HH-20779002-gas4

Onderdeel van dossier

Nederland gasland

Ondanks de problemen Groningen, werkt de overheid aan een geldverslindende gasrotonde.

De Russische inval op de Krim is in zowel Berlijn en Parijs als in Den Haag ten strengste veroordeeld. Maar wat zijn die verontwaardigde woorden precies waard? Wat heeft Europa over voor Oekraïne? Bitter weinig, zo blijkt als wordt ingezoomd op de hechte gasrelaties tussen het Europese continent en Rusland.

De economische grootmachten zijn al jaren bezig de rol van Oekraïne als doorvoerland te verkleinen. In 2006 stroomde nog tachtig procent van het Russisch gas via Oekraïne naar Europa, acht jaar later is dat teruggelopen naar vijftig procent en binnen tien jaar zal het land zijn positie als gasdoorvoerland geheel verliezen.

Nederland doet er alles aan om de goede handelsrelatie met Rusland in stand te houden. Dat was vorig jaar al zichtbaar tijdens het turbulente Nederland-Ruslandjaar. ‘De onfortuinlijke incidenten staan de goede betrekkingen niet in de weg’, reageerde premier Rutte toentertijd nonchalant. Ook nu, tijdens de politieke crisis in Oekraïne, bezweert het kabinet dat er niks aan de hand is. De gaslevering is niet in gevaar. De Russen zijn betrouwbare handelspartners.

Als grootste gasproducent binnen de Europese Unie speelt ons land een belangrijke rol in de internationale gaswereld. Het heeft samen met Noorwegen een waarnemersstatus bij het Gas Exporting Countries Forum (gecf) waar het aan tafel zit met gasgrootmachten Rusland, Iran en Qatar. Die positie als voornaam gasland wil Nederland in de toekomst graag behouden, ook over veertig jaar wanneer onze eigen gasvoor­raden zijn uitgeput. ‘Die Groninger gasbel is eindig. En als je pas naar de Russen toe gaat als het gas op is, dan heb je geen onderhandelings­positie’, meent George Verberg, voormalig directeur van de Gasunie. Hij staat aan de basis van het eerste Nederlandse gascontract met het Russische staatsbedrijf Gazprom uit 2000.

Vanaf die tijd leveren de Russen gas. Niet omdat Nederland dat per se nodig heeft, maar als onderdeel van een strategisch samen­werkingsband. Gasunie levert opslagcapaciteit: het te veel geleverde Russisch gas wordt in de zomer opgeslagen in lege gasvelden in Drenthe en Groningen, zodat Gazprom ’s winters, als er meer vraag is, meer gas kan leveren aan Duitsland, de grootste afnemer van Russisch gas. Voor Nederland is dit gascontract de voorbode van de zogenoemde ‘gasrotondestrategie’ die vanaf 2005 door het ministerie van Economische Zaken is omarmd als icoon van het Nederlandse energiebeleid. Doel is om zo veel mogelijk internationale gasstromen naar ons land te halen zodat Nederland zich geen zorgen hoeft te maken over leveringszekerheid en geld kan blijven verdienen met de handel in gas. Verberg: ‘We moeten onze pijpleidingen en gasopslag zo goed mogelijk een plek geven in Noordwest-Europa.’

Als hoogste baas van Gasunie in de periode 1988-2004 staat Verberg ook aan de basis van de Nederlandse deelname aan de Nord Stream-pijpleidingen. Toen de Russen eind jaren negentig plannen maakten voor deze directe pijp­leidingen naar Duitsland ‘heeft Gasunie van meet af aan geprobeerd om daarbij betrokken te raken’.

Niemand in Europa, en in Nederland al helemaal niet, heeft er belang bij om Poetin onder grote druk te zetten

De belangrijkste Europese voorvechter van het Nord Stream-project is de voormalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder. Hij tekent in 2005 het contract voor de bouw van de pijpleidingen en een paar maanden later, na zijn vertrek uit de Duitse politiek, wordt Schröder benoemd tot voorzitter van de raad van toezicht van Nord Stream. Een zeer bijzondere ontwikkeling aangezien het project veel vragen oproept, zeker in Polen, Oekraïne en de Baltische staten omdat zij letterlijk gepasseerd worden door deze pijpleiding. De twee Nord Stream-pijpleidingen verbinden Rusland via de Baltische Zee met Duitsland en hebben een jaarlijkse capaciteit van 55 miljard kubieke meter gas.

Volgens Julian Lee, energie-expert en Rusland-specialist bij het Centre for Global Energy Studies in Londen, zijn deze pijpleidingen ‘meer politiek gemotiveerd dan economisch’. Een cruciaal element vormde het gasconflict uit januari 2006 tussen Rusland en Oekraïne. Gazprom verhoogde de gasprijs van vijftig dollar naar 230 dollar per duizend kubieke meter (volgens de Russen conform Europese marktprijzen) en Oekraïne weigerde dit te betalen. Een paar uur nadat Gazprom de gaslevering richting ­Oekraïne had stopgezet, nam in een groot gedeelte van Europa, waaronder in Duitsland en Frankrijk, de druk in de leidingen af met dertig procent. De kwetsbare positie van Europa werd pijnlijk duidelijk. In de analyse van Lee, zo zegt hij in een telefoongesprek, ‘heeft het conflict gewerkt als een katalysator voor brede acceptatie van de bouw van nieuwe pijpleidingen. Eerst was Nord Stream een Duits-Russisch project. Na het gasconflict in 2006 sloten Nederland en Frankrijk zich erbij aan, waarmee het een Europees-­Russisch project is geworden.’

Dat de bouw van Nord Stream minder afhankelijkheid impliceert van Oekraïne is voor zowel Rusland als Europa een belangrijke motivatie. Bij de opening in september 2011 zegt Poetin, dan premier van Rusland: ‘Oekraïne is lang onze traditionele partner geweest. Elk gasdoorvoerland kan uitgedaagd worden om misbruik te maken van zijn positie. Die exclusiviteit bezit Oekraïne niet langer.’ Ook Schröder is die mening toegedaan. Op een bijeenkomst van werknemers van Wintershall (een van de Duitse aandeelhouders in Nord Stream) in de zomer van 2011 meldt de voormalige bondskanselier dat de onacceptabel grote afhankelijkheid van Oekraïne als doorvoerland ‘de reden is waarom dit pijpleidingproject van de grond is gekomen’.

In 2009 leidt een tweede conflict over de gasprijzen tussen Moskou en Kiev tot een volgend Russisch-Europees gasproject. Opnieuw wordt de Oekraïners de pas afgesneden. Deze keer via de South Stream-route. Vanaf Rusland lopen de pijpleidingen om Oekraïne heen, naar Italië. De energiespecialist Katja Yafimava, onderzoeker bij het Oxford Institute for Energy Studies, ziet hoe Europa de afhankelijkheid van Oekraïne steeds meer als een probleem is gaan beschouwen. ‘Bij de gascrisis in 2006 werden er nog kritische vragen gesteld over de politieke acceptatie van Russisch gas en Gazprom als betrouwbare partner. Drie jaar later was er veel meer Europees begrip voor Rusland. De afhankelijkheid van Oekraïne was het probleem, zeker voor Zuid-Europa dat tijdens het conflict in 2009 even zonder gas kwam te zitten.’ Yafimava is gespecialiseerd in de positie van gasdoorvoerlanden Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië, die allemaal fungeren als belangrijke schakel tussen de essentiële inkomsten voor de Russische schatkist en de Europese energiezekerheid. In 2010 schreef ze een artikel over de gasdeal tussen Rusland en Oekraïne waarin een van de conclusies luidt: ‘In een extreem geval, wanneer er geen politieke overeenstemming komt tussen de EU, Rusland en Oekraïne over investeringen in het Oekraïense gasnet, kan Oekraïne uitgroeien tot gasdoorvoerland dat alleen gebruikt wordt als laatste redmiddel.’

Dat extreme geval wordt nu werkelijkheid. In een e-mail schetst Yafimava het afnemende belang van Oekraïne als brug tussen Rusland en Europa. ‘Wanneer eind 2015 de eerste pijpleiding van South Stream klaar is, stroomt er nog dertig miljard kubieke meter gas via Oekraïne. Wanneer alle vier de pijpleidingen van South Stream klaar zijn, rond 2020, heeft Gazprom de gasroute via Oekraïne helemaal niet meer nodig.’ Het betekent dat Oekraïne miljarden euro’s misloopt aan doorvoerheffingen en zijn strategische rol als doorvoerland van Russisch gas verliest. Bij nieuwe conflicten over gasprijzen kan Rusland de gaslevering naar Oekraïne stopzetten zonder dat de Europese consument daar iets van merkt. Zoals verwacht gebruikt Rusland ook op dit moment importtarieven voor Oekraïne als machtsmiddel om het land onder druk te zetten. De gaskortingen die Rusland in april 2010 beloofde aan de onlangs verdreven Oekraïense president Janoekovitsj, in ruil voor verlenging van de militaire aanwezigheid op de marine­basis in Sebastopol, zijn ingetrokken. Oekraïne zit daardoor met een schuld van ongeveer twee miljard euro en is nagenoeg bankroet.

Volgens Julian Lee betaalt Oekraïne de prijs voor zijn instabiliteit. ‘Europa kiest vooral voor energiezekerheid. Of dat hypocriet is? Nou ja, Europa zit in een lastige positie. Iedereen is afhankelijk van elkaar, maar het is ­duidelijk dat de Oekraïners het moeilijk hebben door de steeds innigere Russisch-Europese ­samenwerking.’

De Russische export naar Nederland bedraagt maar liefst 76 miljard euro aan voornamelijk fossiele producten. Dat is nog meer dan het exportcijfer van China en Duitsland bij elkaar. Dit komt doordat de Russen de Rotterdamse haven vooral gebruiken als tussenstation voor ruwe olie en oliemineralen (stookolie, diesel en kerosine) richting Antwerpen, Duitsland en China. Met de bouw van een nieuwe grote olieterminal – kosten achthonderd miljoen euro – blijft Nederland ook in de toekomst fungeren als handelsplaats en doorvoerhaven voor fossiele producten uit Rusland. Via Nederland willen de Russen, middels een belang in de ondergrondse gasopslag Bergen, ook de Engelse gasmarkt bedienen. Bovendien is Gazprom, via het energiebedrijf Wintershall, ook actief in de olie- en gaswinning in de Noordzee en wil het de Nederlandse zakelijke energiemarkt veroveren.

De energierelatie tussen Rusland en Nederland wordt dus alleen maar hechter. Daarbij past onze gasrotondestrategie perfect bij de Russische plannen om zo veel mogelijk gas te verkopen in Europa. Voor Nederland is dat niet alleen goed nieuws. Vooral de afhankelijkheid van Rusland neemt toe, terwijl het doel van de gasrotonde was om zo veel mogelijk verschillende gasstromen naar ons land te halen. Van de drie gedroomde terminals voor vloeibaar gas (lng) – afkomstig uit andere grote gaslanden als Qatar, Algerije en Noorwegen – is er uiteindelijk maar één gebouwd en die wordt vanwege de hoge lng-prijzen bijna niet gebruikt.

Ook in de komende decennia blijven we afhankelijk van gas. Het is een veel schonere brandstof dan kolen en in combinatie met wind- en zonne-energie is gas nodig om de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Niemand in Europa, en in Nederland al helemaal niet, heeft er belang bij om Poetin onder grote druk te zetten. Alle publieke verontwaardiging ten spijt, Oekraïne is door  gezamenlijke Europees-­Russische investeringen ontdaan van zijn strategische waarde als gasdoorvoerland.

 

Auteurs

Belia Heilbron

Belia studeerde journalistiek in Utrecht en sociologie aan de...

Belia studeerde journalistiek in Utrecht en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor Investico schreef ze onder meer over energie …
Profiel-pagina
default-person

Jelmer Mommers

Jelmer Mommers is sinds mei 2015 fulltime correspondent Klimaat en Energie bij De Correspondent. Hij werkte eerder als onderzoeker en …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201701200

Thomas Muntz

Thomas is docent masterclass en is filosoof en politicoloog...

Thomas is filosoof en politicoloog en doceert in de masterclass onderzoeksjournalistiek. Hij is tevens docent politieke filosofie en …
Profiel-pagina
54-Investico-07-06-201700934

Huib de Zeeuw

Huib studeerde journalistiek, Internationale Betrekkingen en...

Huib studeerde journalistiek in Ede en Arabische taal & cultuur en Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Huib …
Profiel-pagina