‘Het weggaan heeft me slapeloze nachten gekost’, zegt oud-juf Simone. ‘Groep 8 laat je niet halverwege het jaar in de steek, je voelt je toch verantwoordelijk. Met pijn in het hart heb ik afgelopen voorjaar de knoop doorgehakt. Ik vertelde het in de klas op een woensdagmiddag. De ouders waren woedend. Voor ik het wist stonden zij in mijn klaslokaal tegen me te schreeuwen. Eén moeder viel me fysiek aan, ze drukte me tegen de kast: “Kutwijf, hoe haal je het in je hoofd?!”’ Naast de bedreigingen op de dag zelf, ontving Simone vele mailtjes ‘waar de honden geen brood van lusten’. In het onderwijs wil ze nu niet meer werken, niet als groepsleerkracht tenminste.

Simone is een van de voormalige leerkrachten die meedeed aan de enquête die Investico hield voor De Groene Amsterdammer, Trouw en het Onderwijsblad om te achterhalen of vertrokken onderwijzers terug te winnen zijn voor het basisonderwijs. Minimaal 31 duizend bevoegde onderwijzers staan nu niet (meer) voor de klas en zullen ook niet spontaan terugkeren – deels vanwege ervaringen zoals die van Simone. Als een deel van de ‘stille reserve’ kan worden teruggelokt naar het basisonderwijs, zou dat een grote stap zijn in het oplossen van het naderende lerarentekort.

HH-67944912_kleiner

Nieuws

Ex-onderwijzers: tijd voor leerling belangrijker dan goed salaris

Onderzoek naar de 'stille reserve'

Werkdruk

Afgelopen 5 oktober, op de nationale stakingsdag van onderwijzers, presenteerden we de belangrijkste resultaten uit de enquête. Mobilisatie van vertrokken onderwijzers is geen onmogelijke opdracht, bleek daaruit. Een ruime meerderheid van de stille reserve zou ‘misschien’ (45 procent) of ‘zeker’ (19 procent) willen terugkeren, zij het onder voorwaarden. Meer salaris is daarbij belangrijk, maar niet de meest urgente kwestie. Dat is de wens om voldoende tijd te kunnen besteden aan de leerlingen.

Het ‘tekort’ aan onderwijzers is bovendien relatiever dan wordt gesuggereerd, blijkt uit ons onderzoek. Lang niet iedereen die voor de klas wil, woont in een regio waar nu een tekort is. De ondervraagden benadrukken het zelf: ‘Lerarentekort? Niet in Noord Limburg want dan had ik wel weer voor de klas gestaan’, meldt een ex-juf. Een vrouw die nu administratief werkt doet, schrijft: ‘Na mijn opleiding heb ik een aantal jaren geprobeerd werk te vinden in het onderwijs, maar er was simpelweg niets! In de tijd dat ik aan de Pabo begon werd al geroepen dat er tegen de tijd dat we klaar zouden zijn het grootste tekort ooit zou zijn. Dat wordt nu nog steeds geroepen. Voor mijn gevoel worden nieuwe studenten gelokt met deze praatjes en worden deze mensen geschoold voor werkloosheid.’

Geen werk

Een meerderheid van de Pabo-afgestudeerden die buiten stages nooit in het onderwijs heeft gewerkt, doet dat omdat ze geen passende baan of geen vast contract konden krijgen. Ze klagen over eindeloos invallen via invalpools, over pay-roll-constructies en detacheringsbureaus. Een lerares die nu als rijinstructeur werkt, meldt: ‘Ga alsjeblieft niet nog meer leraren opleiden, dan zitten we straks met een overschot! Er staan er genoeg te wachten als de voorwaarden beter worden!!’

‘Ga alsjeblieft niet nog meer leraren opleiden, dan zitten we straks met een overschot!’

Hoe groot het tekort op dit moment precies is, en op welke plekken het bestaat, kan het ministerie van Onderwijs niet precies aangeven. Dat er nu al tekorten zijn in de grote steden in de Randstad en in de regio Arnhem/Nijmegen, betwist niemand. In het onderwijs is sprake van een klassieke varkenscyclus, stelt Frank Cörvers, bijzonder hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt. ‘Als de perspectieven goed zijn, kiest men voor de opleiding. Als men dan afstudeert, zijn er ineens te veel leraren. En als men hoort dat leraren geen baan kunnen krijgen, kiest men niet voor de opleiding, waardoor er vervolgens te weinig zijn.’

In 2007 stonden de kranten vol met het verwachte lerarentekort: rond 2012 zou het ernstig worden. Maar toen ging de pensioenleeftijd omhoog en bleek het toch mee te vallen. Kan zoiets nu weer gebeuren? Experts benadrukken dat de voorspellingen betrouwbaar zijn, maar tegelijkertijd ook de werkelijkheid beïnvloeden. Cörvers: ‘De prognoses zijn het beste middel dat we hebben om het tekort tegen te gaan.’

Ook nu gebruikt het ministerie de voorspellingen om een gevoel van urgentie te creëren. Beleidsmakers en besturen moeten dan vervolgens overgaan tot actie. ‘Wij proberen te zorgen dat mensen uit de bakken komen, we kijken naar de stille reserve en naar zij-instromers, en dat mensen meer dagen gaan werken’, zegt Rinda den Besten, die als voorzitter van de PO-Raad over de schoolbesturen gaat. ‘Als alleen al dat laatste werkt, dan hebben we het lerarentekort volgende week opgelost’.

Enquête: wat wil de ‘stille reserve’?

Auteurs

54-Investico-07-06-201700826

Emy Koopman

Onderzoeksjournalist

Emy haalde masters in zowel Klinische Psychologie als Literatuurwetenschap en promoveerde aan de Erasmus Universiteit op onderzoek naar …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700632

Anouk Ruhaak

Datajournalist

Anouk studeerde Algemene Economie en Politicologie en is sinds vier jaar werkzaam als software developer. Bij Investico zoekt ze verhalen …
Profiel-pagina