Hout uit kaalgekapte stukken beschermd bos in Estland komt terecht in biomassacentrales in Europa. Ook centrales in Nederland mogen versnipperde bomen uit kaalkap gebruiken als biomassa, ondanks de strenge duurzaamheidseisen die Nederland aan het product stelt. Als gevolg eindigen ook volledige bomen als witte elzen en wilgen in de verbrandingsoven.

Dat blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, in samenwerking met onderzoeksprogramma Argos en het internationale onderzoekscollectief Money to Burn, mede voor De Groene Amsterdammer. Alleen Nederlandse kolencentrales kregen sinds 2013 al ruim 3,5 miljard subsidie toegekend voor het verstoken van biomassa.

De discussie over de duurzaamheid van hout voor biomassa duurt al jaren. Alleen bij het gebruik van resthout, zoals zaagsel en snoeiafval, duurt het korter dan enkele decennia voordat biomassa CO2-winst oplevert ten opzichte van kolen en gas. Volgens voorstanders van biomassa worden alleen zaagresten en resthout gebruikt voor de fabricage van ‘pellets’ (geperste houtkorrels). In Nederland stelt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een duurzaamheidscertificaat verplicht. Dat garandeert volgens minister Wiebes dat alleen hout uit ‘onvermijdelijke reststromen’ als brandstof wordt gebruikt.

‘Onvermijdelijke reststromen

Tot die ‘onvermijdelijke reststromen’ worden ook hele boomstammen gerekend, soms zelfs van gezonde bomen, blijkt uit het onderzoek in Estland. ‘We hebben veel hout van lage kwaliteit en nu dus de kans om dit te verkopen’, zegt Marku Lamp, topambtenaar van het Estlandse ministerie van Milieu. ‘Veel hout is alleen voor de energiemarkt geschikt’, zegt Raul Kirjanen, directeur van pelletproducent Graanul Invest. ‘Verrotte, verdorde en te dunne bomen en boomsoorten als witte elzen en wilgen.’ Volgens de Estse bosbeheerders is kaalkap geen probleem: ‘Kaalkap in gebieden kleiner dan een hectare is de meest verstandige manier om een bos te beheren,’ zegt directeur Andres Olesk van Graanuls dochterbedrijf Valga Puu.

Pelletgigant Graanul Invest uit Estland, de op een na grootste producent van houtpellets ter wereld, houdt de brandstof voor de Nederlandse markt niet apart van de rest, zegt Mihkel Jugaste, hoofd certificering en kwaliteit. Het bedrijf exporteerde vorig jaar voor ruim honderd miljoen euro naar Nederland, en is voorzien van de benodigde duurzaamheidscertificaten. Graanul besloot ‘alle biomassa te laten voldoen aan de hoogste criteria’, zodat de pellets ‘vrijelijk gemengd’ kunnen worden. 

Deze praktijk voldoet aan de Nederlandse regels, stelt minister Wiebes van Economische Zaken. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die namens de overheid de biomassasubsidies uitkeert, is kaalkap ‘een oogstmethode’ die niet in strijd is met de duurzaamheidscertificaten. In de Tweede Kamer liet de minister eerder weten ‘geen signalen’ te krijgen dat ‘met subsidie biomassa met een twijfelachtige herkomst’ wordt gebruikt. Wanneer houtpellets aan de ‘strenge duurzaamheidseisen’ voldoen, kan volgens hem ‘met recht worden gezegd dat deze duurzaam zijn’.

Koolstofschuld

De houtkap in Estland neemt toe. Tussen 2014 en 2019 verdubbelde de jaarlijkse afname van bosoppervlak in Estland, blijkt uit eigen analyse van gegevens van dataplatform Global Forest Watch en de Universiteit van Maryland, Google en NASA. In beschermde gebieden met de beschermde status Natura 2000 werd de afname zelfs ruim drie keer zo groot. De Estse overheid versoepelde de regels omtrent houtkap in natuurgebieden sinds 2015. Het Nationaal Energie- en Klimaatplan dat Estland vorig jaar indiende bij de Europese Commissie, voorspelt dat er door toenemende houtkap na 2030 meer hout uit de Estse bossen zal worden gehaald dan ze aan extra CO2 kunnen opnemen.

Hout is een minder efficiënte brandstof dan gas en kolen en via biomassa komt daardoor meer broeikasgas in de atmosfeer dan bij gebruik van die fossiele brandstoffen. Nieuwe bomen zouden die CO2-uitstoot moeten compenseren, maar het duurt vele decennia voordat die zijn teruggegroeid. Die tijdsduur – de ‘koolstofschuld’ – wordt niet meegenomen in de boekhouding: de houtkorrels tellen meteen als CO2-neutraal, bleek eerder uit onderzoek van Investico. 

Hout dat de bosbeheerder in Estland beschouwt als van ‘lage kwaliteit’, slaat niet minder koolstof op dan ander hout, zegt boswetenschapper Gert-Jan Nabuurs van de Wageningen Universiteit. ‘Wat vanuit economisch oogpunt lage kwaliteit heeft, kan ecologisch wel degelijk veel waarde hebben.’ Goed bosbeheer vergroot volgens hem zowel de economische als de ecologische kwaliteit. Michael Norton, van de Europese wetenschapskoepel EASAC, benadrukt dat alle houtkap voor biomassa schadelijk is: ‘Als je hout kapt om het te verbranden, komt er hoe dan ook veel CO2 vrij. Of je het nu resthout noemt of niet.’

In het onderzoeksproject Money to Burn is samengewerkt door zestien Europese journalisten en acht mediaredacties. Ook buiten Nederland leidt biomassa tot veel debat. Producent Graanul in Estland exporteerde vorig jaar 98 procent van zijn pellets naar vooral Engeland, Denemarken, Nederland en Italië. EU-landen gaven in 2018 ruim 2,5 keer zoveel subsidie aan houtpellets dan in 2008, blijkt uit het onderzoek. 

Project Money to Burn werd geleid door Argos en gefinancierd door Investigative Journalism for Europe. Lees hier meer.

Auteurs

default-person

Sophie Blok

Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700749

Daphné Dupont-Nivet

Daphné studeerde conflict studies en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en wereldgeschiedenis aan Columbia University …
Profiel-pagina
default-person

Ties Gijzel

Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700785

Emiel Woutersen

Emiel studeerde Theoretische Natuurkunde in Amsterdam en Cambridge en werkt ook als docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Profiel-pagina