Kalev Järvik1 neemt een grote stap om de omgewoelde modder te ontwijken. Tussen verse bandensporen en verraderlijk uit de grond stekende boomstronken zigzagt hij verder, de kale heuvel op. Om hem heen is het bos een soort schaakbord; uit de glooiende vlaktes dennenbomen lijkt iemand zorgvuldig grote vierkanten te hebben weggevlakt. Järvik: ‘Er gaat bijna geen dag voorbij dat ik geen oogsters hoor’. 

Al meer dan tien jaar woont de timmerman in de Haanja hooglanden, een natuurgebied in het zuiden van Estland. Haanja Nature Park werd aangelegd om ‘het landschap, de flora en fauna en het culturele erfgoed’ van deze regio te beschermen, meldt de website van het Estse staatsbosbeheer.2 Het park omspant zo’n 17 duizend hectare en is bestempeld als beschermd natuurgebied.3 Volgens reisgidsen is dit ‘eeuwenoude heilige boslandschap’ de ultieme bestemming voor stedelingen op zoek naar rust.4 

Toch mag hier flink gekapt worden. Terwijl de Europese vraag naar hout toenam,5 besloot de Estse overheid in 2015 de kaalkap van bomen in natuurgebieden zoals het Haanja Nature Park toe te staan.6 Een deel van dat gekapte hout wordt tot korrels (‘pellets’) geperst die onder de noemer houtige biomassa een, ‘duurzame’ energiebron zijn voor West-Europa.

Inmiddels is het Estse bedrijf Graanul Invest een van de grootste7 private boseigenaren van het land, en de op een na grootste producent van houtpellets voor biomassa wereldwijd.8 Ook delen van de Haanja hooglanden zijn in Graanuls beheer. De 2,7 miljoen ton aan houtpellets die het bedrijf in 2019 uit Baltische en Amerikaanse bossen haalde, verdween grotendeels als brandstof in West-Europese energiecentrales.9 De Nederlandse markt was vorig jaar goed voor ruim een vierde van Graanuls omzet van 402 miljoen euro.10 

Vaste biomassa, zoals houtpellets, is dan ook goed voor bijna een derde van de Nederlandse groene energie.11 Zonder zou ons land nooit kunnen voldoen aan het Urgenda-vonnis en de Europese duurzaamheidsdoelen. Nederlandse bedrijven importeerden vorig jaar ruim een miljoen ton houtpellets, waarvan bijna de helft12 uit Estland en Letland. Sinds 2013 is ruim 3,5 miljard euro subsidie toegekend voor het bijstoken van biomassa in Nederlandse kolencentrales.13

Drie jaar geleden deed Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onderzoek naar de fundamentele bezwaren tegen het gebruik van biomassa in kolencentrales.14 Deze keer deden we in samenwerking met radioprogramma Argos en journalisten uit acht Europese landen onderzoek naar het twistpunt dat nog steeds zorgt voor felle discussie. Is de ‘oogst’ van het hout dat bij ons wordt opgestookt, wel echt duurzaam? We bezochten Estse bossen en doken in het doolhof van Nederlandse certificering om te achterhalen hoe precies de duurzaamheid van onze houtsnippers wordt gegarandeerd, en wat daarvan overblijft in de praktijk. Terwijl de Nederlandse overheid telkens stelt dat hier alleen resthout wordt verstookt, vonden wij in Estland dat onder die noemer wel degelijk hele bomen kunnen vallen, met veel extra CO2-uitstoot als gevolg.

Koolstofschuld

‘Fuck Vattenfall’, stond afgelopen voorjaar op de ramen het Stadsdeelkantoor van Amsterdam Oost gekladderd. ‘In verzet tegen biomassa’. Van Maastricht tot Zwolle komen burgers in actie tegen biomassacentrales bij hen in de buurt en ook in de wetenschap maken voor- en tegenstanders elkaar het leven zuur. 

Toch brengt het onderwerp ook mensen met uiteenlopende zorgen samen: GroenLinkse actievoerders en FVD-aanhangers vinden elkaar in hun weerstand tegen biomassa. Sommigen vrezen de uitstoot van fijnstof, anderen waarschuwen voor de afname van biodiversiteit. Het gebruik van biomassa wordt dan ook vaak gepresenteerd als een dilemma tussen klimaatwinst en natuurbehoud. Natuurlijk is het kappen van bomen soms slecht voor de biodiversiteit, zeggen voorstanders, maar je krijgt er wel groene energie voor terug. 

Maar ook dat valt vies tegen, ontdekten we drie jaar geleden al. Bij grootschalige houtstook in omgebouwde kolencentrales kan het vele decennia duren voordat biomassa ‘groener’ is dan fossiele energie. Chemisch gezien is hout een veel minder efficiënte brandstof dan steenkool: bij het opwekken van dezelfde hoeveelheid energie, komt 15 procent meer CO2 vrij.15 Als je kolen vervangt door hout, komt er dus zelfs meer CO2 uit de schoorsteen – die in de periode daarna door nieuw groeiende bomen moet worden gecompenseerd. Die tijdsduur – de ‘koolstofschuld’ – wordt nergens meegenomen in de boekhouding: de houtkorrels tellen meteen als CO2-neutraal.

‘Maar we hebben helemaal geen decennia om klimaatverandering tegen te gaan,’ zegt Michael Norton, directeur van de milieutak van de Europese wetenschapskoepel EASAC.16 ‘We moeten onze uitstoot nu terugbrengen. Elk CO2-molecuul heeft onmiddellijk impact.’ Dat was ook de centrale bevinding van ons onderzoek drie jaar geleden: biomassa mag op papier dan klimaatneutraal zijn, in veel gevallen leidt het tot decennia aan extra uitstoot. 

Niet iedere wetenschapper tilt daar even zwaar aan. We moeten ons niet blindstaren op één boom, benadrukt professor Gert-Jan Nabuurs17 van de Wageningen Universiteit en Research. Het gaat om de CO2-opname van een heel gebied: ‘Je moet zorgen dat er in andere delen van het bos meer bijgroeit dan er gekapt wordt. Zo haal je materiaal uit het bos, maar heb je toch meer koolstofopname.’ Dat is niet het punt, werpt Norton tegen. Die bomen hadden alleen maar méér CO2 opgenomen als ze niet waren gekapt. ‘Het doet er niet toe of ergens anders bomen blijven staan. Het gaat erom hoeveel CO2 uit het bos verdwijnt en in de atmosfeer belandt.’ 

Alleen bij het gebruik van resthout, zoals zaagsel en snoeiafval, duurt het korter dan enkele decennia voordat biomassa CO2-winst oplevert ten opzichte van kolen en gas.18 Voorstanders van biomassa zeggen dan ook dat alleen dit soort hout in aanmerking komt voor Nederlandse centrales. Het helpt houtfabrieken zelfs om alles van een boom te gebruiken: van harde stammen worden planken gezaagd, minder goed hout is voor spaanplaten, en wat overblijft kan naar de pelletmolen.19

De Europese Unie stelt weliswaar geen eisen aan hout dat wordt gebruikt om biomassa20 van te maken, maar de Nederlandse overheid wel. Het ministerie van Economische Zaken kent de bezwaren rondom de extra CO2-uitstoot en eist dat pellets die hier verstookt worden, voorzien zijn van een duurzaamheidscertificaat.21 Voormalig minister Kamp beloofde dat Nederland de meest ‘uitgebreide criteria’ zou stellen aan de houtsnippers.22 Ook huidig minister Wiebes zegt telkens ‘geen signalen’ te krijgen dat ‘met subsidie biomassa met een twijfelachtige herkomst’ wordt gebruikt: de duurzaamheidscriteria garanderen dat alleen ‘onvermijdelijke reststromen’ in de Nederlandse ovens belanden.23 

Uitzondering

‘In 2013 sloten we het Energieakkoord. Zeven jaar later zijn we nog steeds aan het steggelen over biomassa.’ Hilde Stroot,24 programmadirecteur bij Greenpeace, noemt de bijstook van biomassa een ‘duivels dilemma’. De milieubeweging is geen fan van houtpellets, maar het ministerie van Economische Zaken wilde grote hoeveelheden gebruiken om de klimaatdoelen te halen, legt ze nog maar eens uit. ‘We hebben toen afgesproken dat er een maximumhoeveelheid biomassa mag worden verstookt en alleen onder strenge duurzaamheidseisen.’ Over die eisen twisten Greenpeace en andere milieuorganisaties nu al jaren met de energiebedrijven. 

‘Vorig jaar bleek dat de energiebedrijven al begonnen waren met pellets verstoken, terwijl de discussies nog liepen,’ zegt Stroot. ‘Steeds stellen de bedrijven de eisen naar beneden bij’. Dus stapte Greenpeace naar de rechter. Die verwees de partijen weer naar een geschillencommissie, die ook geen eindoordeel velde. ‘Wij geloven ondertussen niet meer dat dit goedkomt’, zegt Stroot.

‘Steeds stellen de bedrijven de eisen naar beneden bij’

De ruzies zijn complex maar gaan vooral over de keurmerken die de duurzaamheid van de biomassa moeten aantonen. Het meest gerenommeerde keurmerk voor hout is FSC, maar de regels daarvoor dateren van voor het biomassatijdperk en zeggen niets over de CO2-uitstoot van het geoogste hout.25 Bovendien staat FSC26 kaalkap van stukken bos toe. Dat kan goed zijn voor het bosbeheer, maar als je al dat hout tot pellets vermaalt, zou dat leiden tot een enorme CO2-uitstoot. 

De overheid vindt FSC dus niet voldoende. Momenteel is het Sustainable Biomass Program (SBP) het enige keurmerk dat volgens de Nederlandse overheid de duurzaamheid van bos tot energiecentrale garandeert.27 SBP werd opgericht door een aantal grote Europese energiebedrijven, zoals RWE, Vattenfall en het Britse Drax, met als expliciet doel om aan de duurzaamheidseisen van Europese overheden te kunnen voldoen.28 Voor de Nederlandse markt ontwikkelde SBP zelfs een aparte standaard. Alle pellets die in Nederlandse kolencentrales worden verstookt, moeten in principe voorzien zijn van dat SBP-stickertje.29 

Maar soms ook niet. Omdat er afgelopen jaar niet genoeg van dat hout was, riep minister Wiebes in 2019 een uitzonderingsregel in het leven.30 In plaats van de energiebedrijven te vertellen dat zij minder hout mochten verstoken, stond hij ze toe om ook hout met slechts een FSC- of minder strenge PEFC-keurmerk te gebruiken. 

Overheid controleert niet ter plaatse

Dus: wat voor hout eindigt in de Nederlandse kolencentrales? Die vraag is het begin van een absurde zoektocht. Energiebedrijven RWE en Uniper willen ons niet vertellen welke certificaten de door hen ingekochte houtsnippers dragen,31 maar verwijzen naar een rapport van onderzoeksbureau CE Delft over de certificering van de in 2019 verstookte pellets.32 De onderzoekers bekeken de duurzaamheidspapieren van de energiebedrijven en vinkten af welke keurmerken zij tegenkwamen. Wat er precies in de bossen gebeurt, hebben ze niet onderzocht. 

Ook de overheid controleert niet ter plaatse, zegt een woordvoerder van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die namens de overheid de biomassasubsidies uitkeert.33 De controle is uitbesteed aan private auditbureaus, die weer gecontroleerd worden door een raad en een toezichthouder.34

Eén percentage in het rapport springt niettemin in het oog: slechts veertig procent van de vorig jaar in onze kolencentrales opgestookte biomassa, hoefde aan de extra strenge Nederlandse eisen te voldoen. Hiervan zou het overgrote merendeel (87 procent) ook daadwerkelijk voldoen aan die regels.35 Maar bij welke leveranciers het hout precies vandaan komt, staat niet in het rapport. 

En als slechts 40 procent van de biomassa in Nederlandse centrales voldeed aan de strenge Nederlandse norm, hoe zit het dan met de overige zestig procent? Dat is bijna 500 duizend ton geïmporteerd hout.36 Het gaat om afval, schrijft CE Delft.37 Of meer specifiek: ‘secundaire residuen uit de agro-food en houtindustrie en tertiaire residuen zoals houtafval.’

Omdat dit materiaal niet direct uit bossen komt, gelden er minder duurzaamheidseisen voor. CE Delft kreeg inzicht in het papierwerk van de leveringen, maar daarin staat slechts dat het om pellets, diermeel of iets anders38 gaat. Ook wanneer we keurmerken Green Gold Label en Better Biomass Program, die certificaten uitgeven voor dit type biomassa, om toelichting vragen, komen we niet verder dan dat het zaagsel, snoeiafval of sloophout betreft.39 Heeft Greenpeace enig zicht op waar deze enorme hoeveelheid afval vandaan komt? ‘Nope, nada,’ zegt beleidsmedewerker Wolfgang Richert.40 

Bijna 500 duizend ton geïmporteerd houtafval, en niemand kan ons vertellen waar het precies vandaan komt. De Nederlandse duurzaamheidseisen moeten transparantie en betrouwbaarheid garanderen, maar in feite vertroebelen ze het zicht op wat er in de praktijk gebeurt en bieden ze de verantwoordelijke instanties de kans om naar elkaar te wijzen. 

Natura 2000

‘Dit kun je toch geen bos meer noemen,’ zegt Siim Kuresoo, campagneleider bij milieuorganisatie Estonian Fund for Nature. Hij staat op een gekapt stuk land, in het zuiden van het Haanja Nature Park nabij het dorpje Vakari.41 We zien een eenzame rij bomen, bandensporen, in de verte klinken machines. Op een bord staat de naam van de eigenaar: Valga Puu, een dochterbedrijf van Graanul Invest.

Dit is een Natura 2000-gebied,42 door de EU in het leven geroepen om bijzondere leef- en natuurgebieden te beschermen.43 Valga Puu begon hier met kappen in 201644 met toestemming van de Estse overheid. Het bedrijf krijgt dit jaar zo’n 60 duizend euro subsidie uit Brussel voor het beheren van dit soort natuurgebieden.45

Tussen 2014 en 2019 verdubbelde de jaarlijkse afname van bosoppervlak in Estland, blijkt uit onze analyse van gegevens46 van dataplatform Global Forest Watch en de Universiteit van Maryland, Google en NASA. In Natura 2000-gebieden werd de afname zelfs ruim drie keer zo groot. Binnenkort beslist de Estse regering of kaalkap in nog meer natuurparken wordt toegestaan.47 

Kaalkap voor biomassa mag, ook van Brussel,48 maar moet wel binnen de perken blijven. Zo mag het alleen in bepaalde gebieden; maximaal een hectare per keer; door altijd een paar bomen laten staan, en pas wanneer de omringende percelen hersteld49 zijn.  Kuresoo wijst naar een perceel rechts. Daar zien we begroeiing: hoog gras, dunne sprieten van maximaal een meter hoog die uit de grond steken, veel frambozenstruiken. ‘Dit is volgens de wet voldoende,‘ zegt hij, ‘maar hier stond eerst een bos van zeventig jaar oud. Daar zat veel meer koolstof in opgeslagen en het duurt zo’n zeventig jaar voordat de verloren CO2 weer is opgenomen. Maar klimaatverandering gebeurt nu.’

De bosbeheerder ziet dat anders. ‘Kaalkap in gebieden kleiner dan een hectare is de meest verstandige manier om een bos te beheren,’ zegt Valga Puu-directeur Andres Olesk.50 Niks mis met kaalkap, in zijn ogen. Wel 84 procent van het hout dat moederbedrijf Graanul uit de eigen bossen haalde kwam uit kaalkap, blijkt uit de duurzaamheidsrapportage van het bedrijf van afgelopen jaar.51 Als ook het hout wordt meegerekend dat Graanul van andere leveranciers koopt, komt nog steeds meer dan de helft52 van zijn grondstof voor houtkorrels van bomen ‘die niet voldoen aan de eisen van de houtzaag- en multiplexindustrie’. 

Het rapport is duidelijk over wat voor boomstammen het gaat: alles met een kronkel, beschadiging, of stukjes metaal komt in aanmerking voor de pelletmolen. ‘Zelfs bomen die te dik zijn om in de zaagmachines te passen worden als resthout aangemerkt’, zegt campagneleider Kuresoo.53 Graanul-directeur Raul Kirjanen54 benadrukt dat ‘goed’ hout gebruikt wordt voor meubels of papier. ‘En veel hout is alleen voor de energiemarkt geschikt: verrotte, verdorde en te dunne bomen en boomsoorten die nauwelijks voor andere toepassingen worden gebruikt, zoals witte elzen en wilgen.’ Hele bomen dus, die tijdens kaalkap ook tegen de grond gaan en tot pellets worden vermalen. 

‘Tijdens de Sovjetperiode werden de bossen totaal niet beheerd’, zegt Marku Lamp,55 een topambtenaar van het Estse ministerie van milieu. ‘Daarom hebben we veel hout van lage kwaliteit en nu dus de kans om dit hout te verkopen.’ Zo’n dertig procent van het bos is volgens hem alleen geschikt als energiebron. Maar hout met een ‘lage kwaliteit’ slaat niet minder koolstof op, zegt boswetenschapper Gert-Jan Nabuurs.56 ‘Wat in economisch oogpunt lage kwaliteit heeft, kan ecologisch wel degelijk veel waarde hebben.’ Maar als je het bos goed beheert, zegt hij, vergroot dat zowel de economische als de ecologische kwaliteit. Michael Norton,57 van de Europese wetenschapskoepel, zegt: ‘Biomassa kan bijdragen aan duurzaam bosbeheer, maar zeg niet dat het ook helpt tegen klimaatverandering. Als je hout kapt om het te verbranden, komt er hoe dan ook veel CO2 vrij. Of je het nu resthout noemt of niet.’

Dat klinkt anders dan de ‘onvermijdelijke reststromen’ waar minister Wiebes het steeds over heeft. De Nederlandse eisen zijn de strengste van Europa. Kunnen de bomen van deze kaalgekapte stukken Estlands bos niettemin in Nederlandse energiecentrales terecht komen?

Ja dat kan; en blijkt bij navraag in Estland zelfs waarschijnlijk. Het ‘resthout’ dat Valga Puu kapt in het Haanja Nature Park wordt vervoerd naar de dichtstbijzijnde pelletfabriek van Graanul, zegt directeur Olesk van het dochterbedrijf.58 Die fabriek draagt het door Nederland goedgekeurde SBP-keurmerk.59 Heeft Graanul dan een aparte handelsstroom om de ‘extra duurzame’ pellets voor de Nederlandse markt apart te houden van de rest? Nee hoor, antwoordt Mihkel Jugaste, hoofd certificering en kwaliteit bij de pelletgigant. Graanul heeft ervoor gekozen ‘alle biomassa te laten voldoen aan de hoogste criteria’, zodat de pellets ‘vrijelijk gemengd’ kunnen worden.60 Er zijn dus geen belemmeringen dat dit hout in Nederlandse centrales komt, alle certificaten ten spijt. 

‘Het is aan Estland’

In Estland worden grote stukken bos kaalgekapt en gelden boomstammen als resthout. Volgens minister Wiebes is dat allemaal volgens de Nederlandse regels. Hij bevestigt in reactie op Kamervragen dat er in Natura 2000-gebieden soms gekapt mag worden61 en overheidsorganisatie RVO62 stelt dat kaalkap gewoon ‘een oogstmethode’ is. Net als boswetenschapper Nabuurs benadrukt63 de minister steeds het niet om individuele bomen gaat, maar om het hele bos. ‘Het bos waaruit houtpellets komen moet minstens evenveel CO2 opnemen als eraan onttrokken wordt.’ In Estse bossen was dat lange tijd het geval, maar het einde lijkt in zicht.

‘Het is op de eerste plaats aan de Estlandse overheid om de activiteiten van Graanul Invest te reguleren in lijn met Europese en Estlandse regels’

Het Nationaal Energie- en Klimaatplan dat Estland vorig jaar indiende bij de Europese Commissie voorspelt64 namelijk dat er na 2030 meer hout uit de Estse bossen zal worden gehaald dan ze aan extra CO2 kunnen opnemen: ‘De vervanging van oude bossen door nieuwere zal leiden tot een afname van het bosbestand’. Maar dan nog, reageert Wiebes:65 ‘Het is op de eerste plaats aan de Estlandse overheid om de activiteiten van Graanul Invest te reguleren in lijn met Europese en Estlandse regels.’ 

Afgelopen maand werd de nieuwe Estse minister van milieu beëdigd. Hij gaf toe66 dat klimaatverandering ongetwijfeld plaatsvindt, maar heeft twijfels ‘in hoeverre het veroorzaakt wordt door mensen’.

Dit verhaal is onderdeel van het project Money to Burn – een internationaal onderzoek door een team van zestien Europese journalisten en acht redacties, geleid door het Nederlandse onderzoeksjournalistieke platform Argos en gefinancierd door Investigative Journalism for Europe. Lees hier meer over het project. 

  1. Bezoek aan Haanja Nature Park en live interview met Järvik, 11 november 2020.

    ↩︎

  2. Zie de pagina over Haanja Nature Park op de website van het Estse Staatsbosbeheer

    ↩︎

  3. Zie de pagina over Haanja Nature Park op de website van het Estse Staatsbosbeheer

    ↩︎

  4. Zie bijvoorbeeld deze website

    ↩︎

  5. Zie bijvoorbeeld de website van de Food and Agriculture Organization van de UN. Voor cijfers over vraag en aanbod van houtpellets in Europa, zie de website van belangenorganisaties European Biomass Association of Bioenergy International.

    ↩︎

  6. Zie de pagina Haanja Nature Park protection rules uit januari 2015 op deze Estse website met overheidsberichtgeving. De informatie komt ook uit de interviews met Ests topambtenaar Marku Lamp, 13 november 2020 en met Indrek Tammekänd, Ests ornitholoog en bioloog, op 11 november 2020

    ↩︎

  7. Zie de website van Graanul Invest: Group owns three forestry companies that make it one of the largest private forestland owners in Estonia

    ↩︎

  8. Zie bijvoorbeeld de website van dit dochterbedrijf: The group is the second largest pellet producer in the world and the biggest in Europe. Dit werd ook bevestigd door Graanul-directeur Kirjanen in e-mailuitwisseling in november 2020

    ↩︎

  9. Zie de duurzaamheidsrapportage van Graanul uit 2019, pagina 19

    ↩︎

  10. Dit blijkt uit het jaarverslag van Graanul van 2019, dat Investico heeft ingezien. De totale omzet voor 2019 was 401 728 euro, de omzet uit Nederland was 107 625 euro. Dat komt neer op 26.68 procent

    ↩︎

  11. Zie het rapport Hernieuwbare Energie in Nederland 2019, CBS, 2020, pagina 17

    ↩︎

  12. Zie het rapport Dutch Wood Pellet Imports Surge to a New Record in 2019, USDA, 2020, pagina 1, pagina 3. Zie voor een onderverdeling ook hier

    ↩︎

  13. Zie kamerbrief 22 november 2019, In de tabel staat dat de totale subsidiebeschikking voor bij- en meestook in kolencentrales 3537 miljoen euro bedroeg. Oftewel ruim 3,5 miljard. De SDE+subsidie stamt uit 2013.

    ↩︎

  14. Zie de artikelen bij Investico, in De Groene Amsterdammer, of bij Trouw

    ↩︎

  15. Zie bijvoorbeeld het wetenschappelijke artikel European forests show no carbon debt, only a long parity effect van Nabuurs, Arets en Schelhaas, Forest Policy and Economics 75 (2017)

    ↩︎

  16. Zoomgesprek met Michael Norton, Environment Program Director EASAC op 9 November 2020

    ↩︎

  17. Telefonisch interview met Gert-Jan Nabuurs, 21 november 2020

    ↩︎

  18. Zie hiervoor ook het artikel European forests show no carbon debt, only a long parity effect, 2017

    ↩︎

  19. Zo hoorden wij onder andere in het interview met Gert-Jan Nabuurs, 21 november 2020

    ↩︎

  20. Zie de Renewable Energy Directive en de recast Renewable Energy Directive (de regels zijn vorig jaar herzien, de nieuwe regels gaan in vanaf juni 2021). Ook in de herziene regels staat geen verbod op het gebruiken van hele bomen als biomassa, ondanks protest van ruim 800 wetenschappers. Zie bijvoorbeeld hier

    ↩︎

  21. Zie bijvoorbeeld de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland of het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen

    ↩︎

  22. Beantwoording Kamervragen 14 april 2017, p2

    ↩︎

  23. Antwoord op Kamervragen 7 september 2020, p. 3 en 5

    ↩︎

  24. Live interview met Hilde Stroot 27 november 2020. Het Energieakkoord werd op 6 september 2013 getekend.

    ↩︎

  25. Zie bijvoorbeeld de website van het initiatief Duurzame Handel: Neither FSC nor PEFC (the main forest certification standards) include any requirement for certificate holders to measure the carbon impact of operations, and neither framework has specific international requirements aimed at reducing carbon emissions

    ↩︎

  26. Zie bijvoorbeeld de website van FSC. Dit werd ook bevestigd door FSC Estland in een e-mail ontvangen op 27 november 2020

    ↩︎

  27. Zie het rapport Convenant duurzaamheid biomassa. Jaarrapportage 2019 en mid-term evaluatie, juni 2020, specifiek de tabel op pagina 18

    ↩︎

  28. Zie bijvoorbeeld hier en hier

    ↩︎

  29. Het kan ook een combinatie van keurmerken betreffen, waarin een deel van de keten met een ander certificaat is afgedekt en SBP wordt gebruikt voor de rest van de eisen. Ook mag in sommige gevallen in plaats van certificering verificatie gebruikt worden, een procedure waarin auditbureaus de eisen checken zonder een onafhankelijk certificaat.

    ↩︎

  30. Zie bijvoorbeeld de Jaarrapportage 2019 van CE Delft, pagina 16

    ↩︎

  31. E-mails van Uniper en RWE op 18 en 23 november

    ↩︎

  32. Zie bijvoorbeeld de Jaarrapportage 2019 van CE Delft

    ↩︎

  33. Schriftelijke reactie op vragen in een e-mail van 25 november 2020

    ↩︎

  34. Schriftelijke reactie op vragen in een e-mail van 25 november 2020

    ↩︎

  35. Zie CE delft rapport, pagina 4

    ↩︎

  36. In antwoord op onze vragen stelt CE Delft op 20 november 2020 dat 3,1% van de categorie 5 biomassa (afvalstromen) uit Nederland komt.In het rapport valt te lezen dat er in totaal 499.325 ton uit deze categorie werd gebruikt. 96,9% van dat aantal is ruim 483 duizend ton. Oftewel bijna 500 duizend ton

    ↩︎

  37. Zie CE Delft rapport, pagina 42

    ↩︎

  38. Schriftelijke reactie op vragen in e-mail van CE Delft op 20 november 2020

    ↩︎

  39. Blijkt uit telefoongesprekken en e-mailwisselingen eind november 2020

    ↩︎

  40. E-mail met reactie op vragen van 11 november 2020, tevens live gesprek op 7 oktober 2020

    ↩︎

  41. Reportage en live interview 11 november 2020

    ↩︎

  42. Zie bijvoorbeeld de website van Natura2000

    ↩︎

  43. Zie bijvoorbeeld hier

    ↩︎

  44. Dit blijkt uit de analyse van satellietbeelden en data door teamlid Ben Heubl van het Britse E&T magazine

    ↩︎

  45. Blijkt uit een e-mail in antwoord op een informatieverzoek bij de Estse landbouw registers en informatie afdeling van 16 oktober 2020. Het ging in 2020 om 59,947.67 euro

    ↩︎

  46. In heel Estland was de tree cover loss in 2019 45,916 hectare, in 2014 was dat nog 23.576 hectare. Dat komt neer op 1,94 keer zo groot, berekend op gedownloade data (van Hansen/UMD/Google/USGS/NASA). In Natura 2000 gebieden was de tree cover loss in 2019 2164 hectare, in 2014 was dat nog 608 hectare. Dat komt neer op 3,55 keer zo groot. Zie ook deze visualisatie.

    ↩︎

  47. Zie de website van de Estse Environmental Protection Agency van het Estse ministerie van milieu: over Matsalu national park: en over Karula national park

    ↩︎

  48. Zie bijvoorbeeld hier

    ↩︎

  49. Interview met Andres Olesk, directeur van houtbedrijf Valga Puu, 19 november 2020, interview met Siim Kuresoo van Estonian Fund for Nature, 11 november 2020, interview met Marku Lamp via Skype, topambtenaar Ests ministerie van milieu, 13 november 2020.

    ↩︎

  50. Live interview 19 november 2020

    ↩︎

  51. Zie Graanul Sustainability report, pagina 9

    ↩︎

  52. Zie Graanul Sustainability report, pagina 10

    ↩︎

  53. Live interview 11 november 2020.

    ↩︎

  54. E-mailwisselingen in november 2020.

    ↩︎

  55. Skype-interview 13 november 2020.

    ↩︎

  56. Telefonisch interview 21 november 2020.

    ↩︎

  57. Interview via Zoom, 9 november 2020.

    ↩︎

  58. Reactie op e-mail, 26 november 2020.

    ↩︎

  59. Zie de website van SBP, bijvoorbeeld deze pagina en deze.

    ↩︎

  60. E-mail met schriftelijke reactie op vragen door Mihkel Jugaste, 24 november 2020

    ↩︎

  61. Reactie op Kamervragen 7 september 2020, pagina 5

    ↩︎

  62. Schriftelijke reactie op vragen in e-mail van RVO, 25 november 2020

    ↩︎

  63. Reactie op Kamervragen 7 september 2020, pagina 2

    ↩︎

  64. Zie Estonian National Energy and Climate Plan, pagina 138, 139

    ↩︎

  65. Reactie op Kamervragen 7 september 2020, pagina 2

    ↩︎

  66. Zie bijvoorbeeld dit nieuwsbericht

    ↩︎

Auteurs

54-Investico-07-06-201700749

Daphné Dupont-Nivet

Daphné studeerde conflict studies en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en wereldgeschiedenis aan Columbia University …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700785

Emiel Woutersen

Emiel studeerde Theoretische Natuurkunde in Amsterdam en Cambridge en werkt ook als docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Profiel-pagina
default-person

Sophie Blok

Profiel-pagina