Op een woensdagochtend in mei mag een Twentse uienboer na tweeënhalf jaar wachten eindelijk voor de rechter verschijnen. Hij neemt met zijn advocaten plaats achter een computer, klikt de Skype-link aan, en zit in zijn online zitting. Op het scherm ziet hij de gezichten van de rechters die over zijn zaak zullen gaan beslissen. Ze zijn zo groot als een punaise. De boer zelf is voor de rechters moeilijk te zien, er valt weinig licht op zijn gezicht, zijn gezichtsuitdrukkingen zijn niet te onderscheiden, en hij verschijnt alleen in beeld als hij aan het woord is.

De uienboer, die lopende het proces niet met zijn naam in de krant wil, is een van de eersten die te maken krijgt met de jongste innovatie in de Rechtspraak: de inloopkamer. De ‘Inloopkamer’ is er niet om laagdrempelig bij de rechter te kunnen inlopen, maar is een landelijk team van rechters en juridisch medewerkers dat is aangesteld om achterstanden ‘in te lopen’. Het inloopteam moet dat ‘innovatief’ gaan doen door zaken uit heel het land te verzamelen en die online en in bulk weg te werken, zodat ‘meer zaken met minder mensen afgehandeld worden.’

De boer probeert uit te leggen wat hij van de rechter wil: in 2016 is zijn uienoogst is mislukt doordat een aannemer bij een wegenbouwproject de drainage had vernield, en hij eist een schadevergoeding. Het geluid in de Skype-zitting galmt, ‘je moet veel meer opletten’, zegt een van de rechters. 

Inbellen met rechters

De afgelopen jaren zei de Rechtspraak herhaaldelijk ‘dichter bij de burger’ te willen komen: initiatieven als de ‘buurtrechter’, de ‘spreekuurrechter’ en de ‘regierechter’ schoten uit de grond. Ook na het kinderopvangtoeslagschandaal, waarin de parlementaire ondervragingscommissie concludeerde dat bij bestuursrechters een ‘optelsom van onvermogen’ bestond ‘om recht te doen aan het individu’, reageerden de hoogste Nederlandse rechters berouwvol.1 Het was inderdaad tijd voor zelfreflectie en ‘een open oog voor burgers’, erkende de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In dat licht is het vreemd dat de uienboer niet naar een gerecht kan komen om zijn verhaal te doen, maar vanuit het Zwolse kantoor van zijn advocaat online moet inbellen met rechters bij de ‘inloopkamer’ in Den Bosch. ‘We waren blij dat we na lang wachten eindelijk aan de beurt waren, maar online was niet prettig’, zegt de boerin. ‘Het is toch fijner om de rechters en de tegenpartij in de ogen te kunnen kijken en fysiek bij elkaar te kunnen zijn om het erover te hebben.’ 

Achter de schermen van de Rechtspraak woedt een felle discussie over de inloopkamer. Rechters hebben principiële bezwaren, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer en dagblad Trouw op basis van interne stukken en gesprekken met rechters en bestuurders. De centrale ondernemingsraad van de Nederlandse Rechtspraak was in opeenvolgende adviezen mordicus tegen het experiment, maar werd grotendeels genegeerd door de Raad voor de Rechtspraak, het bestuur van de Nederlandse Rechtspraak. De vakvereniging voor rechters werd zelfs helemaal gepasseerd en verschillende rechtbanken weigeren nog steeds zaken over te dragen aan de inloopkamer vanwege weerstand2 onder rechters.

‘Gewoon niet doen’

Acht procent van alle rechtszaken duurt langer3 dan hoort, in hoger beroep is dat zelfs bijna dertig procent. Door corona liepen de achterstanden nog verder op. Dat probleem wil de Rechtspraak oplossen, ondanks flinke financiële tekorten4 en een groot gebrek5 aan rechters. 

Dit jaar moeten de inloopteams een kleine zestienhonderd civiele en familierechtelijke zaken gaan wegwerken.6 Daar komt een nog onbekend aantal bestuurs- en strafzaken bij. Volgens de bestuurders van de Raad voor de Rechtspraak gaat het hierbij slechts om ‘routinezaken’: alimentatiezaken tussen gescheiden ouders, incassozaken en later dit jaar zelfs strafzaken over ingevorderde rijbewijzen en veelplegers. Volgend jaar volgen mogelijk ook toeslagenzaken. Arbeidsongeschiktheidszaken waarbij burgers het moeten opnemen tegen het UWV gaat de inloopkamer vanaf deze zomer doen, maar dan online.7 Een rechter zal via een schermpje gaan communiceren met mensen die in beroep willen tegen een nadelige beslissing van de uitkeringsinstantie. In civiele zaken8 worden de vonnissen zelfs niet geschreven door de rechter, maar door nieuw op te leiden juridisch medewerkers die de partijen nooit hebben gezien en niet bij de zitting aanwezig waren.

‘Gewoon niet doen, niet doen’, zegt hoogleraar Rechterlijke Organisatie Philip Langbroek9 daarover. Hij is één van de critici die we spreken. De kritiek van rechters op de plannen bleef tot dusverre binnenskamers, de ondernemingsraad betracht een radiostilte omdat ze nog onderhandelt10 over de precieze invulling van de strafrecht-inloopkamer. Veel rechters waren lange tijd überhaupt niet op de hoogte van de plannen. 

Om tijdwinst te boeken gaat de inloopkamer ook experimenteren11 met korte vonnissen en meer mondeling uitspraak doen. ‘We hebben in Nederland eeuwen gehad dat het vonnis niet gemotiveerd werd’, zegt emeritus bijzonder hoogleraar rechtspleging Margreet Ahsmann.12 ‘Daar moeten we niet naar terugkeren.’

De zorgen van experts en medezeggenschap draaien om een fundamenteel punt: met het wegbezuinigen van de echte rechter en de stap naar digitale rechtspraak verliezen13 burgers de garantie op dezelfde kwaliteit rechtspraak. Critici vrezen14 voor tunnelvisie en haastwerk en vinden dat er met het experiment gerommeld wordt aan de standaarden van de Nederlandse rechtspraak.

‘De snelheid der dingen’

De inloopkamer ontstond op een twee dagen durende bijeenkomst. ‘Eigenlijk een heidag,’ zegt initiatiefnemer Julia Mendlik,15 president van de rechtbank Midden-Nederland. ‘We hielden brown-paper sessies en toen kwam het idee al snel op tafel.’ Mendlik stapte twintig jaar geleden na een carrière als advocaat bij Zuidas-kantoor De Brauw Blackstone en bedrijfsjurist bij Unilever over naar de rechtspraak. ‘Ik kwam in een heel ander soort cultuur terecht. Er was niet veel aandacht voor de snelheid der dingen.’

De snelheid der dingen is al zes jaar Mendliks voornaamste drijfveer. Vanaf 2014 is ze betrokken bij een project16 dat moet zorgen dat rechters maar liefst veertig procent sneller kunnen gaan werken. Dat moet onder meer bereikt worden met een IT-project dat onder meer digitaal procederen mogelijk moet maken en procedures moet versnellen. Het wordt een flop. In 2018 gaat de stekker uit het IT-project, de kosten bedragen 220 miljoen euro.17

Mendlik heeft geleerd van het debacle, zegt ze nu. ‘In 2014 hebben we als bestuurders gezegd: “het moet sneller dus hup laten we dat gaan doen”. Punt. Dat werkte niet’. De afgelopen jaren heeft ze haar plannen juist met ‘deskundigen uit de rechtspraak’ samen ontwikkeld, zodat ze ‘gedragen zijn door de mensen zelf.’ ‘Echt een uniek proces.’

Haar nieuwe ‘stuurgroep doorlooptijden’ laat zich adviseren18 door advocaten, deurwaarders, Belastingdienst en UWV, een hoogleraar supply chain management, een maag-, lever- en darmarts van het Leids UMC, een tekstschrijver en de burgemeester van Nissewaard. Binnen de Rechtspraak zijn het echter vooral de bestuurders die over de nieuwe plannen meedenken. Rechters zijn nauwelijks bij de plannen betrokken. Mendlik geeft wel lunchlezingen in rechtbanken, maar ‘de opkomst valt tegen’, schrijft ze in haar eindrapport.19

Het resultaat van het werk van de stuurgroep, het zogenoemde ‘project tijdige rechtspraak’ is Mendliks stokpaardje. Ze lanceert het echter niet op de werkvloer, maar in de tv-studio van Nieuwsuur,20 in november 2019. ‘Je creëert er ook urgentie mee’, zegt ze. Het roept vooral woede op, zozeer zelfs dat een groep kritische rechters kort na het tv-optreden een boze brief21 aan Mendlik schrijft. ‘Het breed bekend maken van de plannen had eerst in de organisatie zelf moeten plaatsvinden en niet in de landelijke media.’ Onderdeel van de plannen is een ‘flexpool’ om de achterstanden weg te werken – de huidige inloopkamer.

Prop wegwerken

In de rechtbank Den Bosch is een kleine werkkamer met systeemplafond omgetoverd tot zittingsruimte. Hier vinden de online zittingen van het inloopteam familierecht plaats. Aan de muur geen portret van koning Willem-Alexander, zoals in de meeste rechtzalen gebruikelijk is, maar twee grote banners met het logo van de Rechtspraak.

Patricia Messer,22 president van de rechtbank Oost-Brabant, is warm pleitbezorger van de inloopkamer en stelde daarom graag wat kantoorruimte beschikbaar. ‘Uit klantwaarderingsonderzoek blijkt dat trage procedures het belangrijkste punt van kritiek zijn.’ Messer wil aan de nieuwe ambitieuze tempo-eisen voldoen, maar ‘dan hebben we eerst een prop weg te werken, om het maar even oneerbiedig te stellen.’ Die ‘prop’ van vertraagde zaken stuurt Messer naar de inloopkamer. ‘Ik heb nog niemand gehoord die het daar niet mee eens was’.

Dat is een opmerkelijke uitspraak. Want de Centrale Ondernemingsraad (COR), die de belangen van de werkvloer vertegenwoordigt, heeft ‘fundamentele bezwaren’ tegen het plan. De ondernemingsraad23 plaatst ‘grote vraagtekens’ bij zowel de kwaliteit van rechtspraak die de inloopkamer kan leveren, als bij de daadwerkelijke tijdswinst die ermee valt te behalen. 

Vrees voor tunnelvisie en kwaliteitsverlies

De inloopkamer verwacht snel te kunnen werken door vanuit het hele land dezelfde soort zaken op een hoop te gooien, en die snel af te handelen. De ondernemingsraad vreest ‘tunnelvisie’. ‘De verwerking van bulkzaken met hoge productiesnelheid heeft vaak gevolgen voor de kwaliteit’. Temeer omdat de kwaliteitsstandaarden wegens ‘innovatie werkwijzes’ ‘tijdelijk een andere invulling’ zullen krijgen.24

De personeelsvertegenwoordiging vindt digitale zittingen bijvoorbeeld ‘onwenselijk voor een goede rechtspleging’. ‘Niet elke burger heeft toegang tot en kennis van de vereiste digitale middelen en de meeste burgers willen een “echt” mens tegenover zich hebben.’ De online zittingen die tijdens corona werden ingevoerd zijn nog onvoldoende geëvalueerd. Bovendien zijn er principiële bezwaren:25 ‘de openbaarheid wordt ernstig beperkt, de identiteit kan moeilijk worden vastgesteld en er treedt een verlaging op van de magistratelijke uitstraling.’

De ondernemingsraad vindt dat partijen een live zitting moeten kunnen krijgen als ze niet online willen. Maar dat is moeilijk, zegt rechter Jan Bram de Groot, voorzitter van het inloopteam familierecht. ‘Het gaat niet werken als ik voor een zitting naar Amsterdam moet reizen. Digitale zittingen zijn essentieel om op deze manier achterstanden in te lopen.’ Onlangs had hij een zaak waarbij een van de partijen liever een echte zitting wilde, omdat diegene bang was online niet goed uit de verf te komen. ‘Geen reden om niet digitaal te doen’, vond De Groot. De zitting ging online. Na afloop vroeg de rechter hoe het was gegaan. ‘Ze vond dat ze wel uit de verf gekomen was.’

Nog vaker doet de inloopkamer helemaal geen zitting maar schrijft de kamer alleen de uitspraak. Dit jaar gebeurt dat in ruim zeshonderd civiele ‘huis-, tuin- en keukenzaken’, zoals de directeur van de inloopkamer het zelf noemt.26 Een anonieme rechter vindt het ‘totaal onduidelijk wie beslist dat een zitting niet nodig is.’

Soms is er al wel een zitting bij de reguliere rechtbank geweest, maar heeft die rechter geen tijd om het vonnis te schrijven. Die stuurt27 het dossier met wat aantekeningen dan naar de inloopkamer. Daar gaat een juridisch medewerker die de rechtzoekende nooit heeft gezien onder begeleiding van een rechter die ook niet bij de zitting was, de uitspraak schrijven.

Philip Langbroek,28 hoogleraar Rechterlijke Organisatie aan de Universiteit Utrecht, is op zich positief over het idee om achterstanden projectmatig weg te werken, maar vernietigend over dit geschuif met zaken: ‘Gewoon niet doen, niet doen. Als er al een zitting is geweest, laat het dan ook bij die rechtbank. Die rechter heeft die zitting gedaan, die heeft dat in zijn geheugen zitten.’ Een rechter die we spreken vreest voor ‘een vonnissenfabriek’.

Initiatiefnemer Mendlik benadrukt dat alles gebeurt onder verantwoordelijkheid van de oorspronkelijke zittingsrechter, die er uiteindelijk zijn handtekening onder zet. De rechtzoekende komt zelfs niet te weten dat de uitspraak in de inloopkamer is geschreven. Professor Langbroek noemt dat ‘eigenlijk een vorm van witwassen’. 

Los van de inhoudelijke bezwaren vraagt de ondernemingsraad29 zich af of de plannen wel tijdwinst gaan opleveren, omdat ze ‘teveel uitgaan van veronderstellingen en te mager zijn onderbouwd’. Het opleiden van nieuw personeel, het heen en weer schuiven van zaken, dat gaat allemaal juist veel tijd en menskracht kosten. ‘Al met al kennen de plannen – hoewel met een sympathiek doel voor ogen – grote risico’s’, schrijft30 de ondernemingsraad. Directeur Bas de Groot heeft oog voor de zorgen, maar benadrukt dat er écht werk aan de winkel is. ‘En je kan altijd nog in hoger beroep’, zegt hij. 

Drie jaar om achterstand in te lopen

‘Het advies van de Centrale Ondernemingsraad heeft iets van eenzijdigheid,’ zegt Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak; ‘ik merk ook heel veel enthousiasme voor dit plan’. De Raad, het bestuur van alle gerechten in Nederland, huist in een statig oud bankgebouw aan de Haagse Kneuterdijk, met uitzicht op het Binnenhof.

Naves ‘ervaart de gesprekken over de inloopkamer niet als een grote controverse binnen de Rechtspraak.’ Hij zet de plannen dan ook door, ondanks alle bezwaren van de ondernemingsraad. ‘Niets doen is geen optie meer.’ Met de fundamentele kritiek31 gebeurt vrijwel niets. ‘De bezwaren staan nog steeds overeind,’ stellen de rechters in de Ondernemingsraad. Dat klopt, zegt Naves, maar de Ondernemingsraad benoemt kritiekpunten waar zij formeel niet over gaat. ‘Je kunt dat wel vinden, maar eigenlijk is daar het medezeggenschapstraject niet voor bedoeld.’

Ook in de brief die Naves namens de Raad voor de Rechtspraak aan de Ondernemingsraad stuurt doet hij inhoudelijke kritiekpunten af met formele argumenten. ‘De stelling van de COR dat burgers een “echt” mens tegenover zich willen zien, onderbouwt de COR niet nader’, schrijft Naves in de brief. ‘Dat maakt het voor de Raad niet mogelijk daar specifiek op in te gaan.’

Toch ontkent Naves niet dat er risico’s kleven aan de inloopkamer. Maar, zegt hij, het is uiteindelijk de rechter die moet zorgen dat de procedure zorgvuldig verloopt. ‘De veiligheidsrem is dat er rechters aan het stuur zitten. Zij hebben uiteindelijk altijd de macht om te zeggen: “nee, dit neem ik niet voor mijn rekening.” Als een rechter vindt dat er een fysieke zitting moet komen, dan gebeurt dat. Ik vertrouw erop dat die topprofessionals die verantwoordelijkheid nemen.’

Tegenstand of niet, Naves moet ook wel, want hij zit klem door een afspraak die hij zelf in 2019 maakte met minister voor rechtsbescherming Sander Dekker. De minister beloofde de Rechtspraak toen 95 miljoen extra voor drie jaar. Dat bedrag heet ‘extra’, maar is grotendeels gewoon nodig om de Rechtspraak draaiende te houden. De helft van het geld is bedoeld om het ‘structurele tekort’ als gevolg van jarenlange bezuinigingen aan te vullen, en de rest is vooral een compensatie32 voor het feit dat zaken steeds zwaarder worden en de vaste kosten stijgen.

In ruil voor het broodnodige geld stelt de minister echter een harde eis. ‘Met de Raad ben ik overeengekomen dat de komende drie jaar alle bestaande achterstanden worden weggewerkt’, schrijft hij aan de Kamer. Volgens alle rechters die we spreken is dit een onmogelijke belofte. ‘Dat gaat van z’n levensdagen niet lukken’, zegt er een. Zelfs kartrekker Julia Mendlik gelooft er niet in. ‘Het is gevaarlijk om te zeggen dat de achterstanden over drie jaar weg zullen zijn’, zegt zij.

Ook Naves zelf geeft toe dat het een ‘ambitieuze opgave’ is waar wat ‘wishful thinking’ in zit. Maar, zegt hij, ‘op zo’n moment zijn wij ook zakenman. De onderhandelingen worden op het scherpst van de snede gevoerd. We krijgen nu extra geld en gaan te zijner tijd wel opnieuw in gesprek als we de afspraak niet hebben kunnen waarmaken.’ Hij ziet de belofte bovendien als een manier om de gerechten ‘in beweging te krijgen.’ ‘Door je publiekelijk uit te spreken neem je verantwoordelijkheid op je.’

Rechtbanken moeten nu jaarlijks een plan inleveren bij Naves over hoe ze hun achterstanden gaan wegwerken. ‘Dus wie geen gebruik maakt van de inloopkamer moet binnen de eigen rechtbank de achterstanden wegwerken.’ Hoewel de inloopkamer nu nog vrijwillig is, sluit Naves niet uit dat de Raad voor de Rechtspraak rechtbanken in de toekomst gaat dwingen. ‘Het kan een duwtje zijn van: joh, je wilde die inloopkamer niet, het blijkt wel te werken, vind je nu toch niet dat je een deel van je achterstand zou moeten overdragen? In sommige gevallen kunnen wij tegen gerechtsbesturen zeggen: “en gij zult.” Ik heb nog niet laten uitzoeken hoe ver onze machtspositie hierin reikt.’

Wensdenken

‘De Rechtspraak organiseert zo haar eigen nederlaag’, zegt Margreet Ahsmann, emeritus bijzonder hoogleraar rechtspleging en rechter-plaatsvervanger in Den Haag. ‘De afgelopen jaren zijn er keer op keer grote innovatieve programma’s geweest. Maar er worden telkens zoveel korte termijndoelen tegelijk gesteld, dat het niet kán lukken. Alles buitelt over elkaar heen.’

Ahsmann was zelf als rechter begin deze eeuw betrokken bij de ‘vliegende brigade’, een team dat – net als bij de inloopkamer – achterstanden moest wegwerken. Maar de doelen van de inloopkamer zijn verstrekkender en daardoor waarschijnlijk onhaalbaar, zegt ze. Zaken moeten sneller worden afgedaan, terwijl niet bekend is waarom rechtbanken achterstanden hebben. ‘Er is geen grondige analyse van het probleem gemaakt. Het programma zit vol met aannames, het is zelfs niet bekend of de achterstanden wel de schuld zijn van de rechters zelf. Het kan best zijn dat advocaten vertraging veroorzaken. Maar men weet niks. En we weten dus ook niet of de inloopkamer deze problemen kan oplossen.’

Ahsmann wordt er boos van. ‘Je zou als Rechtspraak geleerd moeten hebben van het wensdenken in eerdere projecten. Je moet geen verwachtingen scheppen die je niet kunt waarmaken. De Rechtspraak heeft een rechtsstatelijke norm hoog te houden. Hoe kunnen we geloofwaardig blijven voor partijen als we zelf beloftes doen die we niet kunnen waarmaken? Het getuigt van een gevaarlijke arrogantie als je denkt het zo even op te lossen.’

Over de procedures

De procedures van de inloopkamer zijn vastgelegd in ‘plannen’ voor de verschillende soorten zaken die in de inloopkamer worden behandeld. Deze plannen zijn in de zomer van 2020 vastgesteld. De Centrale Ondernemingsraad heeft daarna kritiek geleverd en naar aanleiding daarvan is het beleid van de inloopkamers op sommige punten aangepast. Deze wijzigingen zijn niet doorgevoerd in de plannen, maar zijn in een losse brief toegezegd. De toezeggingen zijn:
  1. Indien de zaaksrechter in de inloopkamer constateert en besluit dat een zaak zich niet leent voor een online zitting zal de zitting plaatsvinden in het lokale gerecht op grond van de regels rondom de relatieve competentie.
  2. Aan de inloopkamer worden administratieve krachten toegevoegd ter ondersteuning.
  3. Een grote zorg van de COR is, kortgezegd, dat de lichtere zaken worden overgeheveld naar de inloopkamer, waardoor alleen de zware zaken bij de gerechten over blijven. De inloopkamer en de gerechten zullen dit gedurende het bestaan van de inloopkamer monitoren om te voorkomen dat door de zaaksverdeling negatieve effecten in de gerechten ontstaan.
  4. De inloopkamer overlegt met het gerecht waarvoor zaken in behandeling zijn genomen of communicatie gewenst is met de lokale orde van advocaten om hen te informeren over het bestaan van de inloopkamer.
  5. Het instellen van de inloopkamer zal niet tot rechtstreeks gevolg hebben dat gerechten het personeelsbestand moeten verminderen.
Het plan voor de inloopkamer strafrecht is nog niet vastgesteld.

Plan civielrecht tweede aanleg

Plan civielrecht eerste aanleg

Plan bestuursrecht algemeen

Plan familierecht eerste aanleg

Wij blijven schrijven over de Rechtspraak en de Raad voor de Rechtspraak. Heeft u tips? Neem dan contact met ons op. Lees dit onderzoek ook in Trouw of in De Groene Amsterdammer.

  1. Tussen wet en recht, reactie van de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Nederlands Juristenblad, 15 januari 2021, p 101

    ↩︎

  2. NVvR spreekt binnenkort met bestuurders over inloopkamer, 25 maart 2021. In een eerdere fase is de NVvR niet betrokken geweest bij de instelling van de Inloopkamer, zie hier

    ↩︎

  3. Jaarverslag De Rechtspraak 2020, pagina 50-51

    ↩︎

  4. In totaal heeft de Rechtspraak structureel 150 miljoen euro extra nodig, schreef de Raad voor de Rechtspraak onlangs nog aan informateur Herman Tjeenk Willink, brief van 21 april 2021

    ↩︎

  5. Volgens Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, is er een tekort van 200 rechters. Zie: Wat is de rechtsstaat ons waard? Dáár draait het om, Trouw, 30 januari 2021. Zie ook rapport Het tijdsbestedingsonderzoek in relatie tot de productie-gerelateerde bijdrage voor het primair proces in de rechtspraak, Capgemini, 11 juni 2019. Volgens dit rapport was er in 2017 een tekort van ruim 800 rechters en ruim 400 juridisch medewerkers. Dit tekort is in de jaren daarna enigszins afgenomen, maar niet weggenomen.

    ↩︎

  6. Antwoord van de Raad voor de Rechtspraak op vragen van Investico. Voor 2021 staan 637 familiezaken, 623 civiele zaken in eerste aanleg en en 318 civiele zaken in tweede aanleg gepland.

    ↩︎

  7. Plan inloopkamer bestuur, versie 10 juli 2020. Het uitgangspunt is dat de inloopkamer geen fysieke zittingen doet

    ↩︎

  8. Voorstel inloopkamer civiel 1e lijn, versie 20 augustus 2020, pagina 10-11

    ↩︎

  9. Interview Philip Langbroek, 26 april 2021

    ↩︎

  10. Mailwisseling Investico- Centrale Ondernemingsraad, april 2021

    ↩︎

  11. Interview Julia Mendlik, 12 mei 2021

    ↩︎

  12. Interview Margreet Ahsmann, 28 april 2021

    ↩︎

  13. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020. De COR plaatst grote vraagtekens bij de kwaliteit van de producten van de inloopkamer, pagina 13.

    ↩︎

  14. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020. Vergaande specialisatie kan bovendien leiden tot een soort tunnelvisie, pagina 12.

    ↩︎

  15. Interview Julia Mendlik, 12 mei 2021.

    ↩︎

  16. Agenda van de Rechtspraak 2015-2018. In 2018 duren rechtszaken 40% korter dan in 2013, p. 10

    ↩︎

  17. NRC Handelsblad, Digitalisering rechtspraak is mislukt en moet helemaal opnieuw, 10 april 2018

    ↩︎

  18. Eindrapport Doorlooptijden in beweging, oktober 2019. Zie voetnoot 2, pagina 11, en bijlage 6, pagina 159

    ↩︎

  19. Eindrapport Doorlooptijden in beweging, oktober 2019. Wat allereerst opviel was dat de opkomst tegenviel. Er was relatief veel belangstelling vanuit de afdelingen bedrijfsvoering en het management, terwijl de opkomst vanuit het primair proces minder groot was, pagina 36

    ↩︎

  20. Rechters gaan lange wachttijden rigoureus aanpakken door agressieve werving, Nieuwsuur, 27 november 2019

    ↩︎

  21. Brief actiegroep Tegenlicht aan de Raad voor de Rechtspraak en de presidenten, 6 december 2019, in handen van Investico.

    ↩︎

  22. Interview Patricia Messer, 26 april 2021

    ↩︎

  23. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020. Op 22 oktober 2020 ontving de COR uw adviesaanvraag inzake de inloopkamer, ten aanzien van uw voorgenomen besluit tot het met ingang van 1 januari 2021 instellen van een landelijke inloopkamer. Verzocht is om uiterlijk op 27 november 2020 te adviseren, pagina 1, en De COR plaatst ook grote vraagtekens bij de kwaliteit van de producten van de inloopkamer, pagina 13

    ↩︎

  24. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020, pagina 13

    ↩︎

  25. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020, pagina 11

    ↩︎

  26. Interview directeur Bas de Groot, 10 mei 2021; mail Raad voor de Rechtspraak

    ↩︎

  27. Interview rechtbankpresident Patricia Messer, 26 april 2021

    ↩︎

  28. Interview Philip Langbroek, 26 april 2021

    ↩︎

  29. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020, pagina 10

    ↩︎

  30. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer, 4 december 2020, pagina 15

    ↩︎

  31. Centrale Ondernemingsraad, COR-advies n.a.v. adviesaanvraag inloopkamer 15 december 2020, 25 januari 2021. In hoofdzaak gaat het echter om hetzelfde plan, waarvoor de COR op 4 december 2020 een negatief advies heeft uitgebracht, p. 3

    ↩︎

  32. Brief van de minister voor rechtsbescherming aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 17 september 2019. ‘De grootste component betreft het opheffen van het structurele tekort dat door de Raad becijferd is op € 47,9 mln. per jaar’ (pagina 7), Met de Raad ben ik overeengekomen dat de komende prijsperiode alle bestaande achterstanden worden weggewerkt (pagina 10)

    ↩︎

Auteurs

54-Investico-07-06-201700996

Karlijn Kuijpers

Karlijn studeerde milieuwetenschappen en criminologie en deed voor SOMO onderzoek naar de relatie tussen bedrijven en landconflicten in …
Profiel-pagina
210506-Investico – Portret Thomas_RT-01 klein

Thomas Muntz

Thomas is filosoof en politicoloog en doceert in de masterclass onderzoeksjournalistiek. Hij is tevens docent politieke filosofie en …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201701169

Tim Staal

Tim promoveerde in het internationaal milieurecht en is docent internationaal recht aan de UvA. Als onderzoeksjournalist schreef hij onder …
Profiel-pagina