Foto: Michiel Wijnbergh / HH

Over het aantal bezoekers, de inkomsten uit toerisme en de werkgelegenheid doen de meest uiteenlopende cijfers de ronde. De verwarring stoelt deels op de rekbaarheid van het begrip toerist. Het meest herhaalde ‘officiële’ cijfer, de 17 miljoen bezoekers die Amsterdam jaarlijks zouden bezoeken, bestaat voor meer dan de helft uit Nederlanders. De becijfering komt van de stichting Amsterdam Marketing; een door de gemeente gesubsidieerde pr-machine met 1100 sponsors uit het bedrijfsleven en een jaarbudget van dertig miljoen euro.

Die 17 miljoen bezoekers geven volgens Amsterdam Marketing 9,7 miljard euro uit. Beperkt tot buitenlandse bezoekers die hier overnachten, blijft daar echter minder dan de helft van over, namelijk 6,8 miljoen (volgens het CBS), die volgens het Nederlands bureau voor toerisme (NBTC) 5,2 miljard uitgaven. Met de bestedingen van de Nederlandse bezoekers erbij, komen we volgens het toeristenbureau uit op 6,3 miljard; een derde minder dan wat Amsterdam Marketing becijfert.

Amsterdam Marketing is een door de gemeente gesubsidieerde pr-machine met 1100 sponsors uit het bedrijfsleven en een jaarbudget van dertig miljoen euro

Een belangrijk argument om het toerisme te omarmen, is dat het werkgelegenheid oplevert, ook voor lager opgeleiden. Amsterdam Marketing berekent dat toerisme 154 duizend banen oplevert, terwijl het gemeentelijke onderzoeksbureau OIS niet verder komt dan 61 duizend banen. Het gaat daarbij om banen in hotels en pensions, horeca, cultuur en recreatie en personenvervoer, die grotendeels parttime zijn. Onderzoeksbureau OIS benadrukt dat deze voorzieningen ook worden gebruikt door Amsterdammers en dus niet een op een aan toerisme toe te schrijven zijn.

Ook is volgens onafhankelijke onderzoekers de toegevoegde waarde van toeristische werkgelegenheid marginaal. Zo levert de horeca iets meer dan twee procent van de toegevoegde waarde van de Amsterdamse economie op en cultuur en recreatie minder dan twee procent. Van de in totaal zeventien sectoren die worden afgebakend in de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2017, scoren alleen de sectoren ‘energie, afval en water’ en ‘landbouw’ slechter.

Meer kosten dan baten voor de gemeenschap

De Amsterdamse stadskas profiteert van de toeristenstroom in de vorm van toeristenbelasting (60,8 miljoen in 2015) en de belasting op rondvaarttickets (3,3 miljoen in 2015). In hoeverre deze 64 miljoen euro opweegt tegen de directe kosten, is een vraag die nauwelijks wordt gesteld. Een exacte becijfering is gecompliceerd en afhankelijk van velerlei aannames. Maar een ruwe rekensom laat zich wel maken en levert een ontnuchterend beeld op. Alleen al de publieke kosten die direct samenhangen met toerisme, zijn in die som hoger.

Neem de ambulance en de politie, twee diensten die vorig jaar alarmerend berichtten over de grote hoeveelheid tijd en geld die ze kwijt zijn aan zieke, dronken, beroofde en verdwaalde toeristen. Extra personeelskosten van de politie zijn ongeveer zeven miljoen euro. De ambulance rukte in 2015 jaarlijks 3500 keer uit voor een medisch probleem met een buitenlandse bezoeker, een verdubbeling in vier jaar tijd. Die extra ritjes kosten 1,5 miljoen euro.

Stadsdeel centrum heeft 37 mensen nodig voor de handhaving van horeca, illegale hotels, winkels en bedrijven en evenementen. Deze handhavingskosten kunnen worden geschat op twee miljoen euro. Als gevolg van de toegenomen drukte was voor schoonmaak van de openbare ruimte al een structureel extra bedrag van tien miljoen euro uitgetrokken. Daarnaast geeft de gemeente nog een miljoen uit aan experimenten om de bezoekersoverlast tegen te gaan, en vijf miljoen aan het handhaven van regels voor vakantieverhuur via platforms als Airbnb. In de recente Voorjaarsnota wordt voor 2017 nog eens 1,6 miljoen extra uitgetrokken voor veiligheid en aanpak van illegale onderhuur.

De ambulance rukte in 2015 jaarlijks 3500 keer uit voor een medisch probleem met een buitenlandse bezoeker

De gemeente kondigde onlangs een maatregel aan om het centrum van de stad van toerismedruk te ontlasten: het verplaatsen van de terminal voor cruiseschepen. Geschatte kosten: 153 miljoen. Dit bedrag kan worden opgeteld bij een deel van de kosten voor de nieuwe zeesluis bij IJmuiden (350 miljoen euro) die Amsterdam bereikbaar zal maken voor grotere vracht- en cruiseschepen. De gemeente neemt daarvan maximaal 105 miljoen euro voor zijn rekening. Niet al deze kosten zijn aan toerisme toe te schrijven en de investering kan over meerdere jaren worden uitgesmeerd. Maar opgeteld kost de cruise-sector zo bekeken al snel 9 miljoen per jaar.

Indirecte kosten

Dan zijn er indirecte kosten in de vorm van subsidies, zoals voor musea. In de rekensommen van Amsterdam Marketing zijn alle museabezoekers toeristen. Dan moeten ook de kosten daarvan voor de gemeenschap worden meegeteld. Het Stedelijk Museum ontvangt van de gemeente ruim 12 miljoen euro subsidie en het Amsterdam Museum meer dan acht miljoen. De twee best bezochte attracties van de stad, het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum, kregen respectievelijk 6,5 miljoen en 1,35 miljoen rijkssubsidie. Ook het vervoer van toeristen levert niet alleen geld op, maar kost ook wat. Neem de trams van het GVB die dit jaar 39 miljoen euro subsidie krijgt van de vervoersregio. Als daarvan vijf procent door toeristen wordt gebruikt, is dat al 2 miljoen. Het promoten van de stad kost ook nog steeds geld: Amsterdam Marketing krijgt dit jaar een subsidie van 3,85 miljoen.

Zo blijken er nogal wat verborgen kosten te zijn die niet in de berekeningen van Amsterdam Marketing voorkomen. Volgens de ruwe rekensom leveren ze een publieke kostenpost op van 71 miljoen euro per jaar; meer dus dan de geïncasseerde 64 miljoen toeristen- en rondvaartbelasting. In een echte kosten-baten analyse zouden bovendien ‘zachte kosten’ als overlast, verminderde leefbaarheid, de afbraak van sociale cohesie en het verdwijnen van authentieke ondernemers en buurtwinkels, meegenomen moeten worden.

Dit verhaal verscheen in De Groene Amsterdammer
Doneer