Vijftig miljoen euro staken de aandeelhouders in Topell, een bedrijf dat zichzelf omschreef als revolutionair. Van houtsnippers en bermafval ging Topell biokolen maken, samengeperste korrels die bruikbaar waren in kolencentrales en een milieuvriendelijk alternatief waren voor steenkool. In Duiven verrees een proeffabriek, de woorden sensationeel en visie vielen vaak.

Nieuwe metrohal geopend op Amsterdam CS

Onderdeel van dossier

De riskante besteding van de energiemiljarden

Provincies en overheden verdienden 40 miljard aan de privatisering van energiebedrijven.

Nu, in maart 2015, is alles anders. De proeffabriek in Duiven is failliet verklaard en gesloten. Toen de pellets klaar waren om verstookt te worden, was het speelveld totaal veranderd. De prijs van steenkool was sterk gedaald en de subsidie van de rijksoverheid was verdwenen.

Irritatie

De biokolen waren te duur, de kolencentrales wilden ze niet hebben. Tot grote irritatie van Marius Prins, de directeur van de participatiemaatschappij PPM Oost. Hij is een van de aandeelhouders en stak 3,8 miljoen euro in Topell. Hij noemt het belachelijk dat de kolencentrales niet bereid waren iets meer te betalen voor de duurzame brandstof. De eigenaren van de kolencentrales zijn Nuon en Essent, juist de bedrijven die in 2009 werden verkocht door de provincies. Het is de ironie van de geschiedenis: met de opbrengst van de verkoop van Nuon wordt een duurzame brandstof ontwikkeld, die Nuon vervolgens te duur vindt.

Om het nog iets ingewikkelder te maken: een van de investeerders in Topell, het fonds Yellow & Blue, wordt gevoed met geld van Nuon.

De fabriek in Duiven heeft een tijdje op proef gedraaid, maar is nu gesloten. Het moederbedrijf in Den Haag leeft nog. Na het faillissement in Duiven klopte de directie bij de aandeelhouders aan voor extra geld. Dat was nodig voor een nieuwe testfabriek. Daar moest onderzocht worden of de onverkoopbare biokolen ook gebruikt konden worden in andere grote kachels, bijvoorbeeld bij ziekenhuizen. De aandeelhouders werden het niet eens en zeiden nee. In arrenmoede klopte Topell aan bij de provincie Gelderland. De reguliere subsidieregels stonden geen steun toe, maar via een achterdeurtje kwam het geld er toch. Provinciale Staten gaven 438.700 euro na een eerdere subsidie van 1 miljoen euro. Michiel Scheffer (D66) noemt Topell inmiddels als voorbeeld van een ‘niet geslaagde’ innovatie. Prins zegt dat, als Topell nu bij hem zou komen, hij er geen geld in zou steken. „Want de situatie is nu totaal anders.” Directeur Maarten Herrebrugh heeft nog goede hoop en wil op kleinere testlocaties kijken hoe de biokolen geschikt gemaakt kunnen worden.

Het geval is typerend voor de provincie Gelderland: geld in overvloed, de diepe wens iets te betekenen en een aanzienlijke kans op falen. Dat alles gecombineerd in een project.

In Gelderland staat de overgang naar duurzame energie al jaren hoog op de agenda. De aardbevingen in Groningen, de angst voor afhankelijkheid van het Rusland van Poetin en het Midden-Oosten maken de wens daartoe nog groter.

Toen Gelderland in 2009 Nuon verkocht aan Vattenfall, waren groene investeringen een belangrijk punt. Vattenfall kocht het Nederlandse bedrijf met de belofte geld te steken in windmolens op zee en was ook zeer geinteresseerd in aardgas, dat destijds een groener imago had dan nu. John van Meeteren, de toenmalige fractieleider van het CDA, zei: „Vattenfall is een oerdegelijk Scandinavisch regeringsbedrijf met honderd jaar ervaring in duurzame energie.”

Bij de verkoop werden afspraken gemaakt over de investeringen, maar spijkerhard waren die niet. Een onafhankelijk comité zou namens de provincies en gemeenten die aandelen hadden in Nuon, toezicht houden. Al snel bleek dat Vattenfall zijn beloftes niet kon of wilde nakomen. Het bedrijf kwam financieel in zwaar weer. De beloofde windparken op zee zijn er niet, in Arnhem ging de experimentele zonnefoliefabriek Helianthos dicht.

Harry Keereweer, als gedeputeerde intensief betrokken bij de verkoop, zegt: „Als ik na de verkoop in één ding teleurgesteld ben, zijn het de investeringen van Vattenfall in duurzaamheid. Daar is niet veel van terecht gekomen, zo eerlijk moet ik zijn.”

Vuilste van het land

Het comité dat de vorderingen van Nuon in de gaten hield, oordeelde echter dat de provincies begrip moest hebben voor de beslissingen van Nuon. In Gelderland accepteerden Provinciale Staten die opvatting. Eind 2014 zetten de Consumentenbond en Milieudefensie Nuon en Essent te kijk. Beide bedrijven, waaraan de provincies miljarden verdienden, horen tot de vuilste van het land.

Zonder eigen energiebedrijf probeert Gelderland groener te worden en energie te besparen. Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Windmolens zijn niet populair. Gelderland heeft in 2015 haar doel voor 2010 nog niet eens gehaald.

Het grootste probleem is volgens de Nijmeegse oud-wethouder Jan van der Meer dat er geen einddoel is en geen goede marsroute. Hij vindt dat Brabant het veel beter doet, met het streven 800.000 woningen energieneutraal te maken.

Van der Meer vindt dat de provincie meer moet investeren in productie van groene energie. Zelf was hij langdurig bezig met de aanleg van een warmtenet. Warmte van afvalcentrale ARN moet via leidingen getransporteerd naar woningen aan het Waalfront en de Waalsprong, aan de overzijde van de Waal. Volgende week komt minister Henk Kamp het net feestelijk openen. Van der Meer: „Bij de provincie was dat moeilijk, moeilijk, moeilijk. Zo’n warmtenet kun je doodrekenen, maar je kunt ook gewoon wat doen.”

Lastig

De Gelderse gedeputeerde Annemieke Traag (D66) erkent dat de zaak moeilijk op gang kwam. „Processen duren lang, het zijn juridisch lastige vraagstukken, dat vergt tijd.”

Maar inmiddels denkt ze dat warmtenetten een grote rol kunnen spelen. Zo wordt de warmte van afvalverbrander AVR in Duiven al gebruikt. Dat net moet verder vergroot worden, en op termijn gekoppeld worden aan dat van Nijmegen. Onder Traags bewind kent de route naar een groener Gelderland drie wegen: de productie van meer groene energie, energiebesparing en het aanjagen van bedrijven in bedrijven die in de energie- en milieusector werken. Ze heeft hoge verwachtingen van de rol die de Gelderse participatiemaatschappij PPM Oost kan spelen. Deze maatschappij investeert met geld van de provincie in bedrijven. „Wij kunnen hier instappen als bedrijven bij banken geen geld kunnen krijgen.”

De Rekenkamer-Oost constateerde onlangs dat de provincie veel proefprojecten steunt, maar dat niemand weet wat het uiteindelijke effect is. CDA’er Jan Hutten concludeerde vorige week dat dit beleid een ‘black box’ is.

Is het wel verstandig als een provincie de rol van een bank overneemt? „We hebben nu eenmaal veel geld, dus laten we in vredesnaam investeren”, zegt Traag. „Als je niks doet, weet je ook dat het niks wordt.

Directeur Marius Prins van PPM Oost zegt dat de bedrijven voor het energiefonds nog niet in de rij staan. D66 in Provinciale Staten wil in de komende jaren veel meer geld via PPM Oost in duurzame bedrijven steken. Prins vindt dat geen slecht idee, maar tekent wel aan dat hij niet verplicht wil worden al dat geld uit te geven. „Wij investeren alleen in bewezen technologie, in bedrijven met leveringscontracten. PPM Oost heeft het doel innovaties te ondersteunen, en dus risico te nemen. Maar tegelijkertijd moeten we ons kapitaal in stand houden.”

SP’er Van Kaathoven, zelf opgeleid als milieukundige, kijkt er wat secptischer tegen aan. „Ik zie veel scoringsdrift. Men wil Gelderland met dit soort initatieven op de kaart zetten. Nu komt er weer een pilot met waterstofbussen, terwijl er een paar jaar geleden ook al een geweest is. Er moet veel scherper gekeken worden: heeft deze innovatie echt toekomst? Dat we veel geld hebben, wil niet zeggen dat we moeten stoppen ons gezond verstand te gebruiken.”

Dit artikel verscheen in De Gelderlander

Auteurs

default-person

Rob Berends

Profiel-pagina