De lidstaten van de Europese Unie bespreken voorstellen om ondergrenzen in te voeren voor belastingheffing op multinationals. Zo moet er een einde komen aan de jarenlange fiscale concurrentie tussen Europese landen, die met elkaar vechten om bedrijven naar zich toe te trekken tegen de laagste tarieven. Een minimumtarief  zou een primeur zijn voor de EU, waar de hoogte van directe belastingen nu nog volledig de bevoegdheid is van lidstaten zelf.

Onderdeel van dossier

De Europese strijd tegen belastingontwijking

Nederland speelt een dubbele rol in het aanscherpen van Europese belastingregels.

Dit blijkt uit onderzoek van Trouw en het platform voor onderzoeksjournalistiek Investico op basis van interne stukken van drie Brusselse belastingwerkgroepen. De stukken, die een periode beslaan van 18 jaar, zijn in handen van de Duitse omroep NDR en het internationale consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ, waar ook Trouw deel van uitmaakt.

Momenteel werken de lidstaten voorstellen uit om het verschuiven van winsten tussen EU-landen door multinationals aan banden te leggen.  De bedrijven proberen die winst te laten vallen in het land met het laagste belastingtarief met behulp van rente- en royaltybetalingen (dat zijn vergoedingen voor gebruik van bijvoorbeeld een merknaam of patenten). In het voorstel zouden alle lidstaten minstens 10 procent belasting moeten heffen op rente- en royaltyinkomsten. Als een land waar het geld van een bedrijf samenkomt geen belasting of minder dan 10 procent belasting heft, dan kunnen andere EU-landen de heffing alsnog doen.

Koerswijziging

Onder Nederlands voorzitterschap is er in het eerste halfjaar van 2016 flink getrokken aan de voorstellen.  Nederland heeft zelf veel te verliezen, aangezien het in Europa één van de aantrekkelijkste belastingregimes kent. Door deze voorstellen komt ook de zogeheten Nederlandse innovatiebox onder druk te staan, zo blijkt uit de geheime Brusselse verslagen. Die regeling biedt bedrijven een zeer voordelig belastingtarief van 5 procent voor inkomsten uit research en ontwikkeling.

Europese lidstaten werken in de drie werkgroepen al bijna twintig jaar aan maatregelen om belastingconcurrentie tegen te gaan. Jarenlang leidde dit tot weinig concrete resultaten, omdat landen een vetorecht hebben en omdat elke lidstaat z’n eigen belastingspeeltjes als laatste wil opgeven. Steeds meer lidstaten hebben genoeg van de voortdurende impasse en willen nu doorpakken.

Dat Europa bereid is ondergrenzen voor belastingen in te voeren betekent een fundamentele koerswijziging, zegt professor Jan van de Streek van de Universiteit van Amsterdam, die gespecialiseerd is in harmonisatie van Europese bedrijfsbelastingen. “Nu gaat het over rente en royalty’s, dat is een eerste stap. Maar als dat principe is ingevoerd, gaat dat in allerlei Europese belastingwetgeving ingrijpen. De ultieme stap kan dan een Europese vennootschapsbelasting zijn waarbij niet alleen de basis waarover je heft in heel Europa gelijk wordt geschakeld, maar waarbij een land ook wordt gedwongen om ten minste een bepaald minimumtarief te hanteren.”

Zelfbeschikking

Tot nog toe vinden Europese lidstaten belastingen een zaak van nationale overheden. Of er inderdaad bereidheid is die soevereiniteit op te geven moet blijken in oktober, als het principe van ondergrenzen in de belastingheffing volgens de voorlopige agenda voor het eerst voor ministers van financiën op de Ecofin wordt besproken.  Met name de grote lidstaten als Duitsland, Frankrijk en Italië lijken nu te willen doorpakken.   Overigens kan over een voorstel pas formeel worden besloten als de Europese Commissie ermee komt.

In de voorstellen die Nederland schreef, probeert het de lage belasting van 5 procent op de innovatiebox enigszins te redden. Nederland stelt voor dat landen met een speciale regeling als een innovatiebox geen 10 procent heffen, maar rond de 7,5 procent.

Het ministerie van financiën bevestigt dat Nederland de innovattiebox in lijn wil brengen met internationale afspraken “om misbruik en belastingontwijking tegen te gaan”.  Maar als het om het tarief gaat blijft het ministerie hameren op “de soevereiniteit van de lidstaten van de EU”.

Parlementaire enquête?

Komt er een parlementaire enquête over de rol die Nederland speelt in internationale belastingontwijking? Naar aanleiding van het onderzoek naar de Panama Papers vindt aanstaande maandag in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats over belastingontwijking. Het onderzoek, dat werd uitgevoerd door honderden journalisten in 76 landen waaronder in Nederland journalisten van Trouw en het FD, legde april dit jaar bloot hoe particulieren, bedrijven en organisaties fiscaal gunstige structuren opzetten via het jurdische adviesbureau Mossack Fonseca in Panama. In de Kamer zullen ambtenaren, onderzoekers en belastingadviseurs spreken over de fiscale constructies. Na de bijeenkomst zal de vaste Kamercommissie besluiten of er een mini-enquête komt over de rol die Nederland speelt in internationale belastingontwijking. Een mini-enquête is een korte parlementaire enquête waarbij genodigden verplicht onder ede gehoord kunnen worden.

Auteurs

54-Investico-07-06-201700996

Karlijn Kuijpers

Karlijn studeerde milieuwetenschappen en criminologie en...

Karlijn studeerde milieuwetenschappen en criminologie en deed voor SOMO onderzoek naar de relatie tussen bedrijven en landconflicten in …
Profiel-pagina
default-person

Jan Kleinnijenhuis

Profiel-pagina
default-person

Erik van Zwam

Profiel-pagina