Van alle nieuwe windmolens in Nederland komen er vier op de tien in of pal naast beschermde natuur te staan. Ook bouwers van zonneparken laten hun oog vallen op kwetsbare groenzones. Dat blijkt uit onderzoek door het platform voor onderzoeksjournalistiek Investico in samenwerking met EenVandaag en Trouw en mede voor De Groene Amsterdammer, De Gelderlander, De Stentor en BN DeStem.

De trek naar de natuurzones lijkt mede te worden veroorzaakt door de weerstand tegen energieprojecten buiten de natuur die door lokale bewonersgroepen worden geblokkeerd. Nu al zijn ruim 600 windmolens in en binnen 200 meter van beschermde natuurgebieden in bedrijf. Energiebedrijven hebben toestemming om daar zeker 300 turbines aan toe te voegen. Daarvan zullen 175 windmolens zelfs verschijnen in Natura 2000-gebied, beschermde natuur met de hoogste Europese status van kwetsbaarheid, zo blijkt uit het onderzoek.

De nieuwe trend valt extra op in gebieden zoals het IJsselmeer; de Zeeuwse delta en delen van Gelderland, Brabant en Noord-Limburg.

Turbines verkleinen leefgebied vogels

Grote natuurorganisaties staan lijnrecht tegenover elkaar over de toename van wind- en zonneprojecten in de natuur. De vereniging Natuurmonumenten is principieel tegenstander van hernieuwbare energieprojecten in beschermde natuur. ‘We lopen het risico dat de natuur het afvoerputje wordt voor duurzame ambities’, vindt Marc van den Tweel, directeur van vereniging Natuurmonumenten.

Staatsbosbeheer daarentegen ontwikkelt tientallen turbines op haar terrein; deels in beschermde natuur. ‘De energietransitie vraagt een bijdrage van iedereen’, zegt de woordvoerder van de organisatie. Per windmolen ontvangt Staatsbosbeheer bovendien enkele tienduizenden euro’s per jaar. ‘Daardoor kunnen we ons natuurbeheer met minder belastinggeld uitvoeren’.

‘We lopen het risico dat de natuur het afvoerputje wordt voor duurzame ambities’

Marc van den Tweel, NatuurmonumentenTweet dit

Ook Rijkswaterstaat, beheerder van waterrijke natuurgebieden, stelt beschermde natuur beschikbaar voor schone energieproductie, zoals met een verkenning naar de aanleg van drijvende zonnepanelen op het IJsselmeer. Landelijk staan 375 zonneparken op stapel; over de ecologische gevolgen van deze bouwwerken leven vragen en zorgen onder ecologen. Dat windmolens een bedreiging kunnen vormen voor vogelpopulaties is al langer duidelijk. Ook bedreigde vleermuissoorten behoren tot de risicogroep. De windturbines verkleinen het leefgebied van zoogdieren en vogels, verstoren vliegroutes van vogels en veroorzaken aanvaringen.

Ecologen waarschuwen dat de negatieve effecten alleen per regionaal project in kaart worden gebracht. Naar de opgetelde schade kijkt bijna niemand. ‘In Nederland is nog geen onderzoek gedaan naar de effecten van hectares vol zonnepanelen op vogels’, zegt ecoloog Jan van der Winden die overheden, bedrijven en natuurorganisaties adviseert over vogelecologie. Eerdere Amerikaanse studies tonen dat vogels zich doodvliegen tegen de bouwwerken. ‘Dat onderzoek is hier ook nodig. We weten nog zo weinig.’

Klimaatakkoord

Wind- en zonneparken zijn nodig om de doelen van het Klimaatakkoord te halen, maar waar ze moeten komen wordt regionaal bepaald in dertig Regionale Energie Strategieën (RES). Gemeenten lijken vaker natuur als ‘zoekgebied’ te kiezen omdat projecten in dichtbevolkte zones stuklopen op lokaal verzet. Windturbines en zonneparken op land zijn wel nodig om de klimaatdoelen te halen. Met alleen turbines op zee en zonnecellen op daken lukt dat volgens experts niet.

Energiebedrijven krijgen pas groen licht voor hun plannen wanneer ze kunnen becijferen dat het risico op verstoring beperkt is, zoals bijvoorbeeld maximaal 1 procent vogelsterfte bovenop de natuurlijke sterfte. ‘Met de huidige kennis over vlieggedrag zijn we helemaal niet in staat om met die precisie te voorspellen hoeveel vogels tegen de windmolens aankomen’, zegt ecoloog Ralph Buij van de Wageningen University & Research specialist in effecten van groene energieprojecten op kwetsbare soorten. ‘Een flink aantal diersoorten kan last hebben van extra sterfte door windmolens, maar we weten niet goed welke, of in welke mate.’

Zie dit onderzoek ook bij EenVandaag of lees het in Trouw, De Groene Amsterdammer, De Gelderlander, De Stentor of BN DeStem.

Verantwoording van onderzoek hernieuwbare energie in natuur

Auteurs

54-Investico-07-06-201700749

Daphné Dupont-Nivet

Daphné studeerde conflict studies en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en wereldgeschiedenis aan Columbia University …
Profiel-pagina

Adrián Estrada

Adrian studeerde Micro- en Nanotechniek aan de TU Delft en werkte daarna aan de econometrische rekenmodellen voor het Ministerie van …
Profiel-pagina