Zijn kaas belandde in het kerstpakket voor Europese landbouwministers, vertelt Jan Dirk van de Voort trots. ‘En hierboven in een zaaltje in de schuur vergaderden Haagse ambtenaren over de toekomst van de Nederlandse landbouw.’ Met grote passen loopt hij naar de rand van zijn boerenerf, al eeuwenlang familiebezit in de Gelderse Vallei. ‘Zie je, ze dragen horens’, wijst Van de Voort naar de bruine Jersey-koeien die op de weilanden rond zijn boerderij grazen. En ze spelen een hoofdrol in Dansen met gehoornde dames, een film over de natuurlijke werkwijze van de boer, ondertiteld in vijf talen. Daarin vertelt de nuchtere idealist hoe hij biologisch werkt, en verder gaat dan dat certificaat voorschrijft. Zo lopen de koeien bijna altijd buiten en krijgen ze geen antibiotica. ‘De bodem staat centraal en onze uitstoot is laag’, zegt Van de Voort tijdens de koffiepauze. Hij smeert zelfgemaakte boter op dikke plakken koek die hij uitdeelt aan zijn medewerkers. ‘Eigenlijk doen wij alles waar de overheid op hoopt.’

Juist de ‘puur natuur’ werkende voorbeeldboer dreigt kopje onder te gaan in de ‘verduurzaming’ van het gangbare landbouwsysteem: van de Voort blijkt namelijk piekbelaster. ‘Ik kon het niet geloven’, zegt hij even later in het krappe kantoortje van zijn landbouwadviseur in Lunteren. Hij wijst naar het rode getal 5.058 op het computerscherm. Begin juni publiceerde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een rekenprogramma1 waarmee boeren zelf kunnen becijferen of ze vlakbij een natuurgebied te veel stikstof uitstoten2. De landbouwadviseur vulde Van de Voorts’ gegevens in en zag het rode getal. Van de Voort appte meteen zijn collega-boeren en reed naar het kantoortje om de berekening zelf te bekijken. Daarna ging de boer gewoon door met kaas maken en excursies over zijn weilanden organiseren. ‘Ik laat me echt niet bang maken, ik denk dat ik er een beetje boven sta.’

Hoogtechnologische stalvloeren en ventilatiesystemen zouden het rode getal omlaag kunnen brengen. Het predicaat piekbelaster vervalt dan. Maar dat Van de Voort zijn dieren meer dan  4500 uur buiten grazen, zijn koeienras minder uitstoot dan gangbare koeien en hij ze eten zonder krachtvoer geeft, ontslaat hem niet van het label ‘piekbelaster’. ‘Biologische boeren stoten tot 50% minder stikstof uit dan de rekenmodellen aangeven’, zegt onderzoeker Gerard Migchels van de Wageningen Universiteit. ‘Biologische boeren zijn de klos van dit beleid, terwijl meer bio rond Natura2000-natuurgebied juist logisch zou zijn.’

‘Ook al ben ik alleen op papier een piekbelaster’, zegt Van de Voort, ‘het drukt een stempel.’ Bijvoorbeeld, denkt hij, als zijn zoon bij bedrijfsovername langs de ‘stikstofcommissie’ van de bank moet. Uitgerekend de helft van de biologische bedrijven ligt op vijf kilometer van een Natura2000-gebied, schat Laurens Nuijten, belangenbehartiger bij brancheorganisatie Bionext. ‘Een groot deel kan piekbelaster blijken en uitgekocht worden – als de politiek niets doet.’

Het biologisch actieplan

‘Biologisch is volwassen geworden’, zei toenmalig CDA-staatssecretaris van landbouw Henk Bleker in 20113. Zo beëindigde hij tien jaar overheidsbeleid4 waarmee biologische landbouw moest groeien, op dat moment werd nog geen drie procent5 van de landbouwgrond gebruikt voor biologisch. In de dertien jaar na Bleeker’s besluit groeide de Nederlandse biosector – op eigen kracht – naar vier procent6 van alle Nederlandse landbouwgrond. In de Europese Unie presteren alleen Polen, Ierland, Bulgarije en Malta nog slechter7.

De ‘wereldkampioen ’ heeft een probleem, want de Europese Commissie  wil dat een kwart8 van alle Europese landbouw biologisch is in 2030. Dat is nodig om de agrosector op termijn klimaatneutraal en milieuvriendelijk te maken, stelt de Europese Commissie9. Bioboeren gebruiken geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen en laten koeien veel buiten lopen. Oostenrijk10 zit al boven het Europese doel van vijfentwintig procent. Denemarken koos jaren geleden radicaal voor biologisch en heeft nu drie keer meer bio dan Nederland. In Frankrijk11 is inmiddels een minimum aan bioproducten in schoolkantines verplicht.

In Nederland buitelen politici jarenlang over elkaar heen met  lof voor bio. Landbouwminister Piet Adema (ChristenUnie) presenteerde in december vorig jaar een heus ‘Biologisch Actieplan12’. ‘Bio helpt ons bij veel uitdagingen, zoals klimaat, natuur, dierenwelzijn, water, bodem en gezondheid’, schreef  hij. In het actieplan stelde Nederland (gedwongen door Europa) een nieuw ambitieus doel: vijftien procent van de landbouwgrond moet in 2030 biologisch zijn. Wat in twee decennia niet lukte, moet nu in zeven jaar alsnog gebeuren.

Achter de schermen houdt Brussel Den Haag scherp in de gaten. Want bij de meest recente verdeling van de grootste Europese landbouwsubsidiepot wilde Nederland bioboeren te weinig steunen, oordeelde de Europese Commissie13. Ook de Algemene Rekenkamer14 is kritisch. De maatregelen uit het bio-actieplan doken eerder in andere plannen op en hebben nauwelijks effect gehad, concludeerde de Rekenkamer. Bovendien ontbreekt het nodige budget.

Nadat Bleker verkondigde dat een ‘volwassen’ biologische landbouwsector geen eigen subsidies meer nodig had, kon niemand meer nagaan hoeveel overheidsgeld er nog naar bioboeren vloeide. Ook de Rekenkamer stelde afgelopen voorjaar dat niemand weet hoeveel of weinig de staat betaalt voor, zoals Adema het verwoordt, ‘het enige erkende duurzaamheidskeurmerk van de overheid’.

Waarom komt bio  – ondanks de Europese doelstellingen en de eigen beloftes – niet vooruit? Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onderzocht voor De Groene Amsterdammer en Trouw hoe het kan dat er keer op keer ambitieuze doelen worden geformuleerd maar er nog altijd zo weinig boeren biologisch werken. We becijferden voor het eerst hoeveel Europese en Nederlandse subsidie bij bioboeren terechtkwam.

Daaruit rijst het beeld op van een land dat steun aan bio belooft, maar resoluut kiest voor greenwashing van de intensieve landbouw – en daarmee de biologische sector versmacht. In tien jaar reserveerde het landbouwministerie amper twee miljoen euro subsidie voor de biologische sector, voor de gangbare landbouw voorzag het zevenendertig keer zoveel. Ook bij de verdeling van de Europese subsidies worden biologische boeren benadeeld. Ze krijgen minder subsidie dan een niet-biologische, ‘gangbare’ collega. Bovendien krijgen bio-boeren in Nederland minder steun dan op elke andere plek in Europa. Voor de periode 2014-2020 liep dat op tot een verschil van drieëndertig miljoen euro.

De begrotingen doorgespit

Het gehucht Hongerige Wolf is rechtsaf, voor ons liggen Oost-Groningse graanvelden, links staat de boerderij. Vanuit zijn auto wijst Harm Evert Waalkens naar drie langwerpige stallen, de middelste schilderde hij jaren geleden in de kleuren van de Groningse vlag. Het erf oogt verlaten, de koeien zijn verdwenen. ‘Dit is…was mijn bedrijf’, verspreekt hij zich. Waalkens zette nog voor de eeuwwisseling een ‘goed draaiend’ biologisch bedrijf op. Twaalf jaar lang combineerde hij dat met Kamerlidmaatschap15 voor de PvdA. Zijn koeien zag hij in het weekend.

In 2021 zocht Waalkens iemand die zijn biologische boerderij wilde voortzetten. Die bleek niet te vinden. Met pijn in het hart verkocht hij het bedrijf aan een gangbare boer. ‘Als je bio continueert zit je goed, drukte ik hem nog op het hart.’ Het mocht niet baten. ‘Kort  nadat het verkocht was, spoten sproeimachines met pesticiden de hele boel kapot.’ Ondertussen heeft hij ‘de knop omgedraaid.’ Toch rijdt hij nog iedere dag over de krappe landweg langs de boerderij. Door het autoraam ziet Waalkens dat het gras lang staat en de koeien niet buiten lopen. ‘Het is ‘één grote bende.’

In 2010 schafte het kabinet Rutte I het landbouwministerie16 af. Biologische landbouw valt de zeven jaar daarna onder Economische Zaken, waar de verantwoordelijke politici bio volop vleien. ‘Biologische landbouw gaat de wereld veroveren’, vertelde PvdA-staatssecretaris Sharon Dijksma17 in 2015. ‘Voor de biologische sector gloort een wenkend perspectief van groei’, schreef haar opvolger Martijn van Dam18 een jaar later. ‘Bio speelt een voortrekkersrol en ik wil de sector daarom steunen.’

Onder Rutte III keerde Landbouw, Natuur en Visserij weer terug als zelfstandig ministerie, maar sinds biologische landbouw “volwassen” is verklaard, maakt de overheid niet langer onderscheid tussen gangbare en biologische boeren. Het ministerie grossierde vooral  in subsidiepotten om de landbouw ‘te verduurzamen’, zoals geld voor ‘milieuvriendelijke maatregelen’, of ‘kringlooplandbouw’. Het kabinet zei wel dat het bio ondersteunde, maar niemand die dat kon controleren. De Rekenkamer probeerde tevergeefs uit te zoeken wat de kabinetten-Rutte werkelijk voor de biologische landbouw betekenden.

Investico inventariseerde hoeveel geld de overheid sinds 2012 aan biologische en  gangbare boeren gaf. We doken in de begrotingen van LNV, selecteerden daaruit alle subsidies ter verduurzaming van de landbouw en vroegen extra informatie op. Van tien subsidies – goed voor twintig miljoen euro – wist het landbouwministerie zelf ook niet meer wat de bedoeling was, deze lieten we buiten beschouwing.

Tussen 2012 en 2022 keerde LNV 172 miljoen euro19 uit ter verduurzaming van landbouw. Dat geld ging naar de aanleg van bloemrijke akkerranden, duurzaam dierenvoer of cursussen duurzaamheid voor boeren20. Wat direct opvalt is dat een groot deel van het geld niet zozeer naar ‘duurzame landbouw’ gaat, maar naar kleine beetjes ‘verduurzaming’ van industriële boerenbedrijven. Zo ging 74 miljoen euro louter naar de intensieve sector. Die subsidie is  bijvoorbeeld voor luchtwassers, emissiearme stalvloeren of vermindering van het mestoverschot: veelal technologische oplossingen voor problemen binnen de intensieve veehouderij. Een deel van die problemen heeft de biologische boer ook, maar deze op gangbaar gerichte oplossingen passen niet binnen een bio-bedrijfsvoering.

Bovenop die 74 miljoen van het landbouwministerie gaf ook het ministerie van Economische Zaken nog eens 671 miljoen euro21 subsidie voor mestvergisters, blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Terwijl de biologische sector mest te weinig22 heeft, kunnen gangbare boeren die te veel koeienpoep hebben dit omzetten naar gas. ‘Al dat geld dient om de gangbare landbouw in stand te houden’, zegt Jan Willem Erisman, hoogleraar Milieu en Duurzaamheid aan de Universiteit Leiden. ‘Het werkt de omschakeling naar duurzame biologische landbouw tegen.’

Waar industriële, gangbare landbouw vele miljoenen ontving, reserveerde het ministerie de afgelopen tien jaar slechts twee miljoen euro specifiek voor de biologische sector. Subsidies voor gangbare boeren die willen omschakelen naar biologisch zijn er helemaal niet. Dat overgaan kost wel handenvol geld: voor biologisch boeren zijn vaak ruimere stallen of extra landbouwgrond nodig. Bovendien kunnen boeren zolang ze in de overgangsfase zitten hun producten niet tegen een hogere biologische prijs verkopen. Dat kan pas na twee jaar23, de  minimale termijn die regelgeving voorschrijft om biologisch te worden.

De belangrijkste subsidiepot voor boeren komt niet uit Den Haag, maar uit Brussel. Via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB24) wordt jaarlijks meer dan vijftig miljard verdeeld over boeren uit de hele Europese Unie. Elke lidstaat kan deels meebeslissen aan wie ze het geld precies uitgeeft. ‘Wil je de biologische landbouw steunen, dan kan dat het beste via Europa’, zegt Jeroen Candel, onderzoeker landbouwbeleid aan de WUR. Toch kiest Nederland ervoor biologische boeren niet extra te ondersteunen, terwijl alle andere EU-lidstaten dat wél doen 25.

Investico onderzocht hoeveel geld Nederlandse bio-boeren mislopen door die beleidskeuze en hoeveel Europese steun ze ontvangen in verhouding tot Nederlandse niet-biologische, ‘gangbare’ boeren26.

Van de Europese subsidies die Nederland regelde om boeren te steunen en belonen voor ‘klimaatvriendelijke’ praktijken kreeg de biosector maar weinig geld, blijkt uit onze steekproef. Tussen 2017 en 2020 ontvingen alle bioboeren samen tien procent minder steun dan gangbare boeren met  evenveel landbouwgrond. Vergeleken met hun collega’s in de rest  van de Europese Unie kregen Nederlandse bio-boeren in de periode 2014 tot 2020 bovendien drieëndertig miljoen euro minder, berekenden we op basis van cijfers van de Europese Commissie. Het nadeel voor de Nederlandse bioboer ten opzichte van zijn Europese concurrent liep zo op tot gemiddeld twintigduizend euro per bedrijf. ‘Doordat biologische boeren minder opbrengst hebben dan gangbare, hebben ze die steun juist extra hard nodig’, zegt Robert Baayen, onderzoeker aan de WUR en voorheen ambtenaar bij LNV.

In een reactie op de cijfers van Investico laat het landbouwministerie weten dat Nederland de voorbije jaren koos voor ‘brede verduurzaming’ in plaats van ‘extra’ geld naar bio. Inmiddels is de situatie volgens LNV veranderd. ‘Er is meer bekend over de positieve bijdragen van bio op onder meer de doelen voor het klimaat en de biodiversiteit.’ Daarom, zegt het ministerie, krijgen biologische boeren vanaf dit jaar ‘automatisch’ de hoogste premie binnen de duurzaamheidssubsidies van het Europese landbouwgeld, de zogeheten ecoregeling27.

‘Gangbare’ boeren kunnen zich echter ook inschrijven voor die ecoregeling, een apart potje voor biologisch is er nog steeds niet. Bij de onderhandelingen voor de nieuwe verdeling van de nieuwe Europese subsidiepot zag onderzoeker Baayen ‘een dubbele houding bij het ministerie’. Baayen is blij met de Nederlandse steun voor de ecoregeling. Tegelijk zwakte Den Haag  de duurzaamheidseisen van de belangrijkste subsidiepot, de inkomenssteun, volgens Baayen juist af. ‘Dat deed Nederland uit angst dat boeren zouden afhaken. Eigenlijk is het  een vorm van greenwashing.’

In de tijd dat Baayen op het ministerie werkte, Carola Schouten was toen minister, kreeg ‘kringlooplandbouw28’ alle aandacht. ‘Dat is zo rekbaar dat je er uiteindelijk bijna alles onder kunt scharen. Een kringloop kan lokaal, nationaal of desnoods mondiaal zijn.’ Dit was volgens Baayen aantrekkelijker dan inzetten op biologisch, ‘dat veel concreter is’. De voorbije tien jaar gingen vele miljoenen naar ‘verduurzaming’ van de landbouw, maar daalden de schadelijke landbouwemissies29 nauwelijks. ‘Alleen bij biologische landbouw zijn de duurzaamheidseisen wettelijk vastgelegd30’, zegt hoogleraar duurzaamheid Erisman. ‘Daarom vind ik dat we nu meer moeten inzetten op biologisch. Het is duidelijk en goed handhaafbaar.’

‘Dat biologisch volwassen zou zijn, was vooral een goedkoop statement om verder geen aandacht aan ons te hoeven schenken’, zegt Bavo van den Idsert, tot 2019 directeur van belangenbehartiger Bionext. Van den Idsert voelde zich vaak alleen staan. Mochten zijn collega’s van LTO dagelijks op audiëntie bij het ministerie, dan werd hij eenmaal per jaar uitgenodigd. ‘Achteraf zeg ik: we zijn te lief geweest. We hoorden er niet bij. We stonden achteraan in het orkest en hielden een triangel vast waarop we af en toe een klank lieten horen.’

Ook voor onderzoek naar biolandbouw heeft het ministerie sinds 2012 niet langer apart geld beschikbaar31. Veel onderzoek32 naar bio concurreert sindsdien mee in het zogeheten  ‘Topsectorenprogramma’, een samenwerkingsverband waarbij overheid en industrie elk een deel van het onderzoek betalen. Van alle projecten binnen de tak waartoe landbouw behoort kwam slechts 5 procent33 ten goede aan biologische landbouw, berekenden we op basis van de projecten die op de website van de Topsector staan. Het bedrijfsleven wil nauwelijks investeren in biologisch onderzoek, blijkt uit een rondvraag bij onderzoekers met ervaring in de topsector.

De vraag naar bio

Hendrikus van Schepen knipt het licht aan van een fabriekshal in het Friese dorp Haulerwijk. Torens van vier pallets vol conserven verschijnen, op iedere pallet hangt een papier met de eindbestemming. Maïs voor Duitsland, kokosnootolie voor Engeland, witte bonen voor Frankrijk: de meeste pallets gaan naar het buitenland. De Nederlandse consument laat de duurdere biologische producten veelal links liggen. Tussen de conserven staat een lopende band, waarop glazen potten worden voorzien van een etiket. ‘Hier komen 150.000 potten per dag langs’, zegt Van Schepen. Het Hoofd Inkoop van het biologische conservenbedrijf Machandel kent de fabriek op zijn duimpje. Als student maakte hij ‘m schoon, zijn vader was hier jaren financieel directeur. En dus steekt het extra dat het iets na vier uur ‘s middags uitgestorven is in de fabriekshal. ‘Tot vorig jaar werkten mensen in onze fabriek tot middernacht. Die productielijn hebben we stilgelegd, er was niet genoeg vraag naar onze biologische conserven.’

Is de Nederlandse consument inderdaad geen fan van bio? Boeren, supermarkten, en de overheid: iedereen wijst naar de Nederlandse consument. Alleen als er meer biologische producten worden gekocht, is er ruimte voor meer biologische boeren, schrijft het landbouwministerie in het Biologisch Actieplan. ‘Je kan de marktvraag niet afdwingen’, zegt ook Jeroen Elfers, directeur zuivelontwikkeling bij FrieslandCampina. ‘Iedereen staart zich blind  op bio, maar de groep consumenten die meer wil betalen is niet zo groot. Dus zetten wij in op verduurzaming van alle boeren – we willen het hele peloton over de finish.’

Tegenstanders van biologisch schilderen de markt af als ‘niche34’, een liefhebberij voor de rijke, linkse en groene burger. Maar de hoge prijs van biologisch komt niet door de bioboeren, zeggen landbouwers die zich verenigen in het Biologisch Conserven Comité35. Dit voorjaar keken ze voor welke prijs gangbare en biologische blikjes doperwten, sperziebonen en spinazie in de winkel liggen, en vergeleken dat met het bedrag dat supermarkten ervoor betaalden. Wat blijkt: supermarkten nemen tot wel 1,50 euro extra marge op biologische producten. Winst die volgens de conservenboeren naar de supermarkten vloeit.

Ook Van Schepen van verwerkingsbedrijf Machandel was verbaasd toen hij een pot maïs voor bijna drie euro in de Albert Heijn zag staan, terwijl hij weet dat de kosten van bio veel lager zijn. Albert Heijn zegt in een reactie ‘geen uitspraken over de prijs te doen, omdat dit bedrijfsgevoelige informatie is.’ Als meer algemene reden voor de prijsverschillen verwijst de winkelketen naar ‘kosten met elk een eigen dynamiek, zoals distributie, logistiek, personeel en energie.’ Maar volgens Han van der Loo, directeur van Machandel, zit dat echt anders. ‘De retail maakt gezonde bioproducten duur, zo gaat de biologische markt er aan. We missen tussenkomst van de overheid hier.’

Die overheid wordt ook gemist door HAK, een van de grootste conservenfabrikanten van het land. Het bedrijf kondigde begin dit jaar aan alle groenten en peulvruchten biologisch te gaan telen. ‘We roepen de overheid nadrukkelijk op om mee te doen’, schreef HAK36 in een persbericht. Zo moet de btw op biologische producten volgens het bedrijf  worden afgeschaft. Ook zou Den Haag omschakelende boeren moeten vergoeden en reclamecampagnes organiseren. Hoewel de helft van de Nederlanders het logo van het biologisch keurmerk, een wit blaadje tegen een groene achtergrond, niet eens kent37, gaf het landbouwministerie de afgelopen dertien jaar nauwelijks geld uit aan campagnes om het duurzaamheidskeurmerk te promoten.

Het succes van Flevoland

‘Je moet een paar idioten hebben die erin geloven’, zegt Peter Kouwenhoven. De gepensioneerde ambtenaar van de gemeente Lelystad wandelt over de Bronsweg, een kaarsrechte strook asfalt met aan weerszijden akkers vol aardappelen, pompoenen en wortels. Dit is het epicentrum van de biologische landbouw in Nederland. Begin jaren tachtig kreeg Lelystad 325 hectare grond in de schoot geworpen38. Kouwenhoven overtuigde zijn wethouder en de gemeenteraad om die grond biologisch te verbouwen. ‘Toen mocht ik boeren rondleiden. Als ik ze een lap van 6,5 hectare aanbood, vielen ze bijna van hun “gangbare” geloof, dit kreeg je nergens.’

Al snel bleef bio niet beperkt tot de Bronsweg. Flevoland trok bewust biologische boeren aan, opende een speciaal bio-kenniscentrum en groeide zo uit tot de provincie met de meeste biologische landbouwgrond van Nederland. Flevoland is ook de enige provincie39 die het Nederlandse doel van vijftien procent biologische landbouw al heeft gehaald. ‘Potverdikkie’, denk ik soms, het is ons allemaal maar gelukt!’ Kouwenhoven weet nog precies welke akker van welke boer is. Hij wijst op een veld vol pompoenen, ‘een prachtig zicht, al die oranje ballen’, van ‘pionier’ Jan Jonkman. Uitgeroepen tot ‘Nederlandse bodem van het jaar 202340’, staat op een bord in het veld. ‘Je ziet’, zegt Kouwenhoven, ‘dat de grond hier dus alleen maar beter wordt.’ Intussen krijgt elke passerende fietser een ‘hoi, hoi’ toegeworpen en raapt hij afval uit de berm. ‘Het voelt toch een beetje als mijn weg.’

Het succes van Flevoland toont dat boeren wel willen als ze van de overheid de kans krijgen. Dat geldt ook elders. Branchevereniging Bionext inventariseerde hoeveel landbouwers uit Gelderland41 en Utrecht bioboer willen worden. In beide provincies had  ongeveer een kwart  van de steekproef interesse. ‘Boeren zijn ondernemers, als er markt is, willen ze echt wel omschakelen’, zegt Douwe Monsma, die een grote bioboerderij in Flevoland heeft.

Landen om ons heen tonen dat ook consumenten best bereid zijn om biologisch te kopen. In Denemarken komt dat bijvoorbeeld door ‘stabiel overheidsbeleid’, constateert de Autoriteit Consument & Markt42. Dat informeert Denen actief over ‘de duurzame voordelen’ van bio. Paul Holmbeck, lobbyist van de Deense bioboeren, kreeg dat naar eigen zeggen voor elkaar door begin jaren 2000 bewust de linker- én rechterkant van de Deense politiek te overtuigen. ‘Biologisch draait niet alleen om duurzaamheid, maar bijvoorbeeld ook om meer lokale producten, een goed inkomen voor de Deense boer en minder vervuiling door stikstof en chemische bestrijdingsmiddelen. Dat spreekt iedereen aan.’ En als supermarkten de prijs van hun biologische producten iets verlagen, kan het zelfs voor een hogere omzet zorgen, blijkt uit een proef43 waarbij de prijs van biologische producten in tien Nederlandse gemeenten werd verlaagd. Consumenten kochten meer biologisch dankzij een kleine prijsdaling.

Onder druk van Europa moet nu ook Nederland  bewegen, maar dat gaat niet van harte. Ilse Geijzendorffer van het Louis Bolk Instituut is ontgoocheld in de recente plannen voor onderzoek naar biologische landbouw. ‘Er is geen budget voor uitgetrokken.’ En hoewel de broodjes kaas bij de onderhandelingen over het landbouwakkoord biologisch waren, had de vertegenwoordiger van de de biosector, Douwe Monsma, niet het gevoel dat er echt naar hem werd geluisterd. ‘Het secretariaat nam mijn punten pro bio niet over. Toen ik vroeg waarom, vertelden ze dat het was omdat het alleen maar discussie zou opleveren. Pas na veel aandringen schreven ze mijn woorden toch op.’

Op Prinsjesdag, afgelopen september, kreeg de Nederlandse biologische landbouw voor het eerst in dertien jaar aandacht in de troonrede44. ‘Ook de biologische sector’, zei de koning toen, ‘krijgt extra ondersteuning.’ Tot 2029 ontvangt de branche zo’n tien miljoen euro per jaar45. ‘Dat bedrag zou hoger zijn mocht Den Haag het doel van vijftien procent biologisch echt serieus nemen’, zegt Laurens Nuijten van brancheorganisatie Bionext. ‘Dan is het ook logisch om ook vijftien procent van het landbouwbudget voor bio uit te trekken. Dat betekent geen tien, maar wel jaarlijks vierhonderdertig miljoen euro.’

Hoewel de biologische landbouw in 2030 moet zijn verdriedubbeld, lijkt biologische landbouw geen onderwerp bij de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. Slechts vier van de achttien partijen die nu in de Tweede Kamer zitten stellen concrete plannen voor. D66, Partij voor de Dieren en Volt willen dat biologisch voedsel in overheidskantines de norm wordt46. GroenLinks-PvdA wil biologische gerechten ‘voor snackbarprijzen47’.

Kan het dat, met die Europese druk, Nederland alsnog voor bio kiest? Ilse Geijzendorffer van het Louis Bolk Instituut is voorzichtig. Twee jaar geleden, ging de telefoon in Geijzendorffers kantoor. ‘Europa had net aangekondigd dat het meer biologische landbouw wilde. Een ambtenaar belde me met de vraag hoeveel procent biologische landbouw in Nederland realistisch was. Ik antwoordde: “als jullie ervoor gaan: honderd procent!”’

Dit onderzoek kwam tot stand voor De Groene Amsterdammer en Trouw. Lees het verkorte nieuwsbericht hier. Hier vind je het verantwoordingsdocument.

  1. De AERIUS Check https://regelingsondersteuning.aerius.nl/wnb/ ↩︎
  2. Kamerbrief op 12 juni 2023 van minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) met het idee achter de piekbelastersaanpak https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/06/12/voortgang-aanpak-piekbelasting ↩︎
  3. Zie hier. ↩︎
  4. De Algemene Rekenkamer concludeert in het Verantwoordingsonderzoek 2022 van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds dat Nederland: "Tussen 2001 en 2012 voerde de minister van LNV beleid om de biologische landbouw te stimuleren. De doelen die de minister daarbij stelde zijn niet behaald. Na 2012 heeft de minister geen doelen meer gesteld voor de biologische landbouw. Hoewel in 2012 het idee heerste dat de biologische landbouw voldoende robuust was, is het feit dat er 10 jaar geen beleid is geweest volgens de minister van LNV een van de redenen waarom er nauwelijks sprake is geweest van groei." ↩︎
  5. Zie hier ↩︎
  6. Zie hier ↩︎
  7. Zie hier ↩︎
  8. De Europese Commissie stelde dit doel in het kader van de Farm To Fork-strategie, die onderdeel is van de European Green Deal. ↩︎
  9. Zie hier ↩︎
  10. Zie hier ↩︎
  11. Zie hier ↩︎
  12. Zie hier ↩︎
  13. Dit stellen we op basis van de kritiek van de Europese Commissie (EC) op de eerste versie van het Nederlandse Nationaal Strategisch Plan (NSP) om het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van 2023-2027 toe te passen. Bij punt 60 van de Europese feedback constateert de EC dat er "geen specifieke interventies zijn opgezet om biologisch boeren te ondersteunen". De EC vraagt zich af of de "algehele stimulans van de niet specifiek op bio gerichte maatregelen wel sterk genoeg is" om bio te doen groeien. De EC vraagt Nederland om meer gerichte maatregelen, om te "heroverwegen en specificeren" hoe de vraag naar bio kan worden gestimuleerd, en uit te leggen hoe de maatregelen van GLB-pijler 2 daarvoor kunnen worden gebruikt. In punt 82 van de feedback staat ook nog dat het concept-NSP geen "sterke steun" voor bio bevat. De EC stelt het Nederlandse streefpercentage in vraag en roept op om het NSP beter te gebruiken als instrument om de vraag naar bio mee te stimuleren. In punt 144 vraagt de EC om de "interventielogica" ten aanzien van bio aan te passen. Het target van 3,85 procent is niet ambitieus genoeg. ↩︎
  14. Zie hier ↩︎
  15. Zie hier ↩︎
  16. Zie hier ↩︎
  17. Zie hier ↩︎
  18. Zie hier ↩︎
  19. Zie verantwoordingsdocument ↩︎
  20. Dit zijn de subsidies Functionele agrobiodiversiteit (POP-Nieuwe uitdagingen), Innovatie op het Boerenerf en Emissiearm Veevoer. ↩︎
  21. Zie verantwoordingsdocument ↩︎
  22. "Een belemmering om het biologisch areaal te laten groeien, is een tekort aan biologische meststoffen." Staat op pagina 42 van het rapport Het Perspectief van Biologische Landbouw van Wageningen University & Research. ↩︎
  23. Zie hier ↩︎
  24. Zie hier ↩︎
  25. Nederland is het enige land in de EU dat dit in de periode 2014-2020 niet heeft gedaan. Alle andere EU-landen hebben wel gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, schrijft de Algemene Rekenkamer in het verantwoordingsonderzoek ↩︎
  26. Zie verantwoordingsdocument ↩︎
  27. Zie hier ↩︎
  28. Zie hier ↩︎
  29. Zie hier ↩︎
  30. Zie hier ↩︎
  31. Tot 2011 was hier financiering voor. Daarna zijn er subsidies voor een overgangsperiode geweest, maar werd biologische landbouw geacht aan te kunnen sluiten binnen de structuur van de Topsectoren-aanpak. Recent is er bijgestuurd. Onderzoeksprojecten met een grote maatschappelijke waarde, zoals biologische landbouw, hoeven niet langer voor de helft met private gelden te worden gefinancierd. Over de aanstelling van Aalt Dijkhuizen als eerste boegbeeld van de Topsector Agri & Food, werden Kamervragen gesteld door de SP. Dijkhuizen toonde zich volgens de SP "expliciet tegenstander van de biologische landbouw". Die uitspraken zou Dijkhuizen volgens de minister op persoonlijke titel hebben gedaan. ↩︎
  32. Op vraag van LNV maakte de WUR in april 2023 nog een inventarisatie van onderzoek ten behoeve van biologische landbouw ↩︎
  33. Onderzoek ten behoeve van biologische landbouw valt onder de Topsector Agri & Food. Deze topsector is onderdeel van de Kennis- en Innovatieagenda (KIA) Landbouw, Water en Voedsel. Investico turfde alle PPS-projecten die in de online databases van deze KIA staan. Van de 584 projecten telden we 28 projecten specifiek ten behoeve van bio. ↩︎
  34. Dat bio een niche zou zijn duikt te pas en te onpas op, bijvoorbeeld bij CZAV, een boerencoöperatie in Zuid-Nederland. ↩︎
  35. Zie hier ↩︎
  36. Zie hier ↩︎
  37. Zie hier ↩︎
  38. Deze grond was sinds de oplevering van de polders in bezit van de de Dienst Domeinen (nu het Rijksvastgoedbedrijf) en werd geëxploiteerd door de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders. Omdat het om grond met een "sterclausule" ging mocht de gemeente Lelystad er elk moment over de grond beschikken. ↩︎
  39. Zie hier ↩︎
  40. Zie hier ↩︎
  41. Zie hier ↩︎
  42. Zie hier ↩︎
  43. Zie hier ↩︎
  44. Zie hier ↩︎
  45. Zie hier ↩︎
  46. Dit baseert Investico op een inventarisatie van de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2023. "Rijksinstanties geven het voorbeeld door tegen 2030 exclusief biologische of kringlooplandbouwproducten aan te schaffen", schrijft D66. In het programma van de Partij voor de Dieren staat: "De overheid koopt 100% biologisch, duurzaam en plantaardig in . "Binnen overheidsorganisaties wordt het gebruik van vegetarische en biologische producten de standaard", schrijft Volt. ↩︎
  47. In het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA staat het idee voor een "Volkskantine. Voor snackbarprijzen kunnen mensen hier biologische, plantaardige en verse gerechten kopen." ↩︎

Auteurs

Simon

Simon Dequeker

Simon verruilde Gent en een job als onderzoeker in de plantecologie voor een leven als onderzoeksjournalist in Amsterdam. Eerder schreef …
Profiel-pagina
Freyan

Freyan Bosma

Freyan Bosma groeide op in Kollumerpomp, een Fries dorpje in de nok van het land. Hij maakte er van jongs af aan radio bij lokale omroep …
Profiel-pagina