Het Waddenfonds moest de ideale uitruil worden: gas voor natuur. Inmiddels is bijna 600 miljoen euro in het Waddengebied verjubeld zonder dat de natuur er beter van is geworden. Het fonds werd een grabbelton waar vooral slimme ondernemers en hobbyisten van profiteerden.

Nationaal Park Lauwersmeer is een waar vogelparadijs. Tijdens de trek vliegen dagelijks tot 30 duizend brandganzen over de voormalige zeebodem en in de wildernis broeden ruim honderd vogelsoorten. Bovendien is het ’s nachts een van de donkerste gebieden van Europa, en dat is bijzonder in het helverlichte Nederland1. Maar aan de rand van deze zeer zeldzame duisternis, in het Groningse havendorpje Lauwersoog, komt het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. Een ‘internationale vuurtoren voor kennis, activiteiten, onderzoek en ondernemerschap.2

Althans, dat is de droom van enkele invloedrijke lokale bestuurders die liefkozend spreken over ‘een ecologisch visitekaartje’. Maar dan wel een van dertig meter hoog, met in de top een opvangcentrum voor zeehonden, beneden een hotel en een ‘beleefcentrum’. Kosten? Bijna dertig miljoen euro. Dat bedrag lijkt geen enkel probleem, want alle betrokkenen weten dat ze het Waddenfonds, een pot met honderden miljoenen euro’s, binnen handbereik hebben.

Het Waddenfonds werd in 20063 opgericht om met 800 miljoen euro de natuur in het Waddengebied te versterken. Het was een uniek compromis tussen het bedrijfsleven en natuurbeschermingsorganisaties en ogenschijnlijk zo gunstig dat het concept sindsdien wordt herhaald. Zo wordt op dit moment druk onderhandeld over een Noordzeefonds, dat op zee ondanks de komst van windmolens en stopcontacten ook ruimte blijft voor de natuur. Als dat fonds dezelfde weg bewandelt als zijn voorganger, wordt dat geld vrijwel zeker verspeeld.

Wat is er met het Waddenfonds gebeurd? Investico maakte samen met Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant, De Groene Amsterdammer en EenVandaag de balans op. Uit ons onderzoek blijkt dat het fonds een grabbelton is geworden in handen van de provincies die het fonds gebruikten om er zelf beter van te worden en goede sier te maken met hobbyistische projecten. Ook slimme ondernemers en hobbyisten wisten wel raad met de goedgevulde subsidiepot. Het oorspronkelijke doel -bescherming van het Waddengebied- raakte steeds verder uit zicht. ‘Het fonds heeft niet echt willen onderzoeken hoe het met het wad gesteld is. Het gebied had er veel beter uit kunnen zien dan nu’, concludeert waddenbioloog Theunis Piersma.

Compensatiecenten

Vijftien jaar geleden werd aan de bel getrokken. ‘De ecologische kwaliteit van de Waddenzee is in één generatie tijd dramatisch verslechterd4’, waarschuwde Roel Cazemier van de Raad voor de Wadden in 2005. In die periode schraappten kokkelvissers al jarenlang met hun kokkeloogst het leven van de zeebodem. Steeds minder trekvogels waren op het wad te zien en haaien en roggen waren al enige tijd verdwenen. En dat was zorgelijk. Het Waddengebied is niet alleen een van de mooiste natuurgebieden van Nederland, maar ook van essentieel belang voor het hele arctisch gebied. Zo zijn trekvogels die van Afrika naar Groenland vliegen afhankelijk van het Wad voor voedsel5.

Tot overmaat van ramp wilde de NAM in het aardgasrijke gebied boren. Dat zou desastreus zijn voor de Wadden, waarschuwde ook de Waddenvereniging. Vervuiling, bodemdaling en ongelukken zouden verstrekkende gevolgen hebben voor dit unieke natuurgebied.

De protesten laaiden op. Elke poging tot een besluit over het gebied verzandde in een zwaar gepolariseerde discussie en de onderhandelingen over het gebied kwamen in een impasse. Oud-staatssecretaris Wim Meijer kreeg als voorzitter van de Adviesgroep Waddenzeebeleid, van het kabinet de lastige taak om met een oplossing komen.

Dat leverde een volbloed Nederlands-bestuurlijke oplossing op die de tegenstelling tussen gas en natuur weg masseerden in een ogenschijnlijk ideaal voorstel: onder strikte voorwaarden zou naar gas geboord mogen worden maar ter compensatie kreeg het Waddengebied een ‘omvangrijk investeringsplan’ à 800 miljoen euro6. Geestelijk vader Wim Meijer kijkt er inmiddels met gemengde gevoelens op terug, blijkt tijdens een gesprek vanuit zijn woning op de bosrijke Veluwe. De natuur moest voorop staan, zegt hij. Een centrale aanpak in het gebied – bestuurd door drie provincies, tientallen gemeenten en beheerd door dertien natuurorganisaties – was essentieel7. ‘De politiek moest verantwoordelijkheid nemen’. Niet naar één aspect kijken, maar het geheel in ogenschouw nemen. Meijer: ‘In het Waddengebied hangt alles samen, zoals het verblijf van trekvogels samenhangt met de visstand, die weer samenhangt met de mossels.’ Het geld was nadrukkelijk bedoeld voor extra investeringen in het gebied.

Een onafhankelijke monitoringscomissie moest toezien op de voortgang, economische activiteiten in het gebied moesten vooraf strikte grenswaarden opgelegd krijgen. In 2026 – als de 800 miljoen euro zou zijn uitgegeven – moesten de projecten ‘op een zichtbare manier het Waddengebied vooruit hebben geholpen’, schreef VROM-minister Sybilla Dekker aan de Kamer8. Een ‘historisch’ besluit, noemde Cazemier van de Raad voor de Wadden de oprichting van het fonds in 20059. ‘De tijd van discussiëren is voorbij. Er moet nu worden gehandeld.’

‘In plaats van een integrale aanpak voor de natuur, werd geïnvesteerd in een reeks kortademige herstelprojecten’

Maar op de valreep greep de Tweede Kamer in, een draai die waddenbioloog Theunis Piersma achteraf bestempelt als ‘kaping van het fonds’. Fries en CDA-kamerlid Joop Atsma vond dat ook de economie moest profiteren van de pot geld. Hij kreeg voldoende steun voor een motie10 waarmee het fonds gelijk verdeeld zou worden tussen natuur en economie, een scheiding die de commissie Meijer nadrukkelijk niet had gemaakt. ‘Het moest juist een integrale aanpak zijn’, legt de oud-voorzitter achteraf uit. Het was deze ingreep die de kiem legde voor het verdere verloop van het fonds, waarmee de helft van het geld aan economische projecten werd besteed. ‘De motie is nog schadelijker dan je denkt’, evalueert Piersma. ‘Het betekent niet alleen dat er de helft minder aan geld voor ecologie is. Het betekent ook dat het geld voor ecologie slechter wordt besteed. Het economisch kortetermijndenken raakte ook daar dominant. In plaats van een integrale aanpak voor de natuur, werd geïnvesteerd in een reeks kortademige herstelprojecten.’

Voordat het fonds goed en wel van start kan gaan, besluit de minister met ruim 120 miljoen euro de kokkelvissers uit te kopen11. Dan is nog bijna 700 miljoen euro over. 

Grabbelton

De eerste barsten worden zichtbaar tijdens de eerste subsidieronde. Experts die betrokken waren bij het advies van Meijer vertellen dat ze met verbazing keken naar wat er met ‘hun’ fonds gebeurde. ‘Ik viel van mijn stoel’, blikt emeritus hoogleraar Han Lindeboom terug. Als marine ecoloog voorzag hij Meijer van advies. ‘Ze verhoogden de bruggetjes in Friesland zodat boten met een hogere mast daar ook onderdoor konden varen.’ Nu konden ook boten de Eflstedenroute varen. Kosten: ruim 11 miljoen euro.

Het blijkt een voorbode voor de daaropvolgende jaren. Tussen 2006 en 2011 krijgen 54 projecten in totaal zo’n 110 miljoen euro subsidie12. Slechts een klein deel hiervan komt ‘direct ten goede aan de natuur’, oordeelde de Rekenkamer in 201313. Het Friese PvdA-kamerlid Lutz Jacobi, zeer begaan met het Waddengebied, wordt boos. ‘Het kabinet snoept van alle kanten uit dit fonds, terwijl het is ingesteld voor het compenseren van schade en ongemak van de grootschalige visserij en de gaswinning in het Waddengebied’, schreef ze in februari 201114. ‘Het Waddenfonds mag geen grabbelton zijn!’ Jacobi vraagt een spoeddebat aan en pleitte voor harde criteria voor de toekenning van geld.

Maar dan trekken de provincies het fonds naar zich toe15. Niet langer het Rijk, maar drie gedeputeerden uit Noord-Holland, Groningen en Friesland besluiten voortaan over de half miljard euro die op dat moment nog te verdelen is. Bij deze overdracht haalt het kabinet er meteen 75 miljoen euro uit de pot als bezuiniging16. Jacobi is er niet gerust op. Ze zorgt voor een commissie met externe deskundigen die ervoor moet zorgen dat het fonds werkt aan het oorspronkelijke doel: ‘de verbetering van de kwaliteit van het Waddengebied17’. 

Werelderfgoedcentrum

Directeur van de zeehondencrèche Pieterburen Niek Kuizenga heeft in 2013 een nieuwe zakelijke koers voor ogen. Hij ligt al een tijdje op ramkoers met zeehondenmoeder Lenie ’t Hart, die in 1971 de opvang oprichtte. Simpel gezegd is het haar ‘activisme’ tegen zijn ‘praktisch realisme’. Een strijd die zij uiteindelijk verliest. ‘Het impulsief activisme van een charmant en uitgesproken dierenredster is als business model uitgewerkt’, schrijft Kuizenga in een open brief aan de Raad van Toezicht18. De entreegelden worden fors verhoogd, meer geld gaat naar voorlichting in plaats van zorg voor de dieren, ‘de zakelijke markt wordt met nieuwe arrangementen’ aangetrokken en het bezoekerscentrum krijgt een nieuw elan.

Bij een nieuwe aanpak hoort ook een nieuw gebouw met een zakelijk elan.Samen met vastgoedondernemer Arie Heuvelman maakt Kuizenga een plan voor een nieuw centrum in het dorp Lauwersoog. Zeehondencrèche Pieterburen moet zijn intrek nemen op de bovenste verdieping, en Heuvelman begint beneden een hotel. 

Het duurt niet lang of ook de provincie Groningen is aan boord, samen met Staatsbosbeheer en Exploitatiemaatschappij Haven Lauwersoog. De provincie laat in 2016 voor 175.580 euro een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren.19 Het levert veertig glanzende pagina’s op zonder cijfers, analyses en risico’s; maar met veel foto’s, ‘expedities’ en promotieteksten als het Werelderfgoedcentrum ‘als kans voor de Waddenzee’. Volgens een later projectplan20 moet het centrum moet jaarlijks tussen de 150- en 250 duizend bezoekers trekken en wordt een banenmotor voor de regio. De provincie wíl dit project. 

Het mag dan ook wat kosten: 30 miljoen euro. Gedeputeerde Henk Staghouwer erkent in het Dagblad van het Noorden dat het een fors bedrag is. ‘Omdat we er specialisten bij halen die hun sporen hebben verdiend in het opzetten van publiekstrekkers waar ecologie, duurzaamheid en spannende architectuur de boventoon voeren21.’

Maar die specialisten hebben een ontwerp gemaakt van een dertig meter hoog paviljoen aan de rand van het wad. Natuur- en milieuorganisaties maken zich zorgen. ‘De kernwaarden van het Waddengebied zijn vooral stilte, ruimte en duisternis’, zegt Arjen Kok van Natuurmonumenten in de pers. ‘Die zijn in dit deel van het wad nog aanwezig en dan zou het eigenlijk niet goed zijn dat in dit gebied zo’n hoog gebouw komt.’

Desondanks investeert de Provincie vijf miljoen euro, het zeehondencentrum Pieterburen heeft toegezegd drie miljoen euro bij te dragen en ondernemer Heuvelman steekt tien miljoen in het horeca- en hotelgedeelte. Met een miljoen vanuit de gemeente een totaal van 19 miljoen euro.22 Er is nog een gapend gat in de begroting van ruim 9 miljoen. Verantwoordelijk gedeputeerde Staghouwer laat in de pers weten ‘goede hoop’ te hebben dat het Waddenfonds kan inspringen23. 

Op 16 maart 2018 vergadert het algemeen bestuur in de luxe groepsaccommodatie De Wierschuur bij het Noord-Hollandse Hippolytushoef, een voor 200 duizend euro gerenoveerde schuur met dank aan het Waddenfonds. Voor ligt de 9,6 miljoen euro voor het Groningse project. Maar het bestuurt twijfelt. De informatievoorziening is ‘summier’, staat in de notulen van de vergadering. Er is geen projectvoorstel en een begroting ontbreekt24.

Staghouwer, nu als voorzitter van het Waddenfonds, belooft de benodigde informatie achteraf op te sturen en stelt voor dat het bestuur instemt met 9,6 miljoen euro subsidie voor het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. Het bestuur gaat akkoord. ‘Voor het Waddenfonds is het uitdragen van de Unesco-status van de Waddenzee een zeer belangrijk speerpunt’, vermeldt Staghouwer een maand later in een persbericht, dit keer dus als voorzitter van het Waddenfonds.25 

Dubbele petten

Het is een dubbelrol die in het Noorden nauwelijks wenkbrauwen doet fronsen, maar waar meermaals voor gewaarschuwd is. Vlak voor de provincies het geld in handen kregen waarschuwde de Algemene Rekenkamer in 201226 voor het risico op ‘bestuurlijke beïnvloeding’. De toezichthouder adviseert de provincies eventueel maatregelen te nemen. ‘Het is van belang in de toekomst (de schijn van) belangenverstrengeling nauwkeurig in de gaten te houden.’ De jaren erna adviseert de interne kwaliteitscommissie herhaaldelijk om de provincies expliciet uit te sluiten van subsidieaanvragen27. En ook in 2018 schrijven de regionale rekenkamers dat de ‘onafhankelijkheid verder onder druk komt te staan28’. Het bestuur slaat de adviezen in de wind. In het Waddenfonds worden de gezamenlijke belangen van de provincies behartigd, stelt het29. ‘Alleen al hierom kan er van belangenverstrengeling geen sprake zijn.’

Sterker nog, vanaf 2016 vragen de provincies steeds vaker geld aan bij hun eigen fonds. Het bestuur heeft namelijk besloten met tweederde van het overgebleven budget, 180 miljoen euro, vooral grotere projecten te financieren30. Deze projecten worden vaak door de provincies zelf uitgevoerd, zoals het Werelderfgoedcentrum. Met het nieuwe plan komt het fonds tegemoet aan de jarenlange kritiek dat een langetermijnvisie ontbreekt, maar is het risico op belangenverstrengeling urgenter geworden. Het fonds heeft geen maatregelen genomen en is dat ook niet van plan31. 

‘Ik zit er niet voor Groningen. Ik heb wel een Groninger pet op, maar ik zit er voor het hele waddengebied’

Gronings gedeputeerde en voorzitter Waddenfonds Henk StaghouwerTweet dit

Voor VVD-statenlid Nico Bakker is het een reden om uit het bestuur te stappen. ‘Alles werd maar gehonoreerd. Zonder dat er een echt doel voor ogen was,’blikt hij terug. De dubbele petten gaven hem een ongemakkelijk gevoel. ‘De slager keurt zo zijn eigen vlees. Dat wil je toch niet als gedeputeerde? Je komt in een onmogelijke positie.’

Staghouwer vindt nog steeds dat hij deze rollen altijd goed heeft kunnen scheiden. ‘We gaan uit van het Waddengebied als één, ongedeeld geheel. Ik zit er niet voor Groningen. Ik heb wel een Groninger pet op, maar ik ben er voor het hele Waddengebied,’ zegt hij in een reactie. Bovendien krijgt hij voor alle projecten ‘altijd het advies van de directeur en een ambtelijk advies.’

De betwiste onafhankelijkheid van het bestuur is niet het enige probleem dat steeds opnieuw opduikt. In de adviezen van de eigen kwaliteitscommissie, de rekenkamers en externe adviseurs32 keert steeds hetzelfde refrein terug: ontwikkel een visie, sluit aan bij de Waddenfondsdoelen, monitor de effecten van wat je doet, zorg voor samenhang in plaats van versnippering. Of, in de woorden van Lutz Jacobi: laat het Waddenfonds geen grabbelton zijn.

Texelpoints

Toch is dat precies wat er is gebeurd, blijkt uit een overzicht dat Investico maakte van alle toegekende subsidies tussen 2012 en 2018. Het is een ratjetoe van projecten, van de bouw van een nieuw dorpshuis in Bierum33 tot de aanleg van een zonnepanelenveld op Ameland34. Een ton subsidie voor bezinningstoerisme met een ‘sacrale duisternis- en stiltebeleving’ in het Friese Schettens35. Een ton voor de foodtruck36 met streekproducten van een enthousiaste vader en zoon. Een ton voor een blacklight glowgolfbaan37 op Terschelling. De Stichting Heidense Kapel krijgt 40 duizend euro om een pelgrimsroute te ontwikkelen en een kapel te herbouwen38, Texelse ondernemers krijgen 89 duizend euro toegewezen voor ‘Texelpoints’, een digitaal spaarpuntensysteem waarmee ze willen concurreren met ‘goedkope zonbestemmingen als Griekenland en Turkije39’. Op de Afsluitdijk wordt met 1,5 miljoen euro uit het fonds het Vlietermonument gerestaureerd40, en de provincie Groningen kreeg bijna een miljoen euro voor de aanleg41 van fiets- en wandelpaden in het Lauwersmeergebied. En dan is er nog ‘de Rechte Weg’ – het kunstprojectplan42 van zes kilometer wandelpad dat, als eerste weg ter wereld, niet de bolling van de aarde volgt, ‘als een plank op een voetbal’ waarbij je aan de uiteinden een kleine meter naar beneden springt. De kunstenaar kreeg ruim 400 duizend euro subsidie toegewezen uit het Waddenfonds.

Het geld is doorgaans welkom in het gebied dat kampt met vergrijzing en leegloop. Zo houdt Gerda van Dijk in het Friese Ee 42 paarden op haar Sandy Road Ranch. Vroeger had elk dorp nog een café, vertelt ze vanuit de huiskamerkantine naast de rijbak waar vier grote leunstoelen rond een houtkachel staan. ‘Nu kunnen mensen voor koffie en een praatje hier terecht.’ In een hoek staat een minibibliotheek en langs de wanden staan bordspelletjes. Buurtbewoners lopen in en uit. In de winter organiseert ze bingo- en klaverjasmiddagen. In 2014 kreeg Van Dijk 100 duizend euro43 van het Waddenfonds waarmee ze de hal kon aankleden. Ze legde een vloer, bouwde paardenboxen en schafte een stap- en trainingsmolen aan. Ook kon ze betere faciliteiten bouwen bij de toeristencamping op het erf. Maar het zijn vooral buurtbewoners die langskomen. ‘Toeristen willen graag op het strand paardrijden’, vertelt ze. ‘Maar strand heb je hier niet. Daarvoor moet je echt naar de eilanden.’

Stadsvernieuwing

Voor de Noord-Hollandse marinestad Den Helder brengt het Waddenfonds grote beloftes. De krimpgemeente worstelt met werkloosheid en verloedering, maar miljoeneninvesteringen uit het Waddenfonds moeten de stad weer bruisend maken, te beginnen bij de oude marinehaven Willemsoord: die wordt omgetoverd tot ‘een voor toeristen aantrekkelijke leisure-waddenhotspot’, compleet met kanovaarroutes en verse vismarkten. Het Waddenfonds subsidieert het plan met 4,7 miljoen euro.44

Den Helder heeft de smaak te pakken. In 201645 en 201846 krijgt de stad in totaal bijna 3,5 miljoen euro, onder meer om van het aanwezige oorlogserfgoed een toeristische trekpleister te maken. Zo worden voormalige Duitse bunkers van de Atlantikwall gerestaureerd47 en komt er een fiets- en wandelroute langs militair erfgoed. 

Met ruim 8 miljoen euro subsidie is Den Helder een van de grootste ontvangers van Waddenfondsgeld48. De aanvragen werden gedaan door Zeestad C.V./B.V., een bedrijf dat de stedelijke vernieuwing in Den Helder ontwikkelt en uitvoert. ‘Op afstand’ van de gemeente, om ervoor te zorgen dat plannen niet langer verzanden in het door conflicten geplaagde gemeentebestuur.

Ook hier vervult een provincie een dubbelrol. Zeestad is in handen van de gemeente en de provincie Noord-Holland. De Provincie is hier dus naast toekenner ook ontvanger van het Waddenfondsgeld. Bovendien zit de Noord-Hollandse gedeputeerde Cees Loggen, die als bestuurslid van het Waddenfonds over subsidieaanvragen beslist, sinds 2019 zélf namens de Provincie in de aandeelhoudersvergadering van Zeestad. Loggen weigerde met Investico in gesprek te gaan en heeft geen antwoord gegeven op de hierover gestelde schriftelijke vragen.

De Helderse wethouder Michiel Wouters – die stadsvernieuwing in zijn portefeuille heeft – wil het ‘beeld van Zeestad als grote ontvanger nuanceren’. Volgens hem heeft Zeestad ook subsidies aangevraagd voor projecten waarbij de organisatie slechts zijdelings betrokken is. ‘Zeestad is nou eenmaal een vehicle met ervaring op het gebied van subsidieaanvragen bij het Waddenfonds.’ 

Maar is het fonds wel bedoeld voor stadsvernieuwing? Volgens wethouder Wouters is het logisch dat Zeestad voor dit soort projecten geld krijgt uit het Waddenfonds. ‘De financiering van de gemeente staat altijd onder druk. Als we geld van elders kunnen aantrekken, willen we dat graag. Het gaat hier niet om stadsvernieuwing; voor subsidie uit het Waddenfonds kijken we altijd nadrukkelijk naar de historisch-nautisch waarde van Den Helder voor het Waddengebied.’ Als haven is Willemsoord letterlijk de poort naar de Wadden, is het idee. 

In een tussentijdse evaluatie in 201649 – het fonds was toen halverwege – beoordeelde adviesbureau Royal Haskoning het project Willemsoord niettemin als ‘minder succesvol’. Het project was ‘niet-waddenspecifiek’ en ‘een grotere visie’ ontbrak. Van de 31 beoordeelde projecten kwamen slechts 16 als geslaagd uit de bus. Onder de ‘minder succesvolle’ projecten vielen naast Willemsoord onder meer de restauratie van een orgel in het Friese Parrega (‘samenhang’ ontbreekt), indoor klimpark ‘Waddenfun’ (‘willekeurige waddenachtige’ elementen zijn samengevoegd op een waddenplek’) en de industriewaterleiding voor Chemiecluster Delfzijl, waarvan het ‘ecologisch effect op het Waddengebied onduidelijk’ is. Voor ‘Zeegrasprojecten Fase I en Fase II’ (samen bijna 5 ton) bestaat zelfs het ‘risico op achteruitgang in plaats van vooruitgang’, oordeelde Royal Haskoning. 

Economie voor ecologie

‘Het Waddengebied is ecologisch redelijk uitgewoond’, verzucht bioloog en waddenspecialist Theunis Piersma. De mosselbanken zijn deels teruggekeerd en met de kanoeten, die ten tijde van de oprichting van het Waddenfonds snel achteruit gingen, gaat het aardig. ‘Maar de zeegrasvelden, de haaien en roggen en gepen van vroeger zijn nog steeds niet terug. En waar is al die kleine platvis waar lepelaars het van moeten hebben? Bij hun terugkeer zouden er tien tot misschien wel honderd keer zoveel lepelaars kunnen zijn. Het had er veel beter uit kunnen zien.’

Als je het Waddengebied beter wilt maken, moet je natuurlijk wel weten hoe het werkt, aan welke knoppen je moet draaien, zegt Piersma. En daar zit precies het probleem: ‘Het Waddenfonds heeft enorme steken laten vallen in het opbouwen van de noodzakelijke kennis.’ Zelf klopte hij de afgelopen jaren herhaaldelijk bij het fonds aan voor financiering van onderzoek, maar ving tot voor kort bot. ‘Het Waddenfonds heeft voortdurend op de rem getrapt en zo een van haar doelstellingen, het bouwen aan een relevante kennisagenda, laten sloeren. Gaswinning levert nu geld op. Maar wat de invloed ervan op het Waddengebied precies is, weten we niet. Zolang we het niet weten, hoeft er ook niks te worden gedaan.’ Hij vergelijkt het met de huidige aanpak van de stikstofproblematiek. ‘We duwen ecologische problemen voortdurend weg, proberen wat te fixen, omdat het op korte termijn economisch niet goed uitkomt.’

De belofte van wat het Waddenfonds had kunnen brengen, is volgens Piersma volledig verzand in korte-termijn-werk. ‘Ik woon in Gaast, aan het IJsselmeer. Hier in de buurt is recent weer een dorpshuis opgeknapt met geld uit het Waddenfonds. Heel leuk hoor, maar wat heeft dat met de Wadden te maken?’ De bestuurders hebben volgens hem een provinciale blik, wat mist is gezamenlijkheid. ‘Er is niets provincie-overstijgends aan het Waddenfonds.’ Ook Lutz Jacobi, inmiddels directeur van de Waddenvereniging, is nog steeds kritisch. Het eigenlijke doel raakte uit zicht, ondanks dat een deel van het geld naar ecologische projecten ging, zoals broedeilanden en vismigratierivieren. ‘Er werd tot nu toe niet gekeken wat de Wadden als ecosysteem echt nodig hebben. Hierdoor heeft het waddengebied in het geheel niets gehad aan al deze kleine projecten,’ zegt ze. ‘Het was een grabbelton en dat is het nu nog.’ Het begon al in 2006 bij de uitkoop van de kokkelvissers voor ruim 120 miljoen. ‘Ze hadden dat fonds in stand moeten laten’, zegt Meijer. ‘Het Waddenfonds is geen saneringsfonds, en die kokkelvissers gewoon binnen de begroting van het departement van landbouw moeten financieren’. 

Geld zoekt projecten

Het verbaast Maarten Allers, hoogleraar economie van decentrale overheden aan de Rijksuniversiteit Groningen, niets. Zo gaat dat wanneer lokale overheden een gratis pot met geld krijgen: geld zoekt projecten, in plaats van andersom, legt hij uit. ‘Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Dus: wat is er nodig om de natuur te versterken? Vervolgens: hoe ga je dit doen? Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie.’  

De ideeën om de natuur te versterken, waren er wel. De commissie50 gaf het Waddenfonds een reeks voorzetten: ontpolderen, de aankoop en bescherming van bijzondere gebieden, natuurvriendelijk kustbeheer. Meijer, teleurgesteld: ‘We wilden het Waddengebied groter, sterker en robuuster maken. Dat is niet gebeurd.’

‘Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie’

Maarten Allers, hoogleraar economie van decentrale overheden (RUG)Tweet dit

Van de oorspronkelijke 800 miljoen euro is inmiddels bijna een half miljard verdwenen, zonder enig idee wat het effect is geweest. Zelfs het bestuur kan niet zeggen wat het fonds voor het Waddengebied heeft betekend51. De projecten zijn nooit gemonitord of geëvalueerd, ondanks herhaaldelijke oproepen van de interne kwaliteitscommissie. Halverwege de looptijd van het fonds deed Royal Haskoning een poging, maar een definitief oordeel bleek moeilijk. De hoofddoelen van het fonds zijn nogal ‘open’ geformuleerd, schreef de adviesclub52. Na jaren aandringen zou de eerste evaluatie in 2021 worden gehouden, vijf jaar voordat de pot op is. 

En de ‘internationale vuurtoren voor kennis, activiteiten, onderzoek en ondernemerschap’? Het protest van natuur- en milieuorganisatiese tegen het Werelderfgoedcentrum bleek te groot. De horecaondernemer trok zich terug, waarmee een streep is gezet door het hotel en de helft van de beloofde banen. De ‘banenmotor’ blijkt nog goed voor 33 werkplekken. In de nieuwe afgeslankte plannen moet het Werelderfgoedcentrum het vooral hebben van de zeehondencrèche. 

Vorig jaar trok de vernieuwde opvang 63 duizend betalende bezoekers, dat zijn er 40 duizend minder dan in 2012.53 Volgens Marco Glastra, die in de pers het woord doet namens kritische natuurverenigingen, was het een slecht idee om de zeehondencrèche bovenin te zetten. ‘Zeehonden horen dicht bij de zee. En niet op een dak van dertig meter hoog. Ze krijgen bijna hoogtevrees54.’  

  1. Zie de website van het Nationaal Park ↩︎
  2. Bureau Pau publiceerde in 2018 het Projectplan Werelderfgoedcentrum Waddenzee ↩︎
  3. Wetswijziging 17 oktober 2006 Instelling van een Waddenfonds (Wet op het Waddenfonds) ↩︎
  4. 19 november 2005, Dagblad van het Noorden ↩︎
  5. Uit een interview met Theunis Piersma en Waddenvereniging ↩︎
  6. Rapport ‘Ruimte voor de Wadden’, adviesgroep Waddenzeebeleid ↩︎
  7. Zie ook dit latere rapport van de Rekenkamer over de versnippering van het gebied: ‘Waddenbescherming: natuurbescherming, natuurbeheer en ruimtelijke inrichting’, 28 november 2013 ↩︎
  8. Kamerbrief: Voortgangsrapportage Waddendossier, 2005, ministerie VROM ↩︎
  9. 19 november 2005, Dagblad van het Noorden ↩︎
  10. Motie Atsma, 9 oktober 2006, bij de wet Instelling van een Waddenfonds ↩︎
  11. Algemene Rekenkamer, Verantwoordingsonderzoek bij het Waddenfonds 2011, 16 mei 2012 ↩︎
  12. Algemene Rekenkamer, Verantwoordingsonderzoek bij het Waddenfonds 2011, 16 mei 2012 ↩︎
  13. Algemene Rekenkamer, Waddengebied: natuurbescherming, natuurbeheer en ruimtelijke inrichting, november 2013 ↩︎
  14. Zie hier de blog van Jacobi ↩︎
  15. Jaarverslag Waddenfonds 2012 ↩︎
  16. Noordelijke Rekenkamers, Randstedelijke Rekenkamers, Het Waddenfonds gemonitord, januari 2018 ↩︎
  17. Motie-Van Tongeren/Jacobi over de middelen uit het Waddenfonds, 28 april 2011 ↩︎
  18. Zie de brief hier ↩︎
  19. Zie informatiefolder Op weg naar de Waddenwereld ↩︎
  20. Bureau Pau publiceerde in 2018 het Projectplan Werelderfgoedcentrum Waddenzee ↩︎
  21. Dagblad van het Noorden, 11 mei 2016 ↩︎
  22. Zie het persbericht van Waddenfonds ↩︎
  23. 7 februari 2018, Dagblad van het Noorden ↩︎
  24. Zie Verslag Vergadering Algemeen Bestuur Waddenfonds 16 maart 2018 vanaf 11.00 uur in de Wierschuur, Hippolytushoef ↩︎
  25. Zie het persbericht van het Waddenfonds ↩︎
  26. Algemene Rekenkamer, Verantwoordingsonderzoek bij het Waddenfonds 2011, 16 mei 2012 ↩︎
  27. Adviezen Kwaliteitscommissie ↩︎
  28. Noordelijke Rekenkamers, Randstedelijke Rekenkamers, Het Waddenfonds gemonitord, januari 2018 ↩︎
  29. Brief Provinciale Staten van Fryslan, 11 december 2018, onderwerp: afhandeling aanbeveling 1, 6 en 7 Rekenkamerrapport Waddenfonds ↩︎
  30. Noordelijke Rekenkamers, Randstedelijke Rekenkamers, Het Waddenfonds gemonitord, januari 2018 ↩︎
  31. Interview met het fonds, 15 oktober 2019 ↩︎
  32. Midterm-review 10 jaar Waddenfonds: bevindingen en adviezen, 23 mei 2016 ↩︎
  33. Zie de website van het Waddenfonds ↩︎
  34. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  35. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  36. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  37. Jaarverslag Waddenfonds 2014 ↩︎
  38. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  39. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  40. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  41. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  42. Zie de projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  43. Zie deze projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  44. Zie deze pagina van het Waddenfonds ↩︎
  45. Zie jaarverslag 2016 ↩︎
  46. Zie deze projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  47. Zie deze projectpagina van het Waddenfonds ↩︎
  48. Eigen berekening op basis van alle projecten ↩︎
  49. 23 mei 2016. Midterm-review 10 jaar Waddenfonds: bevindingen en adviezen, Royal HaskoningDH ↩︎
  50. Zie ook Rapport ‘Ruimte voor de Wadden’, adviesgroep Waddenzeebeleid ↩︎
  51. Noordelijke Rekenkamers, Randstedelijke Rekenkamers, Het Waddenfonds gemonitord, januari 2018 ↩︎
  52. 23 mei 2016. Midterm-review 10 jaar Waddenfonds: bevindingen en adviezen, Royal HaskoningDH ↩︎
  53. Zie ook jaarverslag 2018 Pieterburen ↩︎
  54. Zie dit nieuwsbericht van RTV Noord ↩︎

Auteurs

Belia Heilbron

Belia studeerde journalistiek in Utrecht en sociologie aan de...

Belia studeerde journalistiek in Utrecht en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor Investico schreef ze onder meer over energie …
Profiel-pagina

Eline Huisman

Eline Huisman studeerde Internationale Betrekkingen...

Eline Huisman studeerde Internationale Betrekkingen aan de universiteiten van Nijmegen en Aix-en-Provence. Ze schrijft graag over macht, …
Profiel-pagina
default-person

Kim van Keken

Profiel-pagina