‘Toen we bij de Jaarbeurs werden weggestuurd, sloeg de paniek echt toe.’ Irina Moskalets (24) en Ivan Khimchuk (29) zitten samen in een café in het Zuid-Hollandse Moerkapelle1. Met tranen in haar ogen vertelt Irina hoe ze niet terecht konden in de opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen in Utrecht, terwijl de twee allebei uit een dorpje bij het Oost-Oekraïense Soemy komen, vlakbij de grens met Rusland2. De serveerster legt een stapeltje servetjes op tafel en knijpt Irina troostend in haar bovenarm.

Irina en Ivan komen op 21 februari, een paar dagen voordat Rusland Oekraïne binnenviel aan in Nederland. Ze zijn in dienst van een Pools bedrijf dat hen voor drie maanden naar Nederland stuurt om bij een bloemschikbedrijf te werken3. Voor Irina, die in Oekraïne als verpleegkundige werkte, is dat niet de eerste keer: ‘Ik kwam al twee keer eerder even in Nederland werken.’ 

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Maar drie maanden later loopt de klus af. ‘We hadden aanvankelijk verwacht dat we toen wel naar huis zouden kunnen.’ Maar de regio waar Irina en Ivan vandaan komen ligt nog geen dertig kilometer van de grens met Rusland, vlakbij een militair oefenterrein dat regelmatig wordt geraakt door raketten en bombardementen4. Hun andere Oekraïense collega’s vertrekken naar Tsjechië, Duitsland of Polen. Ivan en Irina proberen in Nederland nieuw werk te vinden. ‘Maar dat lukte niet. We mochten van de werkgever nog een week in ons huis blijven, maar daarna moesten we weg.’ 

‘We besloten dan maar naar de opvanglocatie voor vluchtelingen te gaan’, zegt Irina. Maar omdat ze Oekraïne al voor de oorlog hadden verlaten stuurt de opvang ze weg: alleen mensen die na 24 februari zijn aangekomen krijgen onderdak, krijgen ze te horen. De Gemeente Utrecht laat weten dat dit niet zou mogen gebeuren: ook Oekraïners die eerder naar Nederland kwamen en niet naar huis kunnen, hebben recht op opvang5. ‘Maar wij werden niet gezien als vluchtelingen uit Oekraïne’, zegt Irina. 

‘Toen werden we echt bang’, zegt Ivan. ‘Zonder nieuw werk, hadden we op straat gestaan.’ Uit wanhoop benadert hij vrijwilligers via sociale media en via een oproep op Facebook vinden ze een rozenkwekerij6. ‘Gelukkig spreken we Pools, dus konden we daar aan de slag.’ Ze wonen nu in een soort hostel in Moerkapelle, via hun nieuwe werkgever. Ze zijn nog steeds niet ingeschreven bij de gemeente, hun werkgever zegt dat wel te gaan doen. ‘Ik weet ook niet of we onszelf als vluchtelingen zien. Maar we kunnen in ieder geval niet naar huis.’ 

Onzichtbare arbeidsmigranten

In maart van dit jaar wordt in recordtempo opvang geregeld voor Oekraïners die hun land ontvluchtten. Eind mei waren er zo’n zestigduizend Oekraïense vluchtelingen in Nederland7. Maar al ruim voordat Rusland hun land in februari binnenviel, verbleven er tienduizenden Oekraïners in Nederland. Op papier zijn zij in dienst bij bedrijven in Oost-Europese landen als Polen en Litouwen en worden ze vervolgens naar Nederland ‘gedetacheerd’. 

De Oekraïense arbeidsmigranten in Nederland zijn vrijwel onzichtbaar, alleen hun werkgevers weten waar ze zijn. Gemeenten hebben vaak geen zicht op de Oekraïners, blijkt uit een inventarisatie van platform Investico. De Oekraïners werken dikwijls onder slechte omstandigheden; chauffeurs slapen in hun cabine en komen maandenlang niet thuis, anderen zitten weggestopt op vervallen bungalowparken. Ze krijgen meestal het Poolse of Litouwse minimumloon en zijn amper sociaal verzekerd, maar door gebrekkig toezicht blijven misstanden vaak uit beeld. 

Sinds kort moeten buitenlandse werkgevers het melden wanneer ze personeel aan Nederlandse bedrijven uitlenen8. In 2021 ging het om ruim zeventigduizend Oekraïners, blijkt uit een recent rapport van onderzoeksbureau SEO9. Het aantal Oekraïners in Nederland neemt al jaren toe, blijkt uit cijfers die Investico opvroeg bij de Sociale Verzekeringsbank. Zo is het aantal Oekraïners dat in Polen hun sociale premies betaalt, maar in Nederland werkt tussen 2017 en 2021 bijna verviervoudigd. Zij werken vaak als vrachtwagenchauffeur, maar ook in het slachthuis of de bouw. 

Sinds de oorlog zijn deze Oekraïners in Nederland gestrand en zijn zij nóg kwetsbaarder. Hulp van gemeenten voor Oekraïense vluchtelingen bereikt hen niet, blijkt uit onderzoek van platform Investico voor De Groene Amsterdammer en Trouw, dus werken zij door. 

Op het eerste gezicht is het misschien verrassend dat hier veel Oekraïners werken. Oekraïne is immers geen lid van de Europese Unie en Oekraïners kunnen dus geen gebruik maken van het vrije verkeer van personen dat zoveel Poolse en Roemeense arbeidskrachten naar Nederland brengt. Een Nederlandse werkgever mag alleen een Oekraïner inhuren als er in de hele EU geen geschikte kandidaat te vinden10 is. In de tech-sector lukt dat soms nog wel, maar het is moeilijk om te beargumenteren dat er nergens in de EU iemand te vinden is die een vrachtwagen kan besturen.

Migratierecht is alleen niet Europa-breed geregeld, en in sommige landen aan de rand van de EU gelden minder strenge regels. Oekraïners konden ook voor de oorlog gemakkelijk een werkvergunning krijgen in bijvoorbeeld Polen en Litouwen. Vervolgens kunnen Oost-Europese bedrijven de werknemers aan de rest van de EU ‘uitlenen’. 

Explosie flexibele contracten

‘Zulke detacheringsconstructies zijn oorspronkelijk bedoeld om het voor bedrijven met een specifieke expertise makkelijker te maken om hun werknemers buitenlandse klussen te laten doen’, zegt Jan Cremers, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. Zij betalen bijvoorbeeld sociale premies en pensioen in het land waar hun werkgever gevestigd is, en tellen niet mee in de Nederlandse arbeidsstatistieken. Toen dit systeem in de jaren 70 werd opgezet, bestond de EU nog uit een handjevol landen en waren de premies overal ongeveer even hoog. Dat is met het toetreden van met name Oost-Europese landen niet meer het geval. ‘Werkgevers zetten deze constructies in voor langdurige, laagbetaalde arbeid’, zegt Cremers. ‘Door de explosie van flexibele contracten is het oorspronkelijke idee geërodeerd, en is het verkapt uitzendwerk geworden.’

Sinds maart 2020 moeten buitenlandse werkgevers het melden wanneer ze werknemers naar Nederland detacheren11. ‘Nu hebben we een wat beter beeld, hiervoor hadden we amper zicht op de grootte van deze groep’, zegt Henri Bussink, onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek. Samen met wetenschappers uit tien Europese landen bracht hij het aantal gedetacheerde werknemers voor het eerst in kaart. Nederland is een van de grootste ontvangers van zulk personeel. Ongeveer een derde komt van buiten de EU, het gaat bijvoorbeeld om Belarussen en Marokkanen, maar voornamelijk om Oekraïners12.

De Oekraïners worden voornamelijk door Poolse en Litouwse bedrijven naar Nederland gestuurd. ‘In 2021 zijn er 72 duizend Oekraïense werknemers bij het loket van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gemeld’, zegt Bussink. ‘In 2020 waren dat er nog 56 duizend.’ Het overgrote deel, bijna negentig procent, betreft vrachtwagenchauffeurs. ‘We vermoeden dat dit er in werkelijkheid minder zijn’, zegt Bussink, ‘en dat transportbedrijven bijvoorbeeld een deel van hun chauffeurs aanmelden, zonder vooraf te weten of die daadwerkelijk in Nederland zullen rijden. Tegelijkertijd hadden we in andere sectoren meer meldingen verwacht, zoals de bouw en industrie. Daar melden bedrijven misschien bewust of onbewust niet al hun personeel.’ 

‘We zien hier in Polen ook dat steeds meer Oekraïners naar West-Europa worden gedetacheerd’, zegt Marcin Kielbasa, onderzoeker aan de universiteit van Krakau, die ook aan het Europese onderzoeksproject bijdroeg. ‘Omdat zoveel Poolse werknemers al naar het Westen zijn vertrokken, maakt de Poolse overheid het voor werkgevers steeds makkelijker om Oekraïners in te huren.’ In 2021 gingen bijna twee miljoen Oekraïners in Polen aan de slag, zegt Kielbasa. Een groot deel blijft in Polen werken. ‘Maar een steeds groter percentage van hen wordt naar andere EU-landen doorgestuurd.’ 

Dat beeld wordt bevestigd door cijfers die de Verzekeringsbank van zusterinstanties in het buitenland ontvangt. Zo waren er in 2017 bijna vijfduizend Oekraïners die door Polen werden ‘uitgeleend’ aan Nederlandse bedrijven maar nog wel sociale premies in Polen afdroegen. In 2021 waren dit ruwweg vier keer zoveel, bijna twintigduizend13. 

Op loopafstand van sprookjespark de Efteling ligt vakantiepark De Droomgaard. Een deftige entree leidt bezoekers langs een ‘luxe steakhouse’ naar Scandinavisch ogende houten chalets. Verderop galmt vrolijk gegil van kinderen uit een enorm zwembad met een glijbaan in de vorm van een gele octopus14. De vakantiegeluiden zijn nog net hoorbaar op het achterste deel van het terrein, dat met een een paar plukjes struiken en een metalen hek wordt gescheiden van de rest. Dit gedeelte heeft een aparte ingang: een hobbelige zandweg die uitkomt op een stoffige parkeerplaats, in het midden staat een grijze container met daarop een bordje: ‘Job Housing’.

Honderden vervallen witte bungalows staan kris kras verspreid over het terrein. De kapotte ramen, uit elkaar gevallen opstapjes en dichte gordijnen doen vermoeden dat er niemand verblijft. Maar rond zes uur wordt het een stuk levendiger. Busjes vol arbeidsmigranten rijden af en aan de parkeerplaats op, mensen gaan op witte plastic stoelen voor hun bungalow zitten en draaien harde muziek. Hier wonen ook Oekraïense arbeidsmigranten die al voor de oorlog naar Nederland zijn gekomen. 

In de deuropening van een van de bungalows staat Alexander, een tengere man met vermoeide ogen. Hij werkte als kassamedewerker toen hij in november vorig jaar Oekraïne verliet met het idee een betere baan in Europa te vinden. ‘Na een maand in Polen werd ik op een business trip gestuurd’, zegt hij. ‘Ik had geen idee dat ik uiteindelijk in Nederland terecht zou komen15.’

Hij werkt hier bij een kipverwerkingsfabriek, vertelt hij later via Whatsapp, en vond de baan via een tussenpersoon bij een Oekraïens bedrijf. Alexander lijkt zijn werkgever niet helemaal te vertrouwen: ‘Wat weet je over de betrouwbaarheid van dit bedrijf?’, vraagt hij. Hij is huiverig om vragen te beantwoorden, maar reageert na een paar dagen toch: ‘Het werk is zwaar.’ Hulp krijgt hij niet, schrijft hij, ‘maar daar heb ik ook niet om gevraagd.’ Een paar dagen later stuurt hij: ‘Ik ben op zoek naar een andere baan.’

Oekraïense arbeidsmigranten als Alexander kunnen zich net als vluchtelingen inschrijven bij de gemeente, een BSN-nummer aanvragen en direct voor een Nederlands bedrijf werken16. Maar uit een belronde onder gemeenten waar relatief veel arbeidsmigranten wonen blijkt dat het merendeel17 deze groep niet in beeld heeft. ‘Wij hebben sowieso slecht zicht op arbeidsmigranten’, zegt een woordvoerder van de gemeente Den Haag, ‘dat geldt voor deze groep al helemaal.’ 

'Premieshoppen'

‘Ik kom fraude met dit systeem al tegen sinds eind jaren 80’, zegt Jan Cremers van de Universiteit van Tilburg. Hij noemt voorbeelden van Servische en Bosnische bouwvakkers die via Slovenië en masse in de EU aan de slag gingen, en vrachtwagenchauffeurs die officieel in Cyprus werkten en vanuit daar naar de rest van Europa werden gedetacheerd. ‘Alsof je een bedrijf voor internationaal wegtransport op zou zetten op een eiland in de Middellandse Zee. Volkomen fake natuurlijk.’ Zo ‘shoppen’ bedrijven tussen de sociale premies in verschillende landen: in Polen en Cyprus zijn de WW-premie en pensioenkosten een stuk lager.

‘We zien al een tijdje dat een land als Litouwen een doorgeefluik is geworden voor Oost-Europese chauffeurs’, zegt Cremers. De Oekraïners die hier werken zijn de zoveelste verschijningsvorm van hetzelfde fenomeen. ‘Mensen grijpen alles aan om binnen de EU te werken, en zijn niet goed op de hoogte van de regels. Het gevaar is dat ze te weinig betaald krijgen, of onverzekerd door het leven gaan.’

Controleren op misstanden gaat heel moeizaam, zegt Cremers. ‘De bevoegdheden van de inspecties houden op bij de grens, dus als je te maken hebt met werknemers die vanuit een land als Litouwen worden gedetacheerd, moet je te rade gaan bij de Litouwse autoriteiten.’ Dat gebeurt vaak niet, zegt Frank Boeijen, die ondernemers adviseert hoe ze personeel moeten inhuren. Hij adviseerde in het verleden het Ministerie van Sociale Zaken over details van een van de bestaande constructies. 

Boeijen is kritisch op de toezichthoudende instanties: ‘Als je bijvoorbeeld wat betreft het afdragen van sociale premies alleen de loonstrook in Nederland bekijkt, kun je niks controleren. Je moet ook zien wat er in Polen wordt betaald of afgedragen. Het is echt niet zo moeilijk’. Het helpt niet dat hier verschillende instanties bij betrokken zijn. De Arbeidsinspectie ziet toe op werktijden en het wettelijke minimumloon, maar zegt het lastig te vinden om te controleren vanwege  ‘te weinig administratie rond de tewerkstelling van deze mensen.’ Als de Sociale Verzekeringsbank de geldigheid van de documenten wil verifiëren, is ze afhankelijk van de buitenlandse zusterinstanties.  Gegevens over waar de gedetacheerde werknemers werken en wonen heeft de Verzekeringsbank meestal niet. 

Met in zijn ene hand een Magnum-ijsje en in zijn andere het stuur van een vrachtwagen parkeert vakbondsman Edwin Atema soepeltjes tussen andere trucks op een parkeerterrein. De vakbond FNV schafte speciaal een vrachtwagen aan om op truckerparkeerplaatsen chauffeurs te interviewen over hun werkomstandigheden. ‘Met een gewone auto werden we weggestuurd, de eigenaren van sommige terreinen willen geen pottenkijkers’, zegt hij. Atema werkte ruim tien jaar als vrachtwagenchauffeur, en is inmiddels een van de weinigen in Nederland die de branche in het vizier heeft. De mensen uit zijn team sporen misstanden op en verzamelen alle informatie in een eigen database. ‘We zien overtredingen van Europese wetten, mensenhandel en uitbuiting. Als het lukt slepen we de bedrijven voor de rechter.’

Aan de rand van de parkeerplaats ligt een Oekraïense chauffeur in zijn cabine uit te rusten; hij heeft wel zin in een praatje. Eigenlijk moet hij deze pauze in een hotel doorbrengen, zegt hij in het Russisch, maar zijn bedrijf draagt hem op dat in zijn truck te doen. ‘Ik krijg vervalste hotelbonnen, zodat ik die kan laten zien als ik word gecontroleerd’, zegt hij lachend, terwijl hij zijn hoofd schudt. De chauffeur kan niet meer naar huis. ‘Ik kom uit Rubizhne, een stadje in de Donbas-regio. Mijn auto is ontploft en mijn balkon verwoest. Ik kan daar niet meer wonen, dus ik blijf hier langer werken18.’

Chauffeurs zijn extra kwetsbaar voor uitbuiting bevestigt Atema. ‘Hun auto is maandenlang zowel hun werkplek als hun huis. Als ze onderweg zijn, wordt dikwijls slechts een deel van het Poolse of Litouwse minimumloon uitbetaald’, zegt Atema. Pas als de chauffeurs terugkomen in het land waar de arbeidsovereenkomst is gesloten, ontvangen ze de rest van het geld. ‘Dat is heel gevaarlijk. Op het moment dat iemand stopt krijgt die zijn geld niet.’ En als ze hun werk verliezen, zijn ze ook hun huis kwijt.  

'Transport gangsters'

Bijna alle vrachtwagens die we zien hebben een Pools of Litouws kenteken. Deze landen zijn hotspots voor wat Atema de ‘transport gangsters’ noemt: bedrijven die werknemers van buiten Europa aantrekken en misbruik maken van Europese regelgeving. Elke vrachtwagenchauffeur die we op het parkeerterrein aanspreken komt van buiten de EU: Oekraïners, Belarussen, zelfs iemand uit Tadzjikistan. Geen van hen heeft in het land gewerkt waar ze op papier werken. Ze zijn er slechts geweest om hun documenten te ondertekenen, of zelfs direct naar West-Europa gestuurd. ‘Dat mag absoluut niet’, zegt Atema stellig. ‘Iemand moet eerst in het land waar het bedrijf is gevestigd werken, voordat die gedetacheerd mag worden.’ Maar in de praktijk vinden alle werkzaamheden in West-Europa plaats, zegt hij. ‘De vrachtauto’s blijven zelfs bijna altijd in Nederland staan.’ Chauffeurs vertellen ons dat ze in busjes vanuit bijvoorbeeld Litouwen naar hun wagen worden gereden.

‘Oost-Europese transportbedrijven hebben in elke Oekraïense stad wel een wervingskantoor. Oekraïne is echt leeggegeten’, zegt Atema. Sinds de oorlog komt hij nog steeds Oekraïners tegen achter het stuur. ‘Hun situatie is verslechterd’, zegt hij. ‘Chauffeurs staan huilend naast hun auto omdat ze niet naar huis kunnen.’ Atema wordt er soms cynisch van: ‘Er is een tekort aan chauffeurs, dus voor werkgevers is het alleen maar mooi als ze langer doorwerken.’

De Oekraïense arbeidsmigranten die nu niet terug kunnen omdat hun huis is gebombardeerd, zijn slechts een nieuwe groep gedetacheerde werknemers die in de problemen komt: deze situatie sluimert al tientallen jaren. In 2020 nog schreef toenmalig minister van Sociale Zaken Koolmees dat hij ‘premieshoppen’ wilde tegengaan onder werkgevers die personeel van buiten de EU inzetten. Dat gaat moeizaam, schreef hij, omdat lidstaten ‘niet altijd effectief op signalen van schijnconstructies reageren19’. Ondertussen werkt de Europese Commissie aan een plan om het voor werkgevers juist makkelijker te maken om buitenlands personeel aan te trekken. Werknemers uit bijvoorbeeld Marokko, Tunesië en Egypte zouden volgens de plannen van de Commissie makkelijker een werkvergunning moeten krijgen20.

De Oekraïense Alexander stopt na vier maanden bij de kipverwerkingsfabriek in Nederland en verlaat zijn bungalow op De Droomgaard. Hij begint aan een nieuwe zwerftocht door Europa, nog steeds op zoek naar een betere baan. ‘De huisvesting in Nederland was in slechte staat en het werk was niet wat beloofd was’, schrijft hij op Whatsapp vanuit Warschau. In de Poolse hoofdstad heeft hij niet veel meer geluk. ‘Er zijn hier heel veel Oekraïners, dus ik kan geen baan vinden.’ 

Ruim twee weken later reageert hij weer: hij is in Slowakije. ‘Via andere Oekraïners in Polen hoorde ik dat hier werk is.’ Hij werkt nu bij een chemische fabriek. ‘Alles is goed’, schrijft hij keer op keer. 

U leest hier het nieuwsbericht van dit onderzoek.

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)

  1. Interview met tolk in Moerkapelle op woensdag 8 juni 2022.

    ↩︎

  2. Irina en Ivan komen uit het dorp Stetskivka, vlakbij Soemy.

    ↩︎

  3. Ze delen een Poolse en Russische versie van hun contract en andere documenten met ons.

    ↩︎

  4. ‘Bijna elke dag gaat het luchtalarm af en zijn er geluiden van explosies te horen. Fragmenten van raketten komen in het dorp terecht. De ramen in het huis trillen’, schrijft Ivan op 10 juni via Whatsapp.

    ↩︎

  5. Laten ze weten via een reactie op vrijdag 10 juni.

    ↩︎

  6. Irina en Ivan delen een screenshot van de post op Facebook met ons.

    ↩︎

  7. Website Rijksoverheid.

    ↩︎

  8. Website Rijksoverheid.

    ↩︎

  9. Posted workers to the Netherlands, SEO, mei 2022.

    ↩︎

  10. Bekijk de regels voor een tewerkstellingsvergunning hier.

    ↩︎

  11. Website Rijksoverheid.

    ↩︎

  12. Posted workers to the Netherlands, SEO, mei 2022.

    ↩︎

  13. Blijkt uit cijfers die de Sociale Verzekeringsbank met Investico deelde.

    ↩︎

  14. We bezoeken het park meerdere keren en spreken met meerdere bewoners. Op 12 april, 5 en 17 mei 2022.

    ↩︎

  15. We ontmoeten Alexander op 12 april 2022 en spreken hem daarna regelmatig via Whatsapp.

    ↩︎

  16. Kamerbrief over ‘Aanpak opvang ontheemden uit Oekraïne, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, 30 maart 2022

    ↩︎

  17. Van de tien gemeenten waar relatief veel arbeidsmigranten wonen, hadden zeven geen zicht op de Oekraïense arbeidsmigranten.

    ↩︎

  18. De chauffeur laat een lijst met landen zien waar hij rijdt in Europa en deelt videobeelden van verwoeste woningen in Rubizhne.

    ↩︎

  19. Kamerbrief over ‘Premieshoppen en A1-verklaringen’, minister van Sociale Zaken, 7 juli 2020.

    ↩︎

  20. Kamerbrief over ‘Premieshoppen en A1-verklaringen’, minister van Sociale Zaken, 7 juli 2020.

    ↩︎

Auteurs

54-Investico-07-06-201700785

Emiel Woutersen

Emiel studeerde Theoretische Natuurkunde in Amsterdam en Cambridge. Hij is lid van de staf van Investico en deed onder andere onderzoek …
Profiel-pagina

Michelle Salomons

Michelle Salomons studeerde journalistiek in Utrecht en kunst en politiek aan Goldsmiths University in Londen. Eerder werkte ze als …
Profiel-pagina
180618-5N9A8312Sylvana-klein

Sylvana van den Braak

Sylvana van den Braak (1992) is onderzoeksjournalist bij platform Investico en schreef daar onder meer over sekswerk, arbeidsmigratie, …
Profiel-pagina