‘Mijn moeder had het. Mijn broers. En nu ik. We hebben vier kinderen, die kunnen het ook krijgen. Ik doe mee aan het onderzoek voor mijn kinderen.’ Theo Arts (71) zal het tijdens het gesprek1 een aantal keer herhalen. We zitten bij hem thuis in Veenendaal aan de keukentafel. Als hij even stilvalt, of de juiste jaartallen niet kan vinden, vult zijn vrouw Marian (67) hem geduldig aan. ‘Het besef kwam in 2013’, geef ze de aanzet. ‘Ja’, zegt Theo. ‘Ik was hoofd administratie bij een softwarebedrijf en moest elke maand een lijvig rapport schrijven. Ik ging er eens goed voor zitten en zag toen dat ik het rapport de dag ervoor al had geschreven. Ik was het gewoon vergeten. Dat was een enorme klap.’

 Via het lokale ziekenhuis komen ze terecht in het Alzheimercentrum Amsterdam, waar relatief jonge Alzheimer-patiënten worden behandeld. Daar komen ze op consult bij professor Philip Scheltens, neuroloog en oprichter van het Alzheimercentrum. Theo krijgt de diagnose ‘beginnende Alzheimer’.

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

‘De onzekerheid is het allerergst’, zegt Marian, ‘je weet gewoon niet hoe snel de ziekte gaat verlopen.’ Zeker in het begin was de frustratie bij Theo groot, hij had last van woedeaanvallen, maar nu zijn ze goed op elkaar ingespeeld. ‘De dagelijkse dingen gaan nog best goed’, zegt hij, ‘al ben ik heel snel moe in mijn hoofd. Mijn hersenen moeten harder werken om de informatie te verwerken.’ Ze leven zo gezond mogelijk en wandelen veel, elke dag wel 15 kilometer, maar genezing van de ziekte is niet mogelijk. ‘Maar we konden wel meedoen aan medicijnonderzoek’, zegt Marian. ‘Ik dacht: dat ga ik aan doen’, vult Theo aan. ‘Voor mijn kinderen.’

 In 2017 geven ze Theo op als proefpersoon in een studie naar het medicijn Aducanumab, dat het verloop van Alzheimer hopelijk kan vertragen2. Tussendoor moet hij wel een aantal maanden stoppen omdat op MRI-scans ernstige bijwerkingen te zien zijn: zwellingen en een kleine bloeding in zijn hersenen. Die verdwenen na een paar maanden, waarna hij het medicijn weer kon krijgen. Ze hebben het idee dat het middel werkt: ‘Hij ging minder hard achteruit dan toen hij het niet kreeg’, zegt Marian. Bovendien halen ze veel energie uit het meedoen met het onderzoek, het geeft het gevoel om zelf wat te kunnen uithalen tegen een slopende ziekte. ‘En het is altijd heel gezellig met de mensen daar’, zegt ze, ‘ze leven erg met ons mee, echt een warm bad.’

Halverwege 2019 krijgen ze opeens het bericht3 dat het onderzoek wordt stopgezet, de tussentijdse resultaten zijn niet goed genoeg. ‘Een enorme tegenvaller’, zegt Marian. Maar na een pauze van anderhalf jaar, in januari 2021, wordt het onderzoek toch weer voortgezet. ‘Iedereen die eerder met het onderzoek had meegedaan kon het medicijn weer krijgen’, zegt Marian. ‘Ook de placebogroep kreeg Aducanumab in de allerhoogste dosering. Als bonus.’

Kritiek

‘Het werkt als een stofzuigertje in je hoofd’, zo omschrijft professor Scheltens Aducanumab in juni 2021 bij televisieprogramma Op14. Het medicijn, dat bepaalde eiwitten in de hersenen opruimt, is dan net voorwaardelijk goedgekeurd in Amerika door toezichthouder FDA5. Het goedkeuringsproces verliep op z’n zachtst gezegd controversieel. De FDA besloot om het medicijn om de Amerikaanse markt toe te laten tegen het uitdrukkelijke advies6 van tien van de elf leden van het onafhankelijke wetenschappelijke panel in. Er loopt momenteel een onderzoek naar de contacten tussen FDA-medewerkers en werknemers van de eigenaar7 van het medicijn Biogen.

Het medicijn bleek te weinig effect te hebben op het denkvermogen en geheugen van de proefpersonen, luidde de kritiek. Tegelijkertijd had meer dan de helft last van bijwerkingen8 als duizeligheid, verwardheid, zwellingen en bloedingen in de hersenen en in sommige gevallen epileptische aanvallen. In december vorig jaar besloot de Europese medicijnagentschap EMA9 het middel daarom niet toe te laten in Europa. 

Toch is Scheltens er nog steeds van overtuigd dat het werkingsmechanisme van Aducanumab ‘de juiste weg voorwaarts’ is, zei hij onlangs op een Alzheimer-congres10. Scheltens geldt al decennia als een van de belangrijkste onderzoekers van Alzheimer-medicijnen in Nederland. Als neuroloog in het Amsterdam UMC is hij hoofdonderzoeker van verschillende nieuwe medicijnen die qua werking lijken11 op Aducanumab. Daarnaast is hij sinds 2020 medebestuurder12 in een netwerk van private-equityfondsen die investeren in nieuwe, kansrijke medicijnen. Scheltens’ collega-bestuurders in dat netwerk geven ook leiding aan BV’s die aandelen hebben in de farmabedrijven wiens medicijnen hij vanuit zijn universitaire aanstelling onderzoekt13, blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, voor De Groene Amsterdammer en Trouw. 

Integriteitsexperts noemen de constructies van Scheltens uiterst kwetsbaar. Maar collega’s in het veld wijzen op een groter probleem: patiënten, wetenschappers en overheden zien een medicijn tegen Alzheimer om begrijpelijke redenen als een van de belangrijkste farmaceutische innovaties. De wereld zit erom te springen. Wie het eerste werkbare medicijn kan patenteren loopt meer dan binnen. Voor farma-investeerders is het de heilige graal, die steken14 miljarden in de zoektocht en overheden tuigen public-private-partnerships op. Medisch-onderzoekers blijven telkens nieuwe experimenten opzetten, gebaseerd op een vruchteloze theorie. Steeds meer wetenschappers zijn kritisch: ‘Ik vraag me ondertussen af of het nog wel ethisch is om zo onderzoek te doen onder patiënten.’

Plaques en kluwens

In 190615 gaf een Beierse arts een lezing bij de 37e vergadering van Zuidwest-Duitse psychiaters, met als titel ‘Over een eigenaardig ernstig ziekteproces van de cerebrale cortex’. De arts in kwestie was Aloïs Alzheimer. In de lezing beschrijft hij de ziekte van Auguste Deter, een vrouw die rond haar 50e met ernstig geheugenverlies, paranoïde gedrag en hallucinaties was opgenomen in een ziekenhuis in Frankfurt. Alzheimer had haar daar geobserveerd, en na haar dood in 1906 haar hersenen onder de microscoop onderzocht.

Hij zag veel afgestorven zenuwcellen, en observeerde twee bijzondere verschijnselen: eiwitafzettingen door het hele brein die hij ‘plaques’ noemde, en ‘kluwens van vezels’ die cellen kapot maakten. Zijn collega’s waren matig enthousiast: Alzheimer kreeg geen vragen na zijn presentatie, de aanwezigen waren meer geïnteresseerd in de volgende lezing over compulsieve masturbatie. 16

In de decennia daarna werd de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’ eigenlijk alleen maar gebruikt voor vergelijkbare gevallen: patiënten die op relatief jonge leeftijd aan ernstige dementie leden. Maar gedurende de  jaren 80 17 werd steeds meer duidelijk dat de plaques en kluwens die Alzheimer in zijn lezing beschreef ook voorkomen bij oudere dementiepatiënten.

De plaques worden gevormd door het eiwit ‘amyloïde bèta’, een afwijkende vorm van het amyloïde-eiwit dat gezonde mensen ook hebben. De eiwitten hopen zich op in de ruimte tussen zenuwcellen in de hersenen en verstoren zo de communicatie18. De amyloïde-plaques19 spelen waarschijnlijk ook een rol bij het ontstaan van de ‘kluwen’ die Alzheimer waarnam. Die worden gevormd door weer een ander eiwit, dat ‘tau’ wordt genoemd, en zorgen uiteindelijk voor het afsterven van zenuwcellen en alle cognitieve problemen die daarbij horen.

Hoe meer amyloïde-plaques, hoe meer dementie, is dus de meest simpele versie van wat sinds begin jaren 90 de ‘amyloïde-hypothese20’ heet. Wie de amyloïde-plaques weet te verwijderen, of te vermijden dat ze überhaupt worden gevormd, die zou de ziekte van Alzheimer kunnen vertragen of zelfs genezen.

Geen beter denkvermogen

Het probleem21 met die hypothese is echter dat dit soort amyloïde-afzettingen ook voorkomt bij gezonde, niet-demente mensen. Mensen met amyloïde in hun brein hebben wel een grotere kans om Alzheimer te ontwikkelen, maar ongeveer een derde22 van de gezonde ouderen heeft het eiwit, en merkt daar niets van.

Bovendien heeft decennia aan onderzoek naar medicijnen die amyloïde uit de hersenen verwijderen nauwelijks iets opgeleverd voor de patiënt. ‘Aducanumab was de laatste in een lange serie’, zegt Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie en directeur van het Alzheimercentrum van het Radboud UMC, over het in Amerika goedgekeurde medicijn23. Het middel slaagt er wel in om amyloïde op te ruimen, legt Olde Rikkert uit, maar dat heeft vervolgens geen effect op het denkvermogen en geheugenproblemen van de patiënt. Bovendien zijn de bijwerkingen substantieel, zegt hij: ‘Het wegwerken van deze eiwitten gaat met een ontstekingsreactie gepaard. Dat zorgt bij veel patiënten voor zwellingen en soms zelfs bloedingen in de hersenen.’

Olde Rikkert en zijn groep doen al sinds 201724 geen onderzoek meer naar medicijnen die zich richten om het amyloïde-eiwit. ‘En ik heb sindsdien geen enkele reden gehad om dat standpunt te herzien.’ Vorig jaar nog bleek uit een analyse25 van alle openbare studies naar amyloïde-medicijnen, gepubliceerd in The British Medical Journal, dat geen van deze medicijnen een positief effect had op het denkvermogen van proefpersonen, zowel bij beginnende als ernstige Alzheimer. Toch richten veel nieuwe medicijnen die ver in ontwikkeling zijn zich op amyloïde26. Geriater Olde Rikkert twijfelt of het nog wel ethisch is om zo uitgebreid onderzoek onder proefpersonen te doen naar deze middelen: ‘De kans op schade is zoveel groter dan op een klinisch relevant effect.’

Geeft veel patiënten hoop

Maar lang niet iedereen zegt amyloïde al vaarwel. ‘De goedkeuring van Aducanumab in Amerika was echt een mijlpaal’, zegt Wiesje van der Flier27, wetenschappelijk directeur van het Alzheimercentrum Amsterdam. ‘Amyloïde heeft nog steeds de beste papieren, maar gelukkig wordt er ook veel onderzoek gedaan naar andere mechanismen28.’ De goedkeuring van Aducanumab geeft ook veel patiënten hoop, zegt ze, dat er in de toekomst misschien iets uit te richten valt tegen hun ongeneeslijke ziekte. ‘Ik vind dat patiënten die hoop verdienen. En dan hoop ik maar dat het geen valse hoop is.’

Het klopt dat veel van de eerdere medicijnen niet werkten, zegt Van der Flier. ‘Maar die werden vaak op de verkeerde patiënten getest.’ Als iemand gevorderde Alzheimer heeft, is de schade al aangericht en heeft het geen zin meer om de amyloïde te verwijderen. Je moet dus eerder beginnen, zegt ze, en deze medicijnen testen op patiënten die wel amyloïde in hun brein hebben, maar nog geen dementie29. Een ander probleem, zegt ze, is dat er in de eerste studies ook proefpersonen meededen die achteraf helemaal geen amyloïde bleken te hebben. ‘Dan is het ook niet zo gek dat het medicijn geen effect heeft. Maar gelukkig zijn we veel beter geworden in het aantonen van deze eiwitten. Vroeger kon dat alleen nadat iemand was overleden30.’

‘Maar zo verschuift de definitie van Alzheimer steeds verder’, werpt Pim van Gool, neuroloog in het Amsterdam UMC tegen. Eerder stelde men die diagnose aan de hand van symptomen, legt hij uit. ‘Maar nu is de aanwezigheid van amyloïde en tau al genoeg om iemand te diagnosticeren met “preklinische Alzheimer31”.’ Het is alsof je doelpalen opschuift omdat de spits steeds mis schiet, zegt hij: ‘Het heeft iets circulairs. Als je het zo definieert, dan heb je inderdaad een vorm van Alzheimer als je die eiwitten in je hersenen hebt. Maar veel mensen die dat hebben functioneren prima.’

‘Patiënten kunnen bovendien enorm schrikken als de dokter zegt dat ze mogelijk in het voorstadium van Alzheimer zitten, terwijl ze nog slechts lichte geheugenproblemen hebben’, zegt Edo Richard, hoogleraar neurologie aan de Radboud Universiteit. Ik vind dat we eerlijk moeten zijn tegen patiënten en moeten vertellen dat de link tussen eiwitten en Alzheimer onduidelijk is.’ Door mensen steeds eerder deze medicijnen te geven, zegt hij, creëer je bovendien een steeds grotere markt van potentiële patiënten, van wie een aanzienlijk deel ook zonder medicijnen nooit dementie zou ontwikkelen. ‘Het vergroten van het marktaandeel komt de farmaceuten natuurlijk heel goed uit.’

Dé pleitbezorger van de amyloïde-hypothese in Nederland is ook meteen de meest vooraanstaande Alzheimer-onderzoeker: Philip Scheltens. Scheltens is oprichter van het Alzheimercentrum Amsterdam in het Amsterdam UMC en initiator van het commerciële Brain Research Center. In de jaren 9032 maakte hij naam met onderzoek naar hoe hersenverandering door Alzheimer op een MRI-scan te meten is. Voor- en tegenstanders van zijn onderzoeksmethoden zijn het erover eens dat hij heel veel voor het Alzheimeronderzoek heeft betekend. Buiten de universiteit was Scheltens de voorman van het Deltaplan Dementie33, ‘een nationaal plan tegen de ziekte’, waaraan de overheid tussen 2013 en 2020 Alzheimeronderzoek in Nederland voor 65 miljoen bijdroeg. Verder is hij voorzitter van de World Dementia Council, medisch adviseur in de Race Against Dementia en Ridder34 in de orde van de Nederlandse Leeuw.

Vanuit35 zijn hoogleraarschap in het Amsterdam UMC onderzocht en onderzoekt Scheltens een waaier aan medicijnen die de eiwitten in de hersenen van proefpersonen moeten opruimen. Het onderzoek van Scheltens naar amyloïde-opruimers wordt vaak door de producenten van de medicijnen betaald. Uit onderzoek36 van Nieuwsuur bleek vorig jaar al dat Scheltens zijn werkzaamheden voor de farmaceutische industrie niet duidelijk had vermeld op zijn webpagina van de Vrije Universiteit.

Een waaier aan medicijnen

De afgelopen jaren draagt Scheltens’ zijn onderzoekswerk geleidelijk over aan anderen, en neemt hij steeds meer taken op zich in de farmaceutische industrie. Sinds 2020 werkt hij voor Life Sciences Partners (LSP), dat in februari 2022 werd overgenomen en sindsdien EQT Life Sciences heet. EQT is een private-equity-fonds met een budget van 3 miljard om te investeren in biotech- en farmabedrijven37. Bij EQT is Scheltens hoofd van het Dementia Fund dat een selectie38 maakt van ‘dementia opportunities’: bedrijven die kansrijke medicijnen ontwikkelen tegen dementie.

Maar Scheltens is nog steeds voor 20 procent van zijn tijd als neuroloog in dienst bij het Amsterdam UMC en daar beginnen de belangen door elkaar te lopen, blijkt uit onderzoek van Investico. Vanuit zijn academische aanstelling is Scheltens hoofdonderzoeker van een studie naar een medicijn dat is ontwikkeld door het Duitse farmabedrijf Vivoryon. Een andere tak 39 van investeringsfonds EQT heeft aandelen in datzelfde Vivoryon: iets minder dan 3 procent ter waarde van ongeveer 6 miljoen euro, blijkt uit informatie van toezichthouder AFM40. De bestuurders van het betreffende fonds zijn allemaal collega-bestuurders van Scheltens in het Dementia Fund41. Een van hen 42 is bovendien de oprichter van het fonds, een ander is het hoofd van EQT Life Sciences als geheel.

 Een vergelijkbare constructie doet zich voor met het bedrijf AC Immune. Ook dat ontwikkelt een medicijn tegen Alzheimer, waarvoor Scheltens vanuit zijn aanstelling bij het Amsterdam UMC hoofdonderzoeker is. En weer een andere EQT-tak heeft aandelen43 in AC Immune. In mei 2021 gaf Scheltens in een persbericht44 nog hoog op over het succes van dit middel, en noemde hij het ‘mogelijk niet alleen een doorbraak in Alzheimer-therapie, maar mogelijk ook onderdeel van een preventiestrategie voor Alzheimer’. In het persbericht van AC Immune staat niet vermeld dat Scheltens werkt voor het investeringsfonds. Een maand later was AC Immune het best presterende bedrijf in de LSP-portefeuille, blijkt uit het maandelijkse LSP-verslag.45

‘Dit is een kwetsbare constructie waar het aankomt op handel met voorkennis’, zegt Arnoud Pijls, universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit, en specialist wat betreft marktmisbruik. Er is geen bewijs dat er handel met voorkennis heeft plaatsgevonden, maar aangezien dat een strafbaar feit 46 is, moet er volgens Pijls bij EQT heel grondig beleid zijn om het te voorkomen. ‘Scheltens mag bijvoorbeeld niet communiceren over tussentijdse wetenschappelijke resultaten met zijn collega-bestuurders die de BV’s besturen die aandelen hebben in de medicijnen die hij onderzoekt.’

‘Scheltens mag inderdaad geen koersgevoelige informatie over de middelen die hij onderzoekt delen met zijn collega’s die daarin aandelen hebben’, bevestigt François Kristen, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar het ingewikkelde is dat hij tegelijkertijd wel moet overleggen met die collega’s over kansrijke middelen tegen dementie om in te investeren.’ Dat is immers het doel van het dementiefonds waar hij bestuurder is. ‘Je ziet zulke constructies wel vaker’, zegt Kristen, ‘een heel netwerk van BV’s, met dezelfde groep personen als bestuurder. Als buitenstaander is het dan heel moeilijk te controleren wie contact heeft met wie en waarover. Je moet echt een barrière inbouwen om het daar niet over te hebben, en dan is nog de vraag hoe effectief zo’n barrière47 is.’

Aandelen in de middelen

Ook in de wetenschappelijke artikelen die Scheltens over deze middelen publiceert, vermeldt hij niet dat andere BV’s binnen het fonds waarvoor hij het grootste deel van zijn tijd werkt, aandelen hebben in de middelen die hij onderzoekt48. De enige vermelding van deze belangenverstrengeling die we vinden staat diep op een forum over Alzheimer-onderzoek.49

‘Ik vind het een hele rare constructie om met je academische pet op middelen te onderzoeken waar andere delen van dat fonds aandelen in hebben’, zegt Rob van Eijbergen, hoogleraar Integriteit aan de Vrije Universiteit. Hij was al op de hoogte van de eerdere controverse rondom Scheltens’ verschillende rollen, maar vindt deze verstrengeling ‘nog extremer’ en ‘volstrekt onacceptabel’. 

Dit is zeker belangenverstrengeling’, zegt ook Frits Rosendaal, epidemioloog en voorzitter van het College50 Wetenschappelijke Integriteit van de Universiteit Leiden. Rosendaal is sowieso sceptisch over het combineren van banen aan de universiteit en in het bedrijfsleven. ‘Maar ook als je dat wel de juiste weg vindt, dan had je deze belangenverstrengeling eenvoudig kunnen verhelpen. Als hij voor dat fonds wil werken, had hij natuurlijk het hoofdonderzoekerschap naar de middelen waar delen van dat fonds in investeren moeten neerleggen.’

De Raad van Bestuur (RvB) van de VU laat in een reactie weten niet op de hoogte te zijn van de investeringen van LSP-fondsen in de middelen die Scheltens in het Amsterdam UMC onderzoekt. ‘Dat is ook niet nodig’, schrijft de RvB, ‘aangezien professor Scheltens heeft verklaard51 dat hij zelf niet bij die investeringen betrokken is.’ Scheltens is volgens de RvB alle afspraken nagekomen die hij met de universiteit over zijn verschillende rollen had.

Investeringsfonds EQT Life Sciences, dat tot voor kort LSP Life Sciences heette, stelt in een reactie ‘adequaat beleid’ te hebben ten aanzien van risico’s op handel met voorkennis en belangenconflicten. Met Scheltens zou zijn afgesproken dat hij niet communiceert over ‘confidentiële informatie’ uit zijn wetenschappelijke werk. Scheltens kon zijn werkzaamheden aan de universiteit niet52 in alle gevallen stilleggen, ‘omdat stopzetten significante schade zal opleveren voor de geneesmiddelen.’

Philip Scheltens ging niet in op meerdere verzoeken tot een interview. In een reactie laat hij weten dat hij op geen enkele manier invloed of belang heeft bij de takken van EQT Life Sciences die aandelen hebben in de middelen die hij als wetenschapper onderzoekt. Zijn collega-bestuurders in het Dementia Fund zijn volgens hem niet betrokken bij de investeringsstrategie. Zijn medicijnonderzoeken in het Amsterdam UMC staan volgens hem volkomen los53 van zijn werkzaamheden voor het fonds.

Weinig positieve resultaten bij goedgekeurde medicijnen

Ieder nieuw medisch wetenschappelijk onderzoek op proefpersonen moet goedgekeurd worden door een Medisch Ethische Commissie, maar zulke commissies letten nauwelijks54 op belangenverstrengeling van de onderzoeker. Bovendien blijven zij onderzoek goedkeuren naar medicijnen waar weinig positieve resultaten van terug te vinden zijn. Dat bewijst ook een ander Alzheimer-middel, waar al decennia onderzoek naar wordt gedaan, onder andere door Scheltens, maar na grote kritiek van de markt werd gehaald en sinds vorig jaar, zónder tussenkomst van Scheltens, weer opduikt. 

Het gaat om yoghurt. ‘Souvenaid55’, is een yoghurtdrank van Nutricia dat zou helpen tegen geheugenverlies voor patiënten met beginnende dementie. Het product bevat een gepatenteerde combinatie van onder andere omega-3 vetzuren, foliumzuur en verschillende vitaminen, die verbindingen tussen hersencellen moeten bevorderen. Nutricia, dat onderdeel is van voedingsconcern Danone, brengt het in 2013 op de markt als ‘medische voeding56’. De yoghurtdrank hoeft zo niet te voldoen aan de strenge eisen die gelden voor een ‘medicijn’, maar werd wel vergoed door de zorgverzekeraar, à 4 euro per flesje.

Nutricia financierde sinds 2000 verschillende studies om de werking van Souvenaid te onderzoeken. Philip Scheltens was eerder bij meerdere van de studies hoofdonderzoeker57. ‘Wij denken dat dit een nieuwe aanpak voor mensen met vroege Alzheimer biedt, een dieetaanpak’, zegt hij in 2012. En: ‘Het is ook heel, heel lekker58. In de smaken aardbei en vanille.’ 

‘Geen van die studies geeft bewijs dat de patiënten die de yoghurt drinken beter functioneren’, zegt Carl Heneghan, epidemioloog aan de Universiteit van Oxford en directeur van het Centre for Evidence-Based Medicine, dat de wetenschappelijke onderbouwing van farmaceutische studies onderzoekt. Heneghan analyseerde59 in 2017 de beschikbare studies naar Souvenaid, en vond geen bewijs voor een positief effect van het drankje op het functioneren of gedrag van proefpersonen. 

In 2015 deed de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzoek naar Souvenaid en concludeerde60 de toezichthouder dat het niet voldoet aan ‘medische voeding’. Beginnende Alzheimerpatiënten hebben geen andere voedingsbehoeften dan normale Nederlanders, was de redenering. Nutricia kreeg een waarschuwing dat ze het etiket van het drankje moest aanpassen. Na een tweede waarschuwing61 zes maanden later koos het bedrijf eieren voor zijn geld en haalde het Souvenaid van de Nederlandse markt.

Sinds vorig jaar is Souvenaid weer terug. Nu als onderdeel van een groot onderzoek naar de invloed van leefstijl op het denkvermogen van ouderen, met ruim zes miljoen euro gefinancierd door overheidsorganisatie NWO62. Souvenaid zou volgens de website van het onderzoeksprogramma ‘medische voeding’ zijn, die ‘een positief effect heeft laten zien op de cognitie in individuen met milde geheugenklachten, en ook een positief effect kan hebben op cognitief normale individuen63’. Nutricia is als private partner een van de financiers van het programma64, en een Nutricia-onderzoeker een van de leidinggevende65 onderzoekers.

‘Nutricia toonde interesse om mee te doen, en we hebben hun product toegevoegd’, zegt Wiesje van der Flier, een van de leiders van het leefstijlonderzoek en wetenschappelijk directeur van het Alzheimercentrum van het Amsterdam UMC. De studie onderzoekt een combinatie van leefstijlfactoren, legt Van der Flier uit, dus is het onmogelijk om het effect van één enkel aspect te isoleren. ‘We zullen nooit een effect van Souvenaid alleen vinden.’ 

Geeft dat Nutricia niet heel veel vrijheid om, mocht de studie een positief effect laten zien, te claimen dat dit mede dankzij Souvenaid was? ‘Daar had ik nog niet zo over nagedacht’, zegt Van der Flier. ‘We moeten goed opletten dat ze daar op een juiste manier over berichten.’ Dat het drankje als medische voeding werd aangeprezen op de onderzoekswebsite, terwijl dat van de NVWA niet mag, wist Van der Flier niet, zegt ze: ‘Ik zal het checken.’

Danone/Nutricia laat in een reactie weten dat het momenteel niet van plan is om Souvenaid weer op de Nederlandse markt te brengen. Het bedrijf zegt mee te doen aan het onderzoek “om beter te begrijpen hoe voeding kan bijdragen aan het behoud van cognitieve gezondheid” en te voldoen aan alle richtlijnen van onderzoeksorganisatie NWO. NWO zegt op haar beurt niet betrokken te zijn bij de keuze welke bedrijven bij het consortium aansloten. Met de teksten op de website van het onderzoek zegt NWO niets van doen te hebben, en het is ook ‘niet de taak van NWO’ om te controleren hoe Nutricia over mogelijke resultaten communiceert. 

Sterkte hunkering en grote wanhoop

Zolang Nutricia het drankje niet weer op de markt brengt, komt de NVWA niet in actie, laat de toezichthouder in een reactie weten. Tot die tijd ‘mag iedereen alles schrijven over Souvenaid’, zegt de NVWA, ook op de website van een door de overheid gesponsord onderzoek. ‘Dat is vrijheid van meningsuiting.’

‘De commerciële krachten in het Alzheimer-veld zijn groter dan ooit’, zegt Carl Heneghan van de universiteit van Oxford. ‘Bedrijven realiseren zich dat universiteiten de ingang zijn: al die studies worden gelegitimeerd doordat er academici aan boord zijn.’ En die publiek-private samenwerking wordt door universiteiten en overheid alleen maar aangemoedigd. Ondertussen is de hunkering vanuit de samenleving naar een Alzheimer-medicijn zo sterk en de wanhoop van patiënten zo groot, dat een medicijn wordt toegelaten, simpelweg omdat er anders helemaal niks is. ‘Dementie is iets heel engs’, zegt Heneghan, ‘dus zijn beloftes om dementie tegen te gaan extra krachtig.’

‘Ik hoop dat ik met dit nieuwe onderzoek minder achteruit ga’, zegt Theo Arts aan de keukentafel in Veenendaal, ‘maar zelf kan ik dit niet peilen. Ik doe mee voor mijn kinderen of anders wel voor mijn kleinkinderen. Want het is een langdurig project hè. Het is nou eenmaal niet even een pilletje en opgelost. Helaas.’ 

Dit onderzoek kwam mede tot stand dankzij steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. 

Reactie EQT Life Sciences

Reactie Philip Scheltens #2

Reactie RvB VU

Reactie Philip Scheltens #1

  1. We spraken Theo en Marian Arts uitgebreid op 15 maart 2022.

    ↩︎

  2. Deze studie vond niet plaats in het Alzheimercentrum, maar in het Brain Research Center (BRC) een commerciële instelling voor medicijnonderzoek. Het BRC is op initiatief van Scheltens opgezet, maar opereert tegenwoordig volledig los van de universiteit. Scheltens heeft sinds afgelopen jaar ook geen functies meer bij het BRC. Voor dit verhaal spraken we uitgebreid met de huidige BRC-directeur Niels Prins.

    ↩︎

  3. Zie hier het persbericht van Biogen over het stopzetten van de Aducanumab-studie. Het bedrijf schrijft dat de stopzetting gebaseerd is op een zogenoemde futility analysis: Biogen schrijft dat het onwaarschijnlijk was dat de studie de beoogde resultaten zou behalen.

    ↩︎

  4. Kijk de uitzending hier terug. Scheltens spreekt op 04:28 van de stofzuiger.

    ↩︎

  5. Lees hier het persbericht van 7 juni 2021 dat de FDA hierover uitbracht.

    ↩︎

  6. Hier is de stemming van het panel van de FDA terug te zien. 3 leden van het panel namen ontslag na de goedkeuring van Aducanumab, omdat ze zich niet serieus genomen voelden.

    ↩︎

  7. De baas van de FDA vroeg zelf om dit onderzoek. Lees er bijvoorbeeld meer over in dit bericht van The New York Times.

    ↩︎

  8. Lees meer over de bijwerkingen in dit nieuwsbericht van het College Beoordeling Geneesmiddelen. Bij meer dan de helft van de patiënten die in de klinische studies zijn behandeld met aducanumab werden bijwerkingen gezien. Afwijkende beelden op MRI-scans wezen op zwellingen of bloedingen in de hersenen. Patiënten kregen te maken met hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid en misselijkheid. In sommige gevallen ging het om ernstigere bijwerkingen, bijvoorbeeld epileptische aanvallen.

    ↩︎

  9. Lees hier het persbericht van 17 december 2021 van de Europese medicijnautoriteit EMA. In Nederland moet ook het College Beoordeling Geneesmiddelen over nieuwe medicijnen oordelen, zij brachten dit nieuwsbericht uit.

    ↩︎

  10. Scheltens deed deze uitspraak op de AD/PD 2022 International Conference on Alzheimers and Parkinsons Diseases and related neurological disorders, in de sessie Forum on amyloïd-removing therapies: the beginning of the end or the end of the beginning?, virtueel bijgewoond door Investico.

    ↩︎

  11. Op deze webpagina van het Amsterdam UMC geeft Scheltens aan welke nevenwerkzaamheden hij uitvoert. Voor dit verhaal van belang zijn zijn functies als Principal Investigator (PI) van de middelen van Vivoryon en AC Immune.

    ↩︎

  12. Scheltens is Head of the Dementia Fund, volgens de website van investeringsfonds EQT.

    ↩︎

  13. Zie annotaties verderop voor een gedetailleerde uitleg van de verschillende BVs en belangen.

    ↩︎

  14. Zo financiert NWO het publiek-private partnerschap Mocia, waarin universiteiten, hogescholen en bedrijven de invloed van leefstijl op de preventie van Alzheimer onderzoeken. ZonMW, dat geneesmiddelen- en gezondheidsonderzoek vanuit de overheid financiert, sponsort het ABOARD-consortium, waarin door publieke en private partners gepersonaliseerde Alzheimerdiagnostiek, -predictie, en -preventie wordt onderzocht.

    ↩︎

  15. Op 3 november 1906 gaf Alois Alzheimer een lezing aan bij de 37. Versammlung Südwestdeutscher Irrenärzte in Tübingen. De titel van de lezing was Über einen eigenartigen schweren Erkrankungsprozess der Hirnrinde. Lees er meer over in dit wetenschappelijke artikel.

    ↩︎

  16. Zie dit artikel: The presentation did not attract any attention or comments: the audience seemed to be more interested in the next lecture, on compulsive masturbation.

    ↩︎

  17. Dit onderzoek van G. G. Glenner en C.W. Wong uit 1984 is een van de eerste die een verband legden tussen de ziekte van Alzheimer en amyloïde.

    ↩︎

  18. Lees voor een zeer uitgebreide, specialistische uiteenzetting van de effecten van amyloïde dit artikel.

    ↩︎

  19. Er zijn veel theorieën voor het verband tussen amyloïde en tau, maar het is onduidelijk wat precies het effect is.

    ↩︎

  20. Hardy & Allsop en Selkoe publiceerden in 1991 de eerste artikelen hierover. Lees ze hier en hier.

    ↩︎

  21. Een belangrijke aanleiding hiervoor was The Nun Study, een langdurige studie onder een groep nonnen uit de VS. Aangezien de nonnen een vergelijkbaar leven leiden, zonder drank of drugs, waren zij een goede groep om onderzoek naar hersenziekten te doen. Het bleek dat een significant deel van de nonnen amyloïde in de hersenen had, zonder Alzheimer-symptomen te vertonen.

    ↩︎

  22. De percentage variëren in de literatuur, afhankelijk van de groep waarnaar wordt gekeken. We zijn aan de onderkant van de vaak genoemde percentages gaan zitten.

    Zie bijvoorbeeld dit onderzoek naar asymptomatisch Alzheimer uit 2012. In general, it has become apparent that as many as 30%-50% of older individuals who come to autopsy as clinically normal have AD pathology present in the brain.

    Of dit artikel, dat concludeerde dat 31% van de ouderen kwalificeerden als pre-clinical Alzheimers.

    ↩︎

  23. We spraken Olde Rikkert op 2 maart 2022.

    ↩︎

  24. De Volkskrant berichtte hierover op 4 februari 2017

    ↩︎

  25. Lees de analyse, die op 25 februari 2021 in het BMJ werd gepubliceerd hier. Belangrijkste conclusie: Pooled evidence from available trials reporting both reduction in amyloid levels and change in cognition suggests that amyloid reduction strategies do not substantially improve cognition.

    ↩︎

  26. Zie bijvoorbeeld deze analyse van Cummings van de pipeline voor Alzheimer-medicijnen. In figuur 4 zijn de verschillende mechanismen te zien. Van de medicijnen die in fase 3 worden onderzocht, wat inhoudt dat ze op grote groepen proefpersonen worden getest en het dichtst bij eventuele markttoelating zijn, is amyloïde het meest populaire mechanisme.

    ↩︎

  27. We spraken Van der Flier op 23 maart 2022.

    ↩︎

  28. Andere mechanisme zijn bijvoorbeeld het verwijderen van het tau-eiwit, het tegengaan van ontstekingen in het brein, of het beschermen van zenuwcellen. Zie het artikel van Cummings dat eerder ook als bron werd gebruikt voor meer informatie.

    ↩︎

  29. Om mee te doen aan de studies naar Aducanumab moesten patiënten lijden aan milde geheugenstoornissen als gevolg van Alzheimer (wat een voorstadium van de ziekte is), of aan milde Alzheimer. Veel nieuwe middelen worden expliciet alleen maar in de voorstadia getest.

    ↩︎

  30. De aanwezigheid van amyloïde kon aanvankelijk alleen maar postmortem worden aangetoond. Met behulp van een ruggenprik kunnen de eiwitten nu in het hersenvocht worden gemeten. Ook PET-scans om te meten waar in de hersenen het eiwit zich bevindt worden steeds vaker gebruikt. Farmaceuten werken momenteel aan bloedtests.

    ↩︎

  31. Zie bijvoorbeeld dit artikel uit 2018: Toward a biological definition of Alzheimers disease.

    ↩︎

  32. Zie bijvoorbeeld dit artikel uit 1992.

    ↩︎

  33. Kijk hier voor het onderzoeksprogramma Memorabel, dat onderdeel was van het Deltaplan Dementie. Scheltens was vicevoorzitter van het Deltaplan en prees het Deltaplan veel aan in de media.

    ↩︎

  34. Scheltens werd op 13 oktober 2020 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. U kunt hem op deze website nog steeds feliciteren.

    ↩︎

  35. De functies en lopende onderzoeken van Philip Scheltens zijn hier te vinden op de website van het Amsterdam UMC

    ↩︎

  36. Zie hier het nieuwsbericht en hier de bijbehorende, uitgebreide Nieuwsuur-uitzending.

    ↩︎

  37. Overzicht van EQT Life Sciences Investeringen range

    ↩︎

  38. Zie hier, op de website van het EQT Dementia Fund: (...) dementia opportunities remain underfunded.

    ↩︎

  39. EQT, voorheen LSP, is verdeeld over een groot aantal verschillende bedrijfsvormen (BVs, CVs, UAs), allemaal ingeschreven op hetzelfde adres: Johannes Vermeerplein 9 in Amsterdam-Zuid. Verschillende LSP-bedrijven dienen weer als bestuurder van andere LSP-bedrijven, maar uiteindelijk doemen bij bijna alle LSP-bedrijven een combinatie van 4 verschillende bestuurders op.

    Deze vier mannen bezaten tot de EQT-overname ook de meeste belangen in de verschillende LSP-entiteiten, blijkt uit documenten van de Amerikaanse toezichthouder SEC.

    Dat geldt ook de LSP-tak die hier van belang is: LSP IV Management BV, bestuurd door René Kuijten, Martijn Kleijwegt en Joachim Rothe.

    ↩︎

  40. Volgens informatie van 6 april 2022 bij toezichthouder AFM heeft LSP IV Management BV 2,89% van de aandelen van Vivoryon. Gezien de market capitalization van Vivoryon ruim 200 miljoen euro bedraagt, is de waarde van dit belang ongeveer 6 miljoen euro.

    ↩︎

  41. Het Dementia Fund kent twee bestuurders: Scheltens en LSP Operations BV, dat weer bestuurd wordt door René Kuijten, Martijn Kleijwegt, Joachim Rothe en Marcus Wegter. Drie van hen besturen dus ook de LSP-tak die aandelen in Vivoryon heeft.

    ↩︎

  42. Martijn Kleijwegt is volgens zijn LSP-website de oprichter van LSP. Volgens het persbericht dat EQT eruit deed na de overname van LSP, is René Kuijten Head of EQT Life Sciences.

    ↩︎

  43. Het gaat hier om LSP Advisory BV, weer een andere tak van het fonds. Alle vier de medebestuurders van Scheltens in het Dementia Fund, zijn ook bestuurders van LSP Advisory BV. Volgens het jaarverslag over 2020 van LSP Advisory BV had het fonds aandelen in AC Immune ter waarde van 2,1% van de totale nettowaarde van het fonds. Dat komt neer op ruim 1 miljoen euro.

    ↩︎

  44. Het gaat om het volgende persbericht van AC Immune, van 17 mei 2021

    ↩︎

  45. AC Immune op nummer 1 in het maandelijkse LSP verslag, juni 2021.

    ↩︎

  46. Meer specifiek zijn er verschillende overtredingen van de artikel 20-3 van het Besluit Marktmisbruik relevant. Allereerst het verbod om voorwetenschap wederrechtelijke mede te delen aan derden, ook bekend als het tipverbod. En het verbod om met voorwetenschap te handelen, ook bekend als het handelsverbod. Beide zijn illegaal, en voor beide vergrijpen vormt de LSP-constructie en Scheltens hoogleraarschap een kwetsbare constructie.

    ↩︎

  47. Dit soort barrières staan bekend als Chinese muren. Omdat LSP/EQT een relatief klein bedrijf is, is de kans dat zulke Chinese muren ineffectief zijn groot volgens Kristen.

    ↩︎

  48. Zie bijvoorbeeld dit artikel over Vivoryon-medicijn Varoglutamstat. In het Conflict of interest statement schrijft Scheltens het volgende:

    Dr. Scheltens has received consultancy fees (paid to the institution) from AC Immune, Alkermes, Alnylam, Alzheon, Anavex, Biogen, Brainstorm Cell, Cortexyme, Denali, EIP, ImmunoBrain Checkpoint, GemVax, Genentech, Green Valley, Novartis, Novo Nordisk, PeopleBio, Renew LLC, and Roche. He is PI of studies with AC Immune, CogRx, FUJI-film/Toyama, IONIS, UCB, and Vivoryon. He is a part-time employee of Life Sciences Partners Amsterdam. He serves on the board of the Brain Research Center. Een heleboel, maar dus niets over de links tussen LSP en Vivoryon.

    ↩︎

  49. Het gaat om deze blogpost over Eli Lilly-medicijn Donanemab. Onder zijn reactie schrijft Scheltens: Philip Scheltens serves as principal investigator for Vivoryons European clinical trials, and has worked since January 2021 for the life sciences investment firm LSP. LSP is an investor in Vivoryon.

    ↩︎

  50. Het College Wetenschappelijke Integriteit (CWI) is het orgaan van een universiteit waar klachten over vermoede inbreuk op de wetenschappelijke integriteit kunnen worden ingediend.

    ↩︎

  51. Scheltens is neuroloog in het Amsterdam UMC, dat ontstond bij een fusie van het VUmc en het AMC, dat aan de UvA verbonden was. De VU is voor hem verantwoordelijk, vandaar dat we aan hen de vragen hebben voorgelegd. Onderaan dit artikel vindt u de volledige reactie van de Raad van Bestuur van de VU.

    ↩︎

  52. Onderaan dit artikel vindt u de volledige reactie van EQT Life Sciences

    ↩︎

  53. We hebben Philip Scheltens tweemaal per email benaderd voor een interview. Toen hij dat weigerde, hebben we hem twee maal een set vragen voorgelegd. De antwoorden op die vragen zijn onderaan dit artikel te lezen.

    ↩︎

  54. Technisch gezien moet een wetenschapper aangeven of er sprake is van belangenverstrengeling, maar dat is een ja/nee-vraag. Meerdere voorzitters van Medisch-ethische commissies die we spraken gaven aan er eigenlijk niets mee te doen. De nieuwe Europese Verordening CTR moet hier verandering in brengen, zie Bijlage 1, sub M, artikel 66.: alle omstandigheden die de onpartijdigheid van de onderzoekers zouden kunnen beïnvloeden, zoals economische belangen en institutionele banden, moeten worden vermeld. De Verordening is sinds 31 januari 2022 van toepassing maar er geldt nu nog een overgangsjaar, er wordt tot nu toe nog nauwelijks mee gewerkt volgens betrokkenen.

    ↩︎

  55. Zie hier op de Nutricia-website een overzicht van de ingrediënten van Souvenaid.

    ↩︎

  56. Zie bijvoorbeeld deze en deze uitzending van consumentenprogramma Radar, dat in 2013 en 2014 veel aandacht besteedde aan Souvenaid.

    ↩︎

  57. Prof. Scheltens, directeur van VUmc Alzheimercentrum, was de hoofdonderzoeker van twee van de vier grote onderzoeken die zijn gedaan en nog lopen, schrijft de VU in deze reactie op de uitzendingen van Radar.

    ↩︎

  58. Philip Scheltens deed deze uitspraak in dit online artikel op 24 juni 2012

    ↩︎

  59. Het het gaat om deze studie van Igho J. Onakpoya & Carl J. Heneghan (2017) The efficacy of supplementation with the novel medical food, Souvenaid, in patients with Alzheimers disease: A systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials.

    ↩︎

  60. Zie bijvoorbeeld deze reactie op Kamervragen over Souvenaid van 15 oktober 2015. Desgevraagd meldde de NVWA ook aan Investico dat ze Nutricia tweemaal heeft gewaarschuwd.

    ↩︎

  61. Informatie van de NvwA verkregen via de mail met betrekking tot hun onderzoek naar Souvenaid.

    ↩︎

  62. Het gaat om het zogenoemde FINGER-NL onderzoek, onderdeel van publiek-privaat consortium Mocia. Desgevraagd liet NWO aan Investico weten dat de totale netto NWO-bijdrage aan dit onderzoeksproject ruim 6,3 miljoen euro bedraagt. Met de bijdrages van de bedrijven erbij is het totale budget van het onderzoek ruim 9 miljoen euro.

    ↩︎

  63. Omschrijving Souvenaid op onderzoekswebsite : Souvenaid is a medical food that has shown a positive effect on cognition in individuals with mild cognitive impairment, and might benefit cognitively normal individuals as well.

    ↩︎

  64. Nutricia droeg 525 duizend euro cash bij, en nog eens 775 duizend euro aan in-kind bijdragen: de flesjes Souvenaid, en het salaris van een onderzoeker.

    ↩︎

  65. Op deze website is te zien dat Laus Broersen van Danone Nutricia Research een van de Work Package Leads is.

    ↩︎

Auteurs

54-Investico-07-06-201700785

Emiel Woutersen

Emiel studeerde Theoretische Natuurkunde in Amsterdam en Cambridge. Hij is lid van de staf van Investico en deed onder andere onderzoek …
Profiel-pagina
default-person

Jet Schouten

Profiel-pagina