‘Papa, die kant op.’ Frans Zeilemaker duwt de rolstoel van zijn zoon Peter door de museumwinkel. ‘Kijk, die locomotief, vind je die mooi? Tjoeke tjoek, tjoeke tjoek1.’ Het bezoek aan het Spoorwegmuseum lijkt ontspannen en onschuldig, ook al is het een opmerkelijk gezicht. Hun op treintjes verliefde zoon is namelijk 38 jaar oud. Peter heeft een zware verstandelijke beperking en is al zijn hele leven afhankelijk van de zorg van zijn ouders, die na zijn achttiende zijn aangesteld als curator. Bovendien is het uitstapje verre van onschuldig, want Frans Zeilemaker en zijn vrouw Hennie zijn ermee in overtreding. Sinds een financiële ruzie met de zorginstelling van Peter moeten ze toestemming hebben om hun eigen kind te bezoeken2. De instelling heeft hen laten ontslaan als curator, en de nieuwe curator verbiedt contact.

De situatie is het gevolg van een opmerkelijke wetswijziging van vijf jaar geleden. Die bepaalde dat niet alleen, zoals voorheen, familieleden om aanstelling of ontslag van een bewindvoerder, mentor of curator mogen vragen, maar ook zorginstellingen3. Daar maken instellingen echter regelmatig misbruik van, zo blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, in samenwerking met tv-programma De Monitor en dagblad Trouw, mede voor De Groene Amsterdammer.

Instellingen schuiven op oneigenlijke gronden kritische bewindvoerders en mentoren aan de kant4, en laten vertegenwoordigers aanstellen die precies doen wat de zorginstelling wil5. In principe mogen zorginstellingen dit soort aanvragen enkel doen wanneer er geen familie is die dat kan6. Maar ouders die al jaren als mentor voor hun verstandelijk beperkte kind zorgen, of familieleden die bewindvoerder zijn voor hun bejaarde ouders, worden door instellingen op een zijspoor gezet7. Conflicten over zorg of financiën worden zo met powerplay beslecht. Rechters moeten de aanvragen van zorginstellingen controleren, maar doen dat onvoldoende8.

Zo ook bij de familie Zeilemaker. Na een hoogoplopend financieel conflict vraagt de zorginstelling in 2015 bij de rechter met spoed9 om ontslag van Frans en Hennie als curator10, en wint11. ‘We hebben Peter altijd geholpen, we deden er alles aan om hem de beste zorg te geven’, zegt vader Frans. ‘Hij is ons enige kind, dus we kunnen ons gelukkig helemaal voor hem inzetten. En nu zegt de rechtbank: “U hebt het niet goed gedaan.” Dat is onbegrijpelijk12.’

De rechter wijst een ‘professionele’ curator aan13. ‘Een vreemde man die Peter helemaal niet kent en geen verstand van zijn problemen heeft.’ De rechter vindt dat Frans en Hennie betrokken moeten blijven bij de verzorging van hun zoon. ‘De kantonrechter gaat er vanuit dat de nieuwe curator de ouders op waarde zal schatten’, staat in het vonnis14. ‘Het beslissingsniveau verandert, maar de betrokkenheid blijft en hoort te blijven.’ Maar het tegenovergestelde gebeurt: sinds Peter een nieuwe curator heeft mogen zijn ouders niet meer bij zorgbesprekingen aanwezig zijn15, en moeten zij toestemming van de curator hebben om hun eigen zoon te bezoeken16. ‘Het ergste vind ik dat onze zoon eronder lijdt’, zegt vader Frans. ‘Peter is niet meer naar de tandarts geweest, hij krijgt geen noodzakelijke logopedie, en is nu bezig met zelfmutilatie. Dat deed hij nooit. Wij vinden dat zijn situatie verslechtert, maar we kunnen niks doen.’ 

Zeggenschap

Iemand die onder mentorschap, bewind of curatele komt te staan verliest vrijwel de hele zeggenschap over zijn eigen leven. Hij mag niet meer zelf beslissen over zorg en financiën, maar krijgt een vertegenwoordiger die dat voor hem doet. De maatregel is extreem ingrijpend maar soms onvermijdelijk, bijvoorbeeld bij mensen met dementie, verslaving of een verstandelijke beperking, zoals Peter.

Tot 2014 konden enkel familieleden om aanstelling of ontslag van een bewindvoerder of mentor vragen. Na de wetswijziging kregen ook zorginstellingen deze bevoegdheid17. De afgelopen vijf jaar deden zorginstellingen 3729 van zulke aanvragen, blijkt uit cijfers die Investico opvroeg bij de Raad voor de Rechtspraak18. De neiging van zorginstellingen om dit soort aanvragen te doen, neemt toe: in 2014 deden de instellingen 414 verzoeken, vorig jaar waren het er met 934 ruim twee keer zo veel. Uit ons onderzoek blijkt dat instellingen regelmatig een nieuwe bewindvoerder of mentor aanvragen om betrokken familie monddood te maken19. ‘Het voelt alsof we afstand moesten doen van onze zoon’, zegt een vader die dit overkwam.

Rechters moeten de aanvragen van zorginstellingen goed tegen het licht houden om de belangen van verstandelijk beperkten en dementerenden te beschermen. Maar uit een recente evaluatie blijkt dat rechters onvoldoende onderzoeken of de aanvragen van zorginstellingen wel terecht zijn20. ‘Over het algemeen worden de meeste verzoeken van zorginstellingen goedgekeurd’, zegt de Raad voor de Rechtspraak21.

Ook benoemen rechters regelmatig een bewindvoerder of mentor die de zorginstelling zelf aandraagt22, en die soms zelfs nauwe banden met de instelling heeft23. Uit een enquête van De Monitor, Investico en Trouw blijkt dat bewindvoerders en mentoren voor hun inkomen sterk afhankelijk zijn van zorginstellingen: meer dan de helft krijgt zijn zorgcliënten voornamelijk via die weg24. Een kwart van de bewindvoerders en mentoren zegt wel eens onder druk te zijn gezet door zorginstellingen25.

Volgens het College voor de Rechten van de Mens loopt de rechtsbescherming van ouderen en verstandelijk beperkten gevaar26. Bewindvoerders en mentoren moeten de belangen van hun cliënt behartigen, maar dreigen te verworden tot ja-knikkers die zorginstellingen geen strobreed in de weg leggen en familie soms letterlijk buiten de deur houden. Familieleden verliezen elke zeggenschap over het lot van hun naaste aan een vreemde die slechts zeventien uur per jaar27 heeft om deze ingrijpende zorgtaak uit te voeren. 

Powerplay

Sinds zijn geboorte hebben Jan en Margreet hun zoon Thomas veel zorg moeten geven: hij kwam met een ernstig zuurstoftekort ter wereld en lag de eerste acht maanden van zijn leven in het ziekenhuis. ‘Artsen zeiden: Thomas zal een kasplantje blijven’, zegt Margreet28. Maar met veel aandacht weten de ouders hun zoon sterker te maken. ‘Er begon toch leven in te zitten.’ Na enkele jaren gaat het zelfs zo goed dat Thomas naar school gaat en leert lezen, schrijven en rekenen. Thomas heeft de cognitieve vermogens van een kind van zeven of acht jaar.

Sinds hij volwassen is staat Thomas onder mentorschap van zijn ouders, zodat zij hun ouderlijke zorg kunnen voortzetten. Nog wel. Want deze zomer viel er een dikke envelop op de deurmat. De zorginstelling van Thomas heeft de rechter gevraagd om Jan en Margreet te ontslaan als mentor. Als de rechter instemt, hebben zij niets meer over hun zoon te zeggen. Margreet was een week ‘in shock’. ‘Niemand had ons wat verteld, en de zitting was al gepland.’

De zorginstelling zegt dat Thomas lijdt onder een langlopend conflict tussen de instelling en de ouders29. Maar volgens Jan en Margreet ligt het precies andersom: zij moeten de strijd aan met de instelling, omdat die onvoldoende zorg levert. Thomas woont al jaren in de instelling, en aanvankelijk ging het prima. Maar na enkele jaren zien zijn ouders de effecten van tekorten in de zorg: goede medewerkers vertrekken en er komt tijdelijk personeel voor in de plaats. Thomas krijgt te weinig begeleiding, zijn ouders zijn ontevreden over het eten, en zien dat psychotische medebewoners een gevaar vormen voor hun zoon. Aanvankelijk zijn Margreet en Jan voorzichtig en klagen ze niet veel. Maar uiteindelijk voelen ze zich tot twee keer toe gedwongen een rechtszaak aan te spannen: eerst omdat de instelling ten onrechte de zorgovereenkomst opzegt, en daarna omdat Thomas niet mee mag naar nieuwbouw voor zijn woongroep. De ouders winnen beide zaken30. 

‘Een bewindvoerder mag alleen worden ontslagen als hij slecht op het geld past. Of de zorg echt in gevaar komt’

Kees Blankman, hoogleraar Juridische Bescherming van Ouderen en Meerderjarigen met BeperkingenTweet dit

In de dikke envelop zit naast het ontslagverzoek ook nog een opmerkelijke brief van een oud-medewerker van de zorginstelling die zegt mentor van Thomas te willen worden. Zij is door de instelling gevraagd. ‘Tijdens gesprekken is mij duidelijk geworden dat Thomas actief is en dingen wil ondernemen’, schrijft ze in haar brief aan de rechter. ‘Ouders denken mogelijk dat Thomas dat niet aan kan. Als ouders het ergens niet mee eens zijn verlenen ze daarvoor nu niet de geldelijke middelen zodat hij niet kan ondernemen wat hij wil. Het is mijns inziens niet in het belang van Thomas dat ouders op die manier invloed houden op zijn welzijn, op de manier hoe Thomas zijn leven wil inrichten.’ Een opmerkelijke conclusie voor iemand die het medisch dossier nog nooit heeft ingezien, waarin staat dat Thomas bij het maken van keuzes begeleiding nodig heeft.

Sterker nog: op het moment dat de mentor de brief stuurt heeft ze Thomas zelfs nog nooit ontmoet. De mentor is volledig afgegaan op wat de zorginstelling tegen haar heeft verteld. De jurist van de instelling heeft haar geholpen met het schrijven van de brief. Jan en Margreet zijn met stomheid geslagen. ‘Wij hebben deze vrouw nooit gesproken. En dat ze dan zegt dat wij Thomas financiële middelen onthouden! Dat is gewoon écht onwaar. Ze kan het niet eens onderbouwen.’ De zorginstelling zegt wegens privacyregels niet op de zaak te kunnen reageren31. Wanneer we de mentor bellen, hangt ze op nog voordat we een vraag hebben kunnen stellen32. 

Volgens de ouders heeft deze mentor zich voor het karretje van de zorginstelling laten spannen. Het echtpaar moet een advocaat inschakelen om de zorg over hun eigen zoon niet te verliezen. Ze wachten nu op de beslissing van de rechter. ‘We vinden het verschrikkelijk spannend. We willen niet dat een vreemde belangrijke beslissingen gaat nemen over onze zoon.’ 

De ouders van Thomas zijn niet de enigen die aan de kant werden gezet door de zorginstelling. De familie Troost overkwam het ook met hun zoon Allard, een ‘lieve, vrolijke vent’ met een verstandelijke beperking. Terwijl ze in discussie zijn met de zorginstelling over zorgfacturen die in hun ogen niet kloppen – vader Ab noemt het een ‘baggerzooi’ – ontvangt zijn zoon een brief van de rechtbank. ‘Allard kwam met een brief met “Justitie” erop naar mij toe en vroeg of hij de gevangenis in moest’, zegt Ab Troost33. Allard hoeft niet naar de gevangenis, maar zijn ouders worden opgeroepen door de rechtbank, omdat de zorginstelling hen wil laten ontslaan uit bewind34. ‘Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Dit is een grap! We zijn geweldige ouders en het gaat heel goed met Allard.’ Volgens de zorginstelling moeten de ouders ontslagen worden, omdat zij de rekeningen weigeren te betalen en Ab ‘fatsoensgrenzen overschrijdt35’. De rechter stelt een nieuwe, onbekende bewindvoerder aan36. De familie Troost moet in hoger beroep, waarop het Hof de uitspraak vernietigt en Allards broer bewindvoerder maakt.

Ook bij de Zeilemakers, die niet meer zonder toestemming hun zoon mogen bezoeken, was een financieel conflict aanleiding om de ouders te ontslaan als curator. Volgens Kees Blankman, hoogleraar Juridische Bescherming van Ouderen en Meerderjarigen met Beperkingen, mag ‘een conflict over facturen nooit reden zijn’ om de familiebewindvoerder zomaar te vervangen. ‘Een bewindvoerder mag alleen worden ontslagen als hij slecht op het geld past. Of de zorg echt in gevaar komt37’.

Mentoren zijn kwetsbaar voor druk vanuit instelling

Zorginstellingen hebben sinds 2014 de mogelijkheid om vanwege ‘gewichtige redenen’ ontslag van een bewindvoerder of mentor aan te vragen38. Uit een evaluatie van de wet uit 2018 bleek al dat een op de vijf professionele bewindvoerders en mentoren negatief zijn over deze toegenomen macht van zorginstellingen39. De professionals vrezen dat instellingen op oneigenlijke gronden om ontslag van de bewindvoerder of mentor vragen, ‘bijvoorbeeld vanwege onenigheid in de familie of financiële overwegingen40.’

Uit onze enquête (zie kader) blijkt nu dat die zorgen terecht zijn: zorginstellingen misbruiken hun bevoegdheden om kritische bewindvoerders en mentoren buitenspel te zetten. Niet enkel familieleden die optreden als bewindvoerder of mentor, maar ook professionele vertegenwoordigers worden door zorginstellingen op een zijspoor gezet41.

‘Als je teveel tegen de wensen van zorginstellingen of zorgverleners ingaat, zorgen ze ervoor dat de cliënt overstapt naar een andere bewindvoerder/mentor die wél meewerkt’, zegt een respondent. Zorginstellingen oefenen soms zelfs druk uit over de rug van hun cliënten, zeggen meerdere respondenten. ‘Ik had kritiek en vroeg een gesprek aan, waarop mijn klant mij huilend opbelde en verzocht geen stappen meer te ondernemen. Hij had een giga uitbrander gehad en werd beticht van opruiing van de bewindvoerder.’ Een ander schrijft: ‘Wanneer ik kritiek heb kan het gebeuren dat cliënten tegen mij opgezet worden en gestimuleerd worden om een andere bewindvoerder te zoeken.’ Een derde meldt: ‘Een cliënt van mij heeft op aandringen van zijn ambulant begeleider een verzoek ingediend om het beschermingsbewind te laten opheffen, omdat ik niet op het lijstje sta van vaste bewindvoerders waarmee deze zorginstelling zaken doet.’

Bewindvoerders en mentoren moeten hun taken volgens de wet volkomen onafhankelijk van zorginstellingen uitvoeren. Zij moeten slechts één belang dienen: dat van hun cliënt42. ‘Je moet een vuist kunnen maken’, zegt hoogleraar Blankman43. Maar bijna een kwart van de bewindvoerders en mentoren zegt wel eens onder druk te zijn gezet door zorginstellingen44. En veel van de mentoren en bewindvoerders zijn kwetsbaar om te zwichten voor die druk, omdat meer dan de helft van hen voornamelijk via zorginstellingen aan nieuwe zorgcliënten komt, zo blijkt uit onze enquête45. Een respondent stelt dat zorginstellingen ‘werken vanuit een machtspositie. Het is zeer moeilijk om aan klanten te komen in een zorginstelling. Dat gaat op persoonlijke gunning en veelal aan de reeds bekende bewindvoerders. Er wordt niet meer gekeken naar de kundigheid van een bewindvoerder.’ Een ander vertelt dat hij kritiek had op de zorg die zijn cliënt kreeg. ‘Vervolgens verwijzen ze nieuwe cliënten door naar een andere bewindvoerder.’

Volgens de wet mag iemand die bij een zorginstelling werkt niet tegelijkertijd mentor of bewindvoerder zijn van een cliënt uit die instelling46. Maar via LinkedIn vinden we meerdere mentoren en bewindvoerders die tevens bij zorginstellingen werken47. Een respondent uit onze enquête schrijft dat cliënten worden ondergebracht bij een bewindvoerder ‘die een kantoor heeft op het terrein van de zorginstelling.’ En koepelorganisaties zeggen in de wetsevaluatie dat het voorkomt dat zorginstellingen de regels omzeilen door aparte stichtingen op te richten. Deze stichtingen worden dan tot mentor of bewindvoerder benoemd, terwijl de feitelijke uitvoering van bewind of mentorschap door de zorginstelling wordt gedaan48.

Een aantal grote bewindvoerders- en mentorschapskantoren adverteert openlijk met hun vaste partnerschappen met zorginstellingen. Zo schrijft de Stichting Beheer Bewonersgelden Zorginstellingen op haar website: ‘Als vaste partner van de zorginstellingen Dichterbij, Pluryn, Zideris en IrisZorg verzorgen wij o.a. bewindvoering voor ruim 2.000 cliënten in Midden- en Zuidoost Nederland. SBB Zorginstellingen werkt met vaste bewindvoerders die ook op locatie aanwezig zijn49’. De Stichting Cliënt Support werd opgericht door de ‘s Heeren Loo Zorggroep, en voert bewind over de cliënten van diezelfde zorggroep50.

Het College voor de Rechten van de Mens vindt dit soort stichtingen onwenselijk. ‘Met name wanneer betrokkene verder geen familie of een sociaal netwerk heeft kan een kwetsbare afhankelijkheidssituatie ontstaan met conflicterende belangen51.’ Gezondheidsjurist Olga Floris van de Erasmus Universiteit, die regelmatig personen met een verstandelijke beperking bijstaat in procedures tegen zorginstellingen, licht toe wat er mis kan gaan. ‘Wettelijk vertegenwoordigers die niet volstrekt onafhankelijk zijn, zullen snel geneigd zijn om te doen wat de instelling zegt. Je gaat heel snel mee in de cultuur van de instelling, je gaat denken “zo is het nu eenmaal”, of “daar is geen geld voor52”.’

Uit onze enquête blijkt dat sommige bewindvoerders en mentoren inderdaad flink meedenken met de zorginstelling. ‘Er is een enorm personeelstekort in de zorg. Ik hou daarmee rekening met wat ik van de instelling vraag’, schrijft een respondent. ‘De arbeidsmarkt is dermate krap dat je soms genoegen neemt met lagere zorgkwaliteit’, zegt een ander.

Zelfs volledig onafhankelijke professionele mentoren en bewindvoerders hebben moeite om hun cliënten de juiste zorg en aandacht te geven. In onze enquête zeggen vier van de vijf respondenten dat ze onvoldoende tijd hebben voor hun cliënten53. Als er lastige kwesties moeten worden aangekaart zijn de zeventien betaalde uren per jaar snel op. ‘Ik twijfel soms echt of mijn cliënt voldoende zorg krijgt’, zegt een respondent. Maar hij heeft ‘te weinig tijd om echt zaken te onderzoeken. Je kunt [wegens tijdgebrek] maar beperkt bezwaar maken tegen een zorginstelling.’

Rechters gaan te makkelijk mee met zorginstelling

Mieke van den Broek waakt over haar bejaarde tante Lucia, als ware het haar eigen moeder. Lucia verblijft in een Brabants verpleeghuis en heeft verder geen familie meer die naar haar omkijkt, dus Mieke voelt zich zeer verantwoordelijk. Wanneer er ‘s nachts geen verpleging komt kijken nadat haar tante op de alarmknop heeft gedrukt, wil Van den Broek precies weten hoe dat kan gebeuren54. Wanneer haar tante valt en een hoofdwond heeft die niet gehecht is, stuurt Van den Broek direct een bezorgde mail naar de teammanager: ‘Welke arts heeft haar gezien en waarom heeft hij haar zo slecht behandeld55?’

Als er hoogoplopende onenigheid ontstaat tussen Van den Broek en het verpleeghuis, dient zij een verzoek in om mentor-bewindvoerder te worden56. Ze vreest dat het verpleeghuis buiten haar om beslissingen wil doordrukken. Maar de zorginstelling doorkruist dat plan door ruim een week later zélf een verzoek in te dienen57. Opmerkelijk, want het uitgangspunt van de wet is juist dat instellingen dat alleen kunnen doen als er geen familie beschikbaar is.

Lucia van den Broek verklaart op de zitting ‘dat zij graag wil dat Mieke voor haar zorgt’: Mieke kent haar goed en de papieren houdt ze ook in de gaten58. Volgens de wet staat de wens van de betrokkene voorop, en benoemt de rechter bij voorkeur een familielid59. Maar ondanks de ‘consistente wens’ van de bejaarde dame, gaat de rechter aan die wens voorbij. Hij stelt een externe bewindvoerder aan, zonder uit te leggen waarom Van den Broek niet geschikt zou zijn. Zij mag nog wel mentor worden, maar moet in de maanden na de uitspraak laten zien met de instelling te kunnen samenwerken60.

Acht maanden later zet de rechter haar definitief aan de kant. De onderlinge verhoudingen zijn ‘de afgelopen tijd niet verbeterd’ en ‘de ontwrichte relatie tussen partijen zal niet in het belang zijn van betrokkene’, oordeelt de rechter61. Ook in hoger beroep verliest Van den Broek, ondanks het feit dat zij zich volgens de rechter ‘ten volle inspant om te zorgen dat haar tante optimaal verzorgd wordt62’. Het gerechtshof leunt bij die beslissing volledig op verklaringen van de bewindvoerder en de instelling63.

De ervaren kantonrechter Paul Rouwen, die namens de rechtspraak het woord voert, beaamt dat het aanstellen van een nieuwe bewindvoerder of mentor eigenlijk een te simpele oplossing is voor zo’n ingewikkeld conflict. Alleen, zegt hij, in het ‘halfuurtje’ dat doorgaans wordt uitgetrokken voor de zitting ‘kun je niet precies de vinger op de zere plek leggen. Maar je kunt wel aangeven: “dit moet eigenlijk niet zo verder. Wat als we nou eens een time-out creëren met een externe bewindvoerder?64”’ Rouwen benadrukt dat hij in ingewikkelde gevallen meer tijd uittrekt om iedereen kritisch te horen en een goede afweging te maken.

Veertig procent van de professionele mentoren en bewindvoerders vindt echter dat rechters ‘niet kritisch’ kijken naar verzoeken die door zorginstellingen worden ingediend, zo blijkt uit een rondvraag onder 77 beroepsvertegenwoordigers die voor de wetsevaluatie werd gedaan65. ‘Als de instelling zegt dat de familiebewindvoerder of -mentor niet in het belang van de betrokkene handelt, dan neemt de rechter dat al snel aan’, zegt gezondheidsjurist Olga Floris66. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland zegt in een reactie op ons onderzoek dat zorginstellingen niet om ontslag van een bewindvoerder of mentor moet kunnen vragen wanneer er sprake is van strijd tussen ouders en de instelling67.

Zorginstellingen hebben een zogenaamde ‘vermeldingsplicht’: zij moeten uitleggen waarom het verzoek niet door de familie is ingediend68. Maar veel kantonrechters zien deze plicht slechts als een formaliteit69, blijkt uit de wetsevaluatie70. Advocaat Saskia Fonds, die onderbewindgestelden en hun families bijstaat, vindt dat rechters te makkelijk meegaan in verzoeken van zorginstellingen. ‘Ik merk dat mijn cliënten steeds vaker pas worden gehoord nadat het besluit al genomen is. Verzoeken worden soms als spoedeisend behandeld terwijl dat helemaal niet nodig is71.’ Onder meer de zaak van de familie Zeilemaker werd door de instelling als spoedeisend aangemerkt72. Volgens hoogleraar Blankman zou de familie altijd een advocaat moeten krijgen wanneer de zorginstelling een aanvraag doet. ‘Het gaat te snel voor mensen. In de landen om ons heen hebben ze voor dit soort beslissingen zwaardere procedures73.’

Kantonrechter Rouwen geeft toe dat hij vrijwel altijd de mentor of bewindvoerder benoemt die de zorginstelling voorstelt, en vindt dat ‘prima’. ‘Als de instelling zegt: “dat is gewoon een goeie”, ga ik er toch wel vanuit dat wat de instelling wil goed is voor de cliënt.’ En hij vindt het ook logisch. ‘Anders moet ik bij ons op de administratie vragen: “goh we hebben hier iemand in die of die instelling zitten, wie zou daar nou geschikt voor zijn?74”’

Is het niet naïef om te denken dat iemand die door de zorginstelling wordt aangedragen volstrekt onafhankelijk van de zorginstelling kan functioneren? Nee, vindt Rouwen, want hij vertrouwt erop dat hij in de periode na de benoeming een ‘vinger aan de pols’ kan houden. ‘Elk jaar krijgen wij een rapportje van die mentor hoe het gaat.’ Ook als de familie een klacht indient is dat altijd aanleiding om te kijken wat er kan worden verbeterd, zegt hij75.

Toch lijkt het vertrouwen van Rouwen in dat ‘rapportje’ te optimistisch. Zes van de tien kantonrechters zegt ‘niet altijd adequaat toezicht te kunnen houden76’. Zowel rechters als professionele mentoren en bewindvoerders vinden dat ‘de toezichthoudende rol van de rechterlijke macht onder druk komt te staan77’, dat kantonrechters zich te vaak uitsluitend moeten baseren op de inbreng van de mentor of bewindvoerder en dat zij te afhankelijk zijn van goed onderbouwde klachten78.

Het is moeilijk een goede klacht in te dienen, want mentoren en bewindvoerders hebben veel macht: zij kunnen familie verbieden om contact op te nemen met hun naaste79, en hebben alle documenten in handen. Maar zelfs wanneer je een goed onderbouwde klacht hebt, kan de bewindvoerder je nog de pas afsnijden, zo blijkt uit een Maastrichtse rechtszaak80. Daar dienden een bejaarde moeder en haar dochter een verzoek in om de bewindvoerder van de moeder te laten ontslaan. De moeder neemt hiervoor een advocaat in de arm81. Maar achter haar rug om ontslaat haar bewindvoerder de advocaat en stelt zijn eigen advocaat ervoor in de plaats. Daarop beëindigt de bewindvoerder zelf de rechtszaak die tegen hem is aangespannen82. De rechtbank keurt het allemaal goed83. Pas in hoger beroep wordt vastgesteld dat hiermee ‘onder meer’ het mensenrecht van de moeder op toegang tot de rechter is geschonden84.

Reactie minister Sander Dekker

Wij hebben ons onderzoek voorgelegd aan de minister voor rechtsbescherming Sander Dekker. De minister zegt dat door de wetswijziging uit 2014 minder hulpbehoevenden tussen wal en schip vallen, maar vindt de voorbeelden uit ons onderzoek ‘zorgelijk’. Hij benadrukt dat de bevoegdheid van zorginstellingen om mentoren en bewindvoerders te ontslaan ‘is bedoeld om de rechter signalen te geven over slecht functionerende vertegenwoordigers, niet om vertegenwoordigers die niet doen wat een zorginstelling verlangt te laten ontslaan.’ Het ministerie van justitie en veiligheid gaat met de rechtspraak bespreken ‘hoe de betrokkenheid van de familie in de praktijk beter kan worden geborgd bij verzoeken tot aanstelling of ontslag van een wettelijk vertegenwoordiger. De voorbeelden die Investico noemt, worden daarbij betrokken85.’

Heleen was jarenlang nauw betrokken bij de zorg voor haar psychotische zoon Victor, ze bezocht hem wekelijks in de kliniek. Maar sinds ze afgelopen maart86 het mentorschap over Victor verloor, heeft ze hem nog maar twee keer gezien, en moet ze machteloos toekijken hoe hij steeds verder afglijdt. ‘Die verwarde man op straat, dat wordt Victor als hij niet op een goede plek terechtkomt87.’

Victor heeft al sinds zijn zestiende psychoses, deed verschillende zelfmoordpogingen, en kwam in de geestelijke gezondheidszorg terecht. Vorig jaar kwam hij in een nieuwe kliniek. ‘Daar gingen veel drugs rond.’ Ook Victor raakt verslaafd88.

Er ontstaat onenigheid over Victors behandeling: de zorginstelling wil hem overplaatsen naar een plek die volgens Heleen niet geschikt is. ‘Ze wilden daar opnieuw allerlei medicatie gaan uitproberen die hij al had gehad en die niet werkt bij hem.’ Heleen vindt een andere plek waar ze meer vertrouwen in heeft. ‘Alles was geregeld, het was enkel nog wachten totdat er een plaats vrijkwam.’ 

Maar dan hoort Heleen dat haar zoon bij de rechtbank een verzoek heeft ingediend om zijn ouders te ontslaan uit mentorschap. ‘Ik denk dat andere cliënten tegen Victor hebben gezegd: “als iemand anders je zaken regelt, dan krijg je meer geld voor drugs.” Victor is extreem beïnvloedbaar en overziet de gevolgen van zijn keuzes niet.’

De rechter ontslaat Heleen en haar man, zonder te onderzoeken of Victor wel wilsbekwaam89 is. Hij stelt een nieuwe mentor aan die jarenlang in dienst is geweest bij de zorginstelling waar zijn verzorgers hem naar willen overplaatsen. Heleen wil kort daarna haar zoon bezoeken, maar wordt niet toegelaten. ‘De mentor had het verboden.’ Nieuwe pogingen lopen op niets uit. ‘Hij zegt: “ik ga niet met u in discussie.”’

Maandenlang heeft Heleen enkel via de chat contact met haar eigen kind. ‘Totdat ik afgelopen oktober ontdekte dat Victor helemaal niet meer in de kliniek zat.’ Tot haar stomme verbazing blijkt Victor maanden eerder al te zijn overgeplaatst naar de kliniek die zij ongeschikt vindt. ‘De mentor heeft ons al die tijd niets verteld!’ 

Heleen schrikt wanneer ze langsgaat. ‘Victor was vreselijk gesedeerd, zat onder de medicatie. ‘Hier gaat het niet goed, terwijl wij een hele goede plek hadden gevonden. En de mentor reageert nergens meer op.’ De mentor zegt in een reactie dat hij wegens privacyredenen weinig kwijt kan over de zaak, maar laat weten dat het een ingewikkelde zaak betreft en wij vooral de kant van ouders hebben vernomen90.

Zorginstellingen staat het water aan de lippen: ze kunnen niet de kwaliteit van zorg leveren waar cliënten recht op hebben. Maar wanneer ouders, mentoren of bewindvoerders daar kritiek op hebben, grijpen diezelfde instellingen uit onmacht en onkunde naar een extreem machtsmiddel, in de hoop alles tot bedaren te brengen en problemen af te dekken. Zij dringen om oneigenlijke redenen diep door in de kern van het leven van hun cliënten: ze mengen zich in hun vrije keuzes, en drijven een wig tussen zorgbehoevenden en hun familieleden. Bewindvoerders en mentoren die zwichten voor de druk van zorginstellingen verloochenen hun taak om de meest kwetsbaren in de samenleving te beschermen. Zij vormen een gevaar voor hen die bescherming juist het hardst nodig hebben.

De namen van Jan, Margreet, Thomas en Victor zijn om privacyredenen gefingeerd. Hun namen zijn bij de redactie bekend, net als de volledige naam van Heleen.

De Monitor, Trouw en Investico hielden een enquête onder leden van de BPBI (Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders) en het LOBCM (Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren), waar 432 professionele bewindvoerders en mentoren op reageerden. Zie hieronder de enquêteresultaten.

Enquêteresultaten-WEB

Voor dit onderzoek spraken we met zo’n tien families die bewind, mentorschap of curatele verloren na tussenkomst van een zorginstelling en onderzochten we hun zaken aan de hand van correspondentie, rechterlijke uitspraken en medische dossiers. Ook spraken we met rechters, advocaten, brancheverenigingen en wetenschappers. En we hielden een enquête onder leden van de BPBI (Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders) en het LOBCM (Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren), waar 432 professionele bewindvoerders en mentoren op reageerden.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

  1. Bezoek aan het Spoorwegmuseum met tv-programma De Monitor, 14 november 2019 ↩︎
  2. Onder meer e-mail van 17 januari 2017: Ik geef derhalve geen toestemming dat u bij Peter komt logeren ↩︎
  3. Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 15 oktober 2013 als hamerstuk afgedaan. Zie: https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33054_wet_wijziging_curatele. Sindsdien behoren zorginstellingen tot de ‘kring van verzoekers’ die om instelling of opheffing van de beschermingsmaatregel of om ontslag van de vertegenwoordiger kunnen verzoeken. Zie memorie van toelichting op de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, p. 7. ↩︎
  4. Zie casus Troost, Jan, Margreet en Thomas, Van den Broek ↩︎
  5. Zie casus Heleen/Victor, Zeilemaker, enquêteresultaten ↩︎
  6. Memorie van toelichting op de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap. Citaat: Achterliggende gedachte van het geven van de bevoegdheid tot het verzoeken van onderbewindstellingen aan instellingen waar de betrokkene wordt verzorgd is dat dergelijke instellingen, bij afwezigheid of niet optreden van een partner of familieleden, in ieder geval wel omgang en contact met de betrokkene hebben en daarom in staat worden geacht in te kunnen schatten of de betrokkene een bewindvoerder, mentor of curator nodig heeft. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Citaat: De wetswijziging heeft een formele vermeldingsplicht in het leven geroepen voor verzoeken tot instelling van een beschermingsmaatregel die niet vanuit de familiekring afkomstig zijn. ↩︎
  7. Enquêteresultaten, casus Jan, Margreet en Thomas, Zeilemaker, Heleen/Victor, Troost ↩︎
  8. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm’, Bureau Bartels, 2018. Citaat: Kantonrechters en beroepsvertegenwoordigers ervaren de vermeldingsplicht waarom familie van de betrokkene het verzoek tot instelling niet heeft gedaan, als een formaliteit die weinig toevoegt. Zie: https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2816-evaluatie-wet-wijziging-curatele-beschermingsbewind-en-mentorschap.aspx. Casussen Van den Broek, Troost. ↩︎
  9. Brief Dommerholt Advocaten, 14 september 2015. Citaat: Ik verzoek u vriendelijk een en ander met spoed in behandeling te nemen. ↩︎
  10. Brief rechtbank, 15 september 2015. ↩︎
  11. Beschikking 13 oktober 2015. ↩︎
  12. Interview met tv-programma De Monitor, 14 november 2019. ↩︎
  13. Beschikking 13 oktober 2015. ↩︎
  14. Beschikking 13 oktober 2015. ↩︎
  15. Brief ondersteuningsplanbespreking, 14 december 2015. ↩︎
  16. Zie bijvoorbeeld e-mail van 17 januari 2017. Citaat: Ik geef derhalve geen toestemming dat u bij Peter komt logeren. Brief 24 november 2015 ↩︎
  17. Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 15 oktober 2013 als hamerstuk afgedaan, en de wet is op 1 januari 2014 in werking getreden. ↩︎
  18. Emails Raad voor de Rechtspraak, 11 en 21 november 2019. Cijfers zijn van 2014 t/m juni 2019. Totaal aantal aanvragen bewind door zorginstelling: 2670 (2014: 311, 2018: 666). Totaal aantal aanvragen mentorschap door zorginstelling: 1059 (2014: 103, 2018: 268) ↩︎
  19. Casussen Zeilemaker, Heleen/Victor, Mieke van den Broek, Jan, Margreet & Thomas ↩︎
  20. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Veertig procent van de professionele mentoren en bewindvoerders vindt dat rechters niet kritisch kijken naar verzoeken die door zorginstellingen zijn ingediend, zo blijkt uit een rondvraag onder 77 beroepsvertegenwoordigers die voor de wetsevaluatie werd gedaan. ↩︎
  21. E-mail van woordvoerder Raad voor de Rechtspraak, 11 november 2019. ↩︎
  22. Interview kantonrechter P.J.M. (Paul) Rouwen, 14 november 2019. ↩︎
  23. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Citaat: In de optiek van enkele koepelorganisaties werkt de bovenstaande wijziging nog niet altijd goed bij (personeelsleden van) zorginstellingen. Het komt in hun optiek voor dat zorginstellingen de uitsluiting van personeelsleden omzeilen door aparte stichtingen op te richten, die zich richten op de uitvoering van beschermingsmaatregelen voor hun cliënten. (Medewerkers van) deze stichtingen worden dan benoembaar verklaard door het LKB, omdat ze aan de eisen voldoen. In de praktijk zou de feitelijke uitvoering van de vertegenwoordigingstaken toch nog door personeelsleden van de zorginstelling zelf worden gedaan. ↩︎
  24. Enquête onder leden van de BPBI (Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders) en het LOBCM (Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren), waar 432 professionele bewindvoerders en mentoren op reageerden. Zie enquête onderaan artikel ↩︎
  25. Enquête onder leden van de BPBI (Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders) en het LOBCM (Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren), waar 432 professionele bewindvoerders en mentoren op reageerden. Zie enquête onderaan artikel ↩︎
  26. Brief College voor de Rechten van de Mens aan de minister voor Rechtsbescherming, 11 juni 2019. Zie: https://www.mensenrechten.nl/nl/publicatie/5d08eab1b55daa48dd78b84f ↩︎
  27. Tarieven bewindvoering, mentorschap en curatele 2019. Zie: https://www.bpbi.nl/files/files/Tarieven%202019.pdf ↩︎
  28. Interview, 19 november 2019. ↩︎
  29. Verzoekschrift ↩︎
  30. Vonnis 2 september 2013. Proces-verbaal 1 april 2014. ↩︎
  31. E-mail zorginstelling, 11 november 2019. ↩︎
  32. Telefoongesprek mentor, 26 november 2019. Ook op een WhatsApp-bericht kwam geen reactie. ↩︎
  33. Interview Ab Troost, 25 oktober 2019. ↩︎
  34. Beschikking 11 december 2017. ↩︎
  35. Beschikking 11 december 2017. ↩︎
  36. Beschikking 11 december 2017. ↩︎
  37. Beschikking 7 november 2018. ↩︎
  38. Artikel 1:461 lid 2 Burgerlijk Wetboek. ↩︎
  39. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Pagina 18. ↩︎
  40. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Pagina 36-37 ↩︎
  41. Enquête onder leden van de BPBI (Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders) en het LOBCM (Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren), waar 432 professionele bewindvoerders en mentoren op reageerden. Zie enquête onderaan artikel ↩︎
  42. Daarom mogen vertegenwoordigers op geen enkele manier verbonden zijn aan een instelling waar de betrokkene verzorgd wordt of die aan de betrokkene begeleiding biedt. Zie o.a. Artikel 1:452 lid 6 onder d en e. ↩︎
  43. Interview Kees Blankman, 22 november 2019. ↩︎
  44. 23,9%, p. 8 enquêteresultaten. Zie enquête onderaan artikel ↩︎
  45. 55,9%, p. 7 enquêteresultaten. ↩︎
  46. Memorie van Toelichting op de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap. Citaat: In het huidige zesde lid, onder d en e, zijn de direct betrokken of behandelend hulpverlener en personen behorende tot leiding of tot het personeel van de instelling waar de betrokkene verblijft uitgesloten van de benoeming tot mentor. ↩︎
  47. Zie bijvoorbeeld deze, deze en deze persoon ↩︎
  48. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Pagina 34, 88. ↩︎
  49. Zie de website van SSB ↩︎
  50. Zie de website van Stichting Cliënt Support ↩︎
  51. Brief College voor de Rechten van de Mens aan de minister voor Rechtsbescherming, 11 juni 2019 ↩︎
  52. Interview Olga Floris, 3 oktober 2019. ↩︎
  53. Enquête, vraag: Heeft u het idee dat u voldoende tijd kunt nemen voor uw cliënten binnen de huidige vergoedingsstructuur? Nee: 82,7%. ↩︎
  54. Mail van 10 december 2014, in bezit van Investico. ↩︎
  55. Mail van 23 februari 2015, in bezit van Investico. ↩︎
  56. Verzoek van 12 juni 2015. ↩︎
  57. Verzoekschrift van 23 juni 2015, in bezit van Investico. ↩︎
  58. Rechtbank Oost-Brabant, tussenbeschikking van 13 augustus 2015. ↩︎
  59. Artikel 1:452 lid 3 en 4, Burgerlijk Wetboek. ↩︎
  60. Rechtbank Oost-Brabant, tussenbeschikking van 13 augustus 2015. ↩︎
  61. Rechtbank Oost-Brabant, beschikking van 20 april 2016. ↩︎
  62. Hof Den Bosch, 7 januari 2016, 3.7.4. ↩︎
  63. Hof Den Bosch, 7 januari 2016, 3.7.5. ↩︎
  64. Interview Paul Rouwen, 14 november 2019. ↩︎
  65. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. tabel 2.13, p. 23. Nee = 14+10+6= 30 respondenten, van een totale groepsgrootte van 26+26+25=77. Dat is 38,96%. ↩︎
  66. Interview Olga Floris, 3 oktober 2019 ↩︎
  67. Schriftelijke reactie Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, 26 november 2019. ↩︎
  68. Artikel 1:451 lid 2, Burgerlijk Wetboek. ↩︎
  69. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Pagina 22. Citaat: Het blijkt dat de kantonrechters en beroepsvertegenwoordigers vooral neutraal staan ten opzichte van deze vermeldingsplicht. Dit heeft er met name mee te maken dat deze vermeldingsplicht enerzijds vooral als een formaliteit wordt gezien en dat het anderzijds (samenhangend daarmee) vaak direct al wel duidelijk is waarom een verzoek niet via de familie is gedaan (bijvoorbeeld omdat er geen familie meer is). ↩︎
  70. Een ironische twist is dat de onderzoekers van Bureau Bartels het ook niet nodig hebben gevonden om met betrokkenen en hun families te spreken. Dit was onpraktisch, vonden de onderzoekers ↩︎
  71. Interview Saskia Fonds, 4 november 2019. ↩︎
  72. Brief Dommerholt Advocaten, 14 september 2015. Citaat: Ik verzoek u vriendelijk een en ander met spoed in behandeling te nemen. ↩︎
  73. zwaardere procedures ↩︎
  74. Interview Paul Rouwen, 14 november 2019. ↩︎
  75. Interview Paul Rouwen, 14 november 2019. ↩︎
  76. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Pagina 54. ↩︎
  77. Wetsevaluatie, ‘Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm’, Bureau Bartels, 2018. Pagina 55. ↩︎
  78. Wetsevaluatie, Werking Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Besluit kwaliteitseisen cbm en Regeling beloning cbm, Bureau Bartels, 2018. Pagina 55. Citaat: In de huidige situatie zijn kantonrechters nog te veel afhankelijk van incidenten (zoals klachten) of van vaste zittingen/contactmomenten (zoals de jaarlijkse rekening en verantwoording of de evaluaties). ↩︎
  79. Zie: LOVCK, Aanbevelingen mentorschap, 8 juni 2015. ↩︎
  80. Gerechtshof ‘s Hertogenbosch, 8 november 2018. ↩︎
  81. Telefonische interviews met de dochter en de advocaat. ↩︎
  82. Gerechtshof ‘s Hertogenbosch, 8 november 2018, 3.5. ↩︎
  83. Rechtbank Maastricht, beschikking van 5 maart 2018. ↩︎
  84. Gerechtshof ‘s Hertogenbosch, 8 november 2018, 3.11. ↩︎
  85. Schriftelijke reactie minister Sander Dekker, 28 november 2019. ↩︎
  86. Beschikking 27 maart 2019. ↩︎
  87. Interview Heleen, 22 november 2019. ↩︎
  88. Zorgdossier ↩︎
  89. Beschikking 27 maart 2019. ↩︎
  90. E-mail van 5 november 2019. ↩︎

Auteurs

54-Investico-07-06-201700996

Karlijn Kuijpers

Karlijn studeerde milieuwetenschappen en criminologie en...

Karlijn studeerde milieuwetenschappen en criminologie en deed voor SOMO onderzoek naar de relatie tussen bedrijven en landconflicten in …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201701169

Tim Staal

Tim promoveerde in het internationaal milieurecht en...

Tim promoveerde in het internationaal milieurecht en is docent internationaal recht aan de UvA. Als onderzoeksjournalist schreef hij onder …
Profiel-pagina