De publieke sector

Vooral multinationals profiteren van ontwikkelingsgeld Ghanese cacaoboeren

14-06-2017
Het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking besteedt 7 miljoen euro aan duurzame productieverhoging van cacao in Ghana, maar kleine cacaoboeren in het land profiteren daar nauwelijks van. De baten van het programma komen grotendeels terecht bij multinationals in de Nederlandse cacao-industrie en westerse leveranciers van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, blijkt uit onderzoek van Investico voor de Groene Amsterdammer.
Cacaobonen drogen in Ghana. Foto: Hollandse Hoogte

Nederland financiert sinds 2014 met ontwikkelingsgeld een programma waarmee de cacaoproductie in Ghana duurzamer moet worden en de productie wordt verhoogd. Met dit geld zijn onder meer commerciële centra gebouwd waar boeren kunstmest, pesticiden en cacaoplanten kunnen kopen en trainingen kunnen krijgen van bedrijven.

Het programma is volgens minister Ploumen een ‘schitterend voorbeeld’ van de combinatie van hulp en handel; de nieuwe ideologie op het ministerie. Publiek-private partnerschappen krijgen daarin prioriteit en projecten gericht op goed bestuur, educatie, gezondheid en milieu worden afgebouwd.

Nederland heeft de grootste verwerkingsindustrie van cacao ter wereld, en verdient met de export van cacaoproducten jaarlijks vijf miljard euro. Ghana is goed voor 20 procent van de wereld-cacaoproductie en verdient rond de 3 miljard euro. Het Nederlands programma om de productie in Ghana te verduurzamen en te vergroten, lijkt nauwelijks iets te hebben veranderd aan de inkomenspositie van boeren, die veelal moeten rondkomen van 70 cent per dag.

Opslag van cacao in de cacaohaven van Amsterdam. Foto: Pamela Kalkman

Opslag van cacao in de cacaohaven van Amsterdam. Foto: Pamela Kalkman

 

Duurzaamheidsprogramma’s als die van Nederland in Ghana gaan aan de inkomensvraag voorbij, stelt onderzoeker Antonie Fountain van het VOICE netwerk, een samenwerking van hulporganisaties. ‘Er is een hele diepe crisis gaande;  boeren hebben soms niet eens genoeg geld voor een maaltijd per dag. Betaal de boeren gewoon iets meer, dan praten we erna wel verder’.

De ecologische duurzaamheid van het project is twijfelachtig. Harde eisen aan bijvoorbeeld de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen en kunstmest die de boeren mogen gebruiken, ontbreken. Het UTZ-keurmerk waaraan de productie van cacao moet voldoen geeft richtlijnen voor verantwoord gebruik en doet de slechtste chemicaliën in de ban, maar producten van producenten Syngenta en Monsanto (Bayer) zijn in elk regionaal centrum te koop. ‘Duurzaamheid is altijd een reis, geen eindpunt. Het kan slechts stap voor stap worden bereikt’, zegt programmadirecteur Wyss Bisang van UTZ.

‘Duurzaamheid is altijd een reis, geen eindpunt’

Duurzame keurmerken alleen bieden onvoldoende garantie voor een duurzame productie, erkent organisatie Initiatief Duurzame Handel (IDH), die namens de overheid verantwoordelijk is voor de samenwerking met bedrijven.  ‘Aanvankelijk dachten we dat keurmerken genoeg garantie zouden geven voor de duurzaamheid van cacao’, zegt woordvoerder Daan de Wit. ‘Inmiddels weet iedereen dat alleen zo’n label niet genoeg is’.

Ton Dietz, directeur van het Afrika Studie Centrum, zet vraagtekens bij het idee van de overheid om een duurzame handelsketen te willen bereiken door ontwikkelingsgeld te geven aan projecten geleid door multinationals. Hij benadrukt ook dat het niet zozeer de cacaomultinationals zijn die voor subsidie aankloppen bij de Nederlandse overheid maar dat het eerder andersom is. ‘Voor die bedrijven is de subsidie niet nodig maar mooi meegenomen’.

Lees hier het onderzoek in De Groene Amsterdammer.

Dit verhaal verscheen in De Groene Amsterdammer
Doneer