Bij de zadelkamer van het prestigieuze paardensportcentrum van de familie Bartels in Hooge Mierde hangt het gewilde kleine bordje met een rood logo. De provincie Noord-Brabant heeft de nieuwe hal betaald. Dank, grote dank. Brabant hangt vol met deze dankbetuigingen, ook op spandoeken. De bijdrage varieert van een paar duizend euro voor een plaatselijke wielerkoers tot vele miljoenen voor een nieuwe hightech turnhal voor Flikflak in Den Bosch.

Nieuwe metrohal geopend op Amsterdam CS

Onderdeel van dossier

Energie

Provincies en overheden verdienden 40 miljard aan de privatisering van energiebedrijven.

Het provinciebestuur deed amper aan sport totdat de Essent-gelden zorgden voor vlees en vet op de botten. Sindsdien kan ieder sportevenement dat net boven het maaiveld uitsteekt, rekenen op gulheid uit de Bossche bestuurstoren. Er zijn nauwelijks aanvragen afgewezen, in 2012 niet één.

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ontving het Brabants Dagblad overzichten van alle sportsubsidies. Van de Warandeloop in Tilburg (50.000 euro) tot de World Port Classics van Rotterdam naar Antwerpen, waarbij de wielrenners de provincie alleen maar even passeerden (30.000 euro). Gehandicapten die willen sporten, kloppen zelden tevergeefs aan in Den Bosch. Maar liefst 48 kleine en grote evenementen voor gehandicapten zijn gesponsord met Essent-geld. Wat moet de provincie met sport? Het is geen voor de hand liggende en al zeker geen wettelijke taak. Van oudsher zijn het de gemeenten die sportvelden aanleggen en geld geven voor de (jeugd)leden van sportclubs. En dus moest het provinciebestuur op zoek naar geschikte argumenten om veertig miljoen euro aan uitgaven te verantwoorden. Provinciale Staten zijn immers wel goed maar niet gek. Om te beginnen werd in 2011 advies gevraagd aan de Brabantse Sociaal Economische Raad (SER) die in een stevig rapport waarschuwde voor ‘gieteren’ met geld. Het advies: kies scherp, kijk waar Brabant echt sterk in is en houd het bij drie, hooguit vier sporten: ruitersport, zwemmen, hockey en ‘eventueel turnen als nichesport’. De goede raad werd in de wind geslagen. Het werden er zeven, om zo veel mogelijk clubs en evenementen te kunnen plezieren. Dat zwemmen een topsport is in Brabant valt nog wel te onderbouwen, maar bij wielrennen werd een zwakke redenering gevolgd: ‘Wij hebben Leontien Zijlaard-van Moorsel, Lars Boom en Marianne Vos’. Brabanders houden van wielrennen, maar topsport hier? Leontien is geschiedenis, of Lars bij de top hoort is zeer de vraag en om het alleen van Marianne af te laten hangen is erg gewaagd.

Het provinciebestuur deed amper aan sport totdat de Essent-gelden zorgden voor vlees en vet op de botten

Voordat op basis van een Sportplan (geldig tot 2016) de miljoenen verdeeld konden worden, kwam er een haastklus voorbij. De Olympische Spelen van 2012. Er deden zich -in de ronkende taal waar de provinciale nota’s vol mee staan- ‘unieke kansen voor om de sport in Brabant naar een hoger niveau te tillen en de uitstraling van Brabant te verbeteren’. Sportbonden uit de hele wereld zouden staan trappelen om hier te kunnen trainen voor Londen. In vliegende vaart werden de plannen door Provinciale Staten gejast om de ‘road to Londen’ te plaveien. Het moest snel want de Spelen naderden. De slogan straalde ambitie uit: ‘Let the games begin..in Brabant’. Dat viel tegen. Brabant bleek toch weer niet het middelpunt van wereld te zijn. Soms was er een heel praktische reden waarom de sporters wegbleven. Roeivereniging Vidar in Tilburg, waar provinciaal en plaatselijk CDA-coryfee Jan Melis in de Raad van Bijstand zit, verbeterde met een half miljoen Essent-euro’s de accommodatie maar helaas bleek de stroming op het Wilhelminakanaal te sterk om goed te kunnen trainen. De ambities waren niet gehaald, zou je zeggen. De reactie van provinciebestuurder Brigite van Haaften in 2012 was opvallend. Nu was het geld plotseling niet meer bedoeld geweest om buitenlandse sporters te trekken. Haar woordvoerder toen: “Brabant kan zich met betere accommodaties onderscheiden als regio voor kennis en innovatie.” Met andere woorden: een betere sportaccommodatie is nooit weg. Herman Vreugdenhil, voorzitter van de Statenfractie van ChristenUnie/SGP in Noord-Brabant, kon het niet bevatten: “Het is wrang dat je heel stevig bezuinigt op jeugdzorg en openbaar vervoer, maar wel geld inzet om een Portugese roeiploeg naar Brabant te trekken.”

Het provinciaal bestuur pareert deze vaker geuite kritiek steevast met de stelling dat de Essent-gelden er niet zijn om bezuinigingen op te vangen, maar om ambities te verwezenlijken.

Na dit olympische uitstapje van twee miljoen euro, werd het tijd voor het grotere werk. De aanvragen voor de eerste echte subsidiegolf stroomden in 2011 binnen, een twintigtal uit alle hoeken van de provincie voor een totaalbedrag van zeventien miljoen euro. Paul van Liempd, toen kersvers Statenlid voor de PvdA en inmiddels wethouder in Waalre, stelde kritische vragen over de selectie door het beoordelingsteam. Dat werd behalve door twee ambtenaren bemensd door deskundigen van sportkoepels, Olympisch Netwerk Brabant en universiteit. Van Liempd vond de selectie ondoorgrondelijk en slecht beargumenteerd. “Het is onbegrijpelijk om drie tophockeyvoorzieningen in een straal van dertig kilometer te realiseren en bijna drie miljoen te steken in verbouw van bestaande topvoorzieningen.” Hij kreeg alsnog een lijst met de scores van de aanvragen.

“Het is wrang dat je heel stevig bezuinigt op jeugdzorg en openbaar vervoer, maar wel geld inzet om een Portugese roeiploeg naar Brabant te trekken.”

De Hockeyclub Tilburg viel met 49,5 punt nog net in de prijzen, Atletiek Eindhoven met 47,5 punten miste rakelings de subsidieboot. De tabel van scores ziet er indrukwekkend uit. Iedere aanvraag werd beoordeeld op regionale functie, promotie van Brabant, bijdrage aan breedtesport, innovatie, samenwerking en economische betekenis. Het lijkt objectief maar het is natuurlijk deels nattevingerwerk. Want hoe objectief waren die 49,5 punten die de aanvraag uit Tilburg uiteindelijk kreeg van het beoordelingsteam? Er zijn ordners volgeschreven met criteria en doelstellingen maar onduidelijk blijft welke krachten en machten maken dat een wielerronde of een hockeyclub geld krijgt. In dat verband wordt het provinciehuis wel omschreven als een grote blackbox waarin van alles gebeurt waar de buitenwereld en ook de politiek geen zicht op heeft.

Voorzitter Patrick Stassen van Atletiek Eindhoven: “Het subsidieverzoek liep via de gemeente. Ik heb geen enkel contact gehad met het provinciehuis of met de politiek. Dat had ik misschien wel moeten doen maar lobbyen is niet mijn sterkste kant. Intussen heb ik geleerd dat het soms niet anders kan. In ons nadeel zal ook wel geweest zijn dat hockeyclub Oranje Zwart veel geld heeft gekregen. Twee clubs uit Eindhoven ligt natuurlijk wat lastig. Waarom ons verzoek precies is afgewezen heb ik nooit gehoord.”

Aan de 1,5 miljoen voor Hockeyclub Tilburg zat een reuk van politieke vriendendienst. Het veroorzaakte een politieke rel, en die zijn zeldzaam in het provinciehuis. Waren er informeel al toezeggingen gedaan aan de club voordat de politiek beleid had vastgesteld? Zo hard had de hockeyclub het geld overigens niet nodig. Er werd een zevende veld en een deel van het clubgebouw mee betaald ‘ter volmaking van het complex’, meldde de club in een persbericht. Luis in de pels PVV vermoedde vieze spelletjes en de VVD dreigde met een motie van wantrouwen. Bestuurders van de hockeyclub hadden in het Brabants Dagblad gesuggereerd dat gedeputeerde Van Haaften (CDA) al toezeggingen had gedaan aan onder anderen voormalig provinciebestuurder Jan Boelhouwer (PvdA). Mede vanwege zijn goede contacten op het provinciehuis werd hij voorzitter van de club. Natuurlijk werden de toezeggingen ontkend, maar de achterkamergeur is nooit verdreven.

Den Bosch en Eindhoven kregen nog wat meer Essent-geld voor de vernieuwing van hun hockeycomplexen. Motivatie: zij moeten bij de internationale top gaan horen. Zo betaalt de provincie 3,6 miljoen aan Den Bosch waarvan 1 miljoen euro om bij de tophockeyvelden in Den Bosch het ‘Beste Sportrestaurant van Nederland’ te realiseren. Saillant: gedeputeerde Bert Pauli (VVD) speelt de bas in het cluborkest van de hockeyclub.

De ambities dreigen te sneuvelen nu hardop getwijfeld wordt of Brabant op hockeygebied aan de top kan blijven. “Het zuiden gaat eraan, dat voorspel ik je”, zei hockeycoryfee Toon Siepman onlangs in het Brabants Dagblad. Talenten gaan naar de Randstad hoe lekker het eten in het toprestaurant ook is. Afgelopen seizoen dreigde het Brabants tophockey al een pijnlijke smak te maken. Met veel moeite handhaafden de heren van Den Bosch en Tilburg zich in de hoofdklasse.

Wat was en is de rol van de provinciale volksvertegenwoordiging? Hoe kritisch werden de plannen door Provinciale Staten gevolgd?

Ook de subsidie van 1 miljoen aan de Academy Bartels in Hooge Mierde roept vragen op. Waarom moet de gemeenschap geld overmaken voor een prachtige rijhal van twintig bij veertig meter? Het is toch een commercieel bedrijf dat zijn eigen bonen moet zien te doppen? Gijs Bartels (38), samen met zus Imke eigenaar, legt het in de stijlvolle bibliotheek/seminarruimte van het paardensportcentrum uit. “In eerste instantie voelden wij ons niet zo geroepen om mee te doen, maar het sportplan bleek als het ware voor ons geschreven te zijn. Ik zag ook de andere aanvragen en dacht: als die denken in aanmerking te komen, dan wij toch wel helem··l.” Bij Bartels trainen talenten, het centrum werkt intensief samen met de Hogere Agrarische School (HAS) in Den Bosch, het doet veel aan innovatie en gehandicaptensport en het is een gekend congresoord. “Voor al deze zaken heb je een goede accommodatie nodig.” In de ranking van de provinciale beoordeling eindigde Bartels als hoogste met 58 punten. Tussen subsidiegever en Bartels is de Stichting Sport en Recreatie geschoven die in de gaten houdt of Bartels zich aan de afspraken houdt.

Voorzitter Piet Verhoeven: “Ieder jaar moet Bartels in de begroting een ton opnemen voor de niet-economische doelen, zoals recreatieve activiteiten voor mensen in de omgeving en gehandicapten. Na tien jaar is het miljoen aan provinciegeld ‘terugbetaald’ aan de samenleving.”

Wat was en is de rol van de provinciale volksvertegenwoordiging? Hoe kritisch werden de plannen door Provinciale Staten gevolgd? De coalitie van CDA, VVD en SP moppert af en toe, maar stuurt niet bij. De oppositie van PvdA, D66 en de PVV is -vanzelfsprekend- veel kritischer en wil de uitvoering van het Sportplan op de voet volgen, maar dat blijkt niet mee te vallen.

“Als Statenlid heb je maar één dag per week om alles bij te houden. Dus is het ondoenlijk om alle dossiers op de voet te volgen. Je stelt als Staten de hoofdlijnen vast en moet er maar op vertrouwen dat ambtenaren en bestuurders het goed uitvoeren”, zegt Jeroen Hageman van D66. De partij heeft tegen het Sportplan gestemd.

“Wij zien geen wezenlijke meerwaarde voor de sport in Brabant. Wat schieten wij op met een botenloods of een zevende veld voor een hockeyclub? Wij zien meer in talentontwikkeling.”

Hij klaagt over de gebrekkige informatievoorziening. Pas als de Staten nadrukkelijk vragen om gegevens krijgen ze die. Het Brabants Dagblad legde tijdens het onderzoek naar de Essent-gelden de volgende vraag voor aan Gedeputeerde Staten. ‘Waarom publiceert de provincie geen heldere overzichten van de definitieve bedragen die zijn uitgekeerd? Anders gezegd in een voorbeeld: waar kan ik vinden wat er precies is gerealiseerd op het terrein van Vidar in Tilburg en wat het uiteindelijk heeft gekost?’ We zijn in het antwoord verwezen naar Brabant.nl, waar een openbaar subsidieregister te vinden is en een kaartje van Brabant met de locaties van clubs die geld hebben gekregen. Het is een terugkerend patroon: over de ambities wordt rapport na rapport geschreven, de verantwoording is mistig en mager.

Halverwege de looptijd van het Sportplan is de helft van de veertig miljoen uitgegeven. Twee instituten zijn nu bezig met een ‘tussenmeting’ van de doelen uit het Sportplan. Dat is een lastige meetklus. “Met het Sportplan willen wij Brabant versterken als aantrekkelijke vestigingsplaats en bijdragen aan de gezondheid van Brabanders”, lezen we op Brabant.nl. Dat valt niet te meten. Een meer concrete vraag: Is Brabant door die miljoenen meer top geworden? Voor het antwoord is geen diepgravend onderzoek nodig. Een tiental accommodaties is verbeterd, er wordt gegieterd met sponsorgeld voor evenementen maar betere sportprestaties blijven uit.

Dit artikel is gebaseerd op openbare verslagen en stukken, eerdere artikelen in het Brabants Dagblad, interviews met Statenleden, deskundigen en bestuurders en door ons gevraagde informatie van het provinciebestuur.

Voor het Sportplan vroegen wij naar alle verstrekte en afgewezen subsidies, de cofinanciering en de verantwoording van de uitgaven door de clubs. De vragen en antwoorden staan volledig op bd.nl

Dit artikel verscheen in het Brabants Dagblad

Auteurs

default-person

Ton de Jong

Profiel-pagina