‘We begonnen ooit letterlijk met oud papieracties in de regio’, vertelt dijkgraaf Hein Pieper, tevens portefeuillehouder internationale zaken van de Unie van Waterschappen. De oudste Nederlandse bestuurslaag, wereldberoemd vanwege het ‘poldermodel’, wilde haar goede werken graag eens uitvoeren in het buitenland. Zo bouwde Wetterskip Fryslân wc’s in Mozambique en werkte waterschap Aa en Maas aan waterbeheer in Egypte.

Veendijken worden besproeid

Onderdeel van dossier

Waterschappen in de knel op buitenlands avontuur

Waterschappen hebben discutabele leningen om hun buitenlandse activiteiten te financieren.

De vrijblijvendheid van die ontwikkelingsprojecten verdween toen de waterschappen vanaf 2012 Rijksbeleid gingen uitvoeren. Dat maakte de bestuurders wegbereider en pleitbezorger van het bedrijfsleven. Als onderdeel van De Topsector Water proberen waterschappen Nederlandse ingenieurs-, bagger- en bouwbedrijven in de kijker te spelen bij potentiële buitenlandse opdrachtgevers of internationale financiers zoals de Wereldbank.

Als leden van zogenoemde Dutch Risk Reduction teams geven ze bijvoorbeeld advies in landen die kort daarvoor door een watersnoodramp of droogte getroffen zijn. Dijkgraaf Pieper legt uit hoe dat gaat. ‘We maken snel een overzicht van wat er nodig is en schrijven dat in een rapport aan de lokale regering. Daar zeggen we bij welke Nederlandse bedrijven hen van dienst kunnen zijn.’

De eeuwenoude, autonome waterbestuursorganen worden daarmee steunpilaren in het kabinetsbeleid voor ontwikkelingssamenwerking ‘Van hulp naar handel’. Op de achtergrond woedt de discussie over hun bestaansrecht sinds premier Rutte in zijn eerste kabinet dreigde de waterschappen af te schaffen. Om zich daarvoor te behoeden, ontlasten waterschappen ook nog de Rijksbegroting door jaarlijks 100 miljoen voor dijkversteviging en bestrijding van muskusratten op zich te nemen.

De uitbreiding van taken brengt onder meer het eigen waterschap van dijkgraaf Pieper, Rijn en IJssel, in een lastige spagaat. ‘We worden steeds vaker gevraagd om mee te gaan op missies van de Rijksoverheid naar gebieden waar watersnoodrampen zijn geweest. Dan worden we gebeld en moeten we binnen drie dagen iemand leveren. Dat breekt ons op. Tot nu toe hebben wij bijna altijd nee moeten verkopen, omdat we niemand zo snel kunnen vrijmaken of permanent paraat hebben staan.’

Financiering

Projecten in ontwikkelingslanden behoren niet tot de kerntaken van waterschappen. Er mag dus niet zomaar belastinggeld aan worden besteed. Waterschappen doen daarom een beroep op verschillende externe financieringsbronnen, zoals de Bill & Melinda Gates Foundation en het Netherlands Space Office.

Een opmerkelijke geldstroom komt uit een fonds dat door de Waterschapsbank is opgezet. Die bank is voor meer dan tachtig procent in handen van de waterschappen en schonk vanaf 2006 20,5 miljoen euro aan het nieuw opgerichte NWB Fonds. Het Fonds leent dat geschonken geld weer terug aan de bank en met de rente op die leningen betalen de waterschappen vervolgens hun buitenlandprojecten.

Waterschappen kunnen zo in het buitenland het imago blijven uitventen van een typische en unieke Nederlandse traditie van waterschapsbestuur. Met één knagend probleem. Het Nederlandse poldermodel is zo uniek, omdat wij als enige land ter wereld een duizendjarige geschiedenis van overleggen en compromissen hebben. Het ‘exporteren’ van dit overlegmodel naar landen als bijvoorbeeld Colombia, lijkt gedoemd te mislukken. Wat dan overblijft is het gebruik van de Nederlandse poldercultuur als marketingverhaal voor de vaderlandse waterindustrie.

Auteurs

54-Investico-07-06-201700996

Karlijn Kuijpers

Karlijn studeerde milieuwetenschappen en criminologie en deed voor SOMO onderzoek naar de relatie tussen bedrijven en landconflicten in …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201701200

Thomas Muntz

Thomas is filosoof en politicoloog en doceert in de masterclass onderzoeksjournalistiek. Hij is tevens docent politieke filosofie en …
Profiel-pagina