat er niet genoeg bedden zijn. Geregeld belandt zo iemand uiteindelijk in het strafrecht – wat we nu juist willen voorkomen.’ 

Bemoeizorg onder druk

Meneer H mist nog steeds zijn bankje. Vandaag zit hij in de schaduw op een muurtje bij de veerpont achter het station, in zijn dikke kapotte winterjas. Het is eind juni, zijn blik is iets minder treurig en de dag minder kil. Deze keer lopen we niet mee met de politie, maar met sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Hendrik Boon,34 die vanuit ggz-instelling Arkin aan ‘bemoeizorg’ doet. Hij gaat langs bij inloophuizen en opvanglocaties, op zoek naar mensen met psychische problemen die hij vrijwillig naar hulp kan toeleiden. Dwang zet hij pas in als het echt niet anders kan. Boon is iemand die pleit voor het behoud van aparte, afwijkende mensen; de ‘paradijsvogels’. Maar over meneer H denkt hij hetzelfde als agent Meijer: ‘Ik zou willen dat-ie eens een ruit kapot maakt of iets dergelijks, want nu houd ik hem al een jaar in de gaten en ik zie alleen maar dat hij verder verwaarloost.’ 

Meneer H glimlacht flauwtjes als Hendrik op hem afkomt. Hij laat een maaltijdbon zien van de opvang die hij in zijn paspoort in zijn binnenzak bewaart. Daar is hij wel langs gegaan, zegt hij, maar hij wilde er niet blijven. ‘Omdat de luchtcirculatie niet goed was. Al had ik die wel kunnen repareren, ik was vroeger timmerman.’ De man op het paspoort heeft geen baard, het smalle hoofd is vrijwel niet herkenbaar als het zijne. Of hij nog wat nodig heeft op dit moment, vraagt Boon. Meneer H twijfelt even, maar zegt van niet. Voor Boon zit er niets anders op dan hem een goede dag te wensen.

Bemoeizorg is een kwestie van een lange adem. Maar zulke vormen van preventie zijn wel de manier om gedwongen opnames te voorkomen, vindt onder anderen straatdokter Michiel Vermaak:35 ‘Je kunt het voor mensen met multiproblematiek nooit honderd procent oplossen, maar je kunt wel degelijk heel veel doen. Dan stel ik iemand voor: “We kunnen een huis voor je regelen, als jij je medicatie slikt.” Die zegt dan: “Echt niet!” En ik weer: “Oké, ik kan je nergens toe dwingen, maar als ik je over een jaar nog steeds hier op straat zie, zullen we dan afspreken dat we daar weer naar kijken?” Ik heb het vier keer meegemaakt dat iemand terugkomt en zegt: “Misschien moet ik toch naar je luisteren.” Als maatschappij moeten we ook beseffen dat het een proces is, dat mensen het recht hebben om meerdere keren met hun kop tegen de muur te stoten.’

Investico werkt altijd samen met andere media. Zo versterken we de onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Lees meer over ons

Dit soort zorg staat echter onder druk; door verlies aan sociale verbanden in de wijken en de kunstmatige splitsing in categorieën patiënten, maar ook door financiële schotten. De bemoeizorg die mensen als Hendrik Boon leveren, komt uit het gemeentebudget, via de wet maatschappelijke ondersteuning (wmo). Dat werkt zolang een gemeente het belang van deze vorm van preventie inziet, maar betekent ook dat deze zorg afhankelijk is van waar je woont en met elke gemeentelijke verkiezing kan veranderen. En als de zorgverlener vanuit de bemoeizorg iemand – vrijwillig of gedwongen – overdraagt aan een ggz-behandelteam, moet die zorg ineens via de zorgverzekeraar worden betaald. Boon:36 ‘Bij complexe gevallen stuit dat regelmatig op afhouden, omdat de instelling bang is dat het niet wordt vergoed.’ 

De Rotterdamse psychiater en hoogleraar Niels Mulder, die aan de bel trok over de voortdurende toename in dwangopnames,37 pleit voor een financiering van de zorg met minder schotten en meer consistentie. ‘Er zit nu een vacuüm tussen vrijwillige zorg en gedwongen zorg. Pas als het héél slecht gaat met iemand, vergoedt de zorgverzekeraar. Niemand neemt consistent de verantwoordelijkheid voor bemoeizorg. Alle “aanjaagteams verwarde personen” ten spijt is dit nog altijd niet goed38 geregeld.’ Omdat de preventiekant zo ‘houtje-touwtje’ is, benadrukt de hoogleraar, raken mensen eerder ernstig in de problemen, waardoor dwangzorg alleen maar toeneemt. ‘Gemeenten moeten beseffen dat deze mensen er altijd zijn geweest en er altijd zullen blijven. Pilots zijn tijdelijk, je moet deze zorg structureel borgen. Het is hoog tijd dat de ministeries van Volksgezondheid en Justitie hun verantwoordelijkheid nemen.’

Hoe het nu gaat met meneer H, vragen we in september aan Hendrik Boon. Hij ziet ‘voorzichtige progressie’: ‘Hij verblijft nog op het station, maar laatst is hij voor het eerst samen met mij naar een inloophuis geweest voor wat warmte en eten. Er lijkt wat vertrouwen te ontstaan. Wel is hij onverminderd verward.’  

Enquête: heeft de wet Verplichte GGZ verlichting gebracht voor agenten?


  1. We hebben de naam van meneer H. geanonimiseerd omdat hij in zijn huidige staat geen betrouwbare toestemming kan geven voor verschijning in een artikel. 

  2. Het meelopen met Meijer vond plaats op 5 juni 2020. Een telefonisch voorgesprek vond plaats op 10 april 2020. 

  3. Zie bijvoorbeeld deze Trimbos factsheetuit 2016. Of zie het Groene-artikel van 5 april 2017 In de knel tussen ideaal en bezuiniging. In dit eerdere Investico-onderzoek brachten we de frequentie van de berichtgeving over ‘verwarde personen’ vanaf de jaren negentig tot en met 2016 in kaart. 

  4. Zie de tussentijdse evaluatie van ZonMW van het Actieprogramma lokale initiatieven mensen met Verward Gedrag. ZonMW bevestigde aan ons dat € 76 miljoen het totale budget was van dit Actieprogramma, dat eind 2016 begon en eind 2020 eindigt. 

  5. Dit zijn de zogenoemde E33-meldingen. Zie bijvoorbeeld dit bericht van NRC. Bij de stijging in E33-meldingen moet worden opgemerkt dat die deels verklaard zouden kunnen worden uit een betere bekendheid met verward gedrag en de bijbehorende code (een registratie-effect). Het Trimbos-instituut (2016) benadrukt bovendien dat verwardheid niet gelijkgesteld moet worden met het hebben van een psychische aandoening. Volgens een analyse van Koekkoek uit 2017 is in zo’n 45% van de meldingen sprake van een vermoeden van of bekende psychische stoornis. 

  6. Voor meer over de (totstandkoming van) Wet Verplichte GGZ, zie ons eerdere geannoteerde artikel 

  7. De WVGGZ zou zowel zorgen voor meer wettelijke bevoegdheden om in te grijpen als voor een duidelijker taakverdeling tussen ggz en politie. De politie benadrukte onder meer niet meer ingezet te willen worden voor het vervoer. Zie bijvoorbeeld de brief van de politie aan VWS n.a.v. de 2e nota van wijziging bij de WVGGZ. Hoewel vervoer door de politie wettelijk juist werd toegestaan, kwam in een toelichtingstekst bij de wet te staan dat de politie dit alleen in uitzonderingsgevallen zou hoeven doen en ook dan vergezeld door een hulpverlener (zie de Memorie van Toelichting bij artikel 7:3). Margot Snijders, beleidsadviseur korpsleiding politie Amsterdam, zei in gesprek met een van ons (04-06-2020): De winst van de WVGGZ voor ons zou moeten zijn dat wij minder werk krijgen op dit terrein, omdat de zorgpartners meer aan zet zijn. 

  8. Dit sluit ook aan bij de meest recente E33-cijfers, die wederom gestegen zijn. Zie hier voor de meest recente data die de politie openbaar heeft gemaakt 

  9. Dit blijkt uit onze enquête, gehouden in september 2020, onder leden van de Politiebond (1076 respondenten). Eind 2019 meldde de Monitor al dat het stoppen van politievervoer van personen met verward gedrag nog niet is gelukt en begin 2020 berichtte NRC dat de politie in 2019 naar eigen schatting nog zo’n 2300 verwarde personen heeft opgesloten die geen strafbaar feit hebben gepleegd. 

  10. Telefonisch gesprek op 24 september 2020 

  11. Zie hier voor verdere uitleg over de zorgmachtiging 

  12. Over dit onderzoek publiceerden we 22 juli 2020 in De Groene Amsterdammer: De mens verdwijnt uit beeld. Zie hier de geannoteerde versie van dit artikel. 

  13. Zie alle uitkomsten in de presentatie onderaan dit artikel 

  14. Dat bleek eerder dit jaar ook al uit een enquête in opdracht van Justitie en Veiligheid onder 596 agenten: driekwart van die respondenten gaf aan geen opleiding/training te hebben ontvangen in het omgaan met personen met verward gedrag. De respondenten in die enquête waren verdeeld over of ze daar wel of geen behoefte aan zouden hebben: 58% niet, 42% wel. Zie het rapport van de Inspectie van Justitie en Veiligheid (juni 2020; persbericht 1 september 2020) 

  15. Dit blijkt wederom uit onze enquête. Als het echt uit de hand loopt, halen deze gevallen doorgaans de (lokale) media, zoals dit jaar bijvoorbeeld het overlijden van Tomy Holten. Actiegroep Controle Alt Delete berichtte eerder al dat ruim de helft van de drieëndertig mensen die in de periode 2016-2019 overleden onder verantwoordelijkheid van de politie volgens persberichten verward gedrag vertoonde (waarbij benadrukt moet worden dat ook zelfmoord onder politietoezicht hieronder valt) 

  16. De verandering van gevaar naar nadeel heeft voor veel verwarring gezorgd, zoals o.a. ook blijkt uit deze Kamerdiscussie van februari 2017. Het was echter toen al niet bedoeld als versoepeling, zoals minister Schippers aangaf: Is er geen materiële uitbreiding van het gevaarcriterium? Nee, met het begrip ernstig nadeel is er geen materiële uitbreiding van het huidige gevaarbegrip onder de BOPZ. Voor een kritiek op de verandering van gevaar naar ernstig nadeel, zie de reactie van het College voor de Rechten van de Mens (oktober 2015) 

  17. Zie daarover wederom ons eerdere artikel 

  18. Zoomgesprek op 15 mei 2020 

  19. De wet schrijft voor dat dwang moet voldoen aan de criteria van subsidiariteit (er is geen minder ingrijpend middel beschikbaar), proportionaliteit (het middel staat in verhouding tot het doel) en doelmatigheid (het middel is werkzaam). Zie artikel 2:1, lid 3. 

  20. Zie hier bijvoorbeeld de beknopte uitleg van de wet op: De wet is er op gericht om verplichte zorg zo veel mogelijk te voorkomen. 

  21. Zie bijvoorbeeld dit artikel voor het hoge aantal dwangopnames in Nederland in internationaal perspectief: https://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/assets/articles/61-2019-8-artikel-nieuws.pdf en dit artikel voor de stijgende lijn in de opnames. 

  22. Zie de integrale artikelsgewijze toelichting, onder de kop Het begrip ernstig nadeel staat: Het is met de introductie van het begrip ́ernstig nadeel ́ niet de bedoeling om de huidige invulling van het gevaarscriterium in de rechtspraktijk op te rekken.  

  23. De Volkskrant berichtte eerder dit jaar al over een toename in crisismaatregelen (oftewel: spoedopnames). Hierbij moet wel gezegd worden dat dit wisselt per maand. Ook Omroep Zeeland meldt dat de nieuwe wet in die regio niet leidt tot minder gedwongen opnames. 

  24. Dit blijkt uit de cijfers tot en met september 2020 die Investico 5 oktober 2020 opvroeg bij de Raad voor de Rechtspraak. 

  25. Telefonisch gesprek op 10 september 2020. 

  26. Zo vertelde ons niet alleen Michael Meijer, maar ook onder anderen Niels Mulder, psychiater bij Bavo Europoort en hoogleraar Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (telefonisch gesprek 8 september 2020) en Barbara van Straaten, onderzoeker bij IVO Research en Platform31 (telefonisch gesprek 3 september 2020). Uit onderzoek van Van Straaten en anderen uit augustus 2018 bleek bijvoorbeeld dat ongeveer de helft van de cliënten van een Rotterdamse nachtopvang ook een licht verstandelijke beperking hadden.  

  27. Zie de wettekst artikel 8:31 

  28. Zie o.a. deze notitie van de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie uit december 2019. In het huidige Wet Bopz-stelsel vallen beide regimes (Wvggz en Wzd) onder de Wet Bopz. Dit maakt het nu mogelijk om betrokkenen die straks onder de Wzd vallen, voor crisis tijdelijk verplicht op te vangen binnen een GGZ- afdeling met een Bopz erkenning. Straks kan dit niet meer omdat de meeste GGZ-afdelingen geen Wzd erkenning zullen hebben. 

  29. Zie o.a. de Notitie toekomstig beleid crisisdiensten betreffende Wvggz en Wzd van GGZ Nederland. Hierin schrijft de sector dat zij weliswaar de crisisbeoordeling op zich zal blijven nemen, maar dat zij geen mensen opnemen die onder de Wet Zorg en Dwang vallen: Er moet 24/7 voldoende beschikbaarheid van crisisbedden bij de VG- en PG-sector aanwezig zijn zodat de crisisplaatsing op korte termijn kan plaatsvinden (binnen 24 uur). De GGZ-instelling neemt geen Wzd-cliënten op. 

  30. Dat blijkt uit onze gesprekken met twaalf experts op dit gebied: artsen voor verstandelijk gehandicapten en specialisten ouderengeneeskunde. 

  31. Telefonisch gesprek op 27 augustus 2020. Vermaak was een van de co-auteurs van het onderzoek van Van Straaten en collega’s naar verstandelijke beperkingen van daklozen. 

  32. Telefonisch gesprek op 10 september 2020. Een tweede telefonisch gesprek vond plaats op 16 september 2020. 

  33. Telefonisch gesprek op 2 oktober 2020. 

  34. Meegelopen op 24 juni 2020. 

  35. Telefonisch gesprek op 27 augustus 2020. 

  36. Mailconversatie met Hendrik Boon op 25 september 2020, met dubbelcheck op 2 oktober. 

  37. Dit doet Mulder al jaren, zie bijvoorbeeld hier. 

  38. Telefoongesprek op 8 september 2020. 

Wilt u onafhankelijke onderzoeksjournalistiek ondersteunen? Word Vriend van Investico

U las de longread van dit onderzoek. Heeft u naar aanleiding hiervan een tip? Neem contact met ons op

Diepgravende onderzoeksjournalistiek is onmisbaar. Word nu Vriend van Investico en versterk de onderzoeksjournalistiek in Nederland.

Word vriend